Dirk Durrer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Prof. Dirk Durrer, hoofd van de cardiologische kliniek van het Wilhelmina Gasthuis (28 februari 1972)

Dirk Durrer (Schiedam, 19 april 1918 - Amsterdam, 3 maart 1984[1]) was een Nederlandse cardioloog en hoogleraar in de cardiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij wordt gezien als een grondlegger van het cardiologisch onderzoek in Nederland, en van de moderne elektrocardiologie wereldwijd.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Durrer werd geboren op 19 april 1918 in een arbeidersgezin in Schiedam. Hij begon aan zijn studie geneeskunde aan de Universiteit Leiden. Toen de Leidse universiteit tijdens de Tweede Wereldoorlog gesloten werd op last van de bezetters vervolgde hij zijn opleiding aan de Universiteit Utrecht, waar hij zijn artsexamen aflegde in 1943, vlak voordat ook deze universiteit gedwongen werd haar deuren te sluiten. Hij begon te werken als arts in Rotterdam, waar hij in contact kwam met Dr. R.L.J. van Ruyven. De cardiologie was destijds een nieuw specialisme in Nederland. Van Ruyven had bij de bekende cardioloog Professor Wenckebach in Wenen gestudeerd en was de eerste Nederlandse hoogleraar die de cardiologie als leeropdracht had.

In 1946 trad Durrer in dienst van het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, waar hij in 1947 staflid werd op de afdeling interne geneeskunde, op dat moment onder leiding van Prof. P. Formijne. Formijne had een grote interesse in de cardiologie en zocht dan ook een medewerker die zich in dit nieuwe specialisme bekwaamd had. Dit werd Dirk Durrer.

In 1949 ontmoette Durrer de fysicus Henk van der Tweel, die de uitzonderlijke instrumentatie zou ontwikkelen die Durrers werk in de jaren 1950-1970 mogelijk maakte.

In 1952 promoveerde Durrer summa cum laude aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over de elektrische activatie van de linkerventrikel van het hart. In 1957 werd hij de eerste Amsterdamse hoogleraar in de cardiologie. Van 1957 tot 1984 was hij tevens directeur van de afdeling cardiologie van het Wilhelmina Gasthuis, waar hij onder andere de destijds unieke "eerste harthulp" oprichtte.[2]

Durrer was een van de oprichters van het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN), waarvan hij 10 jaar lang directeur was.

Durrer was lid van diverse nationale en internationale adviescommissies en lid van vele wetenschappelijke organisaties, zoals

Daarnaast was hij redactielid van diverse wetenschappelijke tijdschriften.

Werk[bewerken | brontekst bewerken]

Toen Durrer aan zijn wetenschappelijke werk begon was de elektrische activatie van de hartspier alleen nog maar gemeten aan het oppervlak van het hart. Durrer zag de noodzaak van gedetailleerde metingen in de diepte van de spier. Op zijn initiatief werd de "Durrernaald" ((en) : "Durrer needle") geconstrueerd: een naald van enkele centimeters lengte en ca. 1 mm dikte waarin meerdere (tot wel 12) meet-elektroden waren aangebracht, die elk met een dunne draad via het inwendige van de naald waren verbonden met een versterker. Met deze naalden kon de elektrische activiteit op verschillende diepten tegelijk gemeten worden. De constructie van de naalden was een technisch hoogstandje dat niet alleen aan de uitzonderlijke handigheid van de instrumentmakers Mintjes en Tuinman te danken was, maar ook aan het enthousiasme van Durrer die de instrumentmaker zo ver kreeg dit te proberen.[2]

De ontmoeting tussen Durrer en Van der Tweel in 1949 leidde tot een langdurige samenwerking. Van der Tweel en zijn collega's werkten in 1949 aan apparatuur om het elektro-encefalogram te meten. Voor Durrer ontwikkelden zij versterkers en registratieapparatuur waarmee twee of meer elektrogrammen tegelijk gemeten konden worden. Door één meet-elektrode steeds op dezelfde plaats te houden en de andere over het hart te bewegen kon de activatievolgorde van het hele hart vastgesteld worden. De vaste elektrode diende daarbij om de signalen van de bewegende elektrode te kunnen uitlijnen. Deze techniek werd verfijnd met de "Durrernaalden": tientallen naalden werden tegelijk in een hart gestoken, en alle draden werden aangesloten op een keuzeschakelaar. Zo kon snel overgeschakeld worden tussen elektroden. Met de Durrernaalden en de meerkanaals versterker werd de activatievolgorde gemeten in harten van honden en geiten, en uiteindelijk in enkele mensenharten, die destijds nog niet voor transplantatie gebruikt konden worden. Het werk aan de menselijke harten resulteerde in 1970 in het artikel Total Excitation of the Isolated Human Heart.[3] Dit artikel is sinds 1975 meer dan 800 keer geciteerd.[4] Durrer publiceerde meer dan 500 artikelen, boeken, en conferentiebijdragen.

Durrer was een van de oprichters van het European Journal of Cardiology (nu European Heart Journal).

Eerbetoon[bewerken | brontekst bewerken]

In 1983 ontving Durrer de Distinguished Scientist Award van het American College of Cardiology. Hij was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en commandeur in de Orde van de Finse Leeuw. In 1962 werd hij toegelaten als lid van de KNAW.

In Amsterdam bevindt zich in de zuidoosthoek van het Minervaplein het Professor Durrerplantsoen, waar ter nagedachtenis aan Dirk Durrer het Gedenkteken Prof. Dr. Dirk Durrer van Lucien den Arend is geplaatst.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Dirk Durrer van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.