Eleutherius van Doornik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eleutherius als bekeerder op een 16e-eeuws glasraam
Reliekschrijn in de Kathedraal van Doornik
Église Saint-Éleuthère in Blandain

Eleutherius van Doornik (Doornik, rond 455/6 - aldaar, 531/2) was eerste bisschop van het in 486 gestichte bisdom Doornik. Hij geldt als missiebisschop voor Vlaanderen. Hij zou gestorven zijn aan verwondingen die hij opliep in een strijd met arianen.

Eleutherius wordt als heilige vereerd en aanroepen tegen koorts, droogte en regen. Zijn gedachtenis in de Rooms-katholieke Kerk vindt plaats op 20 februari, de translatie van zijn relieken op 25 augustus.

Vita[bewerken]

Het heiligenleven van Eleutherius is geschreven door de Doornikse kanunnik Henri in 1141. In die tijd was Doornik in een strijd verwikkeld met Noyon over bisschoppelijke aanspraken. Postuum werden de respectieve heiligen hiervoor ingeschakeld, die traditioneel als goede vrienden en missionarissen te boek stonden: Eleutherius voor Doornik en Medardus voor Noyon. Het zou uiteindelijk leiden tot de afsplitsing van het bisdom Noyon (1146).

Volgens kanunnik Henri werd Eleutherius rond 455 als Lehire geboren in Doornik, toen geregeerd door de Merovingische vorst Childerik I. Zijn vader Terenus zou afstammen van Ireneüs van Lyon en onder druk van de christenvervolgingen met Eleutherius' moeder Blanda naar het dorp Blandinium gevlucht zijn, het huidige Blandain.

Doornik werd in 486 de zetel van een nieuw bisdom en Eleutherius werd tot zijn eerste bisschop gewijd door Remigius van Reims, die een kerkelijke reorganisatie aan het doorvoeren was in het noorden van Gallië. Dankzij de doop van Childeriks opvolger Clovis in 496, kon Eleutherius in een week maar liefst elfduizend heidenen bekeren. Na de Overwinning bij Tolbiac ging Clovis naar de kerk in Doornik om God te danken. Eleutherius vond dit ongepast en maakte hem heftige verwijten. Clovis stortte tranen en liet zich berouwvol de biecht afnemen.

Eleutherius ging driemaal op bedevaart naar Rome. Bij een van die bezoeken werd hij ontvangen door paus Symmachus, die hem belangrijke relikwieën schonk van Stefanus en Maria van Egypte. Bij een later bezoek verzocht paus Hormisdas hem om op te treden tegen de arianen. Eleutherius hield in 520 een synode tegen het fenomeen. De kerk beschouwde de arianen, die veel aanhangers telden onder de Romeinse soldaten, als een ketterse sekte omdat ze de goddelijkheid van Christus ontkende. In 531 of 532 werd de bisschop, na een dienst in het teken van de drievuldigheid, bij het verlaten van de kerk door enkele arianen aangevallen en zwaar toegetakeld. Enkele weken later bezweek hij aan zijn verwondingen. Op zijn doodsbed zou hij zijn kudde aan Medardus hebben toevertrouwd.

Medardus verzorgde ook de uitvaart van Eleutherius in de kerk van Blandain, die door zijn eigen familie was gesticht. Hij lag er ook begraven, tot het graf eind 19e eeuw naar de kathedraal van Doornik werd overgebracht.

Relieken[bewerken]

De kathedraal van Doornik bezit het uit 1247 daterende zilveren reliekschrijn van Eleutherius. Het is gemaakt in opdracht van bisschop Walter de Marvis en bevindt zich nu in de schatkamer van de kathedraal. Aan het voorste uiteinde is Eleutherius afgebeeld, met in zijn ene hand de bisschoppelijke kruisstaf en in de andere een model van de Doornikse kathedraal.

Het schrijn bevat beenderen van Eleutherius die in 897 of 898 zouden gevonden zijn onder bisschop Helido van Doornik. Bisschop Boudewijn zou ze in 1064 of 1065 overgebracht hebben naar de kathedraal. In de zestiende eeuw beschermde het kapittel de relieken van de hugenoten door ze naar Douai over te brengen. Ook in de Franse tijd liepen ze gevaar. Toen werden ze in de woning van de Doornikse particulier verborgen, tot bisschop François-Joseph Hirn ze in 1802 terug plechtig de kathedraal kon in dragen.

Ook de Sint-Maartensabdij van Doornik en de Sint-Salvatorskathedraal van Brugge claimden enkele relieken van Eleutherius.

Verering[bewerken]

Naast de genoemde plaatsen wordt Eleutherius vereerd in Esquelmes, Lesdain en Marquain.

Externe links[bewerken]