Naar inhoud springen

Hannes Alfvén

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Nobelprijswinnaar  Hannes Olof Gösta Alfvén
Hannes Alfvén
Hannes Alfvén
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 30 mei 1908Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Norrköping
Overlijdensdatum 2 april 1995Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Djursholm
Begraafplaats Djursholms Begravningsplats[1][2][3]Bewerken op Wikidata
Land Zweden
Nationaliteit Zweeds
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit van Uppsala (1926 – 1934)Bewerken op Wikidata
Promotor Manne Siegbahn
Wetenschappelijk werk
Vakgebied natuurkundeBewerken op Wikidata
Bekend van The Great Computer. A Vision, The End of Man?Bewerken op Wikidata
Nobelprijs voor Natuurkunde
Jaar 1970
Reden Voor zijn fundamentele verrichtingen en ontdekkingen op het gebied van de magnetohydrodynamica met vruchtbare toepassingen op verschillende terreinen van de plasmafysica.
Gedeeld met Louis Néel
Voorganger(s) Murray Gell-Mann
Opvolger(s) Dennis Gabor
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Hannes Olof Gösta Alfvén (Norrköping, 30 mei 1908Djursholm, 2 april 1995) was een natuurkundige uit Zweden die in 1970 de Nobelprijs voor Natuurkunde kreeg voor zijn werk over de theorie van magnetohydrodynamica.

De ouders van Alfvén waren Johannes Alfvén en Anna-Clara Romanus, die beide praktiserend arts waren. Zijn oom Hugo Alfvén was een bekend Zweeds componist en dirigent.

Hannes studeerde vanaf 1926 natuurkunde en filosofie aan de universiteit van Uppsala en promoveerde daar in 1934. Zijn proefschrift droeg de naam 'Onderzoeking van ultrakorte elektromagnetische golven'. Hij ging aan dezelfde universiteit nog in hetzelfde jaar college natuurkunde geven. Hij kreeg in 1937 een betrekking aan het Nobel-instituut voor natuurkunde in Stockholm. Hij werd in 1940 benoemd tot hoogleraar Elektromagnetische theorie en elektrische metingen aan het KTH Koninklijk Instituut voor Technologie en was vanaf 1963 professor in de plasmafysica. Hij was later van 1967 tot 1988 gasthoogleraar elektrotechniek aan de universiteit van Californië - San Diego en de University of Southern California en ging in 1988 ging met emeritaat.

Alfvén was sinds 1935 getrouwd met Kerstin Maria Erikson, de dochter van ingenieur Rolf Erikson en echtgenote Maria Uddenberg. Samen kregen ze vijf kinderen, vier dochters: Cecilia, Inger, Reidun en Berenike en één zoon, Gösta. Alfvén overleed in 1995 op 86-jarige leeftijd.

Hij wordt beschouwd als een grondlegger op het gebied van de plasmafysica, maar hij beschouwde zichzelf meer als elektrotechnicus dan als natuurkundige. Hij speelde een centrale rol in het onderzoek naar geladen deeltjesstraling, interplanetaire natuurkunde en het voor hem doorslaggevende kennisgebied van de magnetohydrodynamica. Dat wordt tot MHD afgekort. Het is de studie van geleidende vloeistoffen en hun interactie met magnetische velden.

Hij kwam in 1937 met het idee naar voren dat er in het Melkwegstelsel een magnetisch veld voorkomt, waarbij kosmische stralen in spiraalvormige banen bewegen, gedreven door een sterk magnetisch veld. Hoewel er in eerste instantie over deze theorie twijfel bestond, werd die in 1973 aangetoond door metingen met een observatiesatelliet.

Hij heeft in 1939 het ontstaan van poollicht en magnetische stormen onderzocht, evenals de invloed van magneetvelden bij de vorming van planetenstelsels. Zijn artikel omtrent deze hypothese werd door het Amerikaanse tijdschrift Terrestial Magnetism and Atmospheric Electricity afgewezen. De theoretische berekeningen kwamen niet overeen met de ideeën in de natuurkunde van die tijd. Zijn artikel is in Zweden wel gepubliceerd. Alfvéns verklaring werd in de jaren 1960 steeds breder aangenomen, maar zijn plasmakosmologie is nooit volledig geaccepteerd.

Alfvén ontving in 1970 de Nobelprijs voor Natuurkunde voor zijn werk betreffende plasma's, geïoniseerde gassen met elektronen en positief geladen ionen. Hij onderzocht de interactie van elektrische en magnetische velden en liet theoretisch zien dat het magnetische veld, onder bepaalde omstandigheden, met het plasma kan meebewegen. Hij had eerder, in 1942, het bestaan gepostuleerd van hydromagnetische golven in plasma's. Deze alfvéngolven werden later in zowel vloeibare metalen als geïoniseerde plasma's waargenomen.

Alfvén was lid van de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen en als een van de weinige wetenschappers lid van zowel de Russische Academie van Wetenschappen als van de American Academy of Arts and Sciences. Behalve de Nobelprijs in 1970 heeft hij nog enkele belangrijke onderscheidingen ontvangen, zoals in 1967 samen met Allan Sandage de Gouden medaille van de Royal Astronomical Society, de Elliot Cresson Medal van het Franklin Institute, de Gouden Lomonosov-medaille van de Russische Academie en de William Bowie Medal van de American Geophysical Union voor zijn werk omtrent kometen en plasma's in het zonnestelsel.

  • 1950 – Cosmical Electrodynamics
  • 1954 – On the Origin of the Solar System
  • 1966 – Worlds-Antiworlds: Antimatter in Cosmology
  • 1968 – The Great Computer: A Vision, onder het pseudoniem Olof Johannesson
  • 1969 – Atom, Man, and the Universe: A Long Chain of Complications
  • 1972 – Living on the Third Planet
  • 1975 – Structure and Evolutionary History of the Solar System, met Gustaf Arrhenius
  • 1981 – Cosmic Plasma