John William Strutt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  John William Strutt
12 november 184230 juni 1919
Lord Rayleigh
Lord Rayleigh
Geboorteland    Verenigd Koninkrijk
Geboorteplaats    Langford Grove, Maldon (Essex)
Plaats van overlijden    Terlins Place, Witham (Essex)
Nobelprijs voor de    Natuurkunde
In    1904
Reden    "Voor zijn onderzoek naar de dichtheid van de belangrijkste gassen en zijn ontdekking van argon in samenhang met dit onderzoek."
Voorganger(s)    Antoine Henri Becquerel
Marie en Pierre Curie
Opvolger(s)    Philipp Lenard
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

John William Strutt, derde baron van Rayleigh (Langford Grove, Maldon (Essex), 12 november 1842 – Terlins Place, Witham (Essex), 30 juni 1919) was een Brits natuurkundige en Nobelprijswinnaar.

Biografie[bewerken]

John William was de oudste zoon van John James Strutt, tweede baron van Rayleigh (1796-1873) en Clara Elizabeth La Touche Vicars, de oudste dochter van kapitein Richard Vicars. Hij genoot zijn opleiding aan Eton College en Harrow School die hij in 1861 afsloot. Hij studeerde wiskunde, fysica en chemie aan de universiteit van Cambridge. In 1873 overleed zijn vader, en werd John William Strutt de derde baron van Rayleigh — met de aanspreektitel Lord Rayleigh.

In 1871 huwde hij Evelyn Balfour, de zus van de later eerste minister, de Earl van Balfour, en dochter van James Maitland en Blanche Balfour. Ze kregen vier zonen: Robert John Strutt (vierde baron van Rayleigh), Arthur Chales, Julian Balfour en William Maitland. In 1879 volgde hij James Clerk Maxwell op als professor aan het Cavendish-laboratorium aldaar. In 1887 werd Rayleigh directeur van het Davy–Faraday Research Laboratory van de Royal Institution te Londen en in 1905 president van de Royal Society.

Werk[bewerken]

Aan het eind van de jaren 1880 begon Rayleigh te werken aan het vraagstuk waar hij het meest bekend mee is geworden: de ontdekking van het edelgas argon. In navolging van Henry Cavendish had Rayleigh ontdekt dat de dichtheid van stikstof significant verschilde wanneer het afkomstig was van lucht of van een stikstofverbinding. Uit een luchtmonster verwijderde Rayleigh alle zuurstof en stikstof door het verbranden van magnesium (die met beide gassen reageert) waarbij er een kleine hoeveelheid onbekend gas overbleef. Niet geheel zeker hoe deze puzzel op te lossen schreef Rayleigh in 1892 een notitie aan Nature waarin hij vroeg om ideeën.[1]

Het antwoord kwam van William Ramsay, die rond dezelfde tijd aan hetzelfde probleem werkzaam was. Via spectroscopische analyse ontdekten ze dat de kleine bubbel bestond uit een tot dan toe onbekend inert gas, die ze de naam argon (Ar) gaven – van het Griekse argos, dat 'inactief' betekend. Op 31 januari 1895 publiceerden Rayleigh en Ramsay een gezamenlijk artikel in Philosophical Transactions of the Royal Society waarin ze ontdekking van argon bekend maakten.[2] Een decade later, in 1904, ontving Rayleigh de Nobelprijs voor de Natuurkunde en Ramsay de Nobelprijs voor de Scheikunde voor deze ontdekking.

Erkenning[bewerken]

Hij werd onderscheiden met de Copley Medal (1899), de Royal Medal (1882) en de Rumford Medal van de Royal Society. In 1894 ontving hij de Matteucci Medal en in 1904 won Rayleigh de Nobelprijs doordat hij de dichtheid van de belangrijste gassen had bepaald en voor zijn ontdekking van het edelgas argon. Dit onderzoek voerde hij samen met zijn collega William Ramsay uit, welke datzelfde jaar de Nobelprijs voor de Scheikunde won. Rayleigh werd in de Westminster Abbey te Londen bijgezet.

Met zijn boek Theory of Sound (1877-1878) heeft hij een van de basiswerken voor de akoestiek geschreven. De eenheid van akoestische impedantie rayl is naar hem genoemd.

In 1890 slaagde hij erin door verstrooiing een grootteorde voor de diameter van een molecule te bepalen (10−10 m).

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Rayleigh (1892). Density of Nitrogen. Nature 46: 512-513 . DOI:10.1038/046512c0.
  2. Lord Rayleigh, W. Ramsay (1895). Argon. Philosophical Transactions of the Royal Society 14: 524-538 .