Reinhard Genzel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nobelprijswinnaar  Reinhard Genzel
24 maart 1952
Reinhard Genzel in 2012
Reinhard Genzel in 2012
Geboorteland Duitsland
Geboorteplaats Bad Homburg vor der Höhe
Nobelprijs Natuurkunde
Reden voor onderzoek naar zwarte gaten
Samen met Andrea Ghez
Gedeeld met Roger Penrose
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Reinhard Genzel (Bad Homburg vor der Höhe, 24 maart 1952) is een Duits astrofysicus. In 2020 ontving hij de Nobelprijs voor Natuurkunde, samen met Roger Penrose en Andrea Ghez voor onderzoek naar zwarte gaten.[1]

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Genzel werd geboren in Bad Homburg vor der Höhe als zoon van hoogleraar vaste stoffysica Ludwig Genzel (1922-2003). In zijn jeugd was hij een van de beste jonge Duitse atleten op het gebied van speerwerpen.[2] Na zijn afstuderen aan het Berthold-Gymnasium in Freiburg im Breisgau, studeerde hij natuurkunde aan de Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universiteit in Bonn (diploma in 1975) en promoveerde in 1978 bij Peter Georg Mezger aan het Max Planck Instituut in de radioastronomie.

Vervolgens ging hij naar het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics in Cambridge (Massachusetts). Van 1980 tot 1982 was hij Miller Fellow en vanaf 1981 universitair hoofddocent aan de Universiteit van Californië - Berkeley, waar hij in 1985/86 en van 1999 tot 2008 hoogleraar was. In 1986 werd Genzel benoemd tot wetenschappelijk lid van de Max-Planck-Gesellschaft en directeur van het Max Planck Instituut voor Extraterrestrische Fysica in Garching bij München. Sinds 1988 is hij ereprofessor aan de Ludwig Maximilians-Universiteit in München. In 1999 werd hij deeltijd-hoogleraar aan de Universiteit van Californië, waar hij sinds 2008 met emeritaat is gegaan.

Reinhard Genzel speelde een sleutelrol bij de ontwikkeling van infrarood- en submillimeterastronomie. Hij en zijn team slaagden erin om, eerst op het La Silla-observatorium (vanaf 1992) en vervolgens bij de Very Large Telescope (VLT), door jarenlang de banen van sterren nabij het centrum van de Melkweg te observeren, dat er een superzwaar zwart gat is van ongeveer 4,3 miljoenen zonmassa's. Astronomen die met Andrea Ghez aan het Keck-observatorium werkten, slaagden erin dit ook onafhankelijk te doen. Beiden ontvingen de helft van de Nobelprijs voor natuurkunde 2020 voor deze ontdekking, de andere helft gaat naar Roger Penrose.

Genzel is getrouwd met de kinderarts en professor Orsolya Genzel-Boroviczeny en heeft twee kinderen.[2]

Onderscheidingen[bewerken | brontekst bewerken]

1901–1925:1901: Röntgen · 1902: Lorentz / Zeeman · 1903: Becquerel / P. Curie / M. Curie · 1904: Rayleigh · 1905: Lenard · 1906: J.J. Thomson · 1907: Michelson · 1908: Lippmann · 1909: Marconi / Braun · 1910: van der Waals · 1911: Wien · 1912: Dalén · 1913 Kamerlingh Onnes · 1914: von Laue · 1915: W.L. Bragg / W.H. Bragg · 1916 · 1917: Barkla · 1918: Planck · 1919: Stark · 1920: Guillaume · 1921: Einstein · 1922: N. Bohr · 1923:Millikan · 1924 M. Siegbahn · 1925: Franck / Hertz
1926–1950:1926: Perrin · 1927: Compton / C.T.R. Wilson · 1928: O.W. Richardson · 1929: de Broglie · 1930: Raman · 1931 · 1932: Heisenberg · 1933: Schrödinger / Dirac · 1934 · 1935: Chadwick · 1936: Hess / C. Anderson · 1937: Davisson / G.P. Thomson · 1938: Fermi · 1939: Lawrence · 1940 · 1941 · 1942 · 1943: Stern · 1944: Rabi · 1945: Pauli · 1946: Bridgman · 1947: Appleton · 1948: Blackett · 1949: Yukawa · 1950: Powell ·
1951–1975:1951: Cockcroft / Walton · 1952: Bloch / Purcell · 1953: Zernike · 1954: Born / Bothe · 1955: Lamb / Kusch · 1956: Shockley / Bardeen / Brattain · 1957: Yang / T.D. Lee · 1958: Tsjerenkov / Frank / Tamm · 1959: Segrè / Chamberlain · 1960: Glaser · 1961: Hofstadter / Mössbauer · 1962: Landau · 1963: Wigner / Goeppert-Mayer / Jensen · 1964: Townes / Basov / Prokhorov · 1965: Tomonaga / Schwinger / Feynman · 1966: Kastler · 1967: Bethe · 1968: Alvarez · 1969: Gell-Mann · 1970: Alfvén / Néel · 1971: Gabor · 1972: Bardeen / Cooper / Schrieffer · 1973: Esaki / Giaever / Josephson · 1974: Ryle / Hewish · 1975: A. Bohr / Mottelson / Rainwater
1976–2000:1976: Richter / Ketterle / Ting · 1977: P. Anderson / Mott / van: Vleck · 1978: Kapitsa / Penzias / R.W. Wilson · 1979: Glashow / Salam / Weinberg · 1980: Cronin / Fitch · 1981: Bloembergen / Schawlow / K. Siegbahn · 1982: K.G. Wilson · 1983: Chandrasekhar / Fowler · 1984: Rubbia / van der Meer · 1985: von Klitzing · 1986: Ruska / Binnig / Rohrer · 1987: Bednorz / Müller · 1988: Lederman / Schwartz / Steinberger · 1989: Ramsey / Dehmelt / Paul · 1990: Friedman / Kendall / R. Taylor · 1991: de Gennes · 1992: Charpak · 1993: Hulse / J. Taylor · 1994: Brockhouse / Shull · 1995: Perl / Reines · 1996: D. Lee / Osheroff / R.C. Richardson · 1997: Chu / Cohen-Tannoudji / Phillips · 1998: Laughlin / Störmer / Tsui · 1999: 't Hooft / Veltman · 2000: Alferov / Kroemer / Kilby
2000–heden:2001: Cornell / Ketterle / Wieman · 2002: Davis / Koshiba / Giacconi · 2003: Abrikosov / Ginzburg / Leggett · 2004: Gross / Politzer / Wilczek · 2005: Glauber / Hall / Hänsch · 2006: Mather / Smoot · 2007: Fert / Grünberg · 2008: Nambu / Kobayashi / Maskawa · 2009: Kao / Boyle / Smith · 2010: Geim / Novoselov · 2011: Perlmutter / Schmidt / Riess · 2012: Haroche / Wineland · 2013: Englert / Higgs · 2014: Akasaki / Amano / Nakamura · 2015: Kajita / McDonald · 2016: Thouless / Haldane / Kosterlitz · 2017: Rainer Weiss / Barry C. Barish / Kip Thorne · 2018: Arthur Ashkin / Gérard Mourou / Donna Strickland · 2019: James Peebles / Michel Mayor / Didier Queloz · 2020: Roger Penrose / Reinhard Genzel / Andrea Ghez