Hella Haasse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Hella S. Haasse)
Ga naar: navigatie, zoeken
Vista-kmixdocked.png
Klik op de afspeelknop om dit artikel te beluisteren. De ingesproken tekst kan verouderd zijn. Download deze opname. Info over deze opname. Meer over Gesproken Wikipedia.
Hella S. Haasse
Hella S. Haasse, 19 juli 2007.
Hella S. Haasse, 19 juli 2007.
Algemene informatie
Volledige naam Hélène Serafia Haasse
Geboren Batavia, 2 februari 1918
Overleden Amsterdam, 29 september 2011
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep schrijfster
Werk
Jaren actief 1945 – 2007
Genre romans
Bekende werken Oeroeg (1948)
Het woud der verwachting (1949)
De scharlaken stad (1952)
Heren van de thee (1992)
Sleuteloog (2002)
Onderscheidingen P.C. Hooftprijs (1983)
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Hella Haasse (MNL, 1970)

Hélène Serafia (Hella) Haasse (Batavia, 2 februari 1918Amsterdam, 29 september 2011), auteursnaam Hella S. Haasse, was een Nederlandse schrijfster van romans, essays, toneel en poëzie. Haar bekendste titels zijn de in 1948 als boekenweekgeschenk verschenen novelle Oeroeg, de historische roman Het woud der verwachting uit 1949 en de Indische roman Heren van de thee uit 1992. In 1983 werd haar de P.C. Hooft-prijs toegekend en in 2004 de Prijs der Nederlandse Letteren. Zij was een van de eerste Nederlandse schrijvers die hun werk in het buitenland actief onder de aandacht brachten en behoort tot de in het buitenland meest gelezen Nederlandse schrijvers.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Helene Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 te Batavia (het tegenwoordige Jakarta) geboren als oudste kind van Willem Hendrik Haasse, die als financieel inspecteur in Nederlands-Indië de belastingontduiking tegenging en boeken schreef onder het pseudoniem W.H. van Eemlandt, en de concertpianiste Katharina Diehm Winzenhöhler. Op 4 oktober 1921 werd een zoon geboren, Willem Hendrik Johannes.[1]

Haasse bracht met twee onderbrekingen haar hele jeugd in Nederlands-Indië door. De eerste was het in Nederland doorgebrachte tweejarige verlof van haar vader in 1920 en 1921, waardoor Haasse in Nederland de kleuterschool bezocht. Vervolgens doorliep ze een katholieke lagere school in Soerabaja, Nederlands-Indië. Van 1924 tot 1928 verbleef ze wederom in Europa, omdat haar moeder opgenomen werd in een sanatorium in het Zwitserse Davos, en ging naar de lagere school bij de nonnen. Haasse woonde achtereenvolgens bij haar oma in Heemstede en in een kinderpension in Baarn. In 1928 keerde de familie terug naar Nederlands-Indië, waar Haasse haar middelbare school doorliep.

Lidmaatschap Kultuurkamer en huwelijk[bewerken]

Na haar eindexamen in 1938 verhuisde zij naar Nederland om Scandinavische taal- en letterkunde te gaan studeren in Amsterdam. In 1939 debuteerde ze met gedichten in het tijdschrift Werk.[2] Hetzelfde jaar vroeg haar toekomstige echtgenoot Jan van Lelyveld haar toe te treden tot de redactie van Propria Cures, waarmee ze in 1940 na welgeteld één bijdrage weer ophield.

Het uitbreken van de oorlog verhinderde dat haar familie zich bij haar voegde; een weerzien vond pas in 1946 plaats. In 1941 stopte Haasse met haar studie en begon ze met een opleiding aan de Amsterdamse Toneelschool. Om in haar levensonderhoud te voorzien sloot ze zich aan bij het Centraal Tooneel dat onder leiding stond van Cees Laseur. Dit impliceerde dat zij lid was van de Nederlandsche Kultuurkamer, waarvoor zij naar eigen zeggen geen keuze had.

Er zijn wel eens mensen geweest die daar aanmerking over hebben gemaakt, maar ik heb nooit enige moeilijkheid ondervonden na de oorlog. Waarschijnlijk omdat de mensen die zich erin hebben verdiept erachter zijn gekomen dat het bij mij geen kwestie was van carrière maken over de ruggen van niet-werkende collega's. Daar had het helemaal niets mee te maken. Op het moment dat ik mij kon veroorloven om ermee op te houden, toen ik trouwde met Jan, heb ik dat ook gedaan. [3]

Op 18 februari 1944 trouwde ze met Jan van Lelyveld (1918-2008), die ze in 1939 had leren kennen bij Propria Cures en beëindigde haar toneelcarrière, al bleef ze indirect aan het toneelgezelschap verbonden door het schrijven van teksten voor het zomercabaret van het gezelschap. Ze schreef ook voor Wim Sonneveld, en na de oorlog voor Cor Ruys. In de hongerwinter schreef ze een deel van de roman Het woud der verwachting.[4] Haasse en Van Lelyveld kregen tussen 1944 en 1951 drie dochters. De oudste, Chrisje, overleed in 1947.

Na de oorlog[bewerken]

In 1948 brak Haasse door als auteur met het boekenweek Oeroeg, over de vriendschap tussen een planterszoon en een inlandse jongen die als volwassenen tegenover elkaar staan als koloniale overheerser respectievelijk vrijheidsstrijder.[5]

In 1969 reisde ze onder meer naar Java, waarna het verlangen naar Indonesië bleef opspelen. In 1976 verbleef ze er nogmaals, wat leidde tot het besef: "nu heb ik het gezien, ik besef nu pas dat ik een vreemdeling ben, ook al is het mijn geboorteland."[6]

In 1981 verhuisde Haasse met haar man naar Frankrijk.

De auteur, hoewel digibeet, sprak niet (zoals haar generatiegenoot Nobelprijswinnares Doris Lessing) laatdunkend over het internet als "één groot hol vat zonder wezenlijke informatie". Haasse beschouwde de ontlezing als een tijdelijk gebeuren. Daarbij gaf zij nog mee dat mensen volgens haar weer zouden ontdekken hoe belangrijk en onmisbaar het is om te lezen.

In juli 2007 werd er een planetoïde in de hoofdgordel naar haar vernoemd.[7]

De laatste jaren van haar leven woonde Hella Haasse te Amsterdam, waar zij na een kort ziekbed overleed op de leeftijd van 93 jaar.[8]

Werk[bewerken]

Fictie[bewerken]

Indische romans[bewerken]

Een aantal van Haasses boeken spelen in Nederlands-Indië, de bekendste daarvan zijn Oeroeg, waarmee ze doorbrak en die werd uitgekozen voor de campagne "Nederland Leest" in 2009, en Heren van de thee uit 1992, over een theeplanter in Nederlands-Indië die zijn verantwoordelijkheid tegenover de inlandse bevolking beseft. In Sleuteloog uit 2002 komen de verschillen tussen Nederlanders en inlanders aan de orde.[9]

Historische romans[bewerken]

Haar eerste historische roman is Het woud der verwachting uit 1949, over de 15e-eeuwse Franse dichter en koning Charles d'Orléans. Als haar belangrijkste historische romans gelden De scharlaken stad uit 1952, die in het Rome van de 15e eeuw speelt, en Een nieuwer testament uit 1966, waarin het Romeinse keizerrijk van de vijfde eeuw het verhaaldecor is.[10] Weer andere werken, zoals De tuinen van Bomarzo, houden het midden tussen roman en essay.

De historische romans die, na een onderbreking, vanaf 1976 weer verschijnen verschillen sterk in opzet van de eerdere. Kenmerkend voor deze latere periode in het oeuvre is de documentaire roman waaraan echte brieven en documenten ten grondslag liggen en de auteur verbindend commentaar levert. De eerste titel van dit type roman is Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven uit 1976, die voortborduurt op de Franse roman Les liaisons dangereuses (1782) van Choderlos de Laos, en het tweeluik Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter uit 1978 en De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck uit 1981. [11] Met Schaduwbeeld bracht ze de min of meer vergeten baron Joan Derk van der Capellen tot den Pol weer tot leven.

Contemporaine romans[bewerken]

De verborgen bron uit 1950 en De ingewijden uit 1957 horen bij elkaar, al kunnen ze ook zelfstandig worden gelezen, en kunnen doorgaan voor psychologische romans of ideeënromans, omdat de personages hiervan een donker verleden trachten te doorgronden. In de eerste titel onderneemt het hoofdpersonage een reconstructie van het leven van zijn schoonmoeder, die lang geleden zelfmoord heeft gepleegd of op andere wijze verdwenen is. In de tweede roman blijkt dat zij op Kreta verblijft. In elk van de zes hoofdstukken van deze roman is een andere ik-persoon aan het woord.[12]

Volgens literatuurwetenschapper J.J. Oversteegen is De tuinen van Bomarzo zo opgezet dat het van de lezer afhangt in welk genre dit werk valt. De mogelijkheden beperken zich niet tot de keuze tussen roman en essay, maar ook een leeswijze als geschiedwerk, een psychologische zelfanalyse en zelfs 'een parabel van het schrijverschap'.[13] De bedrieglijk eenvoudige eerste zin van het werk legt meteen de mogelijkheden bloot: 'Het is begonnen met dromen.' Daarmee is aangegeven 1) dat de bron van wat volgt in het onderbewuste van de verteller ligt, 2) dat er ergens geen sprake meer van dromen zal zijn, 3) een signaal voor een leeswijze als fictie, namelijk de inzet die in medias res is ('Het is begonnen...'), 4) dat psychologie een rol speelt, vanwege de verwijzing naar Freud ('dromen'), die bovendien zowel de activiteit van het dromen zelf kan aanduiden als de dromen die daarvan het resultaat zijn.[14]

In Huurders en onderhuurders uit 1971 wonen vijf bewoners op verschillende afdelingen van hetzelfde huis en lopen twee perioden door elkaar.

De thriller-achtige roman De wegen der verbeelding uit 1983 brengt vier van zulke wegen samen. Een geheel vergeten dichter uit de jaren 1920 heeft de belangstelling van een journalist opgewekt, die naspeuringen doet en tegelijk werkt aan de opzet van een detectiveroman. Zowel fragmenten van deze synopsis als van het essay over de dichter komen in het boek voor, alsmede de verhalen die een vrachtwagenchauffeur aan diens echtgenote heeft verteld. Bovendien ondergaan de journalist en zijn vrouw in Zuid-Frankrijk allerlei mysterieuze belevenissen. De verbeelding heeft sterke invloed op het alledaagse leven.[15]

In Berichten uit het blauwe huis komen twee zusters die elkaar in geen jaren gezien hebben, samen vanwege de verkoop van hun ouderlije woning. De hieruit voortvloeiende intrige wordt door twee vertellers gerapporteerd: naast een auctoriale verteller die zich in het huis lijkt te bevinden is er een 'wij'-verteller, die het perspectief van de andere bewoners van de villawijk vertegenwoordigt. De combinatie hiervan biedt de lezer een vollediger beeld van de werkelijkheid dan de personages toebedeeld is.[16]

Non-fictie[bewerken]

De non-fictie valt grofweg uiteen in autobiografische essays en herinneringen, en literair-kritische arbeid, waarin doorgaans proza wordt onderzocht op thema's en motieven.

Autobiografische essays[bewerken]

Autobiografische geschriften zijn onder meer Zelfportret als legkaart uit 1954, Persoonsbewijs uit 1967 en Een handvol achtergrond uit 1993.

Beschouwingen over literatuur[bewerken]

De literair-kritische essays, waaronder meerdere beschouwingen over werk van Vestdijk en Hermans. Een gedeelte hiervan is verzameld in Zelfstandig, bijvoeglijk uit 1972 en Lezen achter de letters uit 2000.

Centraal in het werk, zowel in de romans als in het beschouwende proza, is de zoektocht naar een grotere samenhang achter de zich als chaotisch aandienende alledaagse realiteit. Hierdoor heeft het werk vaak het karakter van een zoektocht of puzzel.[17] Dit kan ook worden omschreven als de zoektocht naar de zin van het bestaan. De verwevenheid van de levens der personages brengt vaak ingenieuze literaire constructies met zich mee.[18]

Varia[bewerken]

Als literatuurhistorica manifesteerde ze zich in 1981 met het biografische werk Het licht der schitterige dagen. Het leven van P.C. Hooft. In haar boek Bij de Les = Schoolplaten van Nederlands Indië, over een veertigtal schoolplaten, haalt zij herinneringen uit Indië op.

In het voorjaar van 2007 ontdekte Haasse bij haar thuis oude krantenstukken met een avonturenroman, Sterrenjacht, die ze in 1949 schreef en die in 1950 als feuilleton is verschenen in Het Parool, onder het pseudoniem "C.J. van der Sevensterre". Tot 2007 was niet bekend dat Haasse achter dit pseudoniem schuilging.[19]

Schrijfstijl en thematiek[bewerken]

Kenmerkend voor de schrijfstijl is de helderheid, met een voorkeur voor weergave van de zichtbare realiteit, terwijl de verhaalstructuur vaak complex is met veel gebruik van flashbacks.[20] De speurtocht naar uiteindelijk uitblijvende antwoorden heeft in de loop der jaren steeds meer geleid tot het openbreken van de romanstructuur, waarbij historisch materiaal en aan de verbeelding ontsproten passages elkaar afwisselen. Noch de literatuur, noch de geschiedschrijving kunnen een afgerond verhaal bieden.[21]

Waardering[bewerken]

De literaire status van de auteur is geleidelijk gegroeid. Criticus Kees Fens meent dat de afwezigheid van de Tweede Wereldoorlog in haar werk er aanvankelijk voor zorgde dat het zich niet liet indelen in de literatuur van de jaren vijftig en zo terzijde kwam te staan. Uiteindelijk kwam Haasse boven alle partijen te staan.[22]

Hella Haasse-museum[bewerken]

Hella Haasse heeft een eigen virtueel museum op het internet. Op 5 februari 2008, drie dagen na haar negentigste verjaardag, opende zij het museum tijdens een feestelijke bijeenkomst voor genodigden door via het intikken van een wachtwoord als eerste in te loggen.

Het museum maakt het persoonlijke archief van Haasse openbaar. Naast haar eigen documenten, zoals familiefoto’s, brieven en dagboekaantekeningen, zijn er ook boekfragmenten, interviews en documentaires ondergebracht.

Prijzen en onderscheidingen[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • 1944 - 50 jaar Scheepsbouw (toneelstuk samen met Clinge Doorenbos)
  • 1945 - Stroomversnelling (gedichten)
  • 1947 - Kleren maken de vrouw
  • 1948 - Oeroeg (boekenweekgeschenk, verfilmd in 1993)
  • 1949 - Het woud der verwachting. Het leven van Charles van Orléans (roman)
  • 1950 - Sterrenjacht (feuilleton in Het Parool, onder pseudoniem van C.J. van der Sevensterre[19])
  • 1950 - De verborgen bron (roman)
  • 1952 - De scharlaken stad (roman)
  • 1952 - Klein Reismozaïek, Italiaanse Impressies (reisverslag)
  • 1954 - Zelfportret als legkaart (autobiografie)
  • 1957 - De ingewijden (roman)
  • 1957 - De Vijfde Trede (boek van haar vader voltooid door Hella Haasse)
  • 1959 - Dat weet ik zelf niet (boekenweekgeschenk)
  • 1959 - Een kom water, een test vuur (essays)
  • 1960 - Cider voor arme mensen (roman)
  • 1962 - De meermin (roman)
  • 1963 - Een draad in het donker (toneelstuk)
  • 1963 - De 'Griekse' romans van S. Vestdijk, De Gids, Jaargang 126
  • 1966 - Een nieuwer testament (roman)
  • 1967 - Persoonsbewijs (autobiografie)
  • 1968 - De tuinen van Bomarzo[23]
  • 1970 - Krassen op een rots. Notities bij een reis op Java (essays)
  • 1970 - Tweemaal Vestdijk (essays)
  • 1971 - Huurders en onderhuurders (roman)
  • 1972 - Zelfstandig, bijvoeglijk (essays)
  • 1973 - De Meester van de Neerdaling (verhalen)
  • 1976 - Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven (roman)
  • 1978 - Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter (roman) (in 1995 bewerkt tot vijfdelige televisieserie, en in 1996 werd de serie gemonteerd tot speelfilm)
  • 1981 - De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck (roman)
  • 1983 - De wegen der verbeelding (roman)
  • 1984 - Vandaag schrijven over gisteren (lezing)
  • 1985 - Bladspiegel, een keuze uit de essays
  • 1986 - Berichten van het Blauwe Huis (roman)
  • 1986 - De lage landen en het platte vlak (lezing)
  • 1987 - Kwaliteit, een verkenning (essay)
  • 1988 - Naar haar eigen beeld (lezing)
  • 1989 - Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern (roman)
  • 1991 - De tijd een droom of Henri-René Lenormand en Nederland (lezing)
  • 1992 - Heren van de thee (roman) (in 2009 bewerkt tot toneelstuk door Ger Thijs)
  • 1993 - Een handvol achtergrond. Parang Sawat (autobiografische teksten)
  • 1994 - Transit (boekenweekgeschenk)
  • 1995 - Overeenkomstig en onvergelijkbaar (lezing)
  • 1996 - Toen ik schoolging
  • 1996 - Ogenblikken in Valois (essays)
  • 1996 - Uitgesproken opgeschreven. Essays over achttiende-eeuwse vrouwen, een bosgezicht, verlichte geesten, vorstenlot, satire, de pers en Vestdijks avondrood
  • 1997 - Zwanen schieten (roman)
  • 2000 - Lezen achter de letters (essays)
  • 2000 - Fenrir: een lang weekend in de Ardennen
  • 2002 - Sleuteloog, (roman), winnend boek NS-Publieksprijs 2003
  • 2003 - Het dieptelood van de herinnering (autobiografische teksten)
  • 2004 - Oeroeg - een begin (facsimile-editie ter gelegenheid van de Prijs der Nederlandse Letteren, inclusief het schoolopstel 'De tovervogel')
  • 2005 - Over en weer (verhalen)
  • 2006 - Het tuinhuis (verhalen)
  • 2006 - Een kruik uit Arelate (enkel beschikbaar als podcast[24])
  • 2007 - Sterrenjacht (feuilleton, in 1950 in Het Parool gepubliceerd)[19]
  • 2007 - De handboog der verbeelding / Arjan Peters in gesprek met Hella S. Haasse (interviews)
  • 2008 - Uitzicht (essays, portretten en beschouwingen)
  • 2011 - Lidah boeaja (reeks Literaire Juweeltjes)
  • 2012 - Maanlicht
  • 2016 - Irundina (postuum uitgegeven, met illustraties van Sylvia Weve; in 1984 al in een verzamelbundel gepubliceerd)

Externe links[bewerken]

Over Hella Haasse[bewerken]

  • Margot Dijkgraaf: 'Hella Serafina Haasse (Levensbericht)'. In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 2012-2013, pag. 62-77

Literatuur[bewerken]

Haasse, Hella S., Oeroeg, Em. Querido's Uitgeverij, 2009. ISBN 9021437252.

Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Hella Haasse.

Bronnen[bewerken]

  • Blok, W. e.a. (1985). 'Hella Haasse.' G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985, p. 243-244
  • Bork, G.J. van (2003). 'Hella S. Haasse.' Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I), online.
  • Dautzenberg, J.A. (1989). Nederlandse literatuur: geschiedenis, bloemlezing en theorie. Voor bovenbouw HAVO en VWO. Vijfde oplage 1993. Den Bosch: Malmberg. ISBN 9020802658
  • Diepstraten, Johan (1984). Hella S. Haasse. Een interview. Met een bibliografie van de werken van Hella S. Haasse samengesteld door Charlotte de Cloet, en een bibliografie van de secundaire literatuur door Aloys van den Berk. 's-Gravenhage: Uitgeverij BZZTôH. ISBN 9062911625
  • Fens, Kees (1997). Doorluchtig glas. Vijftig jaar P.C. Hooft-prijs. Den Haag en Amsterdam: Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde en Em. Querido's Uitgeverij B.V. ISBN 9021462370
  • Oversteegen, J.J (1973). 'Hella S. Haasse: Wat heb ik met x te maken?' Kees Fens, H.U. Jessurun d'Oliveira en J.J. Oversteegen (red.), Literair Lustrum 2. Een overzicht van vijf jaar Nederlandse literatuur 1966-1971. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, p. 151-164.