ANV-Visser Neerlandia-prijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De ANV-Visser Neerlandia-prijs is een prijs, ingesteld in 1958 door het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV). In feite gaat het om jaarlijks toegekende prijzen in verschillende disciplines.

Deze prijs wordt toegekend door gespecialiseerde jury's van het ANV en wordt gefinancierd door het Visser-Neerlandiafonds. Dit fonds is gevormd uit de nalatenschap van mr. Herman Visser, filosoof en jurist. Mr. Visser stierf in 1943; hij wilde de toenmalige bezetter niet de gelegenheid geven over zijn leven te beschikken. De helft van zijn vermogen heeft hij aan het ANV nagelaten. Uit de opbrengst daarvan kunnen onder bepaalde voorwaarden gelden ter beschikking worden gesteld in de vorm van prijzen, waaronder culturele prijzen en welzijnsprijzen.

Grote Visser-Neerlandiaprijs voor Nederlands-Vlaamse samenwerking[bewerken]

Deze zgn. Nobelprijs bedraagt 25.000€ en wordt voor het eerst uitgereikt in 2016.

Gelauwerden voor drama[bewerken]

Sinds 1976 organiseert het ANV elke twee jaar een wedstrijd voor drama. Deze ANV-Visser Neerlandia-prijs Drama wordt afwisselend toegekend aan toneelschrijvers en schrijvers van hoor- en televisiespelen. Sedert 2012 komen ook scenario´s in aanmerking voor de prijs.

Cultuur, welzijn, persoonlijke verdienste[bewerken]

Een prijs uit het fonds van mr. Visser kan ook uitgereikt worden in een van deze drie categorieën.

  • Cultuur: Voorgedragen kunnen worden personen en organisaties.

De culturele prijzen beogen het belonen van het bevorderen van geestelijk welzijn in de zin van kunst en (volks)cultuurbeleving in de ruimste zin van het woord. Hierbij moet gedacht worden aan:

    • het stimuleren van de individualiteit van de afzonderlijke persoon in het belang van de gemeenschap;
    • het stimuleren van geestelijk leven en cultuurbeleving in het algemeen;
    • het stimuleren van behoud en ontplooiing van de Nederlandse taal en cultuur;
    • het stimuleren van culturele integratie van Nederlandstaligen en het stimuleren van grensoverschrijdende samenwerking.

Ook beloond kunnen worden initiatieven ten aanzien van nieuwe Nederlandstaligen:

    • hoe krijgen zij gevoel voor het Nederlandse cultuurgoed en hoe kunnen zij ons hun culturele erfgoed presenteren.
  • Welzijn: Voorgedragen kunnen worden personen en organisaties.

Beloond kunnen worden onderzoek en praktische werkzaamheden die verricht worden ten behoeve van het lichamelijk en geestelijk welzijn. Het bevorderen van welzijn wordt opgevat als het verlichten van lichamelijke en/of geestelijke nood. Ook beloond kunnen worden activiteiten die de maatschappelijke positie van groepen mensen sterker maakt.

  • Persoonlijke verdienste: In deze categorie komen in aanmerking individuele jongeren, groepen, klassen en scholen. Dit is dus een beloning van personen die zich belangeloos voor hun medemens of voor de samenleving verdienstelijk hebben gemaakt. Deze verdienste stijgt uit boven wat van hen normalerwijze in hun positie verwacht mag worden.

Nb. In 1968 en 1991 ontving ook Phil Bosmans deze Visser Neerlandiaprijs. Deze vermelding is echter niet opgenomen in dit overzicht.

Gelauwerden voor cultuur[bewerken]

Gelauwerden voor muziek[bewerken]

  • 2012 - Sigiswald Kuijken, voor zijn pioniersrol voor de oorspronkelijke uitvoeringspraktijk van de Franse barokmuziek.
  • 2011 - Luc Rombouts, voor zijn boek Zingend Brons: 500 jaar beiaardmuziek in de Lage Landen en de Nieuwe Wereld.
  • 2011 - Nicole Janssen en Frits Zwart van het Nederlands Muziek Instituut, Den Haag, voor het online-project De tweede wereldoorlog in de Nederlandse muziek.
  • 2011 - Luc Famaey, voor zijn promotie van de muziek van Vlaamse componisten via zijn platenlabel Phaedra, en meer bepaald de reeks In Flanders' fields.
  • 2010 - Geert D'hollander, Brugge, voor zijn beiaardcompositie Ciacona, gecomponeerd n.a.v. het 500-jarig bestaan van de beiaard.
  • 2005 - Fernand Bernauw, Patrick Bernauw, en Luc Borms, voor de musical Scharpenelle.
  • 2003 - André Laporte, Ottenburg (Huldenberg), voor de kwaliteit van zijn gehele oeuvre.
  • 2003 - Jeff Hamburg, Amsterdam, voor de kwaliteit van zijn gehele oeuvre.
  • 2000 - Robert Heppener, Vijlen, voor de kwaliteit van zijn gehele oeuvre als componist en zijn inzet voor de hedendaagse muziek.
  • 1999 - Peter-Jan Wagemans, Dordrecht, voor de kwaliteit van zijn gehele oeuvre als componist en zijn inzet voor de hedendaagse muziek.
  • 1999 - Lucien Goethals, voor de kwaliteit van zijn gehele oeuvre als componist en zijn inzet voor de hedendaagse muziek.
  • 1999 - Roland Coryn, Harelbeke, voor zijn inzet en zijn totale oeuvre als componist.
  • 1995 - Vic Nees, Mechelen, voor zijn totale oeuvre als componist, en zijn inzet voor de verspreiding van Vlaamse en Nederlandse muziek.
  • 1975 - Willem Strietman, Hilversum, voor zijn liederencyclus Sombra del ensueno.
  • 1973 - Louis de Meester, Gent, voor Concertino voor 2 strijkorkesten.
  • 1973 - Piet Ketting, Rotterdam, voor Vier gedichten van Martinus Nijhoff voor één zangstem en 15 instrumenten.
  • 1971 - Rudolf Escher, Amsterdam, voor Quintetto a fiati.
  • 1970 - Renier van der Velden, Antwerpen, voor Symfonietta voor orkest.
  • 1970 - Louis de Meester, Gent, voor Marine voor symfonieorkest.
  • 1970 - Jan Louël, Brussel, voor suite voor fluit, cello, vibrafoon en harp.
  • 1970 - Victor Legley, Brussel, voor Musique opus 68 voor twee piano's.
  • 1970 - Willem Kersters, Bokrijk-Genk, voor de Vierde symfonie.
  • 1970 - Marinus de Jong, Kapellenbos, voor Canciones Mexicanes.
  • 1970 - Karel Goeyvaerts, Brussel, voor Parcours voor snaren.
  • 1970 - Albert Delvaux, Sint-Niklaas, voor Concerto voor blazers en kamerorkest.
  • 1969 - Ton de Leeuw, Hilversum, voor Haiku voor sopraan en orkest.
  • 1969 - Ton de Kruyf, Neckarsteinach (Duitsland), voor drie fragmenten uit De blinde Zwemmer voor jeugdkoor en instrumenten.
  • 1969 - Hans Henkemans, Bergen, voor Elégies voor 4 fluiten en orkest.
  • 1969 - Rudolf Escher, Amsterdam, voor Blaaskwintet.
  • 1969 - Jan van Dijk, Tilburg, voor Jardin Public voor fluit en orkest.
  • 1969 - Jo van den Booren, 's-Hertogenbosch, voor Estremi voor hobo en strijkers.
  • 1967 - Mr. Rob du Bois, Haarlem, voor een Compositie voor 2 violen.
  • 1967 - Willem Frederik Bon, Amsterdam, voor een Blaaskwintet.
  • 1964 - Paul Christiaan van Westering, Bloemendaal, voor muziek voor kinderliedjes.
  • 1964 - Karel Trouw, Amsterdam, voor Matière (Stof), muziek op een liederencyclus.
  • 1964 - Bernard Renooij, Den Haag, voor Sinfonia voor jeugdorkest.
  • 1964 - Arthur Meulemans, Brussel, voor Conceerto no. 3 voor piano met orkest.
  • 1964 - Tera de Marez Oyens, Hilversum, voor muziek op een liederencyclus.
  • 1964 - Bram Hijmans, Bilthoven, voor Ouverture voor schoolorkest.
  • 1964 - Hans Henkemans, Bergen, voor Sonata voor piano forte.
  • 1964 - Gerard Hengeveld, Amsterdam, voor concert voor piano en orkest.
  • 1964 - Jaap Geraedts, Den Haag, voor Zeven essays voor piano.
  • 1964 - Wil Eisma, Hilversum, voor Sonatine voor fluitsolo.
  • 1964 - Carel Brons, Hilversum, voor Serenata voor fluitsolo
  • 1964 - Ria Bos-Zoetmulder, Den Haag, voor muziek bij kinderliedjes.
  • 1964 - Mr. Rob du Bois, Haarlem, voor muziek voor altblokfluit.
  • 1962 - Ary Verhaar, Den Haag, voor zijn strijkkwartet Vivos voco
  • 1962 - Oscar van Hemel, Hilversum voor zijn Zesde strijkkwartet
  • 1961 - Alexander Voormolen, Den Haag, voor onder andere Three songs on British verse
  • 1961 - Herman Strategier, Utrecht, voor onder andere het oratorium Utrechtse Psalm
  • 1961 - Jan Mul, Haarlem, voor onder andere Missa Canonica
  • 1961 - Guillaume Landré, Amstelveen, voor zijn symfonisch werk.
  • 1961 - Marius Flothuis, Amsterdam voor Capriccio voor strijkorkest.
  • 1961 - Rudolf Escher voor Nostalgies, een liederencyclus.
  • 1961 - Saar Bessum, Rotterdam, voor haar jeugdopera De nieuwe kleren van de keizer.
  • 1960 - Ary Verhaar, Den Haag, voor Drie sonates voor piano, opus B
  • 1960 - Léon Orthel, Den Haag, voor Tweede symphonie, opus 18
  • 1960 - Hans Kox, Apeldoorn, voor Eerste Symphonie"
  • 1960 - Dr. Anthon van der Horst, Hilversum, voor Te Deum - 1945
  • 1960 - Jan van Dijk, Lekkerkerk, voor Concertino nr. 1 voor piano en orkest
  • 1959 - René Peeters, Eisden, voor zijn beiaardcompositie Sarabande met variaties
  • 1959 - Bertha Tidema-Wijers, Almelo, voor haar Kleine Suite voor beiaard
  • 1959 - Willem Vogel, Amsterdam, voor twee beiaardcomposities
  • 1959 - Antoon Verlie, Eigen Brakel, voor de beiaardcompositie Sonatine
  • 1959 - Harold C. King, Amsterdam, voor de beiaardcompositie Suite klokmuziek
  • 1959 - Gerard Boedijn, Hoorn, voor zijn beiaardcomposities
  • 1959 - Jacques Reuland, Almelo, voor de compositie Het woord
  • 1959 - Oscar van Hemel, Hilversum, voor de cantate Maria Magdalena
  • 1959 - Ernest Willem Mulder, Amsterdam, voor de compositie Vijf geestelijke motetten
  • 1958 - Jaap Geraedts, Den Haag, voor zijn blaaskwintet Kleine watermuziek
  • 1958 - Hugo Godron, Bussum, voor zijn Sonate voor twee violen en piano
  • 1957 - Jan Masséus voor de compositie Gezelle-cyclus
  • 1957 - Alexander Voormolen voor het orkestwerk Eline
  • 1956 - Vereniging voor Oude Nederlandse Muziek (VONEM), Den Haag, voor het uitgeven van het werk van Willem de Fesch

Gelauwerden voor welzijn[bewerken]

Gelauwerden voor persoonlijke verdienste[bewerken]

  • 2015 - Wilfried Westerlinck voor zijn jarenlange inzet en doorzettingsvermogen om collega-componisten, uitvoerders en jonge ensembles een waardige plaats te geven op het concertpodium.
  • 2015 - Anne Van Raemdonck omdat zij sinds 1986 als docent neerlandistiek aan de universiteit van Barcelona en in Zuid-Europa de neerlandistiek heeft verdedigd.
  • 2010 - Helen en Tijmen Knecht-Drenth, voor hun inzet voor de bevordering van de kunstbeleving in de samenleving.
  • 2010 - Professor Jan Goossens, Genk, hoogleraar in de Nederlandse historische taalkunde, dialectologie en middeleeuwse literatuur te Leuven en Münster, voor zijn toonaangevend wetenschappelijk werk voor het Nederlands en het Limburgs, ook op Europees niveau.
  • 2009 - Professor Jerzy Koch, docent Nederlands en Afrikaans, Polen, voor zijn inzet voor onze cultuur in het buitenland.
  • 2009 - Kees Holierhoek, Delft, voor zijn inzet voor de belangenbehartiging van drama- en scenarioschrijvers en andere auteurs in Nederland.
  • 2005 - Prof. em. dr. Eric Ponette, Herent-Winksele, voor actieve inzet met wetenschappelijk gezag voor Nederlands cultuur
  • 2004 - Dr. J.G.C.A. Briels, Tilburg, voor grondig archiefonderzoek over de Zuid-Nederlands emigratie van de zestiende eeuw.
  • 2004 - Dr. Michiel van Kempen, Flawinne, voor studies over Surinamistiek, die bijdroegen tot de kwaliteitsverbetering van de literaire productie in Suriname
  • 2002 - Dr. A.H. Loor, Paramaribo, voor Surinaamse geschiedschrijving en onderwijs
  • 2002 - Richard Celis, Antwerpen, voor culturele verdiensten, en inzet voor de jaarlijkse elfdaagse Vlaanderen-Europa
  • 2001 - E.H. Albert Boone S.J., Brussel, voor zijn standaardwerk Het Vlaamse volkslied in Europa.
  • 2000 - E.H. Dr. Cyriel Moeyaert, Watou, voor jarenlange inzet voor het Nederlands, ook in Frans-Vlaanderen
  • 1999 - Piet Blomme, Deinze, voor zijn inzet voor het Nederlands in de Belgische rechtspraktijk
  • 1999 - Frans Debrabandere, Brugge, voor jarenlange inzet voor het Nederlands
  • 1999 - Zuster Leontine, Brussel, voor haar ijver voor de palliatieve zorg in Vlaanderen
  • 1997 - E.P. Johan Leman, Brussel, voor zijn strijd voor verdraagzaamheid en gelijke kansen, en tegen het racisme
  • 1997 - Dr. Paul De Ridder, Brussel, voor verdiensten voor welzijnswerk, het Nederlands, en het herstel van het sociale weefsel in Brussel
  • 1997 - J.B. Voet, Oostzaan, voor zijn initiatief voor de amateur-sterrenwacht aldaar
  • 1996 - J.P. Giesen, Meersen, voor grote culturele verdiensten in Limburg en (inter)nationaal
  • 1996 - Liesbeth List en Robert Long voor vele verdiensten voor het Nederlandstalig lied
  • 1996 - Frits Niessen, Raamsdonk, voor Nederlandse culturele- en taalverdiensten
  • 1995 - Willem Vermandere, Steenkerke, voor zijn artistieke bijdrage tot een harmonieuze samenleving, en een volwaardige Noord-Zuid-integratie
  • 1993 - Frater J. Bossaert, Nijmegen, voor zijn jarenlange leiding van de Westerhelling, het trefpunt voor alle kunstliefhebbers.
  • 1991 - Phil Bosmans, Antwerpen, voor zijn welzijnswerk in Vlaanderen en de Bond zonder Naam
  • 1991 - G. Kolder-de Graaf, Landsmeer, voor 35 jaar lokaal jeugd- en jongerenwerk
  • 1991 - G. Looyen, Mülheim-Ruhr (Duitsland) voor meer dan 40 jaar inzet voor Nederlanders in Duitsland
  • 1990 - T.M. Saal-Zuurveen, Winsum, voor haar initiatief en inspanningen voor een museum voor het kinderboek
  • 1990 - Echtpaar A. Doornbosch, Hilversum, voor 30 jaar produceren van het radioprogramma Onder de Groene Linde (oude volksliedjes)
  • 1989 - L.M.H. Boon-Van Zele, Den Haag, voor het blad Moesson, een unicum in de Nederlands-Indische gemeenschap.
  • 1989 - H. Combecher, Kerkrade, voor zijn werk voor het Nederlands in Duitsland
  • 1989 - L. Davids, Antwerpen, voor zijn werk voor het Nederlands binnen de Joodse gemeenschap.
  • 1988 - Prof. dr. K.R.G. Worgt, Leipzig (Duitsland) voor zijn bijzondere verdiensten voor de Nederlandse gemeenschap
  • 1987 - E.H.Jean-Pierre Goetghebuer, Zwijnaarde, voor zijn inzet voor de gehandicapte medemens
  • 1986 - J.L. Heldring, Leidschendam, voor verdiensten voor de Nederlandse taal en cultuur
  • 1986 - J. Kempen, Wachtberg-Pech (Duitsland) voor zijn inzet voor het vak Nederlands in de Duitse scholen
  • 1984 - Ida Vos-van der Bos, Pesse, voor verdiensten ten behoeve van het gehandicapte kind
  • 1981 - Echtpaar Van den Brekel, Hoensbroek, voor hun inzet voor de medische nood in Malawi
  • 1981 - Maurits van Haegendoren, Heverlee, voor zijn ijver voor de samenwerking van Noord en Zuid.
  • 1981 - L. 't Hart-Godlieb, Pieterburen, voor de bescherming van de bedreigde zeehonden
  • 1981 - Zuster E. van den Mast, Den Haag, voor hulpverlening aan mensen uit alle sociale lagen
  • 1981 - Clem De Ridder, ere-voorzitter van het Davidsfonds, Heverlee, voor zijn inspanningen voor de Vlaamse gemeenschap
  • 1979 - Alfred Mozer, Hoog-Keppel, voor zijn bijdrage voor een beter begrip in een Verenigd Europa
  • 1979 - T.A.van Kooten, Amsterdam, voor een doorgedreven studie onder zeer moeilijke omstandigheden
  • 1979 - J.M. Jonkers-van de Kragt, Amsterdam, voor haar streven voor gezinsvervangende verzorging van gehandicapten buiten inrichtingen
  • 1979 - C. Taccoen, Bailleul, en Jacques Fermaut, Bierne par Bergues (Frankrijk),voor hun in stand houden van en getuigen voor hun culturele Nederlandse identiteit in Frans-Vlaanderen.
  • 1977 - Echtpaar Hekman-Damstra, Velsen, voor hun belangeloos werk voor de mens in nood.
  • 1977 - J.J. Dondorp, Hilversum, voor zijn toewijding aan geestelijk gehandicapte kinderen en hun ouders
  • 1977 - Drs. Jozef Van Overstraeten, stichter-ere-voorzitter van de VTB-VAB, Aalst, voor zijn strijd voor de Vlaamse beweging, en de Nederlandse integratie
  • 1977 - G. Spittael, Eeklo, voor het bevorderen van wereldvrede en verzoening
  • 1975 - I. Alten, Amsterdam, voor haar inzet voor de kinderbescherming
  • 1975 - Bert Garthoff, Loosdrecht, voor het verbreiden van kennis en liefde voor de levende natuur
  • 1975 - Emiel Van Hemeldonck, auteur, Vosselaar, voor zijn aandeel in de culturele integratie van Noord en Zuid, in het bijzonder in de Kempen.
  • 1975 - Ton Koot, Amsterdam, voor zijn strijd voor het behoud van steden- en landschapsschoon.
  • 1975 - Nico Wijnen, Den Haag, voor zijn inzet voor volkshogescholen, universiteiten, en culturele integratie
  • 1973 - P. Buyse, Edingen, voor zijn werk voor een goed taalgebruik, vooral bij de overheidsadministratie
  • 1973 - J. Jungerman, Wezep, voor zijn hulp aan de invalide medemens
  • 1973 - Nellie Kwakman, Volendam, voor de wijze waarop zij als jonge wees voor haar broertjes en zusjes zorgde
  • 1973 - C.J.M. Pijnacker-Kirch, Amsterdam, voor haar belangeloze inzet voor de bejaarden in een oude Amsterdamse wijk.
  • 1973 - Dr. H.G.W. van der Wielen, Bakkeveen, voor zijn werk als grondlegger van de Nederlandse volkshogescholen, en zijn verdiensten in Friesland.
  • 1973 - L. Wigmore, Rotterdam, voor zijn sociale hulpverlening aan de jeugd
  • 1971 - E. den Doolaard, Hoenderloo, voor haar hulp aan verlaten kinderen in Zuid-Korea.
  • 1971 - N. Huisman-van Rijsoort, Gouda, voor haar inzet voor de Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting
  • 1971 - G. van der Most, arts, Ottersum, voor zijn baanbrekend werk ten bate van het zwakzinnige kind.
  • 1971 - A.J.H. Verberkt, Bakel, voor doorzettingsvermogen in moeilijk e omstandigheden, en groot sociaal gevoel.
  • 1971 - Zuster L. Westerveld, Rotterdam, voor buitengewone verdiensten als verpleegster
  • 1970 - Jozef Deleu, Rekkem, stichter-hoofdredacteur Ons Erfdeel voor bevordering van de geestelijke volkskracht.
  • 1970 - E. Dolieslager-Mens, Heemstede, voor onbaatzuchtig gezinswerk gedurende vele jaren.
  • 1970 - Echtpaar Hettinga-ter Schure, Blesdijke, voor hulp aan ouderloos gezin van zes jongens.
  • 1970 - E. Flipse, Rozendaal, P.W.J. de Groot, Den Haag, J. de Korte, Meliskerke, P. Oosterveld, Zeist, voor doorzettingsvermogen tijdens de Nederlandse Spitsbergen Expeditie 1968-1969.
  • 1970 - E.A. Stoop, Rotterdam, voor jarenlange hulp aan de lijdende medemens
  • 1970 - Tilly Talboom-Smits, Den Haag, voor de behartiging van de belangen gedurende 40 jaar van het door haar opgerichte Hofstads Jeugdorkest
  • 1970 - Dr. J. Schappert-Kimmijser, Den Haag, voor haar strijd ter voorkoming van de blindheid van de medemens.
  • 1969 - N.A.M. van der Heiden, Spijkenisse, en G. Vandermeulen, Hakendover, voor goed karakter en doorzettingsvermogen
  • 1968 - Jules de Corte, zanger, Delft, voor zijn belangeloos optreden voor gehandicapten
  • 1968 - P.J. van Eil, Chaam, voor 40 jaar dienstbaarheid voor zijn dorpsgenoten.
  • 1968 - G.J. Simons, Den Haag, voor zijn stille hulp aan medemensen.
  • 1968 - A. Veldkamp-van der Linden, Aalst, voor wat zij deed voor haar dorpsgenoten in Nuenen.
  • 1968 - J.W.M. Govers, Reek bij Grave, voor het op 17-jarige leeftijd, na de dood van haar vader, op zich nemen van het beheer over zijn bedrijf, waardoor broertjes en zusjes konden studeren.
  • 1967 - Flor Barbry, oprichter van het Frans-Vlaams Volkstoneel, Westouter, en F. Bijnens, Koksijde, voor de instandhouding van de Nederlandse cultuur in Frans-Vlaanderen.
  • 1967 - W. Jacob, Gent, en F. Perdieus, Leuven, voor doorzettingsvermogen onder moeilijke omstandigheden.
  • 1967 - C.J. Tilroe, Middelberg, voor zijn goede karakter
  • 1967 - G.J. van der Werven-van Uitert, Apeldoorn, voor onbaatzuchtig werk ten bate van geestelijk gehandicapte medemensen.
  • 1966 - R. Carpels, UItkerke bij Blankenberge, voor haar mooi karakter
  • 1966 - C. Chaillet-Pieren, Den Haag, voor wat zij voor blinden deed en doet.
  • 1966 - F. Groos, Rijswijk, voor zijn inzet voor invalide autorijders
  • 1966 - C.L.C. Snauwaert, Kortrijk, voor zijn inzet voor doofstommen
  • 1965 - F. Boomkamp, Enschede, voor getoonde hulpvaardigheid
  • 1965 - Wim Decoodt, St Amandsberg bij Gent, voor doorzettingsvermogen onder moeilijke omstandigheden, en inzet voor anderen
  • 1965 - H. Heitkamp, Enschede, voor doorzettingsvermogen onder moeilijke omstandigheden, en goede invloed op klasgenoten
  • 1965 - S.M.H. van Hooff-van Dijck, Roptterdam, voor hulp aan debiele kinderen en hun ouders, maar ook aan kinderen uit woonwagenkampen
  • 1965 - Rudolf Korver, Amsterdam, voor getoonde hulpvaardigheid
  • 1965 - Pastoor G. Vandendriessche, Abeele, en René Victoor, Kapelle, beiden uit Frans-Vlaanderen, en Luc Verbeke, secretaris van het Komitee voor Frans-Vlaanderen, Waregem, voor alles wat zij deden, ondanks tegenslagen, voor het onderwijs in de Nederlands taal in Frans-Vlaanderen.
  • 1964 - Doba Silbiger, Den Haag, en Hélène Wilkes, Rotterdam, voor wat zij in haar huiselijke kring deden onder moeilijke omstandigheden
  • 1964 - J.W. Muller, Enschede, voor wat zij als onderwijzeres deed voor blinde kinderen
  • 1964 - K. Andrea, Den Haag, voor zijn inzet om zieken en gevangenen te helpen met teken- en schilderlessen
  • 1964 - A. de Bruijn, Den Haag, en M. Van Gunsteren, Wassenaar, voor haar doorzettingsvermogen iets voor anderen te zijn, vak onder moeilijke omstandigheden
  • 1964 - Dr. C. Wouters, Redfern NSW, (Australië) voor inzet voor het uitdragen van de Nederlandse taal en cultuur in Australië
  • 1964 - De heer en mevrouw Hendrickx, St. Katelijne-Waver, voor hulp aan buitenlandse kinderen tijdens hun vakantieverblijf in België
  • 1963 - J.M.F. Bloemkolk, Utrecht, M.P. Camps, Venlo, P. Kneppers, Haarlem, P. Koning, Schalkhaar, Bert Prinsen, Arnhem, Guido Roscam, Gent, M. Wagemans, Borgerhout-Antwerpen, voor de door hen getoonde wilskracht onder moeilijke omstandigheden
  • 1963 - Majoor zuster A.M. Bosshardt, Amsterdam, voor haar dienstvaardigheid jegens medemensen
  • 1963 - H.H. Kraan, Rotterdam, voor de bevordering van het maatschappelijk werk, en de ontwikkeling van opvoedingsinstellingen aldaar
  • 1963 - Dr. A.J. Portengen, Den Haag, voor haar bevordering van het internationaal jeugdverkeer in de laatste 40 jaar
  • 1963 - M. Reckman, Naarden, voor zijn voortreffelijk en veelzijdig werk, ten behoeve van zijn medemens
  • 1963 - E.A.O. Reteig, AMsterdam, voor zijn inzet voor de heilgymnastiek en massage voor zuigelingen in Nederland
  • 1963 - M.A.P. Saeys, Den Haag, voor haar belangeloze hulp aan lastige kinderen bij hun huiswerk
  • 1963 - Dr. F.B. Venema, Enschede, voor zijn uitstekende werk als geneesheer-directeur van de Stichting Revalidatiecentrum "Overijssel" te Enschede
  • 1962 - Margaretha Glänzer, Rotterdam, voor haar wilskracht onder moeilijke omstandigheden gedurende haar schooltijd
  • 1962 - M. Graafstal-van der Steur, Haarlem, voor haar menslievende inzet voor verweesde en hulpbehoevende kinderen in Indonesië, als voortzetting van haar vroeger werk aldaar
  • 1962 - B.N. van den Hengel, Shiraz (Iran), voor zijn wilskrachtige liefde voor gebrekkige medemensen, en het verschaffen van prothesen
  • 1962 - G. de Leeuw, Enschede, voor zijn werk in het Revalidatiecentrum "Overijssel" ten behoeve van ontwikkeling en recreatie van medepatiënten
  • 1962 - A. Ramakers-Huzemeyer, Haarlem, voor haar liefdewerk aan oude en eenzame mensen
  • 1962 - D. Renard, Brasschaat, voor zijn dienstvaardigheid tegenover hulpbehoevenden en ouden van dagen
  • 1962 - J. Renard, Brasschaat, voor zijn toewijding als scoutsleider van gebrekkige verkenners
  • 1962 - L. Spelberg-Stokmans, Hilversum, voor haar liefdewerk aan zieken door haar actie "Vreugde Centrale"
  • 1962 - G. Wijsmuller-Meyer, Amsterdam, voor haar inzet voor en rijdens de bezetting ten bate van duizenden Joodse kinderen
  • 1962 - H.A.G. Zoete, Utrecht, voor de totstandkoming van een school voor gebrekkige kinderen aldaar
  • 1961 - Prof. dr. D. Durrer, Amsterdam, voor zijn werk voor het cardiologisch onderzoek
  • 1961 - Dr. J.Th.R. Schreuder, Hilversum, voor zijn werk in de afdeling "Revalidatie en Geriatrie" in het ziekenhuis "Zonnestraal" aldaar
  • 1960 - Johan Bodegraven, Hilversum, voor zijn inzet voor de door de NCRV gevoerde caritatieve acties
  • 1960 - Dr. A.F.J. Portielje, Amsterdam, voor studie en voordrachten over de dierenwereld
  • 1960 - Prof. dr. ir. H. Mol, en dr. ir. Willem van der Poel voor ontwikkelen en verbeteren van een telefoontoestel voor hen die doof en blind zijn
  • 1960 - Prof. dr . ir. J.G. van Staveren, Arnhem, voor zijn werk voor de koppeling van het Nederlandse elektriciteitsnet
  • 1960 - E. Strelitskie, Delft, voor het in ontwikkeling brengen van het beste in de mens
  • 1960 - H. Bergman, Sassenheim, voor doorzettingsvermogen onder moeilijke omstandigheden
  • 1960 - C. Batenburg, mej. J. Keyzer, L. Koning, J. Pit, J. Verbeek, allen uit Sassenheim, en H. den Butter, Abbenes, voor hun lofwaardig hulpbetoon aan en medeklasgenoot gedurende vier schooljaren.
  • 1957 - J.M.J. Korpershoek, Den Haag, voor zijn strijd voor de lichamelijke opvoeding in Nederland
  • 1957 - H.E. Beekenkamp, voor betoond goed gedrag, karakter en volharding onder moeilijke omstandigheden

Externe link[bewerken]