Indri (aap)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Indri
IUCN-status: Bedreigd[1] (2008)
Indri Indri.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Primates (Primaten)
Familie: Indriidae (Indriachtigen)
Geslacht: Indri
É. Geoffroy & G. Cuvier,, 1798
Soort
Indri indri
(Gmelin, 1788)
Afbeeldingen Indri op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Indri op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De indri of babakoto (Indri indri) is de grootste nog levende halfaap. Hij komt enkel voor in het noordoosten van Madagaskar.

Kenmerken[bewerken]

De indri wordt 61 tot 90 centimeter lang en 6 tot 10 kilogram zwaar. De lemuur heeft een bijzonder kleine staart, slechts 2,5 tot 6,4 centimeter lang. De indri heeft een dichte, lange, bontgekleurde vacht. De vachtkleur is wit, afgewisseld met zwarte, grijze en bruine vlekken. De hoeveelheid zwart verschilt per individu: sommige dieren zijn bijna geheel wit, bij andere overheerst de zwarte kleur. De kop, oren, schouders, armen en rug zijn meestal geheel of gedeeltelijk zwart. Ook de huid is zwart van kleur. Het gezicht is naakt. De indri heeft grote ogen en een korte snuit. De oren zijn duidelijker zichtbaar dan bij de verwante sifaka's.

Leefwijze[bewerken]

De indri is een boombewonend dagdier. Meestal bevindt hij zich hoog in de bomen, zo 2 tot 40 meter van de grond. Hij beweegt zich naar andere bomen door een krachtige sprong te maken naar stammen en verticaal lopende takken. Op de grond maken ze zijwaartse sprongen, waarbij ze hun armen boven het hoofd houden. Indri's eten voornamelijk bladeren, maar ook vruchten, zaden en bloemen.

Indri's leven in familiegroepen van 2 tot 5 dieren, voornamelijk bestaande uit een paartje en hun jongen. Het vrouwtje is dominant over het mannetje: zij heeft voorrang bij het eten, slaapt apart van de mannetjes en leidt de groep bij verkenningstochten. Het mannetje verdedigt het territorium en bakent deze af. Vaak laten meerdere leden van een groep een melodieuze roep horen, die meer dan 2 kilometer ver te horen is en tot 240 seconden lang kan duren. De zang bestaat uit een serie van schreeuwen en huilen. Waarschijnlijk dient deze roep, net als bij gibbons, om contact te houden met groepsleden en om andere groepen te wijzen op hun aanwezigheid.

Geluidsopname[bewerken]

Geluidsopname van de Indri

Voortplanting[bewerken]

Iedere twee à drie jaar krijgt een vrouwtje één enkel jong, na een draagtijd van 137 dagen. De eerste maanden wordt het jong op de buik gedragen, waarna het verhuist naar de rug, waar het blijft totdat het een maand of acht oud is. De zoogtijd duurt 180 dagen. De dieren zijn na zeven tot negen jaar volgroeid.

Verspreiding[bewerken]

Indri's komen voor in het kust- en bergregenwoud van Noordoost-Madagaskar, tot op 1800 meter hoogte. Vroeger strekte zijn leefgebied zich verder naar het westen uit.

Bronnen, noten en/of referenties