Internationaal Energieagentschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lidstaten van het Internationaal Energieagentschap

De afkorting IEA staat voor International Energy Agency (Nederlands: Internationaal Energieagentschap). Deze in Parijs gevestigde intergouvernementele organisatie bestaat uit 29, voornamelijk westerse, landen. Het IEA is opgericht in 1973. Zijn rol is om problemen te coördineren in tijden van een tekort aan olie. Het IEA adviseert de aangesloten landen, maar onderhoudt ook contacten met andere landen, zoals Rusland, China en India. Sinds On 1 september 2015 is de Turkse econoom Fatih Birol directeur van het agentschap.

De IEA-landen hebben afgesproken om ieder een strategische voorraad aardolieproducten aan te houden, genoeg voor 90 dagen verbruik. In Nederland wordt dit geregeld door de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten.

De laatste decennia is echter de energiemarkt veranderd, dus ook het IEA. Het agentschap richt zich nog steeds op de oliecrisis, mocht deze er komen, maar nu ook vooral op bredere fronten, zoals de klimaatverandering, energiebronnen en dataverwerking.

Het IEA bestaat uit 190 energie-experts en statistici uit alle 29 landen. Ze hebben een kantoor voor elk van de volgende genoemde onderwerpen:

  • Energiestatistieken
  • Samenwerking met niet-IEA landen
  • Energietechnologie en onderzoek
  • De oliemarkt en noodvooruitzichten
  • Langetermijnsamenwerking en energie-analyses.

Deelnemende landen[bewerken]

De deelnemende landen zijn: Australië, België, Canada, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Luxemburg, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zuid-Korea, Zweden en Zwitserland.

Terminologie in energiestatistiek[bewerken]

Primaire energie is direct gewonnen uit natuurlijke bronnen, niet geraffineerd of geconverteerd.

De bepaling van primaire energie volgt bepaalde regels[1] die gericht zijn op eenvoudige meetbaarheid en vergelijkbaarheid van energie soorten.

  • Fossiel: gebaseerd op netto calorische waarde.
  • Nucleair: warmte geproduceerd door kernreacties, 3 maal de elektrische energie, gebaseerd op 33% rendement van kerncentrales. Deze productie wordt toegerekend aan het land waar de kerncentrales staan. Dat is vaak niet het land waar het uraniumerts gedolven is.
  • Duurzaam: biomassa gebaseerd op netto calorische waarde. Elektriciteit geproduceerd met waterkracht, windturbines en zonnepanelen. Geothermische warmte die in centrales gebruikt wordt, 10 maal de opgewekte elektriciteit, gebaseerd op 10% rendement.

De stromingsenergie van water en lucht die hydraulische en windturbines aandrijft, en het licht dat op zonnepanelen schijnt, wordt in energiestatistieken niet als primair opgenomen.

Primaire energie wordt op allerlei manieren geconverteerd tot energiedragers, ook bekend als secondaire energie, bijv. elektriciteit of benzine.

TPES (Total Primary Energy Supply) is een term om de som van productie en import verminderd met export en voorraadverandering aan te duiden.[2] Voor de hele wereld is TPES vrijwel gelijk aan primaire energie (PE), maar voor landen verschillen TPES and PE in kwantiteit en kwaliteit. Gewoonlijk speelt bij TPES secondaire energie een rol, bijv. import van geraffineerde aardolie, dus TPES is vaak geen PE. P in TPES heeft niet de zelfde betekenis als in PE. Het betreft daar de energie benodigd als input om energie voor eindgebruikers te produceren.

Zie ook[bewerken]

Externe bronnen[bewerken]