Jaap Nanninga

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jacob (Jaap) Nanninga (Winschoten, 19 november 1904 - Den Haag, 6 januari 1962) was één van de naoorlogse abstracte Nederlandse kunstenaars uit Den Haag, zoals ook zijn vrienden Willem Hussem en Piet Ouborg.

Biografie[bewerken]

Van jongs af aan voelde Nanninga zich aangetrokken tot schilderen en tekenen. Hij werkte aanvankelijk als reclame ontwerper en sneltekenaar, maar pas op latere leeftijd begon hij als kunstenaar. Na reizen door Duitsland en Polen vestigde Nanninga zich in 1938 in Den Haag. Hij had in Groningen les gevolgd bij Werkman en Wiegers, en na de oorlog in Parijs nog bij Geer van Velde, die hem stimuleerde tot het abstracte schilderen; onder invloed van het kubisme en de abstracte kunststromingen in Frankrijk ging hij vanaf circa 1949 abstract schilderen.

De mensen van de jonge Cobra-groep probeerden hem zich te laten aansluiten bij hun beweging, maar bewust hield hij daar afstand van. Nanninga was een uitgesproken colorist die zocht naar een heel individualistische en poëtische beeldtaal. Oosterse mystiek en 'primitieve culturen' gaven hem inspiratie. Vanaf 1955 was hij aangesloten bij de 'Liga Nieuw Beelden'. Zijn abstracte werk bezit een stevige vormtaal met een wonderlijk subtiele en zachte uitstraling. In januari 1962 verongelukte Nanninga, na een bezoek aan café De Posthoorn in Den Haag. Zijn werk wordt gerekend tot de kunststroming de Nieuwe Haagse School.

Erkenning[bewerken]

Met Gerrit Benner werd Nanninga geselecteerd voor de Nederlandse vertegenwoordiging op de Biënnale van Venetië (1958) en, samen met Karel Appel en Corneille voor de Biënnale van São Paulo (1959). In 1964 stelde kunstcriticus Lampe een bloemlezing over Nanninga samen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]