Jan van Nassau (elect)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan I van Nassau
Jan mogelijk afgebeeld op twee Utrechtse stadszegels
Jan mogelijk afgebeeld op twee Utrechtse stadszegels
Utrecht-bisdom.PNG Elect van Utrecht
Regeerperiode 1267-1290
Voorganger Hendrik I van Vianden
Opvolger Jan II van Sierck
Huis Nassau
Vader Hendrik II van Nassau
Moeder Machteld van Gelre
Geboren  ?
Gestorven 13 juli 1309
Deventer
Begraven Lebuïnuskerk, Deventer
Religie rooms-katholiek
Wapenschild
Wapen van het Sticht Utrecht

Jan van Nassau († Deventer 13 juli 1309)[1][2] was elect van Utrecht van 1267 tot 1290.

Biografie[bewerken]

Jan was een zoon van graaf Hendrik II "de Rijke" van Nassau en Machteld (of Mechteld) van Gelre en Zutphen, een dochter van graaf Otto I van Gelre en Zutphen en Richardis van Beieren.[1][2] Hij wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1247.[2]

Elect van Utrecht[bewerken]

Van 1262 tot 1265 was Jan aartsdiaken van de Condroz.[1] Onder invloed van zijn neef graaf Otto II van Gelre werd hij in 1267 vanwege zijn militaire kwaliteiten tot opvolger van Hendrik van Vianden gekozen als bisschop van het Sticht Utrecht. Omdat paus Clemens IV (op instigatie van de aartsbisschop van Keulen) het met deze keuze niet eens was, werd Jan nooit tot bisschop gewijd en bleef hij elect.

Bestuur van het Sticht Utrecht[bewerken]

Jan liet zich weinig gelegen liggen aan zijn geestelijke functies, en ook zijn landsheerlijk bestuur faalde door zijn zwakke politiek en slecht financieel beheer. Tijdens zijn bewind nam de Hollandse invloed in het Sticht sterk toe. Om zich te kunnen verzetten tegen de binnenlandse onrust (de ambachtsgilden grepen de macht in de stad en de zelfstandig opererende heren van Amstel en Woerden keerden zich tegen hem) riep hij de hulp in van Floris V van Holland. Voor deze hulp moest hij zwaar betalen. In 1277 verpandde hij het bisschoppelijke kasteel Ter Horst aan zijn zwager Jan I van Cuijk (gehuwd met zijn zuster Jutta van Nassau), die het aan Floris V gaf. In 1279 werd hij door Floris V zelfs gedwongen het gehele Sticht aan de Hollandse graaf te verpanden.

Feitelijk werd Utrecht geheel bestuurd door Holland, lange tijd in de persoon van de edelman Nicolaas van Cats. Toen Jan in 1281 de kruistochtbelastingen aanwendde om de Hollandse hulp te vergoeden, greep de aartsbisschop van Keulen, Siegfried van Westerburg, in en excommuniceerde Jan en Floris V. Een beroep van Floris op de paus hief deze ban echter op. Jan probeerde zich met behulp van de IJsselsteden (de hanzesteden Doesburg, Zutphen, Deventer, Hattem en Zwolle) nog aan de greep van Holland te bevrijden (1283-1284), maar tevergeefs. Uiteindelijk werd hij in december 1290 afgezet door paus Nicolaas IV. Jan vestigde zich in Deventer, waar hij ook overleed. Hij werd begraven in de Lebuïnuskerk.[1][2]

Financiering Dom van Utrecht[bewerken]

Jan nam in 1288 verschillende maatregelen om de bouw van de Domkerk te financieren. Hij beschouwde zich om die reden als de werkelijke stichter van de Utrechtse kathedraal. Ironisch is het dat juist op het Domplein een groot standbeeld staat van naamgenoot graaf Jan van Nassau, één der belangrijkste oprichters van de Unie van Utrecht, die echter niets met de Domkerk van doen had.

Bastaardkinderen[bewerken]

Jan verwekte vier kinderen bij een onbekend gebleven vrouw:[1]

  1. Johan van Nassau (gesneuveld voor de Nordenberghepoort te Zwolle 4 juni 1352). Hij huwde eerst met Frieda van Appeldoorn († 4 juli 1350) en daarna met Ermgard ter Oy (vermeld op 4 juni 1352).
  2. Jacob van Nassau († 21 maart na 1340). Hij huwde met een zekere Nenta (vermeld als weduwe in 1350). Uit dit huwelijk werd geboren:
    1. Everhard van Nassau († 7 december 1390). Hij was kanunnik te Deventer in 1350 en vicaris in de Sint-Lebuïnuskerk te Deventer.
  3. Otto (vermeld te Deventer in 1320).
  4. Mechteld († Deventer 1350). Ze was gehuwd met J. Vrijherte.
Voorganger:
Hendrik I (van Vianden)
Utrecht-bisdom.PNG Bisschop van Utrecht
1267-1290
Opvolger:
Jan II (van Sierck)