Jodenhoed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De in de Codex Manesse afgebeelde jood met jodenhoed stelt de dichter Süßkind "de Jood van Trimberg" voor. Zijn baard en hoed identificeren hem als Jood. Hij is in gesprek met de landvoogd ("Vogt") van Konstanz die zetelt onder de banier van de bisschop van Konstanz. De hoed is een latere toevoeging aan de tekening.
Wapen van de Tsjechische plaats Česká Třebová

De Jodenhoed (latijn: pileum cornutum (gehoornde hoed)) was een torenvormig hoofddeksel dat Joden tijdens de middeleeuwen droegen in Europa. Het was in gebruik tussen 717 en 1586. In de 11e tot 14e eeuw was de hoed een gebruikelijk onderdeel van de kleding van de Ashekaneze. Tijdens het Vierde Lateraans Concilie onder paus Innocentius III van 1215 werd bepaald dat Joden en moslims verplicht een uiterlijk kenmerk van hun geloof te dragen, Dit werd in veel landen de Jodenhoed of een geel insigne.

Voorschrift[bewerken]

De uitspraak van het concilie in 1215 droeg de wereldlijke macht op om Joden, Saracenen[1] en moslims te dwingen een uiterlijk kenmerk van hun geloof voor te schrijven en dat per streek te definiëren. Zo werd de Jodenhoed niet overal ingevoerd. In Duitsland droegen de Joden al langere tijd hoeden van een bepaald model, dat was mode. Toen de hoed voorgeschreven werd verdween de hoed uit de Joodse mode en regionale kerkvergaderingen drongen erop aan dat de Joden hun torenvormige hoeden moesten blijven dragen. In de 15e eeuw werd de hoed gaandeweg vervangen door een gele of rode jodenring.

In de late middeleeuwen werd het dragen van de jodenhoed of -ring ook als straf opgelegd aan christelijke vrouwen die zich "met Joden hadden ingelaten"[2]. De voorschriften dat Joden zich afwijkend moesten kleden verdwenen in de Eeuw van de Rede langzaam. De Franse Revolutie zorgde voor definitieve afschaffing. De nazi's grepen met de Jodenster op het gebruik terug.

Jodenhoed in kunst en heraldiek[bewerken]

In de Europese iconografie werd de jodenhoed zozeer kenmerk van het jodendom dat ook de mannelijke figuren van het Oude Testament jodenhoeden opgezet kregen. Ook in de heraldiek ging de jodenhoed, met name in helmtekens, een rol spelen. Men voerde de "Joodse held" Judas Maccabeus als helmteken. Hij werd dan herkenbaar door de jodenhoed of heidenhoed op het hoofd. Uniek is de "joodse" haan in het wapen van het Tsjechische plaatsje Česká Třebová.

Christus werd niet met een jodenhoed op het hoofd afgebeeld. De middeleeuwse Europese christenen gaven weinig aandacht aan de veronderstelde Joodse afstamming van Jezus.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]