Korenbloem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Korenbloem
Korenbloem
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Campanuliden
Orde: Asterales
Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)
Onderfamilie: Cichorioideae
Geslachtengroep: Cardueae
Geslacht: Centaurea (Centaurie)
Soort
Centaurea cyanus
L. (1753)
Korenbloem op traditionele groeiplaats
Korenbloem op traditionele groeiplaats
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De korenbloem (Centaurea cyanus), ook wel wilde korenbloem genoemd, is een 30-60 cm hoge, eenjarige plant uit de composietenfamilie. Binnen het geslacht Centaurea is het een van de drie soorten die van nature voorkomen in België en Nederland. Hij staat op de Nederlandse Rode lijst (planten) van 2000. In Vlaanderen heeft de soort de status "achteruitgaand".

De korenbloem dankt zijn naam aan de traditionele groeiplaats; op akkers tussen het graan. Doordat de plant slechts weinig ruimte nodig had, kon hij hier tussen het hoge graan overleven. Door de teelt met gezuiverd zaaigoed komt de plant in dit milieu vrijwel niet meer voor. In bermen van binnenwegen zijn de blauwe bloemen nog wel regelmatig aan te treffen. De plant neemt zelfs toe, waarschijnlijk doordat veel bermen minder vaak dan vroeger worden gemaaid.

De trompetvormige straalbloemen met driehoekige slippen hebben een opvallende diepe kleur blauw, die aanleiding heeft gegeven tot de naam korenbloemenblauw. De voet van de buisbloempjes is paars. Een plant kan wel tot 20 bloemen vormen, die veel nectar produceren. De bloeiperiode is van juni tot augustus.

Etymologie[bewerken]

De latijnse naam refereert naar de mytische centaur Cheiron. Nadat deze was geraakt met een gifpijl, stelpte hij de wond met deze bloem. Toen hij eenmaal de helende kracht van de korenbloem had gemerkt, werd hij de ontdekker van de korenbloem genoemd [1].

Tuin[bewerken]

Een verwante van de korenbloem kan als onderdeel van mengsels wilde zaden gekocht worden, maar er zijn ook cultivars van de korenbloem te koop als 'Blue Boy', 'Blue Ball', 'Red Boy' en 'Red Ball', 'Silver Queen' en 'White Ball'.

Voorkomen[bewerken]

De plant komt wereldwijd voor in gematigde streken.

Toepassingen[bewerken]

Een aftreksel van de bloemen en bladeren is wel gebruikt tegen bronchitis.

Ecologische aspecten[bewerken]

Door de platte vorm zijn de bloemen populair bij zweefvliegen. De parasitoide sluipvlieg wordt ook bij de korenbloem aangetroffen.

De plant is waardplant voor onder andere Agonopterix laterella.

Folklore en symboliek[bewerken]

De korenbloem werd vroeger gedragen door verliefde jonge mannen; als de bloem te snel verdorde, betekende dat hun liefde onbeantwoord zou blijven.

De korenbloem is sinds 1968 de nationale bloem van Estland en de officiële provinciebloem van de Zweedse provincie Östergötland. Het is ook het symbool van de Estse politieke partij Conservatieve Volkspartij van Estland, de Finse politieke partij Nationale Coalitiepartij en die van de Zweedse politieke partij Liberalerna.

De korenbloem staat vooral bekend als nationaal symbool van Duitsland [2]. Dit komt waarschijnlijk door het verhaal dat Koningin Louise van Pruisen tijdens het vluchten van Napoleon met haar kinderen in de korenvelden verborg. Zij zou haar kinderen namelijk hebben gekalmeert door kronen te vlechten van deze bloemen. De bloem werd daarom verbonden met Pruisen, niet in de laatste plaats omdat de kleur van de korenbloem Pruisisch blauw is [3]. en bleef zo toen Duitsland 1 land werd.

Een bloeiende plant is afgebeeld in het wapen van Blaricum. In 1923 droegen de inwoners van de gemeente korenbloemen in hun revers om aan te geven dat zij niet met de gemeente Laren wilden fuseren.

  1. Mythical Flower Stories. Lulu.com. p. 40., Reid, Marilyn (2007).
  2. Compendium of Symbolic and Ritual Plants in Europe: Herbs. Man & Culture., The Cornflower was once the floral emblem of Germany (hence the German common name Kaiserblume.
  3. Mythical Flower Stories. Lulu.com. p. 40., Reid, Marilyn (2007).