Maatschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Een maatschap (afgekort Mts) is een van de vormen van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, waarbij twee of meer personen of rechtspersonen (de vennoten of maten) een bepaalde samenwerking aangaan. De vennoten brengen iets in, met het doel het voordeel dat daaruit voortvloeit te delen. Ze kunnen arbeid, geld, goederen of goodwill inbrengen. Veel maatschappen worden opgericht door mensen met een vrij beroep, zoals artsen, tandartsen, accountants en fysiotherapeuten. Een maatschap wordt ook regelmatig opgericht voor gedeeltelijke financiering van een Nederlandse film, zie onder.

Ook boerenbedrijven worden nog weleens als maatschap uitgeoefend, bijvoorbeeld van een vader en zoon, broers of een echtpaar.

De onderlinge afspraken worden vastgelegd in een maatschapscontract. In dit contract worden afspraken gemaakt over de inbreng van de vennoten, de winstverdeling en de verdeling van de bevoegdheden. Aan dit contract zitten wel beperkingen: zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om één van de vennoten uit te sluiten in de winstverdeling, dit is wel mogelijk bij de verliesverdeling. Wanneer de vennoten geen afspraken hebben gemaakt over de winst- en verliesverdeling, wordt er verdeeld naar verhouding van de waarde van inbreng.

Nederland[bewerken]

In Nederland moet de maatschap sinds 1 juli 2008 worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, na het van kracht worden van de nieuwe Handelsregisterwet. Het is sinds 1 januari 2013 niet meer nodig om geld te betalen voor deze inschrijving, als deze eenmalig is.

De maatschap wordt geregeld in Boek 7A van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek. Artikel 1680 bepaalt: "De vennooten kunnen door den schuldeischer, met wien zij gehandeld hebben, aangesproken worden, ieder voor gelijke som en gelijk aandeel, al ware het dat het aandeel in de maatschap van den eenen minder dan dat van den anderen bedroeg; ten zij, bij het aangaan der schuld, derzelver verpligting, om in evenredigheid van het aandeel in de maatschap van elk vennoot te dragen, uitdrukkelijk zij bepaald." Dit is een verschil met de vennootschap onder firma.

Soorten maatschappen[bewerken]

In Nederland zijn er twee verschillende vormen van een maatschap: een stille maatschap en een openbare maatschap. Bij de stille maatschap werken de vennoten ieder in hun eigen praktijk en onder hun eigen naam, maar kunnen gezamenlijk personeel aannemen of gespecialiseerde apparatuur aanschaffen. Door deze maatschap is iedere vennoot voordeliger uit. Wanneer de vennoten in een maatschap aan het rechtsverkeer deelnemen onder een gemeenschappelijke naam, spreekt men van een openbare maatschap. Een openbare maatschap krijgt dan een aantal kenmerken van een vennootschap onder firma.

Voor de oprichting van een maatschap gelden geen bijzondere vormvereisten.

Specifieke maatschappen[bewerken]

Voor zowel de stille maatschap als ook de openbare maatschap is een aantal specifieke vormen te onderscheiden:

Filmmaatschap[bewerken]

Een filmmaatschap (ook filmfonds genoemd) is een maatschap voor gedeeltelijke financiering van een Nederlandse film (meestal een aparte maatschap voor één film, incidenteel ook weleens een voor twee films). Door de fiscale faciliteit van willekeurige afschrijving worden de productiekosten geboekt als verlies, dat voor een relatief groot deel, tot bijvoorbeeld tweemaal de inleg, wordt toegewezen aan de participanten. Als een participant een natuurlijk persoon is, beperkt dit zijn netto verlies bij magere resultaten, vooral bij een inkomen in box 1 in de hoogste schijf met een tarief van 52%. Er is dan namelijk een aftrekpost in box 1 van (rekening houdend met de MKB-winstvrijstelling van 14%) 172% van de inleg, die 89,44% van de inleg aan belasting bespaart. Hierbij ontstaat wel een latente belastingclaim: dit kan relevant zijn indien de maatschap wordt gestaakt terwijl de participant per saldo fiscaal gezien nog geen winst heeft behaald (de cumulatieve inkomsten uit exploitatie voor de participant hebben nog niet de afschrijving van 200% van zijn inleg overtroffen). Bij sommige filmmaatschappen is er een beperkte vastgestelde looptijd van bijvoorbeeld twee jaar (gedurende welke naar verwachting de meeste opbrengsten gerealiseerd worden); bij andere filmmaatschappen is het de bedoeling ze tientallen jaren te laten bestaan.[1][2]

Omdat de onderneming in box 1 valt is de waarde van de participatie(s) niet belast in box 3.

België[bewerken]

Belgische maatschappen zijn vennootschappen met een burgerlijk of handelsdoel die geen rechtspersoonlijkheid bezitten.[3] Vennoten van commerciële maatschappen – mogelijk sinds 1995[4] – zijn onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk voor schulden van de maatschap. In burgerlijke maatschappen is hun aansprakelijkheid ook onbeperkt, maar opgesplitst.

De partijen bij het vennootschapscontract kunnen vrij de statuten van hun maatschap uitwerken, zolang ze de regels van dwingend recht respecteren.[5] Veelal geven de statuten een beschrijving van het winstoogmerk, zonder hetwelk van een vennootschap (en dus van een maatschap) geen sprake kan zijn. Een maatschap van onbepaalde duur kan op elk moment door elke deelgenoot worden opgezegd. Omwille van hun persoonsgebonden karakter, komen maatschappen ten einde als een vennoot overlijdt of onbekwaam wordt, tenzij de statuten een verblijvings- of voorzettingsbeding bevatten. Om dezelfde reden kunnen de delen in principe slechts worden overgedragen als alle vennoten daarmee instemmen.

Het ingebrachte vermogen in een maatschap is de onverdeelde eigendom van de vennoten. Het betreft een vrijwillige, duurzame en georganiseerde onverdeeldheid.

Sinds 2017 kunnen maatschappen failliet gaan en gerechtelijk gereorganiseerd worden.

Burgerlijke maatschappen zijn fiscaal transparant. In combinatie met een schenking zijn ze een instrument van successieplanning, waarbij de duur van de maatschap wordt gekoppeld aan het leven van de schenker.