Mare Humorum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Mare Humorum en omgeving. Er zijn een aantal "verbindingen" met de Oceanus Procellarum in het noorden. De grote krater ten noorden van de mare is Gassendi. De krater aan de zuidwestelijke rand is Doppelmayer. De lichte inkeping in de mare vanuit het zuidoosten is Promontorium Kelvin.

Mare Humorum (Latijn: Zee der vochtigheid) is een mare in het zuidwestelijk gedeelte van de naar de Aarde toegekeerde kant van de Maan.

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

De mare is gevormd in een inslagbekken met een diameter van 825 kilometer. Het inslagbekken is gevuld met een dikke laag basalt, waarvan wordt aangenomen dat hij meer dan drie kilometer dik is in het midden van het bekken. Er zijn nooit stenen uit deze mare teruggebracht naar de aarde, waardoor de precieze ouderdom van het basalt niet bekend is, maar geologische waarnemingen wijzen erop dat de ouderdom tussen die van Mare Imbrium en Mare Nectaris in zit en rond de 3,9 miljard jaar is.

Locatie[bewerken | brontekst bewerken]

Mare Humorum is een relatief kleine ronde mare ten zuiden van de Oceanus Procellarum en ten westen van de Mare Nubium. Aan de noordelijke rand van Mare Humorum ligt de grote inslagkrater Gassendi, die ooit is overwogen als mogelijke landingsplek voor Apollo 17.

Naamgeving[bewerken | brontekst bewerken]

De benaming Mare Humorum is afkomstig van Giovanni Battista Riccioli [1]. Eerder gaven Michael van Langren en Johannes Hevelius er respectievelijk de benamingen Mare Venetum [2] en Sinus Sirbonis [3] aan.

Ten noordnoordoosten van Mare Humorum, omstreeks de doorgang naar het zuidelijke gedeelte van Oceanus Procellarum, ten oosten van Gassendi, bevinden zich een aantal gegroepeerde heuvels die op de Rand McNally maankaart de benaming Andreus hills hebben gekregen. Deze benaming is ook terug te vinden op de maankaart in Patrick Moore's Atlas of the Universe. Net ten oosten van de Andreus hills bevindt zich een formatie met diameter 60 kilometer die ten tijde van het Apolloprogramma de bijnaam The Helmet kreeg. Deze formatie toont, tijdens het waarnemen ervan gedurende volle maan, de opmerkelijke vorm van een helm. The Helmet herbergt de heuvels Herigonius eta (η) en Herigonius pi (π). Michael van Langren gaf aan de gegroepeerde heuvels de benamingen Badvari en Cornaro. Aan de formatie ten oosten daarvan gaf hij de benaming Contarini.

Scherp begrensde rotsblokkenvelden op mareruggen[bewerken | brontekst bewerken]

De mareruggen in het noordelijk gedeelte van Mare Humorum, nabij de zuidelijke rand van krater Gassendi, vertonen reeksen scherp begrensde velden bestaande uit rotsblokken met relatief hoog albedo. Dit soort rotsblokkenvelden komt ook voor in krater Vitello[4] [5] aan de zuidelijke rand van Mare Humorum. De individuele rotsblokken in deze velden zijn allen zichtbaar op hogeresolutiefoto's gemaakt d.m.v. de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO).

Hasselblad foto's van Gassendi en de westelijke rand van Mare Humorum[bewerken | brontekst bewerken]

Gedurende de missie van Apollo 16 in april 1972 werd het westelijke gedeelte van Mare Humorum vanuit omloop rond de maan gefotografeerd m.b.v. een Hasselblad camera, zie Magazine 120-V. De laatste foto's in dit magazine tonen het gebergte aan de noordwestelijke rand van Mare Humorum dat door de Britse selenograaf William Radcliffe Birt (1804-1881) de Percy mountains werd genoemd.

Literatuur en maanatlassen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Mary Adela Blagg: Named Lunar Formations.
  • T.W. Webb: Celestial Objects for Common Telescopes, Volume One: The Solar System (met beschrijvingen van telescopisch waarneembare oppervlaktedetails op de maan).
  • Tj.E. De Vries: De Maan, onze trouwe wachter.
  • A.J.M. Wanders: Op Ontdekking in het Maanland.
  • Times Atlas of the Moon, edited by H.A.G. Lewis.
  • Patrick Moore: New Guide to the Moon.
  • Harold Hill: A Portfolio of Lunar Drawings.
  • Antonin Rukl: Moon, Mars and Venus (pocket-maanatlasje, de voorganger van Rukl's Atlas of the Moon).
  • Antonin Rukl: Atlas of the Moon.
  • Harry de Meyer: Maanmonografieën (Vereniging Voor Sterrenkunde, 1969).
  • Tony Dethier: Maanmonografieën (Vereniging Voor Sterrenkunde, 1989).
  • Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature.
  • The Hatfield Photographic Lunar Atlas, edited by Jeremy Cook.
  • William P. Sheehan, Thomas A. Dobbins: Epic Moon, a history of lunar exploration in the age of the telescope.
  • Ben Bussey, Paul Spudis: The Clementine Atlas of the Moon, revised and updated edition.
  • Charles A. Wood, Maurice J.S. Collins: 21st Century Atlas of the Moon.