Mare Nectaris

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Mare Nectaris

Mare Nectaris (Latijn: zee der nectar) is een mare in het oostelijk gebied van de naar de Aarde toegekeerde kant van de Maan.

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

Mare Nectaris heeft een oppervlakte van 101.000 km2. Het inslagbekken van de Mare Nectaris is ongeveer een kilometer diep en is ontstaan gedurende het Nectarium en Vroeg Imbrium. Het vloedbasalt dat het bekken opgevuld heeft is afkomstig uit het Laat Imbrium. De krater Theophilus in het noordwesten van de mare is jonger, uit het Eratosthenium. Door subsidentie zijn breukstructuren ontstaan aan de westkant van de Mare Nectaris.

Locatie[bewerken | brontekst bewerken]

Mare Nectaris bevindt zich ten zuiden van Mare Tranquillitatis (waarvan hij via Sinus Asperitatis in feite een uitloper is), ten westen van Mare Fecunditatis en ten oosten van de Montes Pyrenaeus. Zuid van het midden van Mare Nectaris ligt de inslagkrater Rosse. Ten zuidwesten van het Nectaris inslagbekken ligt het zuidwestelijke fragment van de omhullende ring, bekend als het Altai gebergte (Rupes Altai).

Naamgeving[bewerken | brontekst bewerken]

De benaming Mare Nectaris is afkomstig van Giovanni Battista Riccioli [1]. Eerder gaven Michael van Langren en Johannes Hevelius er respectievelijk de benamingen Sinus Batavicus [2] en Sinus Extremus Ponti [3] aan.

Twentynine East Ridge[bewerken | brontekst bewerken]

Op 29° oost, ten noorden van de verweerde krater Beaumont en ten zuidzuidoosten van de geprononceerde inslagkrater Theophilus, bevindt zich een noord-zuid gerichte oneffenheid die onder ideale omstandigheden vrij gemakkelijk waargenomen kan worden met behulp van amateurtelescopen. Deze formatie heeft nooit een officieel erkende benaming gekregen, maar kan het best herkend worden als de Twentynine East Ridge, omdat het zich op exact 29° oost bevindt. Een aards equivalent van de Twentynine East Ridge is de Ninety East Ridge op de vloer van de Indische Oceaan.

Daguerre's inslagkratertje met 270° ejectadeken[bewerken | brontekst bewerken]

In het westelijke gedeelte van de sterk verweerde krater Daguerre tegen de noordelijke binnenrand van Mare Nectaris bevindt zich een inslagkratertje met een helder deken van uitgeworpen materiaal. Een gebied van ongeveer 90° in dit deken van uitgeworpen materiaal ontbreekt echter, hetgeen dit kratertje een merkwaardig uitzicht geeft. Dit kratertje werd in detail gefotografeerd tijdens de missie van Apollo 16 in 1972. Orbitale Hasselblad foto AS16-120-19235 (Magazine V) toont een overzicht van Daguerre en het ejectadeken [4]. Dit kratertje, alsook het 270° ejectadeken, kan vanaf de aarde waargenomen worden mits gebruik van sterke amateurtelescopen en aangekoppelde digitale webcam technologie.

Kleurenanomalie in Beaumont L[bewerken | brontekst bewerken]

Het komvormige kratertje Beaumont L ten zuidzuidoosten van de geprononceerde inslagkrater Theophilus vertoonde volgens de astronauten van Apollo 14 (1971) een kleurenanomalie. De baan van het rondcirkelende moederschip Kitty Hawk (van Apollo 14) dat bestuurd werd door CMP Stuart Roosa lag ook boven het noordelijke gebied van Mare Nectaris, waar het kratertje Beaumont L de aandacht trok. De astronauten beschreven de kleuren in Beaumont L als: rusty colored bands and a brownish hue on the crater floor. De vraag of deze kleurenanomalie vanaf de aarde kan waargenomen worden, met behulp van amateurtelescopen en aangekoppelde webcams, wacht nog op een antwoord.

De ringvormige spookkrater Gaudibert H[bewerken | brontekst bewerken]

Een uitdaging voor maanwaarnemers die op zoek zijn naar moeilijk zichtbare kraterrestanten (spookkraters) vormt de ringvormige krater Gaudibert H in het noordoostelijke gedeelte van Mare Nectaris. Gaudibert H kan enkel waargenomen worden kort na de lokale zonsopkomst en kort voor de lokale zonsondergang. Gedurende deze momenten komen de schaduwen van oneffenheden op het maanoppervlak beter tot hun recht.

Literatuur en maanatlassen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Mary Adela Blagg: Named Lunar Formations.
  • T.W. Webb: Celestial Objects for Common Telescopes, Volume One: The Solar System (met beschrijvingen van telescopisch waarneembare oppervlaktedetails op de maan).
  • Tj.E. De Vries: De Maan, onze trouwe wachter.
  • A.J.M. Wanders: Op Ontdekking in het Maanland.
  • Hugh Percy Wilkins, Patrick Moore: The Moon.
  • Times Atlas of the Moon, edited by H.A.G. Lewis.
  • Patrick Moore: New Guide to the Moon.
  • Harold Hill: A Portfolio of Lunar Drawings.
  • Antonin Rukl: Moon, Mars and Venus (pocket-maanatlasje, de voorganger van Rukl's Atlas of the Moon).
  • Antonin Rukl: Atlas of the Moon.
  • Harry de Meyer: Maanmonografieën (Vereniging Voor Sterrenkunde, 1969).
  • Tony Dethier: Maanmonografieën (Vereniging Voor Sterrenkunde, 1989).
  • Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature.
  • The Hatfield Photographic Lunar Atlas, edited by Jeremy Cook.
  • William P. Sheehan, Thomas A. Dobbins: Epic Moon, a history of lunar exploration in the age of the telescope.
  • Ben Bussey, Paul Spudis: The Clementine Atlas of the Moon, revised and updated edition.
  • Charles A. Wood, Maurice J.S. Collins: 21st Century Atlas of the Moon.
  • Apollo 14 Preliminary Science Report, pages 275-276 (de kleuren anomalie in het kratertje Beaumont L).
  • Apollo 16 Preliminary Science Report, page 29-48 (het inslagkratertje met 270° ejectadeken in de sterk verweerde krater Daguerre) (crater with bilateral symmetry).

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

NASA SP-362 Apollo Over The Moon, a view from orbit, Chapter 5, Craters 2/6, Figure 111 (het inslagkratertje met 270° ejectadeken in het westelijke gedeelte van de sterk verweerde krater Daguerre):

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 216
  2. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 200
  3. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 204
  4. AS16-120-19235