Michal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michal helpt de jonge David te ontsnappen in I Samuël 19:12 (gravure van Gustave Doré, 1865)

Michal, ook wel geschreven als Mikal of Michol, Hebreeuws: מיכל‎ , is een vrouw die voorkomt in de Tenach en het Oude Testament, beide ook wel de Hebreeuwse Bijbel genoemd. Over haar staat hoofdzakelijk in I en II Samuël geschreven. Ze was de jongere dochter van de Israëlitische koning Saul en diens echtgenote Achinoam en werd verliefd op diens opvolger, de schaapsherder David, nadat hij de reus Goliath gedood had (I Samuël 18:20).[1]

Koning Saul ging er slechts tegen zijn zin in mee akkoord dat Michal met David zou trouwen, omdat hij wist dat het volk van David hield en hij al besloten had David te doden. Saul beval hem daarom als bruidsschat de voorhuiden van honderd dode Filistijnen te brengen, in de hoop dat David in deze strijd om het leven zou komen. David slaagde er echter in de opgave te volbrengen en bracht niet de afgesproken honderd, maar zelfs tweehonderd voorhuiden mee, waarop hij met Michal mocht trouwen (I Samuël 18:21-30).

Maar Sauls haat ten opzichte David nam mettertijd toe. Nadat hij eerst zijn schoonzoon bijna met een speer gedood had en David hierop naar Michal gevlucht was, beval Saul zijn soldaten dat ze naar Davids huis moesten gaan om hem te halen. Michal kreeg dit plan echter te horen en ze hielp haar echtgenoot door hem 's nachts met een touw uit het raam van zijn huis te laten ontsnappen en doordat ze een afgodsbeeld in zijn bed neerlegde en dit met een geitenvel overtrok, zodat het leek alsof het echt mensenhaar was. De soldaten ontdekten echter de list en als Michal door Saul om een verklaring wordt gevraagd liegt ze tegen haar vader dat David haar gedreigd had te doden als zij hem niet zou helpen ontkomen (I Samuël 19:11-17).

Het huwelijk tussen Michal en David werd kort daarop door Saul geannuleerd en zelf zou ze daarna met Paltiël, een man uit de kleine plaats Gallim, trouwen (I Samuël 25:44).

Enkele jaren later, toen David een leger achter zich had staan, liet hij Michal halen en naar hem toebrengen, wat slecht viel bij haar toenmalige echtgenoot Paltiël, die haar huilend volgde totdat hij werd weggestuurd ((II Samuël 3:14-16).

Michal hield veel van David, alhoewel ze ook kritiek op David zou uiten. Dit laatste bleek enige jaren later toen Michal met David naar de nieuwe hoofdstad Jeruzalem getrokken was. Vanuit een venster nam ze waar hoe een processie plaatsvond waarmee de Ark des Verbonds feestelijk werd ingehaald. Ze was verontwaardigd toen ze zag dat David slechts met een efod bekleed was en voor de ark in het rond danste. Toen David Michal die avond opzocht verachtte ze hem. Tot slot staat over haar vermeld dat ze geen kinderen kreeg (II Samuël 6:14-23).[2]

Als gevolg van deze kinderloosheid was er geen nageslacht uit de verbintenis van David met het huis van Saul.