Misogynie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Misogynie is een ander woord voor vrouwenhaat. Het komt van het Grieks misein (haten) en gyne (vrouw). Het is de tegenhanger van misandrie of mannenhaat. Er bestaat anderzijds ook zoiets als gynaecofobie of angst voor vrouwen.

Vormen van misogynie[bewerken]

In de eerste plaats kan misogynie een persoonlijke houding zijn, een haat of misprijzen voor vrouwen, hetzij uitdrukkelijk en open, hetzij meer subtiel.

Sommige mensen stellen ook dat de Westerse cultuur misogyn is, omdat in de westerse wereld de stelling "sex sells" vaak wordt toegepast. Daardoor zijn er overal slanke dames te zien. Dit schept een schoonheidsideaal voor vrouwen, waar veel vrouwen niet aan voldoen. Ook een achterstelling van de vrouwen in het burgerlijk recht, zoals extreem tot uiting kwam in de code Napoleon of nog bestaat in een aantal Arabische landen en in het kerkelijk recht, wordt vaak als misogyn geduid.

Misogynie in de religie en de filosofie[bewerken]

Van de apostel Paulus staat in het Nieuwe Testament van de Bijbel geschreven dat hij met een beroep op de oudtestamentische wet van mening is dat vrouwen in de kerk moeten zwijgen (1 Korintiërs 14:34[1]). Dit zou (mede) de reden zijn geweest waarom vrouwen vaak een achtergestelde positie in de kerk hebben moeten innemen en in sommige gevallen zelfs werden geminacht.
Het lijkt erop dat Paulus hiermee geen vrouwhatende bedoelingen heeft gehad. In 1 Korintiërs 11:2-16[2] zet hij namelijk uiteen dat vrouwen niet minder zijn dan mannen maar dat ze een andere positie dienen te bekleden daar de man het hoofd is van de vrouw. Ook legt hij uit dat in hun verbondenheid met God zowel de vrouw niets is zonder de man als de man niets is zonder de vrouw, en dat de vrouw weliswaar is voortgekomen uit de man maar de man op zijn beurt bestaat door de vrouw. En in Efeziërs 5:22-33[3] roept hij de mannen op hun vrouwen lief te hebben als zichzelf.

Sommige vormen van hindoeïsme miskennen de zelfstandigheid van vrouwen, en konden in het verleden zo ver gaan dat de vrouw samen met haar overleden man gecremeerd werd (sati).

In middeleeuws Europa was het niet ongewoon dat vrouwen leidinggevende functies hadden, zie bijvoorbeeld de verschillende landvoogdessen in de Nederlanden. In sommige gebieden zoals het abdijvorstendom Thorn moest het staatshoofd een vrouw zijn. Het waren eerder de critici van deze maatschappij die argumenteerden tegen de leidinggevende rol van vrouwen, zo bijvoorbeeld de protestantse hervormers als Luther of John Knox.

Bij Schopenhauer vinden wij de subtiele redenering: "de Rede is vrouwelijk van aard, zij kan enkel geven nadat zij gekregen heeft". Nietzsche schreef dat elke hogere vorm van beschaving een strictere controle van vrouwen impliceerde (Jenseits von Gut und Böse, 7:238). Ook Aristoteles, Machiavelli, Jean-Jacques Rousseau, Napoleon en eigenlijk de hele Franse Revolutie stonden afkerig tegenover vrouwen in de politiek. Aan de andere kant moet gezegd worden dat filosofen als Pythagoras, John Stuart Mill, Friedrich Engels, Dostojevski en Henry George het feminisme steunden.

Bronnen, noten en/of referenties