Nationale Plantentuin van België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Balatkas (1854)
Victoriakas

De Plantentuin Meise is een plantentuin in de Vlaams-Brabantse gemeente Meise. Het is een van de grootste plantentuinen in de wereld. De plantentuin werd opgericht tijdens de Franse Revolutie. Deze tuin was gelegen op de Hofberg en werd door de eerste directeur vanaf 1797 Le Jardin Botanique de Bruxelles genoemd. De plantentuin verhuisde in 1829 naar de Kruidtuin en vandaar in 1939 naar de huidige locatie.

De Plantentuin Meise staat onder leiding van Steven Dessein, directeur a.i., en heeft twee onderzoeksafdelingen, het herbarium (ongeveer 3.000.000 specimens), een bibliotheek en uitgebreide levende verzamelingen. Samen met de Koninklijke Belgische Botanische Vereniging is de plantentuin verantwoordelijk voor het in 2010 geïntroduceerde wetenschappelijke tijdschrift Plant Ecology and Evolution.

Opbouw[bewerken]

Het domein, 92 hectare groot, bevat de landerijen van het kasteel van Meise en het kasteel van Bouchout, een vroegere burcht van het huis Arenberg. In de bibliotheek van de Nationale Plantentuin van België is ook de bibliotheek van de Koninklijke Belgische Botanische Vereniging gevestigd.

De levende planten (18.000 soorten) zijn onder meer ondergebracht in het Plantenpaleis, een kassencomplex met dertien publiek toegankelijke broeikassen:

In de kassen vindt men ook de guave (Psidium guajava) en de tjampedak (Artocarpus integer).

De plantentuin is ook gespecialiseerd in het bewaren van zaden van wilde planten in een zaadbank. Dit gebeurt in diepvriezers die koelen tot -20 °C. De zadencollectie bevat onder andere 211 wilde boonsoorten. Dit is de grootste collectie ter wereld.

Behoud van planten[bewerken]

De Plantentuin Meise zou voor het behoud en bewaren van zaden ook gaan samenwerken met projecten als het Svalbard Global Seed Vault en het Millennium Seed Bank Project. De plantentuin is aangesloten bij Botanic Gardens Conservation International, een non-profitorganisatie die botanische tuinen samen wil brengen in een wereldwijd samenwerkend netwerk om te komen tot het behoud van de biodiversiteit van planten. De tuin is ook aangesloten bij de Council on Botanical and Horticultural Libraries, een internationale organisatie van individuen, organisaties en instituten die zich bezighouden met de ontwikkeling, het onderhouden en het gebruik van bibliotheken met botanische literatuur en literatuur over tuinen. Tevens is de plantentuin aangesloten bij de European Botanical and Horticultural Libraries Group (EBHL), een organisatie die zich richt op de promotie en facilitatie van samenwerking en communicatie tussen personen die werken in botanische en horticulturele bibliotheken, archieven en gerelateerde instituten in Europa.

Wollemia nobilis[bewerken]

Wollemia nobilis, een plant die enkel bekend was uit fossielen van 90 miljoen jaar oud, werd in 1994 ontdekt in Australië. Wetenschappers werden er geblinddoekt naar toe gebracht om de plaats geheim te houden. De tuin bezit er een exemplaar van.

Eigendom en beheer[bewerken]

Door de dioxinecrisis in 1999 werd beslist om het federale ministerie van Landbouw naar de gewesten over te hevelen. Voor de nationale plantentuin moest dus een oplossing worden gezocht. In 2000 besliste de Regering-Verhofstadt I de Plantentuin aan de Vlaamse Gemeenschap over te dragen mits een aantal randvoorwaarden.

Na het Lambermontakkoord bereikten Vlaanderen en Wallonië in 2001 hierover een akkoord. De wetenschappelijke verzameling, het herbarium en de bibliotheek zouden evenwel eigendom blijven van de federale overheid, maar in bruikleen worden gegeven aan de Vlaamse overheid. De Franse Gemeenschap mocht, voor haar rekening, enkele wetenschappers in Meise tewerkstellen. Door allerlei interpretatieverschillen over het akkoord, raakte de situatie echter geblokkeerd. Ondertussen investeerde de federale overheid niet meer in de Plantentuin en de infrastructuur en de werking van de Plantentuin leden steeds meer onder de communautaire patstelling. Door politieke onenigheid werden noodzakelijke en dringende investeringswerken aan de tuin al enkele jaren niet gedaan. In juni 2006 investeerde de Vlaamse regering eenzijdig anderhalf miljoen euro.

In december 2012 kwam er uiteindelijk een akkoord tussen de Vlaamse Regering en de Franse Gemeenschapsregering.[1] De discussies hadden vooral te maken met onenigheid over het taalkader van de 184 werknemers. Het nieuwe akkoord stelt dat de raad van bestuur van de Plantentuin uit 9 leden zal bestaan: 5 leden worden aangeduid door de Vlaamse regering, 2 door een nieuwe wetenschappelijke raad en 2 door de Franse Gemeenschapsregering. De wetenschappelijke raad is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Vlaamse en Franstalige universiteiten, van het wetenschappelijk personeel en buitenlandse experten.[2] Het Nederlandstalig personeel wordt bezoldigd door de Vlaamse Gemeenschap en het Franstalige personeel door de Franse Gemeenschap.

In februari 2013 werd het samenwerkingsakkoord ondertekend.[3] Beide Gemeenschapsparlementen hebben dit goedgekeurd waarna het akkoord in werking trad op 1 januari 2014. De Vlaamse overheid telt vanaf dan een nieuw Agentschap Plantentuin Meise.[4][5]

Afbeeldingen[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties