Natural History Museum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Natural History Museum
Interieur

Het Natural History Museum in Londen is het grootste natuurhistorisch museum van het Verenigd Koninkrijk. Samen met het Muséum national d'histoire naturelle in Frankrijk en het National Museum of Natural History (Smithsonian Institution) in Washington D.C. behoort het tot de musea met de grootste natuurhistorische collecties in de wereld. Het Natural History Museum is een van de drie grote musea met een ingang aan Exhibition Road: naast het NHM vind je ook het Science Museum en het Victoria and Albert Museum aan deze straat. De hoofdingang van het Natural History Museum bevindt zich aan de Cromwell Road.[1]

In het museum bevinden zich ongeveer tachtig miljoen items in de vijf hoofdcollecties: botanie, entomologie, mineralogie, paleontologie en zoölogie. Het museum is een wereldbekend onderzoekscentrum en is gespecialiseerd in taxonomie, identificatie en conservatie. Gezien de lange geschiedenis van het instituut hebben veel collecties - naast de wetenschappelijke waarde - ook een groot historisch belang, zoals de specimens die zijn verzameld door Charles Darwin. Het museum is met name beroemd vanwege de tentoonstelling van dinosaurusskeletten en het rijkversierde gebouw zelf. In de centrale hal bij de hoofdingang - tegenwoordig Hintzen hall genoemd - staat een reusachtige afdruk van het skelet van een Diplodocus. De bibliotheek van het Natural History Museum omvat een groot aantal boeken, kranten, manuscripten en kunstwerken verbonden met het werk en onderzoek van de wetenschappelijke departementen. De bibliotheek kan alleen op afspraak bezocht worden.

Hoewel het tegenwoordig alom bekendstaat als het Natural History Museum, heette het museum tot 1992 officieel nog British Museum (Natural History) ondanks dat het al sinds 1963 geen onderdeel meer was van het British Museum. Het indrukwekkende gebouw aan de Cromwell Road (South-Kensington) waarin het Natural History Museum gehuisvest is, werd ontworpen door Alfred Waterhouse. Het werd gebouwd en geopend in 1881. De collectie was indertijd afkomstig uit het British Museum. In 1986 werd ook het naastgelegen Geological Museum onderdeel van het Natural History Museum. Het (eerste deel) van het nieuwe Darwin Centre werd geopend in 2002. Het moderne bijgebouw (vanzelfsprekend genoemd naar Charles Darwin) biedt plek aan tientallen miljoenen specimens van het museum.

Zoals alle publiek musea in het Verenigd Koninkrijk is ook het Natural History Museum in Londen gratis. Bij de entree wordt wel een vrijwillige bijdrage gevraagd. Ook wordt voor sommige tijdelijke tentoonstellingen soms toegangsgeld geheven.

Geschiedenis[bewerken]

De collectie van het museum was oorspronkelijk gebaseerd op de staatscollectie die overgenomen was van arts en verzamelaar Hans Sloane (1660-1753) en werd tentoongesteld in het toenmalige British Museum in Bloomsbury. Eind jaren vijftig van de 19e eeuw besloot het hoofd van de sectie natuurlijke historie, Richard Owen, dat er een apart gebouw moest komen voor zijn afdeling. Er werd land aangekocht in South Kensington en in 1864 werd er een competitie gehouden voor het beste ontwerp, die gewonnen werd door Francis Fowke. Toen deze kort daarna overleed, nam de beeldhouwer Alfred Waterhouse, die ook de dinosauriërreplica's van de wereldtentoonstelling van 1851 gemaakt had, het ontwerp over en veranderde het in zijn favoriete neoromaanse stijl, terwijl hij het om budgettaire redenen meteen wat kleiner maakte.

De bouw begon in 1873 en werd voltooid in 1880; in 1881 opende het museum; pas in 1883 was de hele collectie verhuisd naar de nieuwe locatie die meteen dienst ging doen als onderzoekscentrum. Ondanks de Victoriaanse stijl met veel terracotta buitenwerk, inclusief reliëfs met biologische voorstellingen (levende vormen aan de westvleugel en uitgestorven aan de oostvleugel), heeft het gebouw een modern betonskelet. Op 14 september 2009 werd het Darwin Center geopend.

Samen met het Imperial College London, het Victoria and Albert Museum, de Royal Albert Hall en het Albert Memorial vormt het instituut een cluster die Albertopolis genoemd wordt.

Overige informatie[bewerken]

De Botany Library ('botanische bibliotheek') van het museum is aangesloten bij de Council on Botanical and Horticultural Libraries, een internationale organisatie van individuen, organisaties en instituten die zich bezighoudt met de ontwikkeling, het onderhouden en het gebruik van bibliotheken met botanische literatuur en literatuur over tuinen. Deze bibliotheek is tevens aangesloten bij de European Botanical and Horticultural Libraries Group (EBHL), een organisatie die zich richt op de promotie en facilitatie van samenwerking en communicatie tussen personen die werken in botanische en horticulturele bibliotheken, archieven en gerelateerde instituten in Europa.

Het museum werkt samen met de Missouri Botanical Garden en de Universidad Nacional Autónoma de México mee aan de Flora Mesoamericana, een samenwerkingsproject dat is gericht op het in kaart brengen en beschrijven van de vaatplanten van Meso-Amerika.

Het museum is aangesloten bij de Biodiversity Heritage Library (BHL), een samenwerkingsproject dat is gericht op het digitaliseren en beschikbaar stellen via open access van literatuur met betrekking tot biodiversiteit. Ook is het museum partner van de Encyclopedia of Life, een online project dat een overzicht wil geven van alle bekende soorten organismen.

In het Darwin Centre, open sinds 2009, is onder andere een tentoonstelling met 17 miljoen insecten en 4 miljoen planten te zien. Phase One van het Darwin Centre biedt de mogelijkheid om wetenschap achter de schermen te bekijken.

De toegang is gratis, maar voor sommige tijdelijke tentoonstellingen wordt toegangsgeld geheven.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

  1. Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.