Orde van de Ronde Tafel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Ronde Tafel zoals Koning Arthur die gebruikt zou hebben

De Ridders van de Ronde Tafel (of Tafelronde) worden in de Arthurlegende genoemd als de hoogst onderscheiden ridders in het gevolg van de, waarschijnlijk mythische, Koning Arthur. Volgens de legende stond in een kasteel dat Camelot heette een grote Ronde Tafel zonder hoofd of voet waaraan de ridders, de aantallen verschillen sterk en men spreekt van 12 en soms zelfs van meer dan 150 ridders, als gelijken aanzaten. Op de hiernaast afgebeelde “Ronde tafel van Winchester”, een tafel die voor die van Arthur door moet gaan, maar aantoonbaar rond 1270 werd getimmerd, zijn de namen van 25 ridders vermeld. In Le Morte d'Arthur van Sir Thomas Malory, de voornaamste bron van de ook nu nog populaire Arthurlegende, wordt de volgende erecode gegeven:

  • Geen geweld of doodslag te plegen
  • Nooit bij verraad betrokken te zijn
  • Nooit wreed te zijn maar kwartier te geven wanneer daarom wordt gevraagd
  • Dames, edelvrouwen en weduwen steunen
  • Geen geweld te gebruiken tegen dames, edelvrouwen en weduwen
  • Geen gevechten aan te gaan vanwege ruzies zonder grond of winstbejag.

De genoemde idealen staan in sterk contrast tot het werkelijke gedrag van de ridders in de vroege middeleeuwen, vernietigende onderlinge oorlogen waarvan vooral de boeren het slachtoffer waren, verkrachting, verraad, onderlinge krachtmetingen en het zich verkopen aan de meestbiedende waren aan de orde van de dag. Zoals de kruistochten en de toernooien deel van een beschavingsoffensief waren, zo waren ook de ridderorden waarvoor de “Ronde Tafel” de inspiratie was een bewuste poging om de edelen aan hun leenheer te verplichten en “manieren bij te brengen”. Kenmerkend voor de mentaliteit van de middeleeuwse ridders is dat dames wel worden genoemd maar burgers, boeren, horigen, zieken, geestelijken en anderen die weerloos waren tegen het geweld van de ridderstand niet worden vermeld.

De Europese ridderorden zijn rond 1100 tijdens de kruistochten ontstaan naar het voorbeeld van een groep van trouwe vazallen die de koning omringden en door een eed van trouw aan zijn hof waren gebonden. Dit heeft de organisatie van de koninklijke orden, de oudste daarvan is de Engelse Orde van de Kousenband, en de kruisridderorden duidelijk beïnvloed.

De oudste legenden rond de Ronde Tafel[bewerken]

De eerste vermelding van de Orde van de Ronde Tafel is bij Wace wiens Roman de Brut voortborduurde op Geoffrey of Monmouths Historia Regum Britanniae. (Latijn: "Geschiedenis van de koningen van Brittannië"). Latere schrijvers gebruikten het thema eveneens, waarbij zelfs de oudste bronnen Arthur een gevolg van buitengewoon dappere ridders toeschrijven. Geoffrey schrijft dat de ridders uit heel Europa naar Camelot trokken om Arthur te dienen. In de Mabinogion hebben de ridders zelfs bovennatuurlijke krachten. De namen van de ridders die in de Welshe legende worden genoemd zijn ook in de legende zoals die op het Europese vasteland wordt verteld overgenomen. Cai werd Kay (Keye), Bedwyr werd verfranst tot Bedivere, en Gwalchmai is ons bekend als Gawain (Walewein).

De Ridders van de Ronde Tafel[bewerken]

Opgemerkt dient te worden dat waar bij de naamsuitgang 'ofe' staat ook 'ore gelezen kan worden, zo wordt bijvoorbeeld Pellinofe ook vaak aangeduid als Pellinore en Ectof als Ector.

Malory noemt in het verhaal van Sir Urry nog een honderdtal namen; het gaat daar om:

  • Koning Clariance van Northumberland
  • Sir Barrant le Apres (Koning met honderd Ridders)
  • Koning Angwish van Ierland
  • Koning Nentres van Garlot
  • Koning Carados van Schotland
  • Sir Galahalt (een Hertog bekend als de Haut Prince)
  • Hertog Chalance van Clarence
  • Graaf Ulbawes
  • Graaf Lambaile
  • Graaf Aristance
  • Sir Florence (zoon van Gawain en Sir Brandiles' zuster)
  • Sir Lovell (zoon van Gawain en Sir Brandiles' zuster)
  • Sir Blamor van Ganis
  • Sir Bleoberis van Ganis
  • Sir Gahalantine
  • Sir Galihodin
  • Sir Mena Duke
  • Sir Villiars de Valiant
  • Sir Hebes le Renowne
  • Sir Dodinas le Savage
  • Sir Kay l'Estrange (niet Kay, Arthurs seneschal)
  • Sir Meliot van Logris
  • Sir Petipace van Winchelsea
  • Sir Galleron van Galway
  • Sir Melion van de Berg
  • Sir Cardok
  • Sir Uwain le Avoutres
  • Sir Ozanna le Coeur Hardi
  • Sir Ascamore
  • Sir Grummor Grummorson
  • Sir Crosslem
  • Sir Severause le Breuse (befaamd omdat hij niet met mensen maar wel met reuzen en draken vocht)
  • Sir Dornar
  • Sir Lucan de Butler
  • Sir Brandiles
  • Sir Clegis
  • Sir Sadok
  • Sir Dinas (Seneschal van Cornwall)
  • Sir Fergus
  • Sir Driant
  • Sir Lambegus
  • Sir Clarus van Cleremont
  • Sir Clodrus
  • Sir Hectimere
  • Sir Edward van Caernarvon
  • Sir Dinas
  • Sir Priamus
  • Sir Helian le Blanc
  • Sir Brian van Listinoise
  • Sir Gauter
  • Sir Reynold
  • Sir Gillimer
  • Sir Gumret le Petit
  • Sir Bellenger le Beau
  • Sir Hebes (niet Hebes le Renowne)
  • Sir Morganor
  • Sir Sentrail
  • Sir Suppinabiles
  • Sir Belliance le Orgulous
  • Sir Neroveus
  • Sir Plenorius
  • Sir Damas
  • Sir Harry le Fils Lake
  • Sir Herminde
  • Sir Selises van de “Wenende Toren”
  • Sir Edward van Orkney
  • Sir Ironside (Ridder van de Red Launds)
  • Sir Arrok
  • Sir Degrevant
  • Sir Degrave sans Villainy (die vocht met de reus van de Black Lowe)
  • Sir Epinogris (zoon van Koning Clariance van Northumberland)
  • Sir Lamiel van Cardiff
  • Sir Plaine van Fors
  • Sir Melias van l'Isle
  • Sir Borre le Coeur Hardi (Koning Arthurs zoon)
  • Sir Mador de la Porte
  • Sir Colgrevance
  • Sir Hervis van het Woeste Woud
  • Sir Marrok (die door zijn echtgenote zeven jaar lang in een weerwolf werd veranderd)
  • Sir Persant
  • Sir Pertolepe
  • Sir Perimones (broer van Persant en Pertolepe en de “Rode Ridder” genoemd)
  • Sir Lavain
  • Sir Urry

Sir Urry kwam uit Hongarije om bij de Ridders van de Ronde Tafel genezing voor zijn wonden te zoeken, maar de 110 Ridders bleken daartoe niet in staat. Toen Sir Lancelot in Camelot aankwam, genas hij Sir Urry.

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Thomas Malory's Le Morte Darthur, het Winchester Manuscript. Geredigeerd door Helen Cooper, Oxford University Press 1998.
  • De waanzinnige veertiende eeuw, Barbara Tuchman.