Piratencode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Een op een onbewoond eiland achtergelaten piraat. Dat was een van de gangbare straffen bij ernstige overtredingen van de piratencode

De piratencode was een gedragscode waar piraten zich aan dienden te houden, ten bate van de onderlinge samenwerking en de veiligheid van het schip.[1]

Vroeger verschilden deze regels van kapitein tot kapitein en zelfs van reis tot reis. Aan het begin van een reis werd elk bemanningslid gevraagd om een handtekening of eigen markering te zetten onder de piratencode, waarna er een eed gezworen moest worden van trouw en eer. Deze eed werd gezworen op de Bijbel, maar soms ook andere voorwerpen zoals bijlen, gekruiste pistolen, zwaarden, een mensenschedel of naast een kanon. Na deze eed behoorden de bemanningsleden officieel tot de bemanning. De piratencode kreeg daarna een prominente plaats zodat het voor iedereen goed zichtbaar was.

Bij een dreigende overmeestering of overgave werd de code meest snel verbrand of in zee geworpen, om te voorkomen dat de code als bewijs kon worden gebruikt in een rechtszaak. Daarom zijn er weinig piratencodes overgeleverd, maar ze bestaan wel. Er zijn negen min of meer complete codes bewaard gebleven, voornamelijk uit het in 1724 uitgegeven boek A General History of the Robberies and Murders of the most notorious Pyrates en uit de archieven van rechtbanken. De Fransman Alexandre Exquemelin schreef in 1678 het boek De Americaensche Zee-Roovers, gebaseerd op zijn ervaringen als chirurgijn aan boord van piratenschepen. Dat werk bevat onder meer een groot deel van de piratencode die Henry Morgan moet hebben gehanteerd.

Het is niet vast te stellen hoeveel kapiteins en bemanningen gebruik maakten van een piratencode. Niettemin wijst wetenschappelijk onderzoek erop dat dit in het overgrote deel van de gevallen gebeurde.[1] De oorsprong van de piratencode moet waarschijnlijk gezocht worden in vergelijkbare reglementen aan boord van schepen die ter kaapvaart gingen.[1]