Praam (vaartuig)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tekening van een vlotschuit en een weyschuit door Nicolaes Witsen (1671).

Een praam is een platbodem vaartuig voor de binnenwateren, bestemd voor het vervoer van landbouwproducten, vee e.d.

De praam behoort (met de aak) tot de oudste scheepstypes die bekend zijn, en komt al voor in de Romeinse tijd. Oneigenlijk wordt het woord praam wel pejoratief gebruikt voor eender welk onaanzienlijk type boot.

Kenmerken[bewerken]

een geheel plat of licht gebogen vlak, hoekige kimmen, scherpe boegen en (meestal)rechte vallende stevens en het ontbreken van wegering (is binnen betimmering). Dit gaat echter alleen op voor de zogenoemde Overijselsche typen, de Friesche en Groningsche typen behoren tot de Tjalken.

De naam[bewerken]

In de 17e eeuw werd de praam in Holland weyschuyt en op de rivieren vlotschuyt genoemd, in Brabant ook turfschuit. Het woord praam betekent drukken (met een vaarboom voortbewegen) zie ook bomen, en is afkomstig van het Latijnse premere.

Ontwikkeling[bewerken]

Na de middeleeuwen ontwikkelde de praam zich tot een groot (tot 20 meter) schip dat zelf voor de vaart op de Zuiderzee en in de kustwateren werd gebruikt als lichter. De boegen kregen een goede Hollandse ronding en er werd zeiltuig geplaatst en zijzwaarden. De kenmerken die zij behielden waren de grote lengte breedte verhouding 1:5 of meer, de geringe zeeg het vrijwel rechte midden schip en de brede platte kielplank,en hoekige kim. De diepgang was nooit meer dan 2 voet +/- 60cm

Modellen[bewerken]

  • Zomp Een uit Overijssel afkomstig scheepje met als belangrijkste kenmerken: verticale gekromde stevens, brede sterk uitwaaierende zijden opgehoogd met een verticaal boeisel met vrijwel horizontale bovenzijde. Verder een geringe diepgang
  • Veense praam. Een uit het Zuid-Hollandse plassen gebied afkomstig scheepje bestemd voor turfvervoer en baggerwerk dat vroeger in hout werd gebouwd naar model van de bok. Het is later veel in ijzer gebouwd en stond zelf weer model voor de zeilende westlander.
  • Hoogeveensche praam Een klein model praam, dat in de 17de en de 18de eeuw waarschijnlijk nauwelijks werd gezeild, maar vooral werd geboomd. De Hoogeveense pramenschippers werden ook wel praamschuivers genoemd. In de praam kon twee dagwerk turf worden vervoerd. De Hoogeveense pramen kwamen over het algemeen niet verder dan Zwartsluis. Hier werd de turf overgeslagen op grotere Meppeler pramen. Deze gingen de IJssel op, of maakten de overtocht naar Holland om daar de turf te verhandelen.
  • Meppelse praam
  • Drentsche praam
  • Overijselsche praam
  • Groningsche en Friesche pramen