Windjammer (zeilschip)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Viermaster bark Herzogin Cecilie, een archetypische windjammer

Een windjammer is de term voor een, meestal dwarsgetuigd, groot zeilschip (een tallship) dat in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd gebruikt voor de handel.

Een vaak gehoorde, maar foutieve, volksetymologische verklaring beweert dat de term verwijst naar het typische geluid dat ontstaat, wanneer sterke wind door een tuigage van staaldraad waait (huilen of jammeren van de wind). In werkelijkheid is de term uit het Engels ontleend en bestaat ze uit de onderdelen wind (wind) + to jam (doordouwen).[1][2]

Met de term worden uitsluitend koopvaardijschepen aangeduid, meer speciaal de grotere types, die vanaf de jaren 80 van de 19e eeuw hun intrede deden, na het verdwijnen van de klippers. In de 19e eeuw kwam het woord windjammer wel voor, maar werd onder andere als een scheldwoord gebruikt voor een schip dat slecht onderhouden was.

Bemanning, verloning en discipline[bewerken]

De bemanning van een windjammer was verrassend klein. De schepen konden in principe gevaren worden door slechts 14 bemanningsleden. Een typische bemanning bestond uit een kapitein, een eerste stuurman, een bootsman, 15 matrozen en 5 leerjongens. In 1926, hoewel ze maar 19 bemanningsleden aan boord had, slaagde de Herzogin Cecilie erin Kaap Hoorn te ronden.[3]
De bemanningslijst van de Pamir, bij haar laatste commerciële vaart rond Kaap Hoorn in 1949 onder Finse vlag, bevatte 33 personen:[4]

  • De kapitein
  • 4 officieren (eerste, tweede derde en bootsman)
  • 13 volmatrozen
  • 5 lichtmatrozen
  • 5 dekjongens
  • 4 (kok/ hulpkok en steward/ assistent-steward
  • 1 donkeyman

Eigenaars exploiteerden hun schepen met veel aandacht voor kosten. Zowel officieren als gekwalificeerd personeel zoals zeilmakers werden daardoor slecht betaald. In 1938 verdiende de kapitein van de Moshulu $ 100 / maand en de gemiddelde zeilmaker $ 20 / maand. De lonen van andere bemanningsleden waren minuscuul in vergelijking. Gekwalificeerde volmatrozen kregen maximum $ 16 / maand en vaak veel minder dan dat. [5] Ondanks de slechte verloning was er nooit een gebrek aan bemanningsleden aangezien Duitsland en de Scandinavische landen zeilervaring vroegen voor vaarlicenties. [6]

Aan het einde van de 19de eeuw heerste er, vooral op Amerikaanse schepen, een harde en (vaak onnodige) wrede discipline aan boord.[7] Tegen het einde van Windjammer-tijdperk in de jaren 30 werden dit soort tactieken niet meer toegepast op Finse en Duitse schepen. Toch lieten ook Finse officieren, wanneer er met minimale bemanning en voor het grootste deel onervaren jonge zeelieden werd gevaren, het soms niet na om discipline met de vuisten af te dwingen wanneer bevelen direct opgevolgd moesten worden.[8]

Economie van de windjammers[bewerken]

Hoewel ze inmiddels al als een verdwijnend transportmiddel werden beschouwd, bleven windjammers in de commerciële vaart tot de jaren 50. Ze vulden een niche in het transport van laag gewaardeerde bulkvracht, van weinig belang voor de bedrijven die stoomschepen exploiteerden, zoals bijvoorbeeld hout, kolen, guano of graan (60.000 zakken op de Pamir).[9] Cargo's werden vervoerd vanuit afgelegen havens, waar voor andere schepen geen brandstof of water te verkrijgen was, zoals Australië (wol en graan), afgelegen eilanden in de Stille Zuidzee (guano) en Zuid-Amerika (nitraten). Meestal volgden de windjammers de rond de wereld lopende klipper-route. Idealiter vervoerden ze verschillende cargo’s op elke etappe van hun reis, maar voor het grootste deel waren ze gedwongen om in ballast te varen. De laatste etappe, van Australië naar Europa, waar de cargo uit tarwe of gerst bestond, vormde later inspiratie voor de "graanregattas". Het was een eer geworden voor kapiteins om de etappe zo snel mogelijk af te leggen.[10] De etappe liep van de graanhavens in de Spencergolf in Zuid-Australië tot Lizard Point in Cornwall en daarna verder door naar de bestemmingshaven in Groot-Brittannië of op het continent.

In de jaren 30 kon er goed verdiend worden in de graanhandel tussen Australië en Europa. De transportkosten varieerden tussen de 4 en de 8 dollar per ton. De eigenaars van de "Parma" kochten het schip in 1932 voor ongeveer $ 10.000. Het schip werd met 5.200 ton oftewel 62.650 zakken graan geladen aan een bruto-inkomen van $ 40.000 dollar. Hoewel het voor de helft in ballast had gevaren betaalde het schip zichzelf en alle onkosten in één enkele reis terug. Gedurende deze jaren realiseerden de windjammers gewoonlijk elk $ 5.000.[11]

De Duitsers, met name onderhielden gedurende dezelfde tijd een winstgevende handel met de westkust van Zuid-Amerika door stukgoederen uit en nitraten in te voeren. Ze gebruikten formidabele schepen, zoals de "Peking", de "Padua" en de "Priwal", om de moeilijke, ten westen gaande passage over Kaap Hoorn te maken. Kapiteins werden verwacht om binnen de 2 jaar 3 rondvaarten over deze kaap te varen.[12]

De viermaster barkentijn "John Ena”" uit San Francisco wordt door het Panamakanaal gesleept.

Ondanks de hoge kost opteerden sommige van de schepen om door het Panamakanaal gesleept te worden om zo de Straat Magellaan of Kaap Hoorn te vermijden.[13]

Nederlandse historische typen: Buis · Crabschuyt · Crayer · Damloper · Eiker · Fluit · Gaffelaar · Hoeker · Heude · Hulk · Tjalk · Kofschip · Kogge · Otter · Pink · Poon · Potschip · Smalschip · Snauwschip · Retourschip · Smak · Snik · Waterschip · Westwerling · Wijdschip · Zetteboot · Zomp
Historische bedrijfsvaartuigen: Aak · Blazer · Bolle met boord · Bolschip · Boltjalk · Botter · Friesemaatkast · Hagenaar · Kaag · Klipper · Klipperaak · Kraak (binnenvaart) · Kwak · Lemsteraak · Praam · Schokker · Skûtsje · Steilsteven · Stevenaak · Tjalk · Westlander · Zeilkast
Buitenlands historische typen: Balant · Dhow · Ewer · Galei · Galjas · Galjoen · Jonk · Karveel · Klipper · Kraak (zeeschip) · Linieschip · Naveel · Nef · Schoener · Xebec
Zeegaande zeilschepen: Bark · Barkas · Barkentijn · Brigantijn · Brik · Fregat · J-klasse · Kits · Korvet · Kotter · Logger · Schoener · Volschip · Windjammer · Yawl
Historische zeilscheepjes: Boeier · Hoogaars · Punter · Schouw
Zeiljachten: Draijer · Fisher · Folkboot · Halcyon 23 · Pion · Regina · Standfast 27 · Standfast 30 · Standfast 33 . Tirion · Tirion28 · Twister · Waarschip
Sport en recreatie: BM · Catamaran · Centaur · Extreme 40 · Flying Arrow · Jol · Lelievlet · Piraat · Sloep · Solo · Stern · Stockpaert · TP52 · Trimaran · Wayfarer
Nationale klassen: 16m² · Efsix · Pampus · Randmeer · Regenboog · Schakel · Sharpie · Spanker · Splash · Tirion · Top · Valk · Vrijheid · Sailhorse
Internationale klassen: 420 · Contender · Flying Junior · J22 · J24 · Mirror · OK-jol · Optimist · RC44 · Vaurien
Huidige Olympische klassen: 470 · 49er · 49er FX · Finn · Laser · Laser Radial · Nacra 17 · RS:X
Vintage Yachting klassen: 5.5 Meter · Draak · Europe · Flying Dutchman · Olympiajol · Soling · Tempest · Twaalfvoetsjol · Yngling
Voormalige Olympische klassen: 6 Metre · 6.5 Metre · 7 Metre · 8 Metre · 10 Metre · 12 Metre · 12m² Sharpie · Scherenkruiser · Achttienvoetsjol · Division II · Elliott 6m · Firefly · Lechner · Meulan · Mistral · Snowbird · Star · Swallow · Ton-klassen · Tornado · Windglider