Retabel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het beroemde altaarretabel van de middeleeuwse beeldsnijder Veit Stoss in de Mariakerk in Krakau
Gotisch retabel met gesneden reliëf en geschilderde zijpanelen, Sint-Cyriacuskerk, Krefeld-Hüls

Een retabel, ook wel altaarretabel, is een schilder- of beeldhouwwerk, dat bedoeld is om in een kerkgebouw op een altaar te plaatsen of aan de muur achter een altaar te bevestigen. Meestal bestaat een retabel uit meerdere panelen, al dan niet met scharnieren aan elkaar bevestigd.

Altaarretabels bestaan alleen in de katholieke traditie. De voorstellingen verwijzen dikwijls naar de Bijbelse persoon of de heilige aan wie het altaar is gewijd. Soms zijn in het retabel reliekhouders, tabernakels of vrijstaande beelden verwerkt. Geschilderde retabels of altaarstukken tonen vaak een donorportret.

Geschiedenis[bewerken]

Vanaf de Late Middeleeuwen waren gebeeldhouwde of geschilderde retabels in heel Europa populair. De meeste kerken hadden één of meerdere altaarretabels. In de romaanse periode bestonden de meeste retabels uit edelsmeedwerk of uit steen gehouwen reliëfs. Een voorbeeld van de eerste categorie is het Maaslandse triptiek uit de Heilig Kruiskerk in Luik, tegenwoordig in het museum Grand Curtius. Een voorbeeld van een retabel in steenreliëf is het dubbelreliëf van het Westwerkaltaar van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.

In de gotische periode werden vooral uit hout gesneden retabels met reliëfvoorstellingen geproduceerd. Bekend waren de Antwerpse retabels, die in de 15e en 16e eeuw naar heel Europa werden uitgevoerd, tot de Canarische Eilanden aan toe. Laatgotische Brabantse retabels van onder anderen Jan Borreman zijn te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Andere voorbeelden zijn het Brussels passieretabel in de dagkapel van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht en het Sint-Columbaretabel in de Sint-Columbakerk van Deerlijk. Typisch voor de zuidelijke Nederlanden in deze periode zijn ook de besloten hofjes.

Vanaf de zestiende eeuw maakte het gebeeldhouwde retabel geleidelijk plaats voor het geschilderde altaarstuk. Schilders als Giovanni Bellini, Rogier van der Weyden, Jheronimus Bosch en Peter Paul Rubens waren hierin gespecialiseerd. Voorbeelden hiervan bevinden zich in kerken in heel Europa en musea wereldwijd.

In Noordwest-Europa hebben veel retabels de beeldenstormen van de 16e eeuw niet overleefd. Een uitzondering daarop is onder andere de Sint-Leonarduskerk in Zoutleeuw, waar zich nog zeven laatgotische retabels bevinden. Onderdelen van altaarretabels worden al sinds de 19e eeuw verhandeld op de kunstmarkt. In Zuid-Duitsland en Spanje zijn nog relatief veel retabels compleet bewaard. In de tijd van de neogotiek herleefde de interesse en werden talloze retabels gemaakt. Na het Tweede Vaticaans Concilie en de invoering van de Mis van Paulus VI, maakte het traditionele hoogaltaar met retabel in veel kerken plaats voor het volksaltaar, zonder retabel.

Zie ook[bewerken]