Deerlijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deerlijk
Gemeente in België Vlag van België
Vlag van Deerlijk Wapen van Deerlijk
Deerlijk (België)
Deerlijk
Geografie
Gewest Vlag Vlaams Gewest Vlaanderen
Provincie Vlag West-Vlaanderen West-Vlaanderen
Arrondissement Kortrijk
Oppervlakte
– Onbebouwd
– Woongebied
– Andere
16.82 km² (2017)
57,07%
19,8%
23,13%
Coördinaten 50° 51' NB, 3° 21' OL
Bevolking (bron: AD Statistiek)
Inwoners
– Mannen
– Vrouwen
– Bevolkingsdichtheid
11.946 (01/01/2019)
49,42%
50,58%
710,41 inw./km²
Leeftijdsopbouw
0-17 jaar
18-64 jaar
65 jaar en ouder
(01/01/2019)
19,17%
60,3%
20,53%
Buitenlanders 2,99% (01/01/2019)
Politiek en bestuur
Burgemeester Claude Croes
Bestuur CD&V, Open Vld
Zetels
CD&V
Open Vld
N-VA
Deerlijk²
21
10
6
3
2
Economie
Gemiddeld inkomen 19.042 euro/inw. (2016)
Werkloosheidsgraad 3,32% (jan. 2019)
Overige informatie
Postcode
8540
Deelgemeente
Deerlijk
Zonenummer 056
NIS-code 34009
Politiezone Gavers
Hulpverleningszone Fluvia
Website www.deerlijk.be
Detailkaart
DeerlijkLocation.png
ligging binnen het arrondissement Kortrijk
in de provincie West-Vlaanderen
Portaal  Portaalicoon   België
Gedenkbeeld Pieter Jan Renier aan de Sint-Columbakerk
Gedenkbeeld René De Clercq aan de Sint-Columbakerk
Buste Hugo Verriest aan de Sint-Columbakerk
Voormalige Heilige Moeder Annakerk op de Molenhoek
Kerk van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Sint-Lodewijk

Deerlijk is een plaats en gemeente in de Belgische provincie West-Vlaanderen. Ze telt ruim 11.000 inwoners.

De gemeente wordt doorkruist door de spoorweg Brussel-Kortrijk, de autosnelweg E17 (traject Gent-Kortrijk) en de gewestweg N36. Twee grote beken lopen door de gemeente: de Gaverbeek en de Slijpbeek).

Toponymie[bewerken | brontekst bewerken]

Over de verklaring van de naam Deerlijk zijn de naamkundigen het niet eens. Volgens de meest gezaghebbende onder hen, Maurits Gysseling, is de naam Deerlijk een Gallo-Romeinse nederzettingsnaam, namelijk Thrasiliacas, afgeleid van de Germaanse persoonsnaam Thrasilo, gecombineerd met het Latijnse achtervoegsel -iacas. Deerlijk zou dan betekenen "nederzetting toebehorend aan Thrasilo".[1] De oudste schrijfwijzen die men in de documenten aantreft, zijn Derlike (1070) en Tresleca (1111).[2] Later, in de 17de, de 18de en de 19de eeuw treft men ook zeer frequent de benaming D'Eerlyck aan in zowel krantenartikels en pamfletten als in officiële teksten zoals verslagen van de rechtbank (de vierschaar).[3]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Vroegste sporen van bewoning[bewerken | brontekst bewerken]

De oudste sporen van menselijke nederzettingen werden aangetroffen in het waterrijke gebied van de Gavervlakte. Zowel in Deerlijk als in Harelbeke zijn stenen werktuigen gevonden van jagers en voedselverzamelaars uit het laat-paleolithicum, meer bepaald uit de zogenaamde Tjongercultuur (ca. 7000 v.Chr.). Verschillende vondsten, zoals een fragment van een gepolijste bijl en pijlpunten, wijzen ook op menselijke bewoning tijdens het neolithicum (ca. 3000-2000 v.Chr.). Voorlopig ontbreken op Deerlijks grondgebied sporen uit de bronstijd en de ijzertijd, alhoewel er vermoedelijk ook in die tijd bewoning was. De vele vondsten in de omliggende gemeenten wijzen in die richting.

Romeinse nederzetting[bewerken | brontekst bewerken]

In het centrum van Deerlijk, tussen de kerk en de kapel ter Ruste, heeft er een Gallo-Romeinse nederzetting bestaan (2de-3de eeuw). Opgravingen op de terreinen van de Rijksbasisschool (1974), aan de Sint-Columbakerk (1977), aan het rustoord (1978) en op de terreinen van de voormalige ververij Ovelacq (1997) leverden voldoende bewijsmateriaal, zoals dakpannen, aardewerk en fragmenten van handmaalstenen en vuurbokken. Een schat van ca. 45 munten, in 1848 gevonden in de wijk Belgiek, kan wijzen op het bestaan van een laat-Romeinse of Merovingische nederzetting (4de eeuw). Door de invallen van Germaanse stammen zijn vondsten uit deze periode in België vrij zeldzaam.

Middeleeuwen: ontstaan van Deerlijk[bewerken | brontekst bewerken]

Twee grote bossen, gescheiden door de Gavermoerassen, bedekten Deerlijk. In het noorden, vanaf de Hoog-en Waregemstraat over Beveren-Leie en Desselgem, lag het dichte Methala- of Medelewoud en ten zuiden van de Gavermoerassen het kleinere Feretwoud. In de 10e eeuw schonk Arnulf de Grote, graaf van Vlaanderen, de Gentse Sint-Pietersabdij grote gebieden uit zijn domein, waaronder het Medelewoud. De abdij liet dat woud in de volgende eeuwen systematisch ontginnen en in cultuur brengen. Dat gaf ontstaan aan heel wat omwalde hoeven, van waaruit de ontginning doeltreffend werd georganiseerd. Vermelden we de nu nog bestaande hoeven het Goed Scaecx te Bruyelstraete (Desselgemstraat 141) en het Goed ten Bruyele (Desselgemstraat 44). Op de zandrug tussen het Medelewoud en de Gavers liep de aloude weg van Kortrijk naar Waregem, dat is de huidige Kortrijkse Heerweg en de Hoog- en Waregemstraat. Op de hoger gelegen droge kouters rond deze weg is ten laatste in de 10e eeuw de nederzetting Derlike ontstaan. Deze kleine en op zichzelf niet zo belangrijke heerlijkheid had echter de kerk op haar grondgebied, zodat ze uitgroeide tot dorpsheerlijkheid en parochie.

In 1119 was voor het eerst in geschriften sprake van een kerk. Het ging toen wellicht om een houten bedehuisje. In de tweede helft van de 12de eeuw werd het gebouw vervangen door een romaanse driebeukige kruiskerk, vervaardigd uit Doornikse blauwsteen.

Ancien régime[bewerken | brontekst bewerken]

Tot op het einde van het ancien régime was Deerlijk in handen van diverse heren of families, zoals de families de Costere, de Lamotte en de Cassina. Jan – een telg van de familie de Costere – liet vermoedelijk rond 1535 een retabel maken. Het kunstwerk kwam in de Sint-Columbakapel die voor het eerst vermeld werd in 1440.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) kreeg Deerlijk het zwaar te verduren. Rondtrekkende troepen eisten voorraden op en brachten vernielingen aan. Als gevolg hiervan liep het inwonersaantal sterk terug en zaailanden werden amper bewerkt. Door het Twaalfjarig Bestand vanaf 1609 werd de gemeente weer opgebouwd. Waarschijnlijk werd bij deze gelegenheid de kerk verkleind tot een tweebeukige kerk.

In 1641 stichtte men de kapelanie van Onze-Lieve-Vrouw ter Ruste (kapel ter Ruste) en in 1666 die van de Pladijshoek (kapel ter ere van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen, indertijd omschreven als de ‘’Capelle te Keyselberge’’).

De Negenjarige Oorlog (1688-1697) bracht weer rampspoed. Opnieuw verwoestten rondtrekkende en muitende troepen oogsten en hoeven.

Gedurende het Oostenrijkse bewind (1715-1792/94) kende Deerlijk een periode van herstel en relatieve welvaart. De bloei van de vlasnijverheid leidde tot de oprichting van diverse spin- en leerscholen. In 1739 telde de gemeente bijna 200 thuiswevers. Er werd vooral grof linnen geproduceerd. De verhoogde welvaart resulteerde onder meer in een verhoogde bouwactiviteit: in 1755 kwam er een pastorie in de Pontstraat en tussen 1774 en 1776 werd de huidige classicistische Sint-Columbakerk opgetrokken onder leiding van de vermaarde architect Laurent-Benoît Dewez. Bij deze werken werd de ernaast gelegen Sint-Columbakapel afgebroken en het retabel overgebracht naar de nieuwe kerk.

In 1731 werd langs de Harelbekestraat herberg “De Croone” geopend, het latere gemeentehuis. Door de verbreding van de straat in 1893 werd het gebouw afgebroken en verscheen er een nieuw in de plaats.

De herberg Het Damberd kwam er in 1790 en was het geboortehuis van dichter en schrijver René De Clercq.

Pieter Jan Renier, dichter en befaamd om zijn kostschool, werd in Deerlijk geboren in 1795.

Nieuwste Tijd[bewerken | brontekst bewerken]

Door de Franse Revolutie en de Franse bezetting van onze gewesten (1794-1815) werden de adellijke titels en feodale rechten afgeschaft. De bestuurlijke bevoegdheden gingen over naar een college van burgemeester en schepenen. Eugène De Vlaminck, voorheen nog baljuw en meier, was de eerste burgemeester van Deerlijk.

Kasselrijen en heerlijkheden verdwenen eveneens. Kerken en kapellen werden gesloten of kregen een gewijzigde bestemming. De Sint-Columbakerk, de kapel ter Ruste en de kapel op de Pladijshoek (heden Sint-Lodewijk) gingen dicht. Na het Concordaat van 1801 werden de kerk en de kapel op de Pladijshoek opnieuw geopend. De kapel ter Ruste bleef dicht. In 1804 werd deze laatste ingericht als paardenstalling (voor militair gebruik) en in 1819 kwam er een spinschool.

Door afnemende afzetmarkten en goedkoper machinaal geweven textiel uit Engeland kende de linnennijverheid tijdens de Nederlandse periode (1815-1830) een grote neergang. Tussen 1840 en 1850 kwam deze crisis tot een hoogtepunt. Daarenboven werd de gemeente getroffen door een hongersnood door mislukte aardappel- en graanoogsten. Tot overmaat van ramp kwam hier nog een tyfus-epidemie bovenop (in 1847 was in de kapel ter Ruste een hospitaal voor tyfuslijders). Door het oprichten van leerscholen probeerde de overheid de economie te stimuleren.[4] In 1848 openden industriëlen het eerste leerwerkhuis voor wevers in de kapel ter Ruste. De leerlingen kregen les in de modernste weeftechnieken en het mechanisch garen werd er geïntroduceerd. Eens “afgestudeerd” werkten de wevers thuis als loonarbeiders voor een onderaannemer en op bestelling, een nieuwe methode. Door het succes werd in 1853 in de Harelbekestraat nog een leerwerkschool geopend. Ferdinand – vader van de industrieel en politicus Astère Vercruysse de Solart – schonk hiervoor een stuk grond.

Aangetrokken door de goedkope arbeidskrachten streek in 1851 de familie Ovelacq neer in Deerlijk. Deze industriëlen afkomstig uit Roubaix richtten in 1854 een ververij op in de Harelbekestraat. Het geverfde wolgaren ging naar de huisarbeiders die het sponnen en weefden. In 1875 bouwde de familie een mechanische weverij die werk bood aan 300 wevers. Desondanks bleef de huisnijverheid tot de Eerste Wereldoorlog een belangrijk economisch gegeven binnen Deerlijk.

Priester-schrijver Hugo Verriest zag in 1840 het levenslicht in de Hoogstraat.

Grote infrastructuurwerken ontsloten vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw het landelijke Deerlijk. In 1847 was de gemeente al via een steenweg verbonden met het station van Harelbeke en in 1856 volgde de Vichtesteenweg als onderdeel van de weg Harelbeke-Kerkhove. De Pladijs- en Stationsstraat kwamen er in 1872, waarmee ook Sint-Lodewijk verbonden werd met het centrum van Deerlijk.

In 1869 kreeg de parochie Sint-Lodewijk haar eigen kerk. Net als de ’Capelle te Keyselberge’’ (zie hoger) was het gebouw toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen. De oude kapel werd in 1885 met de grond gelijk gemaakt.

Vanaf 1868 doorkruiste de spoorlijn van Kortrijk naar Oudenaarde het dorp. In 1892 kwam er een station. Dit werd in 1984 gesloten. Rond de spoorlijn en het station vormde er zich een nieuw gehucht: de Statiewijk.

Het station van Deerlijk

Vanaf 1881 werd de bouwvallige kapel ter Ruste gerestaureerd en in 1884 opnieuw opengesteld voor de eredienst en bedevaarten. Ter gelegenheid van de heropening dichtte Guido Gezelle een Marialied.

De molenaarsfamilie Declercq bouwde in 1888 een stenen stellingmolen, later genaamd “Ter Geest en Te Zande”. Het is de enige van een groot aantal molens die in de gemeente bewaard is gebleven.

In 1890 liet Astère Vercruysse de Solart de boerderij ’t Goed ter Plancken verbouwen tot een kasteel, later het Gaverkasteel genoemd.

De tramlijn Kortrijk-Vichte deed vanaf 1912 Deerlijk aan. Tot 1933 was dit met stoomtrams, daarna met elektrische stellen. Het station van de tram was in het begin van de Vichtesteenweg. De lijn werd afgeschaft in 1957.

Tram in de Vichtesteenweg, twee jaar voor het opdoeken van de lijn

Nog in 1912 werd in de Harelbekestraat de firma A. Vandendriessche Electrotechniek gesticht. Vanaf 1944 zou dit bedrijf het gekende gietijzeren wafelijzer gaan produceren.[5] Overigens kwam er in dezelfde periode elektrische stroom in de gemeente.

In de eerste maanden van de Eerste Wereldoorlog waren op Deerlijks grondgebied enkele ernstige schermutselingen tussen Belgische militairen, rijkswachters en Duitse verkenners. Op 17 oktober 1914 namen de Duitsers Deerlijk dan in. Het was het begin van een vier jaar durende bezetting, met ingekwartierde militairen en allerlei geboden en verboden. Opeisingen van goederen en personen kwamen alsmaar frequenter voor. In oktober 1916 werden enkele honderden mannelijke inwoners gedwongen tot arbeid in de streek van Charleville en Sedan, de ziviel- of civielarbeiders (ZAB). Op de foto staan een aantal van hen: 186 Gerard Vangheluwe, 185 Julien Soen, 199 Theofiel Malfait, 82 Medard Vercruysse, 54 Joseph Devogelaere, 507 Alois Bijttebier en Maurice Hye.[6]

Civielarbeiders (ZAB) Deerlijk 1914-1918
Oorlogsmonument in centrum

De gemeente werd bevrijd op 20 oktober 1918 door Schotse en Ierse troepen. Artilleriebeschietingen richtten in deze laatste fase van de oorlog zware schade aan aan gebouwen en infrastructuur. Onder meer de kerk van Sint-Lodewijk werd getroffen door geschut.

Door oorlogshandelingen stierven op zijn minst 78 Deerlijknaars: twintig soldaten, twee zivielarbeiders en 56 burgers. Hun namen staan op het oorlogsmonument aan de Sint-Columbakerk in het centrum. De namen van de personen uit Sint-Lodewijk worden nog eens herhaald op het plaatselijke oorlogsmonument, aan de achterzijde.[7][8]

In 1921 werd er in de Hoogstraat – net ten oosten van de locatie waar het latere gemeentekerkhof zou komen – een Duits militair kerkhof aangelegd. De begraafplaats verdween in 1930 toen de laatste gesneuvelden (samen met enkele lotgenoten begraven op het kerkhof van Sint-Lodewijk) overgebracht werden naar andere Duitse militaire kerkhoven in de streek.

Stratenplan van Deerlijk anno 1931
Stratenplan van Deerlijk uit 1950

Uit een nijverheidstelling van 1937 bleek dat Deerlijk een belangrijke textielgemeente was geworden. Elf katoenweverijen, twee fluweelweverijen en zes linnenweverijen waren er te vinden. Diverse mechanische weverijen verschenen langs de belangrijkste wegen en bestaande bedrijven werden uitgebreid. Zo breidde in die periode de ververij Ovelacq uit door de aankoop en integratie van de naastgelegen weverij van de familie Spincemaille (waarvan Jules een telg was). Een andere belangrijke speler in de gemeente was op dat moment de weverij-ververij J. Vanneste-Verwee aan de Oudenaardse Heerweg. Doorheen de jaren werd ook deze fabriek stelselmatig uitgebreid, inclusief een hoge gemetselde schoorsteen met daarop de verticaal geschilderde witte letters ‘VNV’.

Heel bedrijvig in Deerlijk was ook de familie Deknudt: al voor de Eerste Wereldoorlog had Aloïs Deknudt er een bekende fotostudio. In 1923 richtte deze familie een fotokaderfabriek op; in 1946 volgden een spiegel- en in 1956 een lusterfabriek.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen Duitse troepen Deerlijk binnen op 23 mei 1940. Dit gebeurde na gevechten met Engelse troepen. Artilleriebeschietingen brachten zoals in de vorige oorlog zware schade toe aan gebouwen en infrastructuur. Landbouwbedrijven hadden te maken met vertrappelde gewassen en omgekomen vee. Na een grimmige Duitse bezetting van bijna vier jaar en vier maanden bevrijdden de Engelsen Deerlijk op 8 september 1944. Wederom brachten artilleriebeschietingen ernstige schade toe aan huizen en bedrijven.

Graven Engelse gesneuvelden 1944 op de begraafplaats centrum

Achttien Deerlijknaars lieten het leven tijdens deze oorlog: vijf soldaten, vier gedeporteerden en negen burgers. Ook zij staan op het oorlogsmonument aan de kerk in het centrum. De personen afkomstig van Sint-Lodewijk staan nog eens apart vermeld op het oorlogsmonument aan de plaatselijke kerk, op de voorzijde.[9]

Op de begraafplaats van Deerlijk-centrum liggen vier Engelse gesneuvelden, gevallen tijdens de bevrijding van Deerlijk in september 1944.

Oorlogsmonument in Sint-Lodewijk

Hedendaagse Tijd[bewerken | brontekst bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog werden heel wat straten in de gemeente voorzien van een duurzaam wegdek in beton (in de volksmond macadam) of asfalt en/of verbreed. De meeste kasseien werden uitgebroken of verdwenen onder een asfaltlaag.[10]

In 1948 startte Gerard Bekaert langs de Stationsstraat een meubelmakerij die vanaf 1955 zou uitgroeien tot het huidige Meubelen Gaverzicht.

Door het stijgende bevolkingscijfer kwam er nood aan woongelegenheden. Op de wijk Molenhoek langs de Waregemstraat bouwde de sociale huisvestingsmaatschappij Mijn Huis uit Harelbeke in 1951 een rij van 52 woningen, bestaande uit acht zeswoonsten en één vierwoonst. Dezelfde maatschappij zou in 1970-1973 ook tekenen voor de Vogelwijk (126 woningen) en de Koningswijk (een honderdtal sociale en zo’n vijftig privé-woningen) in het noorden van de gemeente (zie ook bij hoofdstuk ‘Wonen’).

In 1956 kocht de gemeente de tuinen van het Gaverkasteel aan, samen met wat aangrenzende gronden. Het jaar daarop ontstond het ontspanningsoord “Het Gaverkasteel” (nu “Gaverdomein”) met onder meer speelpleinen en tennisvelden en in 1971 een sporthal. Een zwembad (genaamd Gaverbad) volgde in 1973.

Rond 1960 ontstond op de Molenhoek een nieuwe parochie, toegewijd aan Sint-Anna. De geestelijkheid wenste voor elke wijkgemeenschap een bidplaats en zo verscheen er in 1963 een kerk. Het werd een moderne zaalkerk, ontworpen door de Brugse architect Christ Vastesaeger.

In 1965 verdiende ongeveer de helft van de bevolking van Deerlijk en Sint-Lodewijk rechtstreeks of onrechtstreeks zijn brood in de textielnijverheid. Een grote naam in die dagen was de textielfirma Nuyttens Theo & Omer, met onder meer een afdeling in de Harelbekestraat. Die gebouwen werden door de jaren uitgebreid tot aan de De Cassinastraat. Het belang van de familie Nuyttens voor de plaatselijke economie weerspiegelde zich in het toekennen van een straatnaam – de Theo Nuyttenslaan – waar zich een andere afdeling van het bedrijf bevond.

Tientallen thuiswevers waren in die dagen actief in Deerlijk, vaak reeds van generatie op generatie. Naast of achter vele huizen was er een bedrijfsgebouwtje of een schuur te vinden met één of meerdere weefgetouwen.

Door de toename van de industrie en de huizenbouw in de jaren 1950-1960 verdween heel wat landbouwgrond. Op dat moment ging ook de vlasbewerking door een dal. Nogal wat landbouwers schakelden over naar de tuinbouw, groenteteelt en veeteelt.

Met de opening van de Bloemenwijk verschenen in 1969 de eerste appartementen in het centrum (zie ook bij hoofdstuk ‘Wonen’). In de gangen onderin deze gebouwen kwam een shopping center dat daarna niet echt van de grond zou komen. Enkele handelszaken boekten wel succes, waaronder een supermarkt en een reisbureau.

Vroegere shopping center Bloemenwijk. Zicht vanuit Tulpenlaan

Voor een betere toegang tot het geheel en het creëren van parkeerplaatsen (het huidige Neunkirchenplein) werden in de Hoogstraat de huizen van voormalig burgemeester Hector Isebaert en gewezen notaris Georges Masselus afgebroken. Ook in de flankerende Tulpenlaan kwamen parkeerplaatsen. Rond de appartementsblokken zijn nu nog grote bomen te zien; deze zijn restanten van de tuinen van de afgebroken huizen in de Hoogstraat.

Met de komst in 1969-1970 van de E3- (later E17-)autosnelweg zou het uitzicht van Deerlijk radicaal veranderen. Het stratenpatroon en uitzicht van de gemeente werden sterk gewijzigd: verscheidene straten eindigden voortaan aan de snelweg of werden buiten gebruik gesteld.[11] Er kwamen bruggen over de snelweg in de Breestraat, de Vichtesteenweg en de Pontstraat. Van deze straten werd tevens het tracé deels verlegd.[12] Het traject van de Stationsstraat werd niet verlegd, maar over deze weg kwam een brug. Het bedrijf Gaverzicht kwam naast de snelweg te liggen. Diverse boerderijen en huizen moesten wijken voor de snelweg.

In 1972-1973 verrees er naast de E3 een eerste grote industriezone tussen de Breestraat en Nieuwenhove (Waregem), in 1982 uitgebreid tot de industriezone Deerlijk-Waregem. Ze besloeg een oppervlakte van 45 hectare, waarvan 22 hectare op Deerlijks grondgebied. Textielbedrijven namen hier een belangrijke plaats in, maar ook de eerder genoemde ververij Ovelacq en het fotokaderbedrijf Deknudt (Frames) vonden er een nieuwe locatie. Een ander bekend bedrijf was Jumatt, een van de allereerste sleutel-op-de-deur bouwbedrijven in België. Later vestigde zich er het chemiebedrijf Boucquillon, het huidige Brenntag.

Voor de bediening van de nieuwe bedrijvenzone was de Nijverheidslaan aangelegd. Deze vond aansluiting op de Breestraat. Voor een betere ontsluiting van de industriezone en de Belgiek was laatstgenoemde straat in de voorgaande jaren verlegd en verlengd tot op de Molenhoek. De Bliekheerstraat – een zijstraat van het oude tracé van de Breestraat – verdween onder het industriepark en het talud voor de E3-brug. Momenteel is het bedrijventerrein ongeveer 70 ha groot en telt zo’n 70 bedrijven, vooral in de verwerkende industrie en de groothandel.

Door de zandwinning voor de snelweg ontwikkelde zich in de Gavermeersen een groot meer, thans het provinciedomein De Gavers. Om het centrum van de gemeente te ontlasten van doorgaand verkeer (via de N36e) legde men in 1982-1984 de ringweg N36 aan. Ook hiervoor werden diverse huizen en boerderijen afgebroken.

In 1984 verhuisde het Kortrijkse bedrijf BST (Belgian Sewing Thread) naar de gebouwen van J. Vanneste-Verwee in de Oudenaardse Heerweg. In 2009 legde deze firma de boeken neer. BST was op dat moment de laatste onafhankelijke naaigarenfabrikant uit de Benelux.[13] In 2014 ging een deel van de gebouwen tegen de grond om plaats te maken voor de nieuwe KMO-zone Brandemolen. Daarbij bleef de landschapsbepalende hoge schoorsteen behouden. Het park - 2,5 hectare groot – omvatte 21 units.[14] De nieuwe straat in het park heet toepasselijk Vanneste-Verweestraat.

Tot voor enkele jaren het imposante zicht op het bedrijf BST, voorheen Vanneste-Verwee

In 1989 richtte men met Ter Donkt een nieuw industriegebied in, gelegen tussen de N36, Pontstraat, E17 en Stationsstraat. De naam verwijst naar een historisch belangrijke hoeve die afgebroken werd bij de aanleg van het industriepark. Vanaf de jaren 2010 werd naast dit park Ter Donkt II gerealiseerd, gesitueerd tussen de N36, Pontstraat, E17 en Vichtesteenweg. Het ontwerp van dit bedrijventerrein was in handen van tuin- en landschapsarchitect Paul Deroose.

De toename van vooral het zware verkeer naar en van de industriezone Deerlijk-Waregem maakte een herinrichting van het kruispunt Belgiek op de N36 noodzakelijk. De uitvoering van de werken vond plaats in 1991.[15] Het complexe kruispunt – zes wegen komen er samen – bleef echter een knelpunt. Eens te meer drong een reorganisatie zich op. Er werd onder meer gedacht aan de aanleg van een rotonde of zelfs een ontsluitingsweg ten noorden van de E17, maar deze opties werden om diverse redenen verworpen.[16][17] Een finale beslissing bleef evenwel uit. Alleen werden in functie van de heraanleg van het kruispunt langs de Vichtesteenweg een aantal gebouwen neergehaald. Uiteindelijk zouden de werkzaamheden in 2021 kunnen aanvatten. Hierbij blijft het bestaande kruispunt behouden, maar de Oude Vichtestraat sluit niet langer aan op de N36. De aansluitende bocht in de Breestraat wordt verbreed en tussen deze straat en de N36 komt een bypass.[18]

Oud fabrieksgebouw op de hoek van de Waregem- en de Sint-Rochusstraat

Tegen 2000 was bijna alle industrie weggetrokken uit het centrum van Deerlijk.[19] In 1981 verdween de weverij Busschaert (in de toenmalige gebouwen van de weverij Defraeye (zie ook Leon Defraeye)) in de Harelbekestraat onder de slopershamer en werd vervangen door woningen. Een deel van het bedrijf bleef staan en werd verwerkt in een speelgoedwinkel. Intussen is ook dit deel afgebroken. In 1989 verliet de firma Ovelacq definitief haar gebouwen: dit gebeurde in fasen en nam meer dan vijftien jaar in beslag.[20] De weverij in de Hoogstraat werd deels gesloopt en verbouwd tot sportcentrum. De ververij – met karakteristieke hoge stenen schoorsteen – in de Harelbeke- en Ververijstraat ging in 1996 tegen de vlakte en op het vrijgekomen terrein kwam een appartement. De straatnaam ‘Ververijstraat’ herinnert nog aan dit verleden. Opvallend was dan weer dat de lokale kledingwinkels Fragine en ’t Kapelleke Fashion een serieuze schaalvergroting uitvoerden en op een andere plaats in het centrum van Deerlijk megawinkels neerpootten, respectievelijk in 2001 en 2019.[21]

In 2005 werd een nieuw gemeentehuis in gebruik genomen.[22] Het kwam in de plaats van het vorige gemeentehuis, dat te gedateerd was.

Aan het Neunkirchenplein opende een nieuwe bibliotheek. De oude stek in het Ontmoetingscentrum d’Iefte was te klein geworden.

Door de toename van appartementen en winkels kwam er een gebrek aan parkeerplaatsen in het centrum. In 2007 maakte daarvoor in de Ververijstraat een oud fabriekspand plaats voor een parking. Daarmee werd ook de achterzijde van het aanpalende gemeentehuis ontsloten.[23]

Stratenplan van Deerlijk uit 2010
Vroegere gebouwen van de tapijtweverij Verstraete-Verbauwede in de Beverenstraat, 2008
In 2016 maakte de bedrijfssite Verstraete-Verbauwede in de Beverenstraat plaats voor het inbreidingsproject Biesbekepark[24]

Het door betonrot aangetaste Gaverbad werd in 2013 afgebroken.[25] Voor de bouw van een nieuw zwembad besloot het gemeentebestuur samen te werken met buurgemeente Anzegem. Als locatie van het nieuwe bad werd gekozen voor Vichte, deelgemeente van Anzegem. Intussen is het afgewerkt. Het kreeg de naam Aquandé, een samentrekking van Aqua, Anzegem en Deerlijk.[26]

Ook bij de Sint-Annakerk trad betonrot op. Renovatie bleek te duur en het gebouw werd in 2018 gesloopt.[27]

Nog in 2018 begonnen de infrastructuurwerken voor een nieuwe KMO-zone van 4,5 hectare aan de Vichtesteenweg, De Spijker genaamd. Er werd ruimte gecreëerd voor tien tot vijftien kleine tot middelgrote ondernemingen.[28]

In 2019 verdwenen de vroegere bedrijfsgebouwen van de firma Nuyttens in de Harelbekestraat. De achterliggende gebouwen – die grenzen aan de De Cassinastraat – bleven staan of werden al dan niet grondig verbouwd. Hierin huizen een afdeling van de spiegelfabriek Decora en de evenementenhal Uzien, beiden in handen van de familie Deknudt.[29] Het is de bedoeling het gebied te saneren; samen met aangrenzende gronden maakt het al jaren deel uit van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP)[30], besteld door de gemeente bij Intercommunale Leiedal. Ook voor een nieuwe bestemming van de gronden rond het kruispunt de Barakke (kruising van de Harelbeke- en de Hoogstraat en de Kortrijkse Heerweg) is al jaren een studie aan de gang.[31]

Op 30 november 2019 verliet de brandweer van Deerlijk (nu deel van Hulpverleningszone Fluvia) haar oude kazerne in de Hoogstraat en nam samen met het korps van Anzegem haar intrek in een nagelnieuwe kazerne langs de Vichtesteenweg (op de Belgiek). Toen de beslissing in 2013 viel, was het de eerste keer in België dat twee gemeenten beslisten om een gemeenschappelijke brandweerkazerne te bouwen.[32] De oude brandweerkazerne zal binnen een aantal jaar het veld ruimen. Wellicht wordt nadien voorzien in een uitbreiding van het gemeentepark en meer parking.

Wapenschild[bewerken | brontekst bewerken]

Het wapenschild van de adellijke familie de Costere, die van de 15e eeuw tot 1628 de heerlijkheid Deerlijk in handen had, werd in 1937 gekozen als gemeenteschild. Dit wapenschild bestaat uit een keper en tien blokjes van keel (rood), vier onderaan en twee keer drie bovenaan, op een zilveren achtergrond. Per Koninklijk Besluit van 29 juli 1937 werd het erkend als gemeentewapen.

Ligging en kernen[bewerken | brontekst bewerken]

Deerlijk ligt op de grens van de Vlaamse zandleemstreek tussen Kortrijk en Waregem. Het landschap is licht golvend; de hoogte varieert van ongeveer 14 meter in de Gavervlakte tot bijna 50 meter in het zuiden, in Sint-Lodewijk. Het grootste gedeelte van het grondgebied bevindt zich tussen de hoogtelijnen van 15 en 20 meter. De voornaamste waterlopen in Deerlijk zijn de Gaverbeek, de Slijpbeek, de Kasselrijbeek en de Biesgrachtbeek.

De gemeente heeft geen deelgemeente. Bij de grote fusiegolf van 1 januari 1977 is Deerlijk zelfstandig gebleven. In het zuiden ligt wel het gehucht Sint-Lodewijk.

Het centrum van de gemeente situeert zich ten noorden van de Gaverbeek, Sint-Lodewijk ligt ten zuiden. Het centrum heeft een drietal gehuchten aan de rand, namelijk de Statiewijk in het westen, de Molenhoek in het oosten en zuidelijk hiervan de Belgiek.

# Naam Inwoners
I
 
(II)
Deerlijk
- Deerlijk
- Sint-Lodewijk
 

De gemeente Deerlijk grenst aan de volgende dorpen en gemeenten:

Deerlijk, kernen en buurgemeenten. De gele gebieden zijn bebouwde kernen.

Wonen[bewerken | brontekst bewerken]

Woonwijken[bewerken | brontekst bewerken]

Kenmerkend voor de gemeente is de aanwezigheid van een groot aantal sociale - en villawijken, zoals de Vogelwijk, de Koningswijk, de Bloemenwijk, de Gaverwijk in het centrum en de Oliebergwijk in Sint-Lodewijk. Kort na de Tweede Wereldoorlog was begonnen met een eerste bouwproject en doorheen de daaropvolgende jaren werd het woonareaal enorm uitgebreid.[33][34]

Tot op vandaag worden nog woonwijken gerealiseerd, vooral in het centrum van de gemeente. Recent verwezenlijkt zijn bijv. de wijken Bistierland (deels op Deerlijks, deels op Harelbeeks grondgebied ten westen van de Ring), De Heerlijkheid (verkaveling Beek- en Weverijstraat), een uitbreiding van de Vogelwijk ten noorden en het woonproject Sneppe ten westen van de Driesknoklaan. Een nieuwe verkaveling is gepland ten zuiden van de De Cassinastraat. In Sint-Lodewijk is er het woonproject Jagershof in de Oude Pastoriestraat.

Appartementsbouw[bewerken | brontekst bewerken]

Zoals in veel andere gemeenten heeft men de voorbije twintig jaar enorm ingezet op appartementsbouw in Deerlijk, vooral in het centrum. Nogal wat oudere gebouwen gingen hiervoor tegen de vlakte of open ruimte werd ingepalmd. Daarmee is de gemeente op relatief korte tijd grondig van aanblik veranderd.

Parochies[bewerken | brontekst bewerken]

Tot over enkele jaren telde Deerlijk drie parochies: Sint-Columba, Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlekt Ontvangen (Sint-Lodewijk) en Sint-Anna (Molenhoek). Door het dalende aantal kerkgangers schafte het bisdom Brugge in 2014 de Sint-Annaparochie af. De Sint-Annakerk werd aan de eredienst onttrokken en in 2018 afgebroken.[35]

Demografische ontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

  • Bronnen: NIS/ Opmerking: 1806 tot en met 1981= volkstellingen; 1990 en later= inwoneraantal op 1 januari

Het oudst gekende bevolkingscijfer dateert van 1469. Toen telde Deerlijk 715 inwoners en 159 huizen. In 1815: 4435 inwoners en 817 huizen. In 1830 waren er 5188 bewoners.

  • Bron: Gemeentebestuur van Deerlijk in Adresboek van Deerlijk..., 1977, blz. 20

Bezienswaardigheden[bewerken | brontekst bewerken]

Gebouwen[bewerken | brontekst bewerken]

Onroerend erfgoed[bewerken | brontekst bewerken]

Natuurgebieden[bewerken | brontekst bewerken]

Politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Structuur[bewerken | brontekst bewerken]

Deerlijk Supranationaal Nationaal Gemeenschap Gewest Provincie Arrondissement Provinciedistrict Kanton Gemeente
Administratief Niveau Vlag van Europa Europese Unie Vlag van België België Vlag Vlaams Gewest Vlaanderen Vlag West-Vlaanderen West-Vlaanderen Kortrijk Deerlijk
Bestuur Europese Commissie Belgische regering Vlaamse regering Deputatie Gemeentebestuur
Raad Europees Parlement Kamer van
volksvertegenwoordigers
Vlaams Parlement Provincieraad Gemeenteraad
Kiesomschrijving Nederlands Kiescollege Kieskring West-Vlaanderen Kortrijk-Ieper Kortrijk Harelbeke Deerlijk
Verkiezing Europese Federale Vlaamse Provincieraads- Gemeenteraads-

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Lijst van burgemeesters van Deerlijk (1888-heden)[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van burgemeesters van Deerlijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De huidige burgemeester is Claude Croes, van de partij CD&V. Hij is al sinds 2004 burgemeester van de gemeente Deerlijk.

Tijdspanne Burgemeester
1888-1928 Théophile Renier
1928-1938 Hector Isebaert
1939-1944 Joseph Devos
1944 Alfons Verbrugge (VNV, oorlogsburgemeester)
1944 Joseph Devos
1945-1946 Edmond Vanneste (waarnemend)
1946 Joseph Devos
1946 Edmond Vanneste (waarnemend)
1947-1961 Joseph Vandekerckhove (Katholieke Volksbelangen, CVP)
1961-1963 Albert Windels (CVP, waarnemend)
1964-1976 Albert Windels (Eenheidspartij)
1977-2003 Roger Terryn (CVP/ CD&V)
2004-heden Claude Croes (CD&V)
Samenstelling gemeenteraad 2013-2018
11
4
3
3
11 
De 21 zetels zijn als volgt verdeeld:
Samenstelling gemeenteraad 2019-2024
10
6
3
2
10 
De 21 zetels zijn als volgt verdeeld:

Legislatuur 2013-2018[bewerken | brontekst bewerken]

De lijsttrekker van de CD&V was opnieuw burgemeester Claude Croes. Andere lijsttrekkers waren Filip Terryn (N-VA), Tundie D'hont (sp.a), Bert Schelfhout (Open Vld), Tony Courtens (Vlaams Belang) en Luk Schelfhout (eenmanspartij Durf!).

De CD&V verloor fors, en de oppositie kon in totaal 10 van de 21 zetels voor zich winnen. Lijsttrekker Claude Croes kon burgemeester blijven met een nipte volstrekte meerderheid.

Legislatuur 2019-2024[bewerken | brontekst bewerken]

Burgemeester Claude Croes, Bert Schelfhout en Luk Schelfhout werden opnieuw lijsttrekker, respectievelijk van CD&V, Open Vld en Durf!. Tundie D'hont kwam met de onafhankelijk progressieve lijst Deerlijk² op als lijsttrekker. Dirk Demeurie werd de lijsttrekker van de N-VA.

CD&V verloor haar absolute meerderheid, maar kon in zee gaan met Open Vld. Daardoor bleef Claude Croes de burgemeester. Open Vld kon 3 schepenen in de wacht slepen, CD&V heeft 2 schepenen. N-VA en Deerlijk² belandden in de oppositie.

Schepencollege 2019-2024[bewerken | brontekst bewerken]
Schepencollege
Bevoegdheden Persoon Partij
Burgemeester

algemeen beleid, veiligheid, brandweer en politie, volksgezondheid, protocol, ambtenaar burgerlijke stand, burgerzaken, onderwijs, land- en tuinbouw

Claude Croes CD&V
Eerste schepen

openbare werken, waterbeheer, groenbeheer, parken en plantsoenen, Gaverdomein, jeugd, communicatie en PR, wonen, begraafplaatsen, ontwikkelingssamenwerking en Europese Zaken

Bert Schelfhout Open Vld
Tweede schepen

patrimonium, mobiliteit, cultuur, bibliotheek, toerisme, musea en erfgoed

Regine Rooryck CD&V
Derde schepen

personeel, financiën, organisatiebeheersing en lokale economie

Sandra De Leeuw-Goussey Open Vld
Vierde schepen

ruimtelijke ordening, leefmilieu, sport, ICT-digitalisering, informatieveiligheid

Matthias Vanneste Open Vld
Vijfde schepen

sociale zaken, welzijn, kinderen en gezin, senioren, sociale economie, gelijke kansen, erediensten, feestelijkheden en ontvangsten

Louis Vanderbeken CD&V

Resultaten gemeenteraadsverkiezingen sinds 1976[bewerken | brontekst bewerken]

Partij 10-10-1976[37] 10-10-1982 9-10-1988 9-10-1994 8-10-2000 8-10-2006[38] 14-10-2012[39] 14-10-2018[40]
Stemmen / Zetels % 21 % 21 % 21 % 21 % 21 % 21 % 21 % 21
CVP1 / CD&V2 75,291 18 72,511 17 64,261 16 72,551 16 59,61 15 60,742 15 44,732 11 39,42 10
SP1 / D2000A / sp.a-spirit2 / sp.a3 / Deerlijk²4 18,581 3 19,41 3 15,481 3 27,45A 5 13,91 2 13,423 2 15,213 3 13,84 2
PVV1 / D2000A / GEMBELB / Open Vld2 6,131 0 8,091 1 9,41 1 19,73B 4 14,33B 2 15,922 3 27,22 6
VU1 / D2000A / GEMBELB / N-VA2 - - 10,851 1 18,182 4 15,62 3
Durf! - - - - - 1,6 0 4,1 0
Vlaams Belang - - - - - 10,86 2 4,35 0 -
Anderen(*) - - - - 6,77 0 0,65 0 - -
Tot. stemmen 7379 7840 8192 8478 8632 8662 8688 9049
Opkomst % 97,81 96,41 96,04 96,34 95,25 96,6
Blanco en ongeldig % 1,99 3,49 3,26 5,04 4,52 2,82 3,07 3,09

De zetels van de gevormde coalitie staan vetjes afgedrukt
(*) 2000: AGALEV / 2006: LEEUW

Sport[bewerken | brontekst bewerken]

- Voetbalclub KVC Deerlijk Sport is aangesloten bij de KBVB. De club heeft vijf seizoenen in de nationale reeksen gespeeld.

- De kerstcorrida in Deerlijk is een van de grootste stratenlopen van het land. De wedstrijd is onderverdeeld in een aantal jongerenlopen en massalopen van 5 en 15 km. Sedert 1984 wordt dit evenement jaarlijks georganiseerd ten voordele van de Kim en de Sam, scholen voor Buitengewoon Lager Onderwijs te Deerlijk.[41] De eerste editie is met zo’n 1400 deelnemers een succes. Sindsdien is het aantal lopers verdubbeld. De wedstrijd lokt al van bij het begin toppers aan uit de nationale loopwereld; zo wint in 1985 Alex Hagelsteens de 15 km in een recordtijd van 44’50”, dat is aan minder dan 3’00” per km. Einde jaren 1990 treedt de toen 80-jarige Mieltje Pauwels aan bij de 15 km, waarbij hij gevolgd wordt door tv-maker Paul Jambers.[42]

Onderwijs[bewerken | brontekst bewerken]

Structuur[bewerken | brontekst bewerken]

Deerlijk heeft kleuterscholen en lagere scholen. De drie verschillende netten zijn in de gemeente vertegenwoordigd: katholiek onderwijs, gemeenschapsonderwijs en gemeentelijk onderwijs: Basisschool de Driesprong, de Berk, de Beuk, de Kim, Sancta Maria (Sam),Vrije Basisschool Belgiek, Vrije Basisschool Sint-Lodewijk.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Door de wet op het lager onderwijs van 1842 werden in Deerlijk vijf scholen aangenomen en enkele nieuwe scholen gesticht. In 1851 kwam er een gemengde gemeenteschool in de Schoolstraat. In 1855 reeds werd zij gesplitst in een jongens- en een meisjesschool. Vanaf 1876 stonden de Zusters van Sint-Vincentius à Paulo (met moederklooster in Gits) in voor het onderwijs aan de meisjes. De Zusters vestigden hun school in de Nieuwstraat. Door de schoolstrijd richtten zij in 1879 een vrije school op naast de bestaande gemeentelijke school. Later werd de gemeentelijke school geïntegreerd in de vrije.

De jongensschool verhuisde in 1855 naar de Harelbekestraat, waar al de leerwerkschool voor wevers was gevestigd. In 1879 werd er een vrije jongensschool opgericht, die in 1888 samensmolt met de gemeentelijke jongensschool. Deze school verhuisde in 1936 naar een nieuw gebouw aan de Paardeweg, de huidige Sint-Amandusstraat. In 1950 werd de school uitgebreid; er werd onder meer een verdieping bijgebouwd.

In 1963 werd een Rijksbasisschool geopend op de Dries.

Bekende (oud-)bewoners[bewerken | brontekst bewerken]

Aanvullend:

  • Steven Decraene, journalist bij de VRT-nieuwsdienst[43], is de zoon van Romain Decraene[44] die een tijdlang politiecommissaris was in Deerlijk.
  • Carine Viaene, zangeres en dirigente van het voormalige Deerlijkse kinder- en jongerenkoor Maria's Vreugd en van Beverse afkomst, is de dochter van Frans Viaene die bijna 40 jaar onderwijzer was op de Statiewijk.

Deerlijks drie groten[bewerken | brontekst bewerken]

René De Clercq, Pieter Jan Renier en Hugo Verriest maken deel uit van de zgn. ‘Deerlijks drie groten’[45][46], dit zijn de drie beroemdste personen van deze gemeente.

Ereburgers van Deerlijk[bewerken | brontekst bewerken]

Dirk Baert, Yves Benoit, Hector Deprez, Niels Destadsbader en Luuk Gruwez zijn de vijf ereburgers van Deerlijk.

Dialect[bewerken | brontekst bewerken]

Opmerkelijk is dat het dialect van de gemeente de laatste decennia aanzienlijk gewijzigd is. Oorspronkelijk was het erg Oost-Vlaams getint, maar recentelijk is het veel West-Vlaamser geworden. Volgens docente Nederlandse taalkunde en sociolinguïstiek Reinhild Vandekerckhove van de Universiteit Antwerpen ligt dit onder meer aan de economische boom in Kortrijk, waardoor het dialect van deze stad, dat overwegend West-Vlaams is, het taalgebruik van het nabije Deerlijk beïnvloedt. Het dialect van Deerlijknaren werd vaak gestigmatiseerd in de omgang met Kortrijkzanen, zodat deze eersten hun taalgebruik meer West-Vlaams gingen kleuren.

Verbroedering[bewerken | brontekst bewerken]

Deerlijk is verbroederd met de Duitse gemeente Neunkirchen am Brand, gelegen in Beieren 12 km ten oosten van Erlangen en 20 km noordwaarts van Neurenberg. In 1981 vonden de eerste contacten plaats, geofficialiseerd in 1983. In 1984 werd een Partnerschaftsverein in Neunkirchen en een Verbroederingskomitee in Deerlijk opgericht. Tot op de dag van vandaag vinden nog regelmatig contacten plaats en zijn er vele bezoeken van de gemeentebesturen en verenigingen beiderzijds.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Deerlijk van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.