Volksunie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Volksunie
(VU)
Afbeelding gewenst
Algemene gegevens
Partijvoorzitter Fons Borginon
Actief in Flag of Flanders.svg Vlaanderen
Flag Belgium brussels.svg Brussel
Hoofdkantoor Barricadenplein 12
1000 Brussel
Vlag van België België
Ideologie / Geschiedenis
Ideologie Vlaams-nationalisme
Opgericht 1954
Opheffing 2001
Ontstaan uit CVV
Opgegaan in Spirit
N-VA
CD&V (enkele kopstukken)
VVP (afscheuring)
VNP (afscheuring)
VLD (enkele kopstukken)
Agalev (enkele kopstukken)
Verwante organisaties
Jongerenorganisatie VUJO
Internationale organisatie EVA
Media
Ledenblad De Volksunie
Wij, Vlaams-nationaal
Wij
Portaal  Portaalicoon   Politiek
België

De Volksunie was een Vlaams-nationalistische politieke partij die van 1954 tot 2001 bestond.

Inhoud

Geschiedenis[bewerken]

Historische voorgangers[bewerken]

Zie hiervoor ook de hoofdartikelen Vlaamse Beweging en Vlaams-nationalisme.

De Vlaamse bewustwording, die eind 19e eeuw en vooral sinds de Eerste Wereldoorlog was gegroeid, liep in de jaren 40 van de 20e eeuw tegenstand op door de collaboratie van vooraanstaande flaminganten als Staf de Clercq (VNV). Na de oorlog deed de anti-repressie-beweging, de Vlaamse Concentratie (VC), waar ook Hector de Bruyne in militeerde, een vergeefse poging het Vlaams-nationalisme nieuw en eerbaar vuur in te blazen. Bij de verkiezingen in het voorjaar van 1954 werd nogmaals een coalitielijst van nationalisten gevormd onder de naam Christelijke Vlaamse Volksunie (CVV). Amper één verkozene, Herman Wagemans in Antwerpen, was het magere resultaat.

Oprichting[bewerken]

De Volksunie werd opgericht op 15 december 1954 onder impuls van Frans Van der Elst, Walter Couvreur, Herman Wagemans, Rudi van der Paal, Wim Jorissen, Ludo Sels, Frans Baert en René Proost als politieke vleugel van de radicale Vlaamse beweging.

In december 1955 werd de vzw Volksunie opgericht. Anders dan eerdere, vooroorlogse afscheidingsbewegingen ging de Volksunie uit van een federale staat waarbinnen Vlaanderen zelfstandig zou kunnen zijn. De amnestie-eis maakte dat de partij voor vele kiezers nog steeds een collaboratie-imago had.

Het eerste partijcongres vond plaats op 24 april 1955 te Gent en op 17 juli van datzelfde jaar vond een eerste in een reeks van jaarlijkse meetings of landdagen plaats in zaal Majestic in Antwerpen.

Aanvankelijk trachtte de partij haar ideeën te verspreiden via een eigen dagblad, De Volksunie genaamd. Maar dit lukte slechts moeizaam. Na een conflict hieromtrent nam de eerste voorzitter, Walter Couvreur, ontslag en werd opgevolgd door Frans Van der Elst.

De nieuwe partij rekruteert haar aanhang overwegend in kringen van gelovige Vlamingen, de kleine burgerij en in de intellectuele middenklasse.

Om electoraal te kunnen overleven evolueerde de partij van een duidelijk rechtse partij naar een meer pluralistische partij die niet alleen de nationalisten aansprak, maar ook de kiezer die zich niet kon vinden in het traditionele driepartijenstelsel. Naast een rechtervleugel, waarin heimwee naar het verleden overheerst, en een sterke centrumgroep doet ook een sociaal progressieve minderheid zich tegen het einde van de jaren 60 gelden. Het aantal verkozenen groeide stelselmatig.

Regelmatig komt de partij in aanvaring met andere Vlaams-nationalistische verenigingen, zoals de Vlaamse Militanten Orde, die struikelen over haar federalistische en ideologische ingesteldheid.

De Volksunie had het in de beginjaren niet echt makkelijk. Pas in 1965 kon zij met ongeveer 7 procent van de stemmen 12 volksvertegenwoordigers naar Brussel sturen. Hoogdagen beleefde de partij in de ambitie van de rooms-rode regering Lefèvre-Spaak om begin jaren 60 de taalgrenzen vast te leggen. De partij stak toen zelfs de Vlaamse liberalen in stemsucces voorbij. Naarmate de partij echter succesrijker werd, verbreedde ze haar programma tot andere maatschappelijke thema's.

De eerste barsten kwamen de kop opsteken. In datzelfde jaar 1965 nog vormde een ontevreden Daniël Deconinck een sociaal-flamingantische scheurpartij, de Vlaamse Democraten.

De ondertitel van de partij was lang Sociaal en federaal. Zo was de Volksunie de eerste partij in België die aandacht had voor de milieuproblematiek en het in zijn programma opnam.

In 1971 bereikte de partij haar historisch hoogtepunt: 18,8 procent van de stemmen[1], wat goed was voor 21 volksvertegenwoordigers en 19 senatoren.

Regeringsdeelname[bewerken]

Nieuwe communautaire onderhandelingen in 1975 onder leiding van premier Tindemans leverden geen resultaat op. In 1977 was de partij bereid Tindemans aan een regeringsmeerderheid te helpen d.m.v. het Egmontpact.

Toen de Volksunie in 1978 voornoemd Egmontpact goedkeurde en voor het eerst in de regering kwam, scheurde de radicale vleugel zich af na een grote verkiezingsnederlaag. De leden die de progressieve richting en de breder dan nationalistische bekommernissen van de partij niet zagen zitten, scheurden zich af. Lode Claes richtte de Vlaamse Volkspartij (VVP) op en Karel Dillen de Vlaams Nationale Partij (VNP). Onder de naam Vlaams Blok (VB) gingen beide partijen een lijstverbinding aan.

De Volksunie zat twee maal na elkaar in de Belgische regering, en leed vervolgens een historische verkiezingsnederlaag.

In de jaren zeventig werd bij de Volksuniejongeren (VUJO) het idee gelanceerd van integraal federalisme, wat later één van de ideologische pijlers van Spirit zou worden.[2]

In 1981 werd Hugo Schiltz vicepremier van de eerste, nog niet rechtstreeks verkozen proportionele, Vlaamse regering van Gaston Geens. Hoewel de federale staat vorm begon te krijgen, verloor de partij alweer flink in de verkiezingen in 1985 en Jaak Gabriëls werd voorzitter. Ondanks nog maar eens een slecht verkiezingsresultaat in 1987 stapte de partij in de nationale en Vlaamse regeringen. Hugo Schiltz werd vicepremier in de regering Martens.

In 1989 probeerde Gabriëls de partij ideologisch te herpositioneren richting het liberalisme door de partijnaam te wijzigen in Volksunie-Vlaamse Vrije Democraten (VU-VVD). Gabriëls' geflirt met de liberalen resulteerde in 1991 tot nogmaals een breuk in de partij. Kort na de verkiezing van Bert Anciaux in juni 1992 tot voorzitter stapten Gabriëls en een heleboel getrouwen over naar de inmiddels vernieuwde liberale partij, via de tussenstap van het Centrum voor Politieke Vernieuwing (CPV) naar de verbrede Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD). Dit waren onder meer Jaak Gabriëls, André Geens, Hugo Coveliers en Jef Valkeniers. De VU lanceerde een brede campagne "Wij blijven".

In de jaren tachtig kwam de partij voor een derde keer in de Belgische regering, en werkte ze mee aan de derde fase in de staatshervorming, de Sint-Michielsakkoorden. De partij verliet vroegtijdig deze regering omwille van onethisch bevonden wapenleveringen en onderging een electorale nederlaag. Ook was de partij meermaals betrokken in de Vlaamse en Brussels Hoofdstedelijke regeringen.

Richtingenstrijd en splitsing[bewerken]

In de jaren negentig werd Bert Anciaux partijvoorzitter met een zowel progressief als communautair-gericht imago. Om zich af te zetten tegen het al te (PVV-)"liberale" experiment van Gabriëls, verdween de ondertitel 'Vlaamse Vrije Democraten' terug uit de partijnaam.

Uit onvrede scheurden enkele partijleden zich af, en richtten SoLiDe op in 1995.

In 1995 nam de partij met Bert Anciaux deel aan de verkiezingen, met het doel terug 300.000 stemmen te krijgen en zodoende te bewijzen dat de partij nog electoraal relevant was, en het voortbestaan van de partij niet langer in vraag werd gesteld, hetgeen lukte.

Anciaux ging verder met de steevast staatshervormend-gerichte, maar vooral steeds meer uitgebouwde progressieve koers, en nam in 1997 als voorzitter een sabbatsperiode. Geestesgenoot Patrik Vankrunkelsven nam het voorzitterschap waar. Anciaux kwam tevoorschijn met de verruimings- en vernieuwingsbeweging ID21 met links-liberale wortels, die nieuwe mensen kon motiveren. Hij werd alliantievoorzitter. Met het oog op de verkiezingen in 1999 gingen VU en ID21 in 1998 een electorale alliantie aan.

Het succes van dit experiment werd betwist en leidde tot groeiende spanningen binnen de Volksunie. Inmiddels werden twee kampen duidelijk zichtbaar in VU-ID, waarbij de meer progressieven veelal de vernieuwingsbeweging propageerden en de anderen meer geleid werden door nationalistische motieven.

Deze spanningen namen toe toen Geert Bourgeois, de voorman van de traditionalistische en centrum-rechtse Vlaams-nationalistische vleugel binnen de Volksunie, door de leden op 15 januari 2000 tot nieuwe voorzitter verkozen werd boven toenmalig voorzitter Patrik Vankrunkelsven.

In november 2000 botsten de twee clans opnieuw over de toekomstige koers van de partij, wat diepe wonden sloeg. De ultieme klap volgde met het Lambermontakkoord, goedgekeurd door het partijbestuur, maar afgekeurd door haar nieuwe voorzitter Geert Bourgeois. Het afspringen van de samenwerking tussen VU en ID21 was slechts één van de resultaten hiervan. Een ander zichtbaar resultaat van de malaise was dat het aantal betalende leden van de partij op een jaar tijd slonk van 16.000 naar 8.000 leden.

Ondertussen kwam de Volksunie in mei 2001 inmiddels nog op een bijkomende manier in de publieke aandacht. Een bezoek aan het 50e herdenkingsfeest van het Sint-Maartensfonds, een vereniging van Oostfronters en Vlaamse oud-strijders, kostte toenmalig Vlaams minister Johan Sauwens de kop. Het Vlaams-nationale collaboratie-verleden en de rol van het Vlaams-nationalisme daarin werden weer uitgespeeld. Sauwens zou eind december 2001 dan ook de overstap maken naar de vernieuwde CVP, de CD&V. Op 13 oktober 2001 viel de partij bij een intern referendum uit elkaar in drie groepen: Vlaams-Nationaal rond Geert Bourgeois (47,18%), de Toekomstgroep rond Bert Anciaux (22,63 %) en Niet Splitsen, de middengroep rond Johan Sauwens en Nelly Maes (30,18 %).

Geen van de drie groepen behaalde de absolute meerderheid bij het interne referendum, zodat de naam "Volksunie" niet kon worden overgedragen. De groep Vlaams-Nationaal erfde als grootste groep de partijinfrastructuur. De financiële middelen werden onder de drie groepen verdeeld.

Bij de Volksuniejongeren werd met grote meerderheid beslist integraal op te gaan in de structuren van de Toekomstgroep.

Ontbinding en politieke herverkaveling[bewerken]

Kort na het referendum hield de groep Niet Splitsen op te bestaan. De Toekomstgroep richtte een nieuwe partij op onder de naam Spirit en de groep Vlaams-Nationaal deed dat onder de naam N-VA. Wegens het uiteenvallen van de Volksunie trad er een politieke herverkaveling van mandatarissen op.

Zo gingen volgende leden van de Toekomstgroep en ID21 over naar het nieuw opgerichte, links-liberale Spirit:

Ook Nelly Maes van Niet Splitsen sloot aan bij Spirit. Maar al vlug brak opnieuw een richtingenstrijd uit. Een gedeelte van de mandatarissen vertrok richting VLD, terwijl de overblijvende mandatarissen met Spirit een kartel aangingen met de sp.a.

Kris Van Dijck van Niet Splitsen sloot later aan bij de N-VA.

Volgende leden van Vlaams-Nationaal gingen naar de N-VA:

Na enkele jaren besloot de N-VA in kartel te gaan met de CD&V. Johan Sauwens van Niet Splitsen ging eerder al rechtstreeks naar de CD&V. Herman Candries was hem daarin een decennium eerder voorgegaan.

Enkele bekende figuren zoals parlementslid Etienne Van Vaerenbergh en oud-parlementslid en ex-burgemeester Willy Kuijpers van Niet Splitsen maakten geen keuze en kozen ervoor op lokaal vlak verder te gaan als onafhankelijken.

Sommige mandatarissen vertrokken richting Agalev: Bart Staes en Ferdy Willems.

Ondanks de splitsing engageerden alle parlementsleden zich om tot het einde van de diverse legislaturen lid te blijven van de VU-ID-parlementsfracties. Anders verloren de nieuwe fracties immers hun overheidsfinanciering.

Politieke erfenis[bewerken]

De invloed van de Volksunie op de Vlaamse en Belgische politiek vertaalt zich op twee terreinen:

Ideologisch[bewerken]

Door het Vlaams-nationalisme op de eerste plaats te zetten viel de Volksunie buiten het traditionele links-rechtspatroon van socialisten, liberalen en christendemocraten. Meerdere levensvisies werden vertegenwoordigd.

Zolang de partij electoraal niet veel woog en weinig impact had op het beleid stelde dit geen problemen. Naarmate de partij groeide en electorale armslag kreeg, groeide de wens het partijprogramma ideologisch te verbreden. Aangezien de meest diverse opvattingen vertegenwoordigd waren, waren grote conflicten onvermijdelijk. Ook de regeringsdeelname en de daarmee verbonden compromisnoodzakelijkheid leidden tot ongenoegen. Toch was de VU ook de wegbereider van het ecologische gedachtegoed als eerste partij die opkwam voor het milieu. Tegelijk herinnert de slogan VU - Sociaal en Federaal aan haar rol in de sociale strijd, onder andere rond de Limburgse mijnen.

Uit de interne verschillen ontstond het Vlaams Blok als compromisloze en rechtse Vlaams-nationale partij. Individuele dissidentie is er steeds geweest, maar een collectieve overstap richting het rechts-liberalisme vond plaats onder Jaak Gabriëls en het CPV, met onder anderen Bart Somers.

De ontwikkeling van een links-liberale pijler in ID21 diende als versteviging van de in het partij-apparaat machtige progressieve VU-flank. Bij het uiteenvallen van de VU ging deze nagenoeg volledig over in N-VA, dat door een interne stemming net geen 60% haalde, waardoor de naam VU niet langer gebruikt mocht worden. Het andere deel van de VU vormde Spirit, waar later de alliantievorming met sp.a (onder Bert Anciaux) toch weer een brug te ver bleek voor verscheidene parlementsleden (bv. Patrik Vankrunkelsven en Annemie Vande Casteele), die overstapten naar de VLD (of in mindere mate het voormalige Agalev).

Steeds bleef er een grote aanwezigheid van Vlaams-nationalisten in de Volksunie die bereid waren tot het aangaan van compromissen, in functie van Vlaamse zelfstandigheid.

Vandaag zijn er overtuigde Vlaams-nationalisten te vinden in alle Vlaamse partijen van alle ideologische strekkingen. De huidige N-VA (=Nieuw-Vlaamse Alliantie) is voor het grootste gedeelte politiek erfgenaam van de vroegere Volksunie.

Staatkundig[bewerken]

Mede door de Volksunie en haar electorale opgang werden hervormingen van de staat doorgevoerd:

  • via de taalwetten: in 1962-1963 werden de taalgrens en de taalgebieden vastgelegd. In 27 gemeenten werden taalfaciliteiten ingevoerd en werden onder andere Voeren van Luik naar Limburg en Komen en Moeskroen van West-Vlaanderen naar Henegouwen overgeheveld.
  • via de eerste grondwetsherziening van 1970: de taalgebieden werden grondwettelijk erkend, de regering wordt paritair samengesteld, de cultuurautonomie werd ingevoerd door de creatie van drie cultuurgemeenschappen (Nederlandse, Franse en Duitse), de gewestautonomie wordt ingevoerd door de creatie van drie gewesten (het Vlaamse, Waalse en Brussels-Hoofdstedelijke).
  • via de tweede grondwetsherziening van 1980: na het mislukken van het omstreden Egmontpact in 1979 werden gewest- en gemeenschapsregeringen opgericht. Vlaanderen beslist om de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest samen te voegen met als gevolg dat er één Vlaamse regering en één Vlaams Parlement ontstonden.
  • via de derde grondwetsherziening 1988-1989: meer middelen en bevoegdheden voor gemeenschappen en gewesten, onder meer onderwijs, leefmilieu, stads- en streekvervoer. De oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  • via de vierde grondwetsherziening van 1992 (Sint-Michielsakkoord): België wordt officieel een federale staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten. Uitbreiding van de bevoegdheden gewesten en gemeenschappen. Ze krijgen meer financiële middelen. Voortaan rechtstreekse verkiezing van de Vlaamse Raad. Het Tweekamerstelsel wordt hervormd, de senaat wordt een reflectiekamer.
  • via de vijfde grondwetsherziening van 2000-2001 (Lambermontakkoord): de gewesten worden bevoegd voor landbouw, buitenlandse handel, gemeenten en provincies. Er komt een herziening van de Bijzondere Financieringswet met extra geld voor gemeenschappen en fiscale autonomie, tot 60 % van de middelen, voor de gewesten. Er komen eigen belastingen, zoals verkeer, erfenis- en registratierechten, belasting op grond en gebouwen, kijk- en luistergeld en de mogelijkheid om korting toe te staan en opcentiemen te heffen op een deel van de personenbelasting. Het Lombardakkoord, tegelijk afgesloten met het Lambermontakkoord, garandeert de Vlamingen altijd 11 van de 75 zetels in het Brussels Parlement.

De bevoegdheden van gewesten en gemeenschappen werden telkens uitgebreid.

Verkozenen[bewerken]

26 juni 1949 (als Vlaamse Concentratie)[bewerken]

  • Kamer: 0 (103. 896 stemmen)
  • Senaat: 0 (66.055 stemmen)

11 april 1954 (als Christelijke Vlaamse Volksunie / Volksunie / Vlaams Blok)[bewerken]

  • Kamer: 1 (113.632 stemmen CVV), Herman Wagemans (Antwerpen) / 0 (456 stemmen VB)
  • Senaat: 0 (82.862 stemmen CVV) / 0 (36.564 stemmen VU)

1 juni 1958 (als Volksunie)[bewerken]

26 maart 1961 (als Volksunie)[bewerken]

23 mei 1965 (als Volksunie)[bewerken]

31 maart 1968 (als Volksunie)[bewerken]

7 november 1971 (als Volksunie)[bewerken]

De grootste 6 Vlaamse partijen en hun behaalde resultaten voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Van 1978 tot en met 2010, uitgedrukt in procenten voor 'Het Rijk'.

11 maart 1974 (als VU)[bewerken]

17 april 1977 (als VU)[bewerken]

17 december 1978 (als VU)[bewerken]

10 juni 1979 (als VU)[bewerken]

8 november 1981 (als VU)[bewerken]

17 juni 1984 (als VU-EVA)[bewerken]

13 oktober 1985 (als VU)[bewerken]

13 december 1987 (als VU)[bewerken]

18 juni 1989 (als VU-EVA)[bewerken]

24 november 1991 (als VU-VVD)[bewerken]

12 juni 1994 (als VU)[bewerken]

21 mei 1995 (als VU)[bewerken]

13 juni 1999 (als VU-ID)[bewerken]

Mandatarissen[bewerken]

1977-1978 Belgische Regering-Tindemans II[bewerken]

  • Hektor De Bruyne: minister van buitenlandse handel
  • Rik Vandekerckhove: minister van wetenschapsbeleid
  • Vic Anciaux: staatssecretaris van Nederlandse Cultuur en Sociale Zaken, toegevoegd aan de minister voor het Brussels gewest

1978-1979 Belgische Regering-Vanden Boeynants II[bewerken]

  • Hektor De Bruyne: minister van buitenlandse handel
  • Rik Vandekerckhove: minister van wetenschapsbeleid
  • Vic Anciaux: staatssecretaris van Nederlandse Cultuur en Sociale Zaken, toegevoegd aan de minister voor het Brussels gewest

1981-1985 Vlaamse Regering-Geens I[bewerken]

1988-1991 Belgische Regering-Martens VIII[bewerken]

1988-1992 Vlaamse Regering-Geens IV[bewerken]

1989-1992 Brusselse Regering-Picqué I[bewerken]

  • Vic Anciaux: staatssecretaris voor migrantenbeleid, energie en brandweer

1992-1992 Vlaamse Regering-Van den Brande II[bewerken]

  • Johan Sauwens: minister van verkeer, buitenlandse handel en staatshervorming

1992-1995 Vlaamse Regering-Van den Brande III[bewerken]

  • Johan Sauwens: minister van verkeer, buitenlandse handel en staatshervorming

1992-1995 Brusselse Regering-Picqué II[bewerken]

  • Vic Anciaux: staatssecretaris voor migrantenbeleid, energie en brandweer

1995-1999 Brusselse Regering-Picqué III[bewerken]

  • Vic Anciaux: staatssecretaris voor migrantenbeleid, energie en brandweer, wordt opgevolgd door Sven Gatz

1999-2001 Vlaamse Regering-Dewael I[bewerken]

  • Johan Sauwens: minister van binnenlandse aangelegenheden, ambtenarenzaken en sport, wordt vervangen door Paul Van Grembergen
  • Bert Anciaux: minister van cultuur, jeugd, Brusselse aangelegenheden en ontwikkelingssamenwerking

Ministers van staat[bewerken]

Partijfunctionarissen[bewerken]

Voorzitters VU[bewerken]

Voorzitters VUJO (= Volksuniejongeren)[bewerken]

Hoofdredacteurs partijblad[bewerken]

De hoofdredacteurs van het officiële partijblad, De Volksunie, later hernoemd in Wij, Vlaams-nationaal en nog later Wij, waren:

Andere opmerkelijke figuren[bewerken]

Andere opmerkelijke figuren bij de Volksunie waren Dolf Cuypers, Jef Valkeniers en Victor Bouckaert. Verscheidene kopstukken van het Vlaams Blok (later Vlaams Belang) startten hun politieke carrière bij de Volksunie, onder wie stichter Karel Dillen, Wim Verreycken, Frans Wymeersch, Roeland Raes, Francis Van den Eynde, Luk van Nieuwenhuysen en voormalig voorzitter Frank Vanhecke.

Structuren[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Bart Maddens, politicoloog aan de Katholieke Universiteit Leuven, interview in De Tijd, 2009-06-13 (pagina 13)
  2. M.Cels-Decorte, "Naar een federale etiek. Integraal federalisme." Volksuniejongeren (VUJO), 1976 en "Integraal federalisme. Naar een federale samenleving", Volksuniejongeren (VUJO), 1980

Literatuur[bewerken]

  • Van der Elst, Frans, Federalistisch voorstel van de VU, Brussel, 1970
  • Van der Elst, Frans, Twintig jaar Volksunie (1954-1974): een beknopt overzicht van de wording, de stichting en de geschiedenis van de Vlaams-nationale partij, Brussel, Volksunie, 1974, 128 p.
  • Van der Elst, Frans, De bewogen jaren. Mijn memoires 1920-1958, Tielt, 1985, 264 p.
  • Van Overstraeten, Toon, Op de barrikaden, Het Verhaal van de Vlaamse natie in wording, 30 jaar Volksunie
  • Dossier Gazet van Antwerpen over de Volksunie
  • Thesis De Leeuw in de achteruitkijkspiegel

Externe links[bewerken]