Vlaams-nationalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlaams-nationalisme
Vlaamse strijdvlag
Vlaamse strijdvlag
Algemene info
Ontstaan 19e eeuw
Locatie Vlaanderen / Brussel
Ideologen August Borms (1878-1946)
Staf De Clercq (1884-1942)
Joris Van Severen (1894-1940)
Ward Hermans (1897-1992)
Jef Van de Wiele (1903-1979)
Organisaties
Politieke partijen Vlaamsche Front (1919-1933)
Verdinaso (1931-1941)
VNV (1933-1944)
DeVlag (1936-1945)
VC (1949-1954)
CVV (1954)
VU (1954-2001)
VVP (1977-1978)
VNP (1977-1978)
Vlaams Blok (1978-2004)
ID21 (1997-2001)
Spirit (2001-2008)
N-VA (2001-heden)
Vlaams Belang (2004-heden)
Vl. Pro (2008-2009)
SLP (2009-2012)
Vakbonden Arbeidsorde (1936-1940)
VAF (1954-1957)
Mutualiteiten VNZ
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Vlaanderen in België

Vlaams-nationalisme is een (etnisch) nationalistische stroming die een onafhankelijk Vlaanderen beoogt.

Geschiedenis[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

Het Vlaams-nationalisme is voortgekomen uit de Vlaamse Beweging. Vlaams-nationalisten streven naar Vlaamse onafhankelijkheid, eventueel in een confederatie. Anderen binnen de beweging, zoals cultuurflaminganten of federalisten willen hun eisen binnen de Belgische staat verwezenlijkt zien.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Dit onafhankelijkheidsstreven is ontstaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Voor dit conflict bestond er geen separatistische partij, tijdschrift of organisatie. Koning Albert I had bij de inval van de Duitse troepen gevraagd om de Guldensporenslag te herdenken. Hij en zijn raadgevers hoopten op een Belgische reflex van de Vlaamse beweging (en van alle andere politieke stromingen) zodat zij geen defaitistische ideeën zouden verspreiden, maar zich bijvoorbeeld massaal als vrijwilliger zouden aanbieden. Men noemt dit concept "Godsvrede": het staken van alle (partij)politieke en sociale twisten, zolang de oorlog duurt.

Dat was echter buiten de Duitse bezetter gerekend. De Flamenpolitik van de Duitse bezettende macht speelde immers een beslissende rol bij het ontstaan van het activisme en dus bij dat van het vlaams-nationalisme. Door allerlei vooroorlogse Vlaamse eisen in te willigen hoopten de Duitsers de Vlaamse bevolking voor zich te winnen (of, minstens, een deel van de Vlaamse beweging). Via de activisten hoopte men België te kunnen blijven beheersen. De architect van de Flamenpolitik was gouverneur-generaal Moritz von Bissing.

Een eerste belangrijke verwezenlijking van de Flamenpolitik, die gevoerd werd buiten medeweten van de activisten om, was de vernederlandsing van de Franstalige universiteit van Gent in oktober 1916, een oude eis van de flaminganten, iets wat pas in het jaar 1930 definitief zou gebeuren. In februari 1917 richtte de Duitse regering een marionettenregering op om het activisme internationale legitimiteit te verschaffen: de Raad van Vlaanderen. Op 21 maart 1917 werd door von Bissing de geambieerde bestuurlijke scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië doorgevoerd.

Interbellum[bewerken]

Het einde van de activistische Vlaamse Beweging valt samen met het einde van de Eerste Wereldoorlog. Op 11 november 1918 en volgende dagen werden te Gent huizen van activisten geplunderd. Het Studentenhuis aan de Sint-Pietersnieuwstraat werd bijna in brand gestoken door een woedende menigte. De leiders werden gearresteerd of gingen in ballingschap. Deze laatsten werden meestal bij verstek ter dood veroordeeld. De Vlaamse Beweging groeide verder uit de twee andere takken: de passivisten en de Frontbeweging, ook al bestond er soms overlapping tussen de verschillende strekkingen (cfr. de Sublieme Deserteurs en de Bormsverkiezing).

Tijdens de oorlog was er verbolgenheid ontstaan onder Vlaamse intellectuelen die zelf aan het front stonden, en het onrecht zagen dat het Vlaamse volk daar aangedaan werd, of beter gezegd: de taaltoestanden die te wensen overlieten. Onder invloed van de Duitse politiek, die de Vlaamsgezinden lokte en omdat de Belgische regering naliet krachtdadig op die politiek te reageren - bijvoorbeeld door een vernederlandsing van de universiteit van Gent nà de oorlog te beloven - radicaliseerde de frontbeweging en sympathiseerde ze met het activisme.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de Frontbeweging herdoopt tot de "Frontpartij" en vormde de eerste Vlaams-nationalistische fractie in het Belgische parlement. Deze frontpartij zou zich na de oorlog ontpoppen tot de geestelijke erfgenaam van het activisme. De oud-activisten verbleven immers in ballingschap, of waren veroordeeld, waardoor ze niet aan politiek konden doen. De partij scheurde uiteindelijk uiteen in diverse nieuwe partijen die elk een andere ideologie nastreefden. Een deel sloot zich aan bij het Verbond van Dietse Nationaal Solidaristen (Verdinaso) van Joris van Severen. Anderen zochten hun heil in het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) van Staf de Clercq.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het VNV over tot collaboratie met de nazi's. De Duitsers zetten gewoon hun Flamenpolitik door. Na de oorlog volgde de afrekening tijdens de repressie en lag het Vlaams-nationalisme op politiek vlak jarenlang buitenspel.

Tweede helft 20e eeuw[bewerken]

Pogingen, zoals de Vlaamse Concentratie en de Christelijke Vlaamse Volksunie, om met een nieuwe partijpolitieke formatie van wal te steken hadden weinig succes. De in 1954 opgerichte Volksunie had meer bijval en werd een factor waarmee rekening diende gehouden te worden in de Belgische politiek. Ze groeide uit van een zweeppartij tot een beleidspartij.

De rechtse en radicaal anti-Belgische vleugel van de formatie scheurde zich af na de goedkeuring van het Egmontpact. Twee partijtjes, de Vlaams Nationale Partij en de Vlaamse Volkspartij, respectievelijk onder leiding van Karel Dillen en Lode Claes, vormden de basis van wat in 1978 het Vlaams Blok werd (sinds 14 november 2004) Vlaams Belang.

De populariteit van de Volksunie bleef dalen en kon zich niet meer herstellen. In 1992 stapte een deel van de mandatarissen onder leiding van voorzitter Jaak Gabriels over naar de VLD via het vehikel van Centrum voor Politieke Vernieuwing.

21e eeuw[bewerken]

In 2001 viel de partij na hoog oplaaiende spanningen uit elkaar. De rechtse, nationalistische vleugel richtte onder leiding van Geert Bourgeois de Nieuw-Vlaamse Alliantie op. De links-liberale confederalistische vleugel sloot zich aan bij de VLD, of Spirit (sinds 1 januari 2009 de Sociaal-Liberale Partij en daarna opgegaan in Groen). Anno 2010 is het Vlaams-nationalisme zeer sterk aanwezig en wordt in het parlement vertegenwoordigd door twee partijen. De N-VA is de grootste Vlaams-nationalistische partij van het land en zit in de Vlaamse Regering. De oppositiepartij Vlaams Belang zetelt in het Vlaams Parlement en het Federaal Parlement. Verder bestaat er ook nog Lijst Dedecker, een partij die een zeer verregaand confederalisme nastreeft. De leuze van de partij luidt "Met België als het kan, zonder Wallonië als het moet."

Organisaties[bewerken]

Bij de term Vlaams-nationalisme wordt meteen aan vendelzwaaiers en grote leeuwenvlaggen gedacht, maar dit vormt slechts een onderdeel van de folklore van het Vlaams-nationalisme.

Politieke partijen
Verenigingen
Tijdschriften

Zie ook[bewerken]