Naar inhoud springen

Ruimtegroep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

In de kristallografie en de groepentheorie, een deelgebied van de wiskunde, geeft een ruimtegroep of Fedorov-groep een beschrijving van de symmetrie van een kristal. Het is een groep van symmetrie-bewerkingen, die de ruimte vult. Ruimtegroepen bestaan uit een combinatie van rotatie-, spiegel- en translatiesymmetrieën.

De ruimtegroepen in drie dimensies werden voor het eerst in 1891 door Evgraf Fedorov geclassificeerd en kort daarna en onafhankelijk daarvan, in 1894, door de geoloog William Barlow en door de wiskundige Arthur Moritz Schoenflies. Deze eerste classificaties bevatten nog verschillende kleine fouten. De correcte lijst van precies 230 ruimtegroepen in drie dimensies kwam tot stand in een correspondentie tussen Fjodorov en Schoenflies.

Ruimtegroepen en dimensie van de ruimte

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Het is al eeuwen bekend dat er in twee dimensies precies 17 verschillende ruimtegroepen zijn. Die worden behangpatroongroepen genoemd. Een patroon in twee dimensies zonder translatie, met alleen rotatie en eventueel spiegeling, wordt een rozet genoemd.
  • Er zijn in de driedimensionale ruimte zijn er zonder onderscheid tussen x-, y- en z- richting 219 ruimtegroepen. Door onderscheid te maken tussen x-, y- en z-richting komen 11 groepen voor als enantiomorfe paren. Dit brengt het totaal op precies 230 verschillende driedimensionale ruimtegroepen.
Ruimtegroepen zijn vooral voor de kristallografie en de structuurbepaling middels röntgendiffractie van groot belang. Het is voor de bepaling van magnetische structuren middels neutronendiffractie ook nodig met de richting van ongepaarde elektronspins rekening te houden. Dit kan geschieden door de ruimtegroepen uit te breiden met een nieuw symmetrie-element R, dat wel wordt tijdsinversie genoemd. Dit element keert de richting van een spin om zonder verder iets aan de atomaire structuur te veranderen. Door dit extra 'genererende element' worden, net als bij de puntgroepen, 'dubbelgroepen' gevormd en zo krijgt men de 1651 'magnetische ruimtegroepen'.
  • De naam ruimtegroep wordt in strikte zin gebruikt voor de driedimensionale euclidische ruimte. In de wiskunde worden ruimtegroepen soms ook in meer dan drie dimensies bestudeerd en worden in dat geval soms bieberbach-groepen genoemd. Bieberbach-groepen zijn discrete nevencompacte (cocompacte) groepen van isometrieën van een georiënteerde euclidische ruimte.

Klassificatie van de 230 ruimtegroepen

[bewerken | brontekst bewerken]

De 230 ruimtegroepen, dus ook de kristallen, die de symmetrie-elementen van een van deze hebben, kunnen naar de zeven kristalstelsels, of naar de 14 bravaisroosters en de 32 kristallografische puntgroepen worden onderverdeeld. Omgekeerd genereren de 14 bravaisroosters en de 32 puntgroepen samen de 230 ruimtegroepen. Er zijn 14 x 32 = 448 mogelijke combinaties, maar dit aantal wordt vanwege isomorfisme tot 230 verschillende ruimtegroepen teruggebracht.

Zie Kristalstructuur, Bravaistralie en Puntgroep voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Voor de classificatie van de ruimtegroepen wordt gebruikgemaakt van de internationale notatie, dit is de verkorte vorm van de hermann-mauguinnotatie. De symbolen voor de bravaisroosters zijn daarbij gecombineerd met de symbolen voor de puntgroepen. Omdat er in de loop der jaren kleine, meestal per land land bepaalde notatieverschillen zijn ontstaan, is omwille van de eenduidigheid aan iedere ruimtegroep een officieel nummer gegeven van 1 t/m 230.[1]


puntgroep nummer ruimtegoep naar puntgroep en naar kristalstelsel
triklien
1 1 P1 
1 2 P1 
monoklien
2 3-5 P2P21C2 
m 6-9 PmPcCmCc 
2/m 10-15 P2/mP21/mC2/mP2/cP21/cC2/c 
orthorombisch
222 16-24 P222P2221P21212P212121C2221C222F222I222
I212121 
mm2 25-46 Pmm2Pmc21Pcc2Pma2Pca21Pnc2Pmn21Pba2
Pna21Pnn2Cmm2Cmc21Ccc2Amm2Aem2Ama2
Aea2Fmm2Fdd2Imm2Iba2Ima2 
mmm 47-74 PmmmPnnnPccmPbanPmmaPnnaPmnaPcca
PbamPccnPbcmPnnmPmmnPbcnPbcaPnma
CmcmCmceCmmmCccmCmmeCcceFmmmFddd
ImmmIbamIbcaImma 
tetragonaal
4 75-80 P4P41P42P43I4I41 
4 81-82 P4I4 
4/m 83-88 P4/mP42/mP4/nP42/nI4/mI41/a 
422 89-98 P422P4212P4122P41212P4222P42212P4322P43212
I422I4122 
4mm 99-110 P4mmP4bmP42cmP42nmP4ccP4ncP42mcP42bc
I4mmI4cmI41mdI41cd 
42m 111-122 P42mP42cP421mP421cP4m2P4c2P4b2P4n2
I4m2I4c2I42mI42d 
4/mmm 123-142 P4/mmmP4/mmcP4/nbmP4/nncP4/mbmP4/nncP4/nmmP4/ncc
P42/mmcP42/mcmP42/nbcP42/nnmP42/mbcP42/mnmP42/nmcP42/ncm
I4/mmmI4/mcmI41/amdI41/acd 
trigonaal
3 143-146 P3P31P32R3 
3 147-148 P3R3 
32 149-155 P312P321P3112P3121P3212P3221R32 
3m 156-161 P3m1P31mP3c1P31cR3mR3c 
3m 162-167 P31mP31cP3m1P3c1R3mR3c 
hexagonaal
6 168-173 P6P61P65P62P64P63 
6 174 P6 
6/m 175-176 P6/mP63/m 
622 177-182 P622P6122P6522P6222P6422P6322 
6mm 183-186 P6mmP6ccP63cmP63mc 
6m2 187-190 P6m2P6c2P62mP62c 
6/mmm 191-194 P6/mmmP6/mccP63/mcmP63/mmc 
kubisch
23 195-199 P23F23I23P213I213 
m3 200-206 Pm3Pn3Fm3Fd3I3Pa3Ia3 
432 207-214 P432P4232F432F4132I432P4332P4132I4132
43m 215-220 P43mF43mI43mP43nF43cI43d 
m3m 221-230 Pm3mPn3nPm3nPn3mFm3mFm3cFd3mFd3c
Im3mIa3d