Kind (leeftijdsgroep)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Schoolkind)
Ga naar: navigatie, zoeken
Visserskinderen op Marken rond 1890

Kind is de aanduiding voor ieder mens van zijn geboorte tot de puberteit. Het Verdrag inzake de rechten van het kind omschrijft kinderen als iedereen onder de 18 jaar (vaak overeenkomend met het begrip minderjarige en/of persoon die geen volwassene is). In het alledaagse spraakgebruik spreekt men tot een leeftijd van 12-14 jaar van 'kinderen' en daarna van 'jongere', 'tiener' of 'puber'. In de ontwikkelingspsychologie spreekt men niet meer van pubers en puberteit maar van 'adolescenten' en adolescentie.

Het begrip jeugd omvat de hele periode van de kindertijd tot aan de volwassenheid, en is ook een verzamelnaam voor kinderen/jongeren. Soms wordt het voorvoegsel "jeugd-" onderscheiden van "kinder-", waarbij het eerste betrekking heeft op iets oudere kinderen.

Moderne jeugdfasen[bewerken]

Baby[bewerken]

Pasgeboren baby

Een baby of zuigeling is een kind tot ongeveer 1 jaar. Een pasgeborene (eerste dagen of weken) wordt ook wel boreling genoemd.

Een baby wordt geboren met enkele reflexen maar ontwikkelt zich na verloop van tijd lichamelijk en geestelijk. Een baby leert onder andere zitten, staan en lopen. Dit zijn grove motorische ontwikkelingen. Doordat de baby veel in aanraking komt met zijn ouders leert hij reageren op andere mensen. Dit is een sociale ontwikkeling. Een baby ondergaat ook veel fijne motorische ontwikkelingen. Hij leert met zijn voetjes spelen en blokjes oppakken. Een baby wordt zo'n drie maal zwaarder dan bij zijn geboorte en ongeveer anderhalf maal zo lang.

Dreumes[bewerken]

Een dreumes is in Nederland een kind van ongeveer 1 tot 2 jaar. In België worden deze kinderen doorgaans peuter genoemd.

Een dreumes leert onder andere spelen, torentjes bouwen met blokjes, traplopen en tegen een bal schoppen. Vooral de taalverwerving gaat nu met reuzenschreden vooruit.

Peuter[bewerken]

Een kind tussen de 1,5 en de 4 jaar noemt men een peuter. De taalverwerving neemt explosief toe en ook cognitieve vaardigheden ontwikkelen zich snel. De groeisnelheid van het kind neemt af van ongeveer 25 centimeter per jaar naar ongeveer 8 centimeter per jaar. Een peuter leert zijn wereld kennen en komt belemmeringen tegen, zoals dingen die niet mogen van zijn ouders. Ook leert de peuter dat hij een individu is en leert zichzelf los te zien van zijn ouders. Dit kan leiden tot driftbuien, ook wel aangeduid met de term "peuterpuberteit".

Kleuter[bewerken]

Een kleuter is een kind van ongeveer 4 tot 6 jaar. Naarmate het kind ouder wordt is er meer invloed van buitenaf nodig om nieuwe functies te ontwikkelen. Een kleuter gaat voor het eerst naar de basisschool (Nederland) (ca 4 jaar) of naar de kleuterschool (Vlaanderen) (vanaf 2 jaar en half) waar hij veel kan leren. Kleuters leren onder andere kleuren, tekenen en de beginselen van het lezen, schrijven, knutselen, klimmen, fietsen, veters strikken en met andere kinderen spelen. Een kleuter groeit gemiddeld 8 centimeter per jaar.

Schoolkind[bewerken]

Iraakse schoolkinderen

Een schoolkind is een kind dat onderwijs geniet. In Nederland zit een schoolkind in groep drie tot en met acht van de basisschool. In Vlaanderen volgt het kind het eerste tot het zesde leerjaar van de lagere school. Het leert daar onder andere schrijven, lezen en rekenen. Motorische vaardigheden kunnen nu worden aangeleerd. Schoolkinderen in Nederland gaan vaak naar clubs en verenigingen, waar onder andere zwem- en muziekles gegeven wordt, of stappen naar het deeltijds kunstonderwijs. Over het algemeen is er een steeds grotere variatie in prestaties tussen individuele kinderen. Meisjes bereiken gemiddeld eerder de puberteit dan jongens.

Puber[bewerken]

Een puber is een minderjarige van 12 tot en met 17 jaar.

In de puberteit vinden snelle veranderingen plaats op biochemisch niveau met gevolgen voor lichamelijke kenmerken en emotionele en sociale ontwikkeling. Bij een puber beginnen de voortplantingsorganen te functioneren en komen onder invloed van hormonen de secundaire geslachtskenmerken tot ontwikkeling. Dit is een periode van ontdekking, qua seksualiteit. Televisie, internet en leesbladen spelen in die zoektocht een belangrijke rol. Pubers testen grenzen, wat anderen vaak als lastig ervaren. Ook krijgen pubers een groeispurt waardoor zij veel sneller groeien dan voor de puberteit. In westerse landen volgen pubers meestal onderwijs aan een middelbare school (vmbo, havo, middenschool, ASO, TSO, BSO, KSO of vwo). Sommige pubers hebben voor het eerst een baan of vakantiewerk (bijvoorbeeld krantenbezorger, vakkenvuller in een supermarkt) om geld te verdienen als aanvullend zakgeld of zelfs om studies (deels) te bekostigen.

Adolescent[bewerken]

Landen en talen verschillen in de leeftijdsperioden die met adolescentie worden aangeduid. Voor het Nederlandse taalgebied is het woord adolescentie in de wetenschappelijke literatuur in de plaats gekomen van de leeftijdsperiode die men vroeger met puberteit aanduidde. Tegenwoordig is dit de periode tussen puberteit en volwassenheid. In deze periode is de seksualiteit zeer belangrijk, en veranderen veel 'onzekerheden' in 'zekerheden'. De adolescent is 'bezig volwassen te worden'. Zie bijvoorbeeld het wetenschappelijk tijdschrift Kind & Adolescent.

Het kind in vroegere tijden[bewerken]

Uit de middeleeuwen is bekend dat kinderen niet anders gezien werden dan als kleine volwassenen. Zij deden het werk van hun ouders of gingen naar een gilde. Naast enkelingen die autonomie en spel centraal stellen is de dominantste opvatting over de ontwikkelingsstadia van het kind ontstaan in de loop van de vorige eeuw. De biografie van Constantijn Huygens en zijn broer Maurits schetst het volgende: een strikt en intensief opleidingsprogramma van kleins af aan met weinig ruimte voor vrij spelen.

Kind van ...[bewerken]

  • Kind betekent, behalve een persoon van een bepaalde leeftijd, ook: nakomeling van, meer specifiek zoon of dochter. In deze betekenis is "kind" niet gebonden aan een leeftijd. Iemand blijft zijn hele leven "het kind van zijn of haar ouders".
  • Overdrachtelijk is een kind van z'n tijd iemand die getekend is door iets wat in de tijd significant evolueert, zoals maatschappelijke waarden.

Kindregelingen in Nederland[bewerken]

De Wet van 25 juni 2014 tot wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op het kindgebonden budget, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet studiefinanciering 2000 en enige andere wetten in verband met hervorming en versobering van de kindregelingen (Wet hervorming kindregelingen) [1] is aangenomen na wijziging van het wetsvoorstel naar aanleiding van de Begrotingsafspraken 2014.

Het aantal kindregelingen, d.w.z. sociale voorzieningen en belastingfaciliteiten voor ouders, werd teruggebracht van elf tot vijf, met beschrijvingen bij benadering (voor details zie de aparte artikelen):

  • ter ondersteuning in de kosten:
    • kinderbijslag (AKW): voor jonge kinderen € 760 per kind per jaar, voor oudere kinderen wat meer, en meer in het geval van een alleenverdiener met een thuiswonend gehandicapt kind (TOG-kopje)
    • kindgebonden budget (WKB): inkomensafhankelijke uitkering; bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 20.000 per jaar is de uitkering € 1000 per kind per jaar voor het 1e kind, wat minder voor het 2e kind, maar veel minder voor volgende kinderen, met wat extra voor oudere kinderen, en € 2800 per jaar extra voor een alleenstaande ouder; daalt met 7,6% van de toename van het inkomen
  • om werken en zorg voor kinderen te kunnen combineren:
  • gratis schoolboeken

Eerdere regelingen, die met de wet hervorming kindregelingen zijn komen te vervallen of werden geïntegreerd met de vijf overblijvende regelingen zijn:

  • De aparte norm in minimumregelingen voor een alleenstaande met kinderen, die hoger was dan de algemene bijstandsnorm voor een alleenstaande; dit betrof de WWB (tegenwoordig Participatiewet geheten), IOAW, IOAZ, AOW, Anw en TW.[2] Doordat een alleenstaande ouder ook nog kinderbijslag en kindgebonden budget ontvangt kwam het besteedbaar inkomen van een eenoudergezin met één kind bij de minimumregelingen hoger te liggen dan dat van een paar zonder kinderen. Geconstateerd is echter dat de bijkomende behoefte/uitgaven voor het eerste kind in een eenoudergezin lager zijn dan die van een tweede volwassene. Bovendien is de norm in minimumregelingen voor een paar ook niet afhankelijk van het wel of niet hebben van kinderen.[3]
  • heffingskortingen:
  • aftrek levensonderhoud kinderen (voormalige vorm van persoonsgebonden aftrek) - voor ouders die voor een kind jonger dan 21 jaar geen kinderbijslag ontvangen en waarvan het kind zelf geen recht heeft op studiefinanciering, en door de ouders in belangrijke mate worden onderhouden
  • tegemoetkoming onderwijs- en schoolkosten (geregeld in de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, afgekort WTOS of Wtos); vanaf een inkomen van rond € 34.000 bouwt de WTOS af met 30% per meerverdiende euro
  • tegemoetkoming ouders thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG)

De WTOS 18+ voor studenten in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) bleef gehandhaafd.