Sint-Eusebiuskerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grote of Eusebiuskerk
Sint-Eusebiuskerk te Arnhem (2005)
Sint-Eusebiuskerk te Arnhem (2005)
Plaats Arnhem
Gebouwd in 15e-16e eeuw
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  8336, 8337
Architectuur
Toren 93 meter hoog, herbouwd na Tweede Wereldoorlog
Zijaanzicht vanaf de Markt
Zijaanzicht vanaf de Markt
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Eusebiuskerk of Grote kerk in Arnhem is de grootste en voornaamste Protestantse kerk van Arnhem De kerk behoorde tot aan de beeldenstorm, die in Arnhem plaatsvond in 1578-1579, tot de Rooms-Katholieke Kerk. Sinds 1964 heeft de kerk een 93 meter hoge toren ter vervanging van de oorspronkelijke kerktoren, die in februari 1945 was ingestort als gevolg van de oorlogshandelingen bij de Slag om Arnhem van september 1944.

Tot 1990 kende Arnhem ook een andere rooms-katholieke Sint-Eusebiuskerk. Deze neogotische kleine Eusebius uit 1864-1865 werd gesloopt toen het aantal parochianen terugliep en er geen acceptabele herbestemming mogelijk bleek.

Oorsprong naam[bewerken]

Eusebius (tweede eeuw), was een christen, die met geloofsgenoten actief was tijdens het keizerschap (180-192) van Commodus (161-192 na Chr.). Omstreeks het jaar 190, nadat ze een Romeins senator hadden bekeerd, werd de keizer boos en liet eerst de senator terechtstellen en later Eusebius en zijn kompaan Vincentius. Ook nadat de tong van Eusebius was uitgerukt, bleef hij praten. De tong van Eusebius werd door een van de aanwezigen bewaard. Delen van het lichaam (een reliek) van Eusebius zouden via Prüm in 1453 Arnhem zijn gekomen.[1][2][3]

Geschiedenis[bewerken]

De Eusebiuskerk weerspiegelt het historisch belang van de stad Arnhem. In de vijftiende eeuw besloten de Arnhemse kerk- en stadsbestuurders een grotere, meer representatieve kerk te bouwen. In 1452 werd met de bouw van de laatgotische kerk begonnen. Door allerlei tegenslag, onder andere van financiële aard, werd de bouw pas ruim een eeuw later afgesloten. De belangrijkste bouwheer van de kerk was Karel van Egmond, hertog van Gelre en graaf van Zutphen (1467-1538). Hij was een machtig heerser. Zijn politieke en militaire invloed reikte tot ver buiten de Nederlanden. Gelre en Arnhem vormden een machtscentrum in de Europese politiek. Karel van Egmond werd in de Eusebius begraven. Zijn praalgraf in het koor is tot op heden een belangrijke bezienswaardigheid.

Eind zestiende eeuw werd de kerk protestants. Dit had grote gevolgen voor het interieur. Beelden, altaren, muurschilderingen werden verwijderd. Tegen het einde van de 19e eeuw verkeerde de kerk in een slechte staat. Er was een restauratie nodig die 36 jaar zou duren. Het kerkgebouw was tegen 1930 grotendeels opgeknapt. Aan de toren was men tijdens deze restauratie niet toegekomen toen in september 1944 Britse parachutisten bij Arnhem landden in het kader van Operatie Market Garden. Tijdens de gevechten tussen Britten en Duitsers brak er al snel brand uit in de kerk. Het houten interieur en de daken gingen verloren. Kort na de strijd leek de schade nog te repareren, maar in de winter van 1944-1945 stortte de toren verder in, waardoor ook het schip van de kerk werd vernield. Na de oorlog besloot men de Grote of Eusebiuskerk weer op te bouwen, "groter en mooier dan zij ooit was geweest", aldus de geschiedschrijver van de Eusebiuskerk A.G. Schulte.

De kerkzaal[bewerken]

Karel van Egmond in de kerkzaal, in de kooromgang
Hertog Karel van Egmond, hertog van Gelre

De Eusebiuskerk heeft de vorm van een driebeukige kruisbasiliek. De kerkzaal van de Eusebiuskerk is een bouwkundig meesterwerk (79 m lang, 29 m breed, schip 25 m hoog). Ondanks de dramatische verwoesting tijdens de Slag om Arnhem en de wederopbouw na de oorlog, is er nog veel van de imposante kerkzaal aanwezig gebleven.

In de kerkzaal staan diverse objecten die direct verbonden zijn met Karel van Egmond. Zijn praalgraf bevindt zich in de kerkzaal, evenals zijn wapenrusting en de door hem geschonken Salvatorklok. In 1538, het jaar van zijn overlijden, gaf de hertog opdracht aan de Arnhemse klok-en geschutschieter Willem Tolhuys om de Salvatorklok te gieten, die in 1539 gereedkwam. Door de eeuwen heen zijn ook diverse historische objecten bewaard gebleven die te maken hebben met de burgers van Arnhem, zoals de vier gildetafels in het noordertransept, de preekstoel en het epitaaf (grafmonument) van Jodocus Sasbout, de eerste kanselier van Gelderland onder keizer Karel V. Op de oostelijke sluitingsmuur van de kooromgang is een muurschildering te zien. Dit fresco is origineel en stelt de vier taferelen uit het het verhaal van Christus Passie en de opstanding 1550 voor.

Onder de Eusebiuskerk bevinden zich de grafkelders. Hier liggen onder andere de skeletten van drie neven van Willem van Oranje. Ook zijn de fundamenten van de voorganger van de Eusebiuskerk te bewonderen: de in de tiende en de elfde eeuw gebouwde St. Maartenskerk. Deze werden opgegraven tijdens de wederopbouw in de jaren zestig.

Panoramalift[bewerken]

Panoramalift Eusebiuskerk

Met een glazen lift die dwars door de kerktoren gaat, kunnen bezoekers het carillon – een van de grootste van Europa – van dichtbij bekijken. De lift voert verder naar een uitzichtpunt op 73 meter hoogte. Via een wenteltrap is een nog hoger gelegen uitzichtpunt te bereiken.

De klokken[bewerken]

Luidklokken[bewerken]

Op het hoogtepunt beschikte de Eusebiuskerk over minstens vier grote luidklokken van Geert van Wou in compagnonschap met Gobel Moer gegoten in 1477. Kort daarna in 1481 leverde Van Wou nu vanuit Kampen nogmaals een grote klok, wellicht een hergieting. In 1498 werd door Van Wou een heel kleine klok geleverd. In 1539 mocht Willem Tolhuys de grote Salvatorklok gieten ter nagedachtenis van de overleden hertog Karel van Gelre, die de klok gefinancierd heeft. Deze klok is een pronkstuk van klokgietkunst.

Van de luidklokken gingen er drie definitief verloren bij de Slag om Arnhem in 1944. Twee andere raakten zwaar beschadigd; weer twee andere bleven onbeschadigd. Bij de herbouw van de toren na de oorlog kon één oude luidklok weer in gebruik genomen worden ( bes0 ). Ook konden vier basklokken uit het vroegere Hemony-carillon nu als luidklok gaan functioneren ( es1 g1 as1 bes1 ). Petit &Fritsen mocht nog twee luidklokken gieten ( g0 c1 ) welke tevens deel gingen uitmaken van de nieuwe beiaard. Zo ontstond een zevenstemmig gelui met een bijzondere dispositie: g0-bes0-c1-es1-g1-as1 en bes1. Eveneens uit de oude beiaard afkomstig is het klokje gegoten in 1651 met de toon dis3 in de vieringtoren op het dak van de kerk.

In de kerk bevinden zich de andere overgebleven klokken van Hemony uit de jaren 1650, 1651, 1661, 1662 en 1664. Pronkstuk is een grote klok As0 van Willem Tolhuis uit 1539. Verder is er nog een klokje van Jean Baptiste le Vache uit 1734.

Carillon[bewerken]

Het carillon hangt in de lantaarn en omvat 53 klokken. De klokkentonen zijn e0-fis0-chromatisch t/m a4. Op het klavier zijn ze aangesloten als g0-a0-chromatisch t/m c5. Ze werden allen door Petit & Fritsen gegoten, en wel in de jaren 1958, 1961 en 1992. De e0 is de zwaarste carillonklok in Europa en draagt het opschrift "The best way to suppose what may come is to remember what is past, 1944/1994" (De beste manier om te veronderstellen wat zou kunnen komen, is je te herinneren wat voorbij is). De vier nieuwe klokken werden op 9 augustus 1994 in de toren gehesen. Bijzonderheid is verder nog dat de klokken uit 1958 nog in lemen vormen werden gemaakt: op ambachtelijke wijze. Dit komt de klank ten goede. Er is een automatisch spel dat wordt gestuurd door een computer.

Geschiedenis van het carillon[bewerken]

In afwijking van wat er in andere steden in de Nederlanden gebruikelijk was, had Arnhem geen klokkenspel of voorslag in de toren voordat de klokken van Hemony werden geïnstalleerd. Althans, daar zijn geen bronnen over teruggevonden. Wel bezat de toren een enorm gelui waarvan heden ten dage nog steeds klokken in de toren hangen. Bij het maken van een carillon baseerden François en Pieter Hemony zich in 1650 en 1651 op de zwaarste drie luidklokken die voor dat doel werden bijgestemd, zodat deze ook konden meespelen in het klokkenspel. De gebroeders Hemony werkten in hun gieterij in het nabijgelegen Zutphen waar zij al eerder in 1644 het eerste zuiver gestemde carillon hadden gegoten voor de Wijnhuistoren. Het stemmen van klokken had Hemony zichzelf aangeleerd met aanwijzingen van de Utrechtse beiaardier en fluitspeler Jhr. Jacob van Eyck. De klokken van Arnhem zouden een stuk zwaarder worden dan in Zutphen voor de enorme toren die enkele jaren eerder verhoogd was. In 1661 werd het spel uitgebreid tot drie octaven en enkele jaren later in de jaren van 1662 tot 1664 werd door Hemony ook nog enkele klokken die minder geslaagd waren vervangen. Rond 1700 werd het spel met vijf klokjes uitgebreid door een onbekende gieter tot drie en half octaven. Nog later in 1734 werden deze vervangen door Jean Baptiste Le Vache die op dat moment in Nijmegen werkzaam was. Hij vulde de klokkenreeks daarbij gelijk aan tot vier octaven. Overigens stond deze Le Vache ook bekend als een gieter van mindere kwaliteit. Hij beheerste het stemmen van de klokken niet zo goed als de Hemony's eerder hadden gedaan.

In de negentiende eeuw werden er nog wat klokjes vervangen door onder andere Petit & Fritsen en Van Bergen, en de drie zwaarste luidklokken werden van het carillon afgekoppeld. Dit was de situatie die Jef Denyn aantrof in Arnhem toen hij een bezoek bracht aan deze toren. Zijn stimulerende invloed zou er in 1918 toe leiden dat dit klokkenspel als eerste in Nederland zou worden omgebouwd naar de inzichten van deze Mechelse beiaardier. De beiaard in de toren van de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen zou daarbij als voorbeeld dienen. Hoofdzaak bij deze restauratie was dat de verbinding tussen toetsen en klepels via een tuimelaarsysteem kwam te lopen. Op die manier kon de beiaardier zijn klepels beter beheersen. De gebonden zang of tremolospel was op deze manier beter mogelijk dan met het oude broeksysteem. Ook werden de drie luidklokken op advies van Jef Denyn opnieuw aangehangen.

In de Tweede Wereldoorlog was dit spel gevrijwaard van vordering voor de oorlogsindustrie van de bezetter. In september 1944 speelde het voor het laatst. De toren stond in brand door het oorlogsgeweld en enkele maanden later, in februari 1945, stortte het restant van de toren in. Achteraf bleken veel klokken van Hemony deze ramp te hebben overleefd, maar men koos er toch voor om een nieuwe beiaard te gieten. Dit gebeurde in 1958, in de klokkengieterij van Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel. In 1961 werden er nog een aantal klokken aan toegevoegd, wat opnieuw in 1992 is gebeurd. Op 18 september 1964 werd dit klokkenspel in gebruik genomen door Daan Vanhoecke, Staf Nees uit Mechelen en Leen 't Hart de directeur van de Nederlandse Beiaardschool. Bij het herstel van de toren in 1992 en 1993 werd de beiaard nogmaals met vier klokken uitgebreid. Deze werden ook door Petit & Fritsen gegoten. Arnhem kreeg hierdoor in 1992 het zwaarste carillon van Nederland met de laagst klinkende basklok van Europa. In 1999 werd dit carillon qua gewicht overtroffen door dat van Dordrecht waar men een nieuw klavier met een vijfde octaaf klokken aanbracht, maar de E0-klok van de Arnhemse Eusebiusbeiaard is nog steeds de laagst klinkende carillonklok van Europa.

Orgels[bewerken]

Het Strümphlerorgel

Het grote orgel dat in 1768-1770 door de gebroeders Johann Michael en Johannes Wagner uit Thüringen voor de kerk werd gebouwd, is tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 verloren gegaan. Het had drie manualen, 47 registers en een vrij pedaal.

Ter vervanging van het verwoeste hoofdorgel werd in 1961 bij Flentrop het orgel van de tien jaar daarvoor gesloten Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk in Amsterdam voor de Eusebiuskerk aangekocht en door de Utrechtse orgelbouwers Van Vulpen gerestaureerd. Het is in 1795 gebouwd door Johannes Stephanus Strümphler (1736-1807) en telt drie manualen, 50 registers en een vrij pedaal.[4] Het is Strümphlers grootste orgel en wordt beschouwd als het hoogtepunt van zijn oeuvre.

Het kleine koororgel, met twee manualen en 15 registers, is in 1961 door Van Vulpen gebouwd.[4]

Restauratie[bewerken]

Het uitbundige beeldhouwwerk van de kerk is in de jaren zestig gerestaureerd.
Detail van het beeldhouwwerk dat verwijst naar de verwoesting van de kerk.

Restauraties na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De kerk werd grotendeels verwoest aan het einde van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Slag om Arnhem in september 1944. Na de oorlog werd de kerk tot aan de tweede trans in zijn oorspronkelijke gedaante hersteld onder regie van architect B.T. Boeyinga. De toren werd compleet herbouwd en kreeg een nieuw bovendeel naar ontwerp van architect Theo Verlaan. Dit gedeelte werd in 1964 voltooid.

Een volgende grote restauratie vond plaats van 1991 tot 1994 vanwege het broze tufgesteente, dat onvoldoende weerbestendig bleek te zijn. De kosten van de restauratie bedroegen ruim 17 miljoen gulden. In 1994 werd in de Annakapel het Bevrijdingsraam geplaatst, afkomstig uit de Kleine Eusebius. Ook in dat jaar kreeg de kerktoren een glazen panoramalift die tot een hoogte van 73 meter voert, waar zich een uitzichtplatform bevindt (een kleine trap aldaar leidt naar een tweede uitzichtpunt op 81 meter hoogte). De lift passeert onderweg het carillon.

Details[bewerken]

Sneeuwwitje en de dominee als één van de zeven dwergen

Boven de wijzerplaten op de westelijke gevel van de toren (op zo'n zeventig meter hoogte) steken acht balken uit, waar Henk Vreeling als versiering van de toren sneeuwwitje en de zeven dwergen van Walt Disney uitgehakt heeft. Dominee G.C. Foeken protesteerde echter, waarop de beeldhouwer een van de zeven dwergen de beeltenis van de dominee gaf. Vreeling vernieuwde ook het koor in de kerk: terwijl het voorheen enkel gesierd werd door engelen, zoals gebruikelijk in oude kerken, werden er nu ook "gewone lieden" op afgebeeld. Een andere bijzonderheid is de beeltenis van een hoertje, die haar standplaats naast de kerk had, aan de linker buitenzijde. De beeldhouwer was van mening dat ook deze hedendaagse aspecten van de maatschappij een plek verdienden in de kerk, zoals dat in de middeleeuwen reeds gebruikelijk was. De kerk was inmiddels al officieel in gebruik gesteld door koningin Juliana op 21 oktober 1961.

Restauratie in de eenentwintigste eeuw[bewerken]

In 2009 bleken grote problemen te zijn ontstaan met de tufstenen bekleding van de toren. Direct hierna is de toren rondom in de steigers geplaatst, enerzijds om bescherming te bieden tegen vallende brokken steen, anderzijds om goed onderzoek te kunnen doen. In 2011 is de feitelijke restauratie begonnen van het bovenste deel van de toren, de ‘lantaarn’. Aanvankelijk vreesde men dat de volledige natuurstenen bekleding van de toren zou moeten worden vervangen. Bedragen van meer dan € 80 miljoen voor de restauratie deden toen de ronde. In de samenleving gingen stemmen op dat deze bedragen niet in overeenstemming waren met het cultuurhistorisch belang van de Eusebius. Vooral de toren moest het daarbij ontgelden. Deze was namelijk voor het bovenste deel geheel naoorlogs.

Inmiddels is goed duidelijk hoe de restauratie het best kan worden aangepakt. Het goedgekeurde restauratieplan uit 2013 gaat uit van een begroting voor de restauratie van € 24 miljoen. Hierbij komt een bedrag van € 3 miljoen om de kerk geschikt te maken voor de herbestemming. De eerdere maatschappelijke onrust is zelfs omgeslagen in voorzichtig enthousiasme. Het plaatsen van de windhaan, met bladgoud bekleed, was in 2013 de bekroning van de restauratie van de lantaarn. Na het afbreken van de steiger rond dit bovenste deel van de toren, zijn de Disneyfiguren weer in volle glorie te bewonderen. Vanuit de toren kan men genieten van het spectaculaire uitzicht. In 2014 is gestart met de restauratie van de tweede geleding van de toren. Hierbij wordt een belangrijk deel van de tufstenen gevelbekleding vervangen door nieuwe natuurstenen blokken. Dit zogenaamde Weibern-tufsteen is afkomstig uit een steengroeve in de Eifel. Bij geveldelen die gevoeliger zijn voor weersinvloeden en sterker door regenwater worden belast, wordt Peperino uit Italië gebruikt. Het bewerken van de natuursteen vindt grotendeels plaats in de steengroeve en op de werf van de steenhouwer. Deels gebeurt dit ook op de bouwplaats zelf waardoor dit werk voor het publiek zichtbaar is.

Heden en toekomst[bewerken]

In september 2019 is het 75 jaar geleden dat de Slag om Arnhem plaatsvond. Er zullen dan grote herdenkingsbijeenkomsten en -manifestaties worden georganiseerd. Het streven is om de restauratie van de Eusebius vóór dat moment af te ronden. Dit is haalbaar op voorwaarde dat er in de tussenliggende jaren voldoende geld beschikbaar komt. Men heeft plannen voor de toekomst: de toren en de hieraan gelegen kapellen worden gebruikt voor exposities rond De Slag om Arnhem in samenwerking met het Airborne Museum.

De kerk doet dienst als multifunctionele locatie. Eenmaal per maand wordt er een kerkdienst gehouden. Daarnaast wordt de Eusebius gebruikt voor uiteenlopende activiteiten. Toeristen kunnen met de panoramalift in de toren naar de Belvedère op 73 meter en de expositie over de Slag om Arnhem bezoeken. Sinds 2016 heeft de Eusebius een VVV-agentschap. Voor het schip worden nieuwe gebruikers gezocht die passen bij het huidige gebruik, met als doel een "multifunctioneel gebruik als ‘Huis van de Stad’", waarbij zowel tijdelijk als permanent gebruik samengaan. Het schip zal worden voorzien van extra publiekstoegangen.

Foto's van de Eusebiuskerk voor 1944[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Jong, Rinus de, André Lehr en Romke de Waard, De zingende torens van Nederland, Enschede, 1976
  • Lehr, André, Van Paardebel tot Speelklok, Zaltbommel, 1971 (1e druk), 1981 (2e herziene druk)
  • Lehr, Andrë, Historische en muzikale aspekten van Hemony-beiaarden, Amsterdam, 1960
  • Lehr, André, De klokkengieters François en Pierre Hemony, Asten, 1959,
  • Fehrmann, C.N. De Kamper klokgieters, hun naaste verwanten en leerlingen, Kampen 1967
  • Loosjes, A. jr., De Torenmuziek in de Nederlanden, Amsterdam, 1916
  • Weel, Heleen van der, Klokkenspel: Het carillon en zijn bespelers tot 1800, Hilversum, 2008

Externe link[bewerken]