Sint-Eusebiuskerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Eusebiuskerk
Sint-Eusebiuskerk te Arnhem (2005)
Sint-Eusebiuskerk te Arnhem (2005)
Plaats Arnhem
Gebouwd in 15e-16e eeuw
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  8336, 8337
Architectuur
Toren 93 meter hoog, herbouwd na Tweede Wereldoorlog
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Sint-Eusebiuskerk, doorgaans aangeduid als Eusebius, Eusebiuskerk of Grote Kerk, als rooms-katholiek godshuis begonnen, is de grootste en voornaamste Protestantsekerk van Arnhem en heeft sinds 1964 een 93 meter hoge toren. Tot 1990 kende Arnhem ook een Rooms-katholieke Sint-Eusebiuskerk of Kleine Eusebius uit 1864-1865. De kleine Eusebius werd gesloopt toen het aantal parochianen terugliep en er geen acceptabele herbestemming mogelijk bleek.

Interieur met zicht op het Strümphlerorgel na de herbouw

Oorsprong naam[bewerken]

Eusebius (2e eeuw), was een christen, die met geloofsgenoten actief was tijdens het keizerschap (180-192) van Commodus (161-192 na Chr.). Omstreeks het jaar 190, nadat ze een Romeins senator hadden bekeerd, werd de keizer boos en liet eerst deze senator terechtstellen en later Eusebius en zijn kompaan Vincentius. Ook nadat de tong van Eusebius was uitgerukt bleef hij praten. De tong van Eusebius werd door een van de aanwezigen bewaard. Delen van het lichaam (een reliek) van Eusebius zouden via Prüm in 1453 Arnhem zijn gekomen.[1][2][3]

Geschiedenis[bewerken]

De Eusebiuskerk heeft de vorm van een driebeukige kruisbasiliek. De bouw van de kerk begon in 1450 en duurde meer dan een eeuw. De kerk is gebouwd naar voorbeeld van de domkerk in het Duitse Xanten en is in de stijl van de late Nederrijnse gotiek. In de Eusebiuskerk bevinden zich het praalgraf van Karel van Gelre (gebouwd 1539-1540, toen de kerk zelf nog niet opgeleverd was) en een aantal gildeborden en -tafels.

In 1578 werd in Arnhem de hervorming doorgevoerd en de Eusebiuskerk aan de hervormden gegeven. De eerste protestantse predikant was Johannes Fontanus (van der Putte). In 1580 en 1599 vonden er beeldenstormen plaats in de Eusebiuskerk en Walburgkerk.

Tussen 1894-1930 vond een eerste grote restauratie plaats.

De kerk werd grotendeels verwoest aan het einde van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Slag om Arnhem.

De Eusebius-toren voor de verwoesting vanuit het zuid-westen

In 1994 kreeg de kerktoren een glazen panoramalift die tot een hoogte van 73 meter voert en waar zich een uitzichtplatform bevindt (een kleine trap aldaar leidt naar een tweede uitzichtpunt op 81 meter hoogte). De lift passeert onderweg het carillon.

Restauratie na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Na de oorlog werd de kerk tot aan de tweede trans in zijn oorspronkelijke gedaante hersteld onder regie van architect B.T. Boeyinga. De toren werd compleet herbouwd en kreeg een nieuw bovendeel naar ontwerp van architect Theo Verlaan. Dit gedeelte werd in 1964 voltooid.

Een volgende grote restauratie vond plaats van 1991-1994 vanwege het broze tufgesteente dat onvoldoende weerbestendig bleek te zijn. Kosten van de restauratie ruim 17 miljoen gulden. In 1994 werd in de Annakapel het Bevrijdingsraam geplaatst, afkomstig uit de Kleine Eusebius.

Restauratie in de 21e eeuw[bewerken]

In 2009 bleken grote problemen te zijn ontstaan met de tufstenen bekleding van de toren. Direct hierna is de toren rondom in de steigers geplaatst, enerzijds om bescherming te bieden tegen vallende brokken steen, anderzijds om goed onderzoek te kunnen doen. In 2011 is de feitelijke restauratie begonnen van het bovenste deel van de toren, de ‘lantaarn’. Aanvankelijk vreesde men dat de volledige natuurstenen bekleding van de toren zou moeten worden vervangen. Bedragen van meer dan €80 miljoen voor de restauratie deden toen de ronde. In de samenleving gingen stemmen op dat deze bedragen niet in overeenstemming waren met het cultuurhistorisch belang van de Eusebius. Vooral de toren moest het daarbij ontgelden. Deze was namelijk voor het bovenste deel geheel naoorlogs. Inmiddels is goed duidelijk hoe de restauratie het best kan worden aangepakt. Het goedgekeurde restauratieplan uit 2013 gaat uit van een begroting voor de restauratie van €24 miljoen. Hier komt nog een bedrag van €3 miljoen bij om de kerk geschikt te maken voor de herbestemming. De eerdere maatschappelijke ontrust is zelfs omgeslagen in voorzichtig enthousiasme. Het plaatsen van de windhaan, met bladgoud bekleed, was in 2013 de bekroning van de restauratie van de lantaarn. Na het afbreken van de steiger rond dit bovenste deel van de toren, zijn de Disneyfiguren weer in volle glorie te bewonderen. Vanuit de toren kan men genieten van het spectaculaire uitzicht. In 2014 is gestart met de restauratie van de tweede geleding van de toren. Hierbij wordt een belangrijk deel van de tufstenen gevelbekleding vervangen door nieuwe natuurstenen blokken. Dit zogenaamde Weibern-tufsteen is afkomstig uit een steengroeve in de Eifel. Bij geveldelen die gevoeliger zijn voor weersinvloeden en sterker door regenwater worden belast, wordt Peperino uit Italië gebruikt. Het bewerken van de natuursteen vindt grotendeels plaats in de steengroeve en op de werf van de steenhouwer. Deels gebeurt dit ook op de bouwplaats zelf waardoor dit werk voor het publiek zichtbaar is. In september 2019 is het 75 jaar geleden dat de Slag om Arnhem plaatsvond. Er zullen dan grote herdenkingsbijeenkomsten en -manifestaties worden georganiseerd. Het streven is om de restauratie van de Eusebius vóór dat moment af te ronden. Dit is haalbaar op voorwaarde dat er in de tussenliggende jaren voldoende geld beschikbaar komt.

De klokken[bewerken]

Luidklokken[bewerken]

Op het hoogtepunt beschikte de Eusebiuskerk over minstens 4 grote luidklokken van Geert van Wou in compagnonschap met Gobel Moer gegoten in 1477. Kort daarna in 1481 leverde Van Wou nu vanuit Kampen nogmaals een grote klok, wellicht een hergieting. In 1498 werd door Van Wou een heel kleine klok geleverd. In 1539 mocht Willem Tolhuys de grote Salvator-klok gieten ter nagedachtenis van en gefinancierd door de overleden hertog Karel van Gelre. Deze klok is een pronkstuk van klok-gietkunst. Van de luidklokken gingen er drie definitief verloren bij de slag om Arnhem in 1944. Twee anderen raakte zwaar beschadigd, weer twee anderen bleven onbeschadigd. Bij de herbouw van de toren na de oorlog kon één oude luidklok weer in gebruik genomen worden ( bes0 ). Ook konden vier basklokken uit het vroegere Hemony-carillon nu als luidklok gaan functioneren ( es1 g1 as1 bes1 ). Petit&Fritsen mocht nog twee luidklokken gieten ( g0 c1 ) welke tevens deel gingen uitmaken van de nieuwe beiaard. Zo ontstond een zeven stemmig gelui met een bijzondere dispositie : g0-bes0-c1-es1-g1-as1 en bes1. Eveneens uit de oude beiaard afkomstig is het klokje gegoten in 1651 met de toon dis3 in de vieringtoren op het dak van de kerk.

In de kerk bevinden zich de andere overgebleven klokken van Hemony uit de jaren 1650/1651/1661/1662 en 1664. Pronkstuk is een grote klok As0 van Willem Tolhuis uit 1539. Verder is er nog een klokje van Jean Baptiste le Vache uit 1734.

Carillon[bewerken]

Het carillon hangt in de lantaarn en omvat 53 klokken. De klokkentonen zijn e0-fis0-chromatisch t/m a4. Op het klavier zijn ze aangesloten als g0-a0-chromatisch t/m c5. Ze werden allen door Petit & Fritsen gegoten, en wel in de jaren 1958, 1961 en 1992. De e0 is de zwaarste carillonklok in Europa en draagt het opschrift "The best way to suppose what may come is to remember what is past, 1944/1994" (De beste manier om te veronderstellen wat zou kunnen komen, is je te herinneren wat voorbij is). De vier nieuwe klokken werden op 9 augustus 1994 in de toren gehesen. Bijzonderheid is verder nog dat de klokken uit 1958 nog in lemen vormen werden gemaakt op ambachtelijke wijze. Dit komt de klank ten goede. Er is een automatisch spel wat wordt gestuurd door een computer.

Geschiedenis van het carillon[bewerken]

In afwijking van wat er in andere steden in de Nederlanden gebruikelijk was had Arnhem geen klokkenspel of voorslag in de toren voordat de klokken van Hemony werden geïnstalleerd. Althans daar zijn geen bronnen over teruggevonden. Wel bezat de toren een enorm gelui waarvan heden ten dage nog steeds klokken in de toren hangen. Bij het maken van een carillon baseerden François en Pieter Hemony zich in 1650/1651 op de zwaarste drie luidklokken die voor dat doel werden bijgestemd, zodat deze ook konden meespelen in het klokkenspel. De gebroeders Hemony werkten in hun gieterij in het nabij gelegen Zutphen waar ze al eerder in 1644 het eerste zuiver gestemde carillon hadden gegoten voor de Wijnhuistoren. Het stemmen van klokken had Hemony zichzelf geleerd met aanwijzingen van de Utrechtse beiaardier en fluitspeler Jhr. Jacob van Eyck. De klokken van Arnhem zouden een stuk zwaarder worden dan in Zutphen voor de enorme toren die enkele jaren eerder verhoogd was. In 1661 werd het spel uitgebreid tot 3 octaven en enkele jaren later in 1662/1664 werden door Hemony ook nog enkele klokken die minder geslaagd waren vervangen. Rond 1700 werd het spel met vijf klokjes uitgebreid door een onbekende gieter tot drie en half octaven. Nog later in 1734 werden deze vervangen door Jean Baptiste Le Vache die op dat moment in Nijmegen werkzaam was. Hij vulde de klokkenreeks daarbij gelijk aan tot vier octaven. Overigens stond deze Le Vache ook bekend als een gieter van mindere kwaliteit. Hij beheerste het stemmen van de klokken niet zo goed als de Hemony's eerder hadden gedaan.

In de 19e eeuw werden er nog wat klokjes vervangen door onder andere Petit & Fritsen en Van Bergen, en de drie zwaarste luidklokken werden van het carillon afgekoppeld. Dit was de situatie die Jef Denyn aantrof in Arnhem toen hij een bezoek bracht aan deze toren. Zijn stimulerende invloed zou er in 1918 toe leiden dat dit klokkenspel als eerste in Nederland zou worden omgebouwd naar de inzichten van deze Mechelse beiaardier. De beiaard in de toren van de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen (B) zou daarbij als voorbeeld dienen. Hoofdzaak bij deze restauratie was dat de verbinding tussen toetsen en klepels via een tuimelaar systeem kwamen te lopen. Op die manier kon de beiaardier zijn klepels beter beheersen. De gebonden zang of tremolo spel was op deze manier beter mogelijk dan met het oude broeksysteem. Ook werden de drie luidklokken op advies van Jef Denyn opnieuw aangehangen. In de tweede wereld oorlog was dit spel gevrijwaard van vordering voor de oorlogsindustrie van de bezetter. Helaas speelde het in september 1944 voor het laatst. De toren stond in brand door het oorlogsgeweld en enkele maanden later in februari 1945 stortte het restant van de toren in. Achteraf bleken veel klokken van Hemony deze ramp te hebben overleefd maar men koos er toch voor om een nieuwe beiaard te gieten. Dit gebeurde in 1958 in de klokkengieterij van Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel. In 1961 werden er nog een aantal klokken aan toegevoegd wat opnieuw in 1992 is gebeurd. Op 18 september 1964 werd dit klokkenspel in gebruik genomen door Daan Vanhoecke, Staf Nees uit Mechelen en Leen 't Hart de directeur van de Nederlandse Beiaardschool. Bij het herstel van de toren in 1992/1993 werd de beiaard nogmaals met vier klokken uitgebreid. Deze werden ook door Petit & Fritsen gegoten. Arnhem kreeg hierdoor in 1992 het zwaarste carillon van Nederland met de laagst klinkende bas-klok van Europa. In 1999 werd dit carillon qua gewicht overtroffen door dat van Dordrecht waar men een nieuw klavier met een vijfde octaaf klokken aanbracht, maar de E0-klok van de Arnhemse Eusebiusbeiaard is nog steeds de laagst klinkende carillonklok van Europa.

Orgels[bewerken]

Het grote orgel[bewerken]

Het Strümphlergel in de Lutherse kerk aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam
Interieur, overzicht naar het orgel met preekstoel met het Wagnerorgel voor de verwoesting in 1944

Het Wagner-orgel, dat tussen 1769 en 1770 door de gebroeders Wagner voor de kerk werd gebouwd, is tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 verloren gegaan.

In 1951 kwam het Strümphlerorgel van de gesloten Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk te Amsterdam beschikbaar en werd het voor de Eusebiuskerk aangekocht. Het grote orgel was in 1795 gebouwd door Johannes Stephanus Strümphler (1736-1807) en telt 50 stemmen[4].

Koororgel[bewerken]

Het koororgel is in 1961 gebouwd door de firma Gebr. Van Vulpen (Utrecht)[4].

Details[bewerken]

Boven de wijzerplaten op de westelijke gevel van de toren (op zo'n 70 meter hoogte) steken 8 balken uit, waar Henk Vreeling als versiering van de toren sneeuwwitje en de zeven dwergen van Walt Disney uitgehakt heeft. Dominee G.C. Foeken protesteerde echter, waarop de beeldhouwer een van de zeven dwergen de beeltenis van de dominee gaf. Vreeling vernieuwde ook het koor in de kerk: voorheen enkel gesierd door engelen, zoals gebruikelijk in oude kerken, werden er nu ook "gewone lieden" op afgebeeld. Een andere bijzonderheid is de beeltenis van een hoertje, die haar standplaats naast de kerk had, aan de linker buitenzijde. De beeldhouwer was van mening, dat ook deze hedendaagse aspecten van de maatschappij een plek verdienden in de kerk, zoals dat in de middeleeuwen reeds gebruikelijk was. De kerk was inmiddels al officieel in gebruik gesteld door koningin Juliana op 21 oktober 1961.

De kerk in het heden[bewerken]

De kerk doet dienst als accommodatie voor tentoonstellingen, beurzen, vergaderingen en diners. Eenmaal per maand wordt er een kerkdienst gehouden. In de toren ligt op 73 meter hoogte de Belvédère, een zaal met uitzicht over heel Arnhem en de tweede plaats (na het stadhuis) om te trouwen. De Belvédère kan tegen betaling bezocht worden met een glazen lift tijdens de gangbare openingstijden van de kerk.

Toekomstplannen[bewerken]

De toren en de hieraan gelegen kapellen zullen worden gebruikt voor exposities rond De Slag om Arnhem in samenwerking met het Airborne Museum. Voor het schip worden actief nieuwe gebruikers gezocht die naast het huidige gebruik kunnen opereren. De eerste nieuwe gebruiker die zich heeft aangediend, is de Bernard Lievegoed University. Voor het schip is het doel een multifunctioneel gebruik als ‘Huis van de Stad’, waarbij zowel tijdelijk als permanent gebruik samen gaan. Het schip zal worden voorzien van extra publiekstoegangen. De kerk is vanaf 2016 een zogeheten agentschap van het toerismebureau VVV.

Literatuur[bewerken]

  • Jong, Rinus de, André Lehr en Romke de Waard, De zingende torens van Nederland, Enschede, 1976
  • Lehr, André, Van Paardebel tot Speelklok, Zaltbommel, 1971 (1e druk), 1981 (2e herziene druk)
  • Lehr, Andrë, Historische en muzikale aspekten van Hemony-beiaarden, Amsterdam, 1960
  • Lehr, André, De klokkengieters François en Pierre Hemony, Asten, 1959,
  • Fehrmann, C.N. De Kamper klokgieters, hun naaste verwanten en leerlingen, Kampen 1967
  • Loosjes, A. jr., De Torenmuziek in de Nederlanden, Amsterdam, 1916
  • Weel, Heleen van der, Klokkenspel: Het carillon en zijn bespelers tot 1800, Hilversum, 2008

Foto's van de Eusebiuskerk[bewerken]

Externe link[bewerken]