Sneeuwzwammetje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sneeuwzwammetje
Sneeuwzwammetje
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie:Hygrophoraceae
Geslacht:Cuphophyllus
Soort
Cuphophyllus virgineus
(Wulfen) Kovalenko (1989)
Synoniemen

Agaricus virgineus
Camarophyllus niveus
Hygrocybe virginea

Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Sneeuwzwammetje (Cuphophyllus virgineus) is een schimmel uit de familie Hygrophoraceae. De soort leeft vermoedelijk in symbiotische gemeenschappen met mossen in arme grasgebieden, bij voorkeur in kalkrijke bodems en in Noord-Amerika in bossen. Hij komt voor in schrale, zure, mosrijke graslanden of grazige wegbermen, en op de hellingen van oude dijken. De vruchtlichamen groeien meestal in groepen en kunnen heksenkringen vormen. Ze zijn te vinden van september tot december.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Hoed

De hoed met dun vruchtvlees heeft een diameter van 1,5-3 (-5) cm en is gewelfd als hij jong is. Naar mate hij ouder wordt wordt hij plat of iets verzonken in het midden en kan een lichte bult hebben. Het hoedoppervlak biedt een vettig aanblik. Het oppervlak is (ivoor)wit en verkleurt gemakkelijk tot waterig wit bij vochtig weer (hygrophanity). De randen zijn transparant gegroefd als ze vochtig zijn.

Lamellen

De dikke, wasachtige, roomwit gekleurde lamellen lopen af op de steel die onderaan dikwijls smaller is dan in het midden. Hun randen zijn glad.

Steel

De steel wordt 2-5 (-6) cm lang en 3-5 mm dik. Het is grotendeels cilindrisch van vorm en puntig aan de onderkant. Van binnen is hij eerst vol van vlees, maar later hol. Aan de buitenkant is het glad, hoedkleurig en soms ook +/- rozebruin gekleurd aan de basis. Karmijnrode vlekken worden door bacteriën veroorzaakt.

Sporen

Het sporenpoeder is wit en vertoont geen kleurreactie met jodiumreagentia (inamyloïde). De oppervlakkig gladde sporen meten 7-11 × 4-5,5 micrometer en zijn min of meer elliptisch van vorm.

Geur en smaak

Sneeuwzwammetje is geurloos. De smaak is mild. Hij wordt beschouwd als goed eetbaar, maar vanwege beschermde status mogen ze niet worden verzameld. Ook kunnen ze worden verwisseld met de giftige trechterzwammen. De paddenstoel heeft bijzondere plantenstoffen, die mogelijk beschermen tegen vraat van larven van fruitvliegen.

Voorkomen[bewerken | brontekst bewerken]

Sneeuwzwammetje komt wijdverbreid voor in de gematigde zone van het noordelijk halfrond en komt voor in heel Europa, evenals in Noord-Amerika en Noord-Azië, maar is ook gevonden in Australië. De soort komt vaker voor dan zijn grotendeels bedreigde geslachtsverwanten en wordt niet als bedreigd beschouwd. In Nederland komt hij zeer algemeen voor. Hij staat op de rode lijst in de categorie gevoelig.

Taxonomie[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste wetenschappelijke beschrijving die in 1821 door Elias Magnus Fries werd goedgekeurd, komt van een werk van Franz Xaver von Wulfen, gepubliceerd in 1781, waar hij het Agaricus virgineus noemde. Na verschillende andere geslachtstoewijzingen werd het door Alexander E. Kovalenko toegewezen aan het geslacht Cuphophyllus. Toewijzing aan het geslacht Hygrocybe volgens Peter Darbishire Orton en Roy Watling is ook wijdverbreid, wat echter niet houdbaar lijkt volgens genetisch onderzoek. De soort Hygrocybe nivea, voor het eerst beschreven door Giovanni Antonio Scopoli in 1772, wordt nu als synoniem beschouwd.

Naam[bewerken | brontekst bewerken]

De geslachtsnaam Hygrocybe is afgeleid van de Griekse woorden hugros ("vochtig") en kube ("hoofd"). Het epitheton virgineus is een Latijns bijvoeglijk naamwoord en betekent "maagd" of "ongerept" in relatie tot het pure, witte uiterlijk.

Verbintenis[bewerken | brontekst bewerken]

Onlangs werd ontdekt dat het mycelium van wasplaten een verbintenis aangaat met haarwortels van kruiden. Bij het sneeuwzwammetje betreft dit met de smalle weegbree (Plantago lanceolata). Hyphen van de paddenstoel dringen in de bovengrondse delen en wortels van de plant tot in de zaden toe. Wanneer weegbreezaden oppervlakkig gesteriliseerd en opgekweekt worden, blijkt genetisch materiaal van de schimmel in de vegetatieve organen aanwezig te zijn van de zaailingen.

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 1997 werd de soort vermeld op een postzegel uitgegeven door de Faeröer.
  • In oude boeken is de paddenstoel soms opgenomen onder de naam "sneeuwwitte wasplaat".