Stopera
| Stopera | ||||
|---|---|---|---|---|
De Stopera gezien vanaf de Amstel (2016) | ||||
| Locatie | ||||
| Plaats | Amsterdam | |||
| Adres | Waterlooplein/Amstel | |||
| Hoogte boven zeespiegel | 110 centimeter[1] | |||
| Vernoemd naar | stadhuis, opera | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Gereed | 1986 (oplevering), 1967 (ontwerp) | |||
| Opening | 23 september 1986 | |||
| Huisvest | Nationale Opera & Ballet, stadhuis van Amsterdam | |||
| Afmetingen | ||||
| Vloeroppervlak | 120.000 vierkante meter[2] | |||
| Architectuur | ||||
| Bouwmateriaal | steen, hout, beton, glas | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Architect(en) | Cees Dam, Wilhelm Holzbauer, Bernard Bijvoet, Gerard Holt | |||
| Aannemer(s) | Hollandsche Beton Maatschappij,[2] Ballast Nedam,[2] Hillen & Roosen[2] | |||
| Opdrachtgever(s) | Amsterdam | |||
| ||||
De Stopera (een samentrekking van 'stadhuis' en 'opera') is een gebouw in de Nederlandse stad Amsterdam, waarin het stadhuis en de Nationale Opera en Ballet gehuisvest zijn. Het gebouw staat in de binnenstad, tussen het Waterlooplein, de Amstel en de Zwanenburgwal, op het in de zestiende eeuw aangeplempte schiereiland Vlooienburg.
Opvallend waren de uitzonderlijk hoge bouwkosten, die uiteindelijk 467 miljoen gulden bedroegen, ruim honderd miljoen gulden meer dan voorzien.
Etymologie
[bewerken | brontekst bewerken]




De naam Stopera ontstond als een samenstelling van de woorden 'stadhuis' en 'opera'. In het NRC Handelsblad van 19 oktober 1979 wordt die naam al genoemd: "De bouw van de "Stopera", zoals het gebouw in Amsterdam inmiddels door het publiek is gedoopt …".[3]
Beschrijving
[bewerken | brontekst bewerken]Het gebouw is ontworpen door de architecten Wilhelm Holzbauer, Bernard Bijvoet & Gerard Holt en Cees Dam en werd 23 september 1986 geopend.[4] De bouw van het enorme complex, midden in de oude Amsterdamse Jodenbuurt, die net de Nieuwmarktrellen van 1975 rond de metrobouw achter de rug had, was vanaf het begin omstreden.[5] Gelet op de uitstraling wanneer men staat op de schuin tegenover gelegen Blauwbrug, noemen veel Amsterdammers het gebouw ook wel Het Kunstgebit.
Het Stoperagebouw bevat op de hoek van de Amstel en de Zwanenburgwal ook een grand-café-restaurant, lange tijd onder de naam Dantzig, maar na het faillissement van eigenaar Sjoerd Kooistra werd het in 2011 omgedoopt tot Amstelhoeck.[6] Onder het gebouw bevindt zich een parkeergarage, deels openbaar.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]De locatie werd in 1954 gekozen als plek voor een nieuw stadhuis dat het oude stadhuis aan de Oudezijds Voorburgwal moest vervangen. Dit stadhuis was sinds 1808 de vervanger voor het stadhuis op de Dam, het latere Paleis op de Dam, dat de vervanger was van het oude stadhuis dat heeft bestaan vanaf de veertiende eeuw tot aan de brand op 7 juli 1652.
Aanvankelijk was voor de vervanging van het stadhuis aan de Oudezijds Voorburgwal gekozen voor het Frederiksplein, waar in 1929 het Paleis voor Volksvlijt afgebrand was. Maar nadat een ontwerp voor een stadhuis op het Frederiksplein in 1954 was afgewezen, werd gekozen voor de huidige locatie aan de Amstel, meer in het hart van de stad. Nadat ook een ontwerp voor een stadhuis op deze locatie was afgewezen, schreef de gemeente Amsterdam naar een idee van de wethouder van Publieke Werken Joop den Uyl in 1964 een prijsvraag uit. Den Uyl wenste "een democratisch stadhuis van een bestuur door overreding, dat tegelijk een ontmoetingscentrum met de burgers schept". Het ontwerp voor het theater door de architecten Bernard Bijvoet en Gerard Holt was oorspronkelijk gepland in de Ferdinand Bolstraat, op de plek waar de oude Rai stond.
De inzendtermijn sloot op 30 november 1967. Er waren toen 803 ontwerpen ingezonden. Na drie selectieronden bleven twintig ontwerpen over, waarvan er zeven mochten worden uitgewerkt. De uitzendtermijn voor deze besloten prijsvraag sloot op 7 oktober 1968. Een van de inzendingen was van de Oostenrijkse architect Wilhelm Holzbauer. Nadat de juryleden onder voorzitterschap van architect Hugh Maaskant aanvankelijk ieder een eigen kandidaat hadden gekozen, waardoor de hele prijsvraag dreigde te mislukken, werd op 22 november gekozen voor het ontwerp van Holzbauer.
Het plan oogstte zowel vanuit de architectenwereld als vanuit de bevolking van Amsterdam veel kritiek. De plaatselijke politieke partijen Provo en PSP kwamen met een alternatief plan, onder de leus "Het stadhuis staat op de Dam". In hun optiek zou het paleis op de Dam voor representatieve taken worden gebruikt en zouden de overige gemeentefuncties via wijkkantoren (de latere stadsdeelkantoren) dicht bij de burgers worden gebracht. Het plan van Holzbauer werd in 1969 door de gemeenteraad aangenomen. Provo en PSP stemden tegen. In oktober 1972 stemde de gemeenteraad definitief voor de bouwopdracht aan Holzbauer. Dit keer stemde de PvdA tegen; die vond stadsvernieuwing belangrijker. De bouw werd daarop drie jaar uitgesteld.
Het financiële klimaat verslechterde echter. Het kabinet-Den Uyl draaide de financiële toezeggingen aan Amsterdam terug. Op 9 april 1979 liet premier Dries van Agt van het kabinet-Van Agt I aan burgemeester van Amsterdam Wim Polak weten dat er van rijkssteun zelfs helemaal geen sprake meer zou zijn. Polak had dat al zien aankomen, en had een ontwerpschets van Holzbauer bij zich, waarin de bouw van het nieuwe stadhuis werd gecombineerd met de bouw van een operagebouw. Die combinatie was overigens in 1915 al eerder overwogen.
Opera
[bewerken | brontekst bewerken]Halverwege de jaren twintig schreef de Wagnervereeniging een prijsvraag uit voor een operagebouw in Amsterdam. Winnaar werd Jan Frederik Staal met een ontwerp voor een gebouw aan het Museumplein, nabij het Concertgebouw. De gemeenteraad wees dit plan echter af.
Toen in 1954 werd besloten dat het nieuwe stadhuis niet op het Frederiksplein zou komen, kreeg architect Bernard Bijvoet opdracht voor deze locatie een operagebouw te ontwerpen. Vervolgens werd evenwel besloten het nieuwe gebouw van De Nederlandsche Bank hier te bouwen. De bank was op dat moment gevestigd in een gebouwencomplex aan de Oude Turfmarkt en wilde uitbreiden op het Binnengasthuisterrein, waar echter de Universiteit van Amsterdam ook wilde uitbreiden.
De opera zou nu gebouwd worden op het terrein van het oude RAI-gebouw aan de Ferdinand Bolstraat. In 1967 werd het nieuwe plan van Bijvoet door de Amsterdamse gemeenteraad goedgekeurd. Een Japanse hotelketen liet zich overhalen in de nabijheid van het nieuwe operagebouw een luxe hotel te bouwen, het Okura Hotel. De bouw raakte evenwel omstreden; voorstanders richtten de actiegroep Muziektheater NU op, en tegenstanders meenden: "Opera aan de Ferdinand Bolstraat? Sol-do-mi-terop". In 1976 werd het oude RAI-gebouw gesloopt, maar het operagebouw werd niet gebouwd.
In 1979 werd dan besloten de bouw van de opera te combineren met de bouw van het nieuwe stadhuis. Voor dit gecombineerde plan wilde de rijksoverheid 230 miljoen gulden uittrekken. De architecten Holzbauer (stadhuis) en Bijvoet (opera) zouden hierbij samenwerken. Toen Bijvoet in december van dat jaar overleed, werd hij opgevolgd door architect Cees Dam, de schoonzoon van de met Bijvoet geassocieerde architect Holt. Deze laatste trok zich uit de plannen terug.
Bouw
[bewerken | brontekst bewerken]In 1980 werd het gecombineerde ontwerp goedgekeurd door de Amsterdamse gemeenteraad, en in 1981 door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en door de Rijksoverheid. De eerste paal werd op 5 juli 1982 geslagen, wat onder andere leidde tot een protestactie van tegenstanders van de bouw. Verschillende machines en bouwmaterialen werden gesloopt en in brand gestoken. Daarop werd het bouwterrein omheind met een hek.
Het complex werd in 1986 voltooid. De bouwkosten kwamen uiteindelijk uit op 467 miljoen gulden, terwijl er nog bijna 37 miljoen gulden nodig was voor de inrichting.[7] De kosten voor de bouw kwamen daarmee ruim honderd miljoen gulden hoger uit dan begroot. Een commissie die deze kwestie onderzocht, bracht op 1 juni 1988 een rapport uit waaruit bleek dat het college van burgemeester en wethouders de problemen voor de gemeenteraad verborgen had gehouden. Forse overschrijdingen van begrotingen bij publieke werken kregen in het Nederlandse spraakgebruik vervolgens de naam 'Stopera-effect'.
Ingebruikname
[bewerken | brontekst bewerken]De feestelijke opening van het Muziektheater vond plaats op 23 september 1986. Sindsdien wordt het bespeeld door De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet. In september 1988 trok de gemeente Amsterdam in het nieuwe stadhuis. Op 4 oktober werd het eerste huwelijk in de Burgemeester D'Aillyzaal, ontworpen door Wim T. Schippers en daarom meestal naar hem genoemd, gesloten door burgemeester Ed van Thijn.[8]
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- M. van Rooy, B. Roodnat (1986). De Stopera : Een Amsterdamse geschiedenis. Rap, Amsterdam. ISBN 9789010059031.
- Rumoer aan de Amstel, Het Amsterdamse stadhuis en het muziektheater 1808-1988. Auteur: Herman de Liagre Böhl. Uitgeverij Bas Lubberhuizen; april 2016. Uitgave in samenwerking met Genootschap Amstelodamum en de Stichting Wim Polak. ISBN 9789059374461.
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ AHN 4 - Stopera. Actueel Hoogtebestand Nederland (24 juli 2019). Geraadpleegd op 28 december 2025.
- 1 2 3 4 Bouwwerk: Stopera. Architectuurgids. Geraadpleegd op 28 april 2024.
- ↑ Stadhuis en opera (Stopera) kosten 287 miljoen. NRC Handelsblad (19-10-1979). Gearchiveerd op 19 oktober 1979. Geraadpleegd op 28 december 2025.
- ↑ Stopera, Amsterdam, C. Dam. Architectuurgids. Geraadpleegd op 28 april 2024.
- ↑ "Metrofeest Amsterdam afgelast", Het Vrije Volk : Democratisch-Socialistisch Dagblad, 9 oktober 1980, pp. 5.
- ↑ Lange, Albert de, "Café Dantzig wordt uithangbord voor Amstel", Het Parool, 11 april 2011. Geraadpleegd op 29 december 2025.
- ↑ Stopera blijkt uiteindelijk ruim half miljard gulden te kosten, Algemeen Dagblad, 16 november 1989
- ↑ Het Parool 4 oktober 1988