SvPO

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
SvPO
Algemeen
Locatie Meeuwenlaan 134 Amsterdam
Vestigingen Amsterdam, Deventer, Geldermalsen, Hardegarijp, Hengelo, Hoorn, Kapelle, Utrecht
Type voortgezet onderwijs
Denominatie alle
Onderwijsniveaus mavo/havo, havo, vwo en gymnasium
Personen
Leraren 234 (alle vestigingen tezamen)
Leerlingen 2.000 (alle vestigingen tezamen)
Overig
Website www.svpo.nl
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs

SvPO (School voor Persoonlijk Onderwijs) is een Nederlands netwerk van kleinschalige middelbare scholen die onderwijs in kleine klassen aanbieden.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Klassen omvatten gemiddeld niet meer dan 16 leerlingen en er zijn maximaal 80 leerlingen per leerjaar. In totaal omvat een school niet meer dan 400 leerlingen.

Er is een vierdaagse schoolweek. Er zijn geen tussenuren en er is nagenoeg geen lesuitval. Mocht een docent afwezig zijn, dan valt een andere docent in om begeleiding te verzorgen. Er zijn onderwijsblokken van 85 minuten, welke deels uit les en deels uit huiswerkbegeleiding bestaan. Per onderwijsblok wordt zodoende tijd vrijgemaakt voor huiswerk, zodat dit met een docent erbij wordt gemaakt. Jaarlijks kunnen leerlingen zes snipperdagen opnemen. Om de vier weken biedt de school een sportdag.

Het onderwijs is voor iedereen toegankelijk. De ouderbijdrage is 450 euro per schooljaar en wordt gebruikt om taal- en cultuurreizen te bekostigen. Daarnaast betalen ouders een eigen bijdrage van €20,- per dag per schoolreis.

De SvPO is eenvoudig georganiseerd. Per vestiging zijn er uitsluitend docenten, een conciërge en een schoolleider in dienst. De schoolleider vervult daarbij ook de taken van zorgcoördinator, anti-pest-coördinator en vertrouwenspersoon. Mentoren uit dezelfde jaarlaag vergaderen wekelijks en een aantal maal per jaar vindt er een schoolbrede vergadering plaats. De ICT is zelfgemaakt en er zijn geen ouderavonden, alleen mentorgesprekken.

SvPO is geen lid van de VO-raad.

Sociale samenhang[bewerken | brontekst bewerken]

SvPO beschouwt een school als een sociale gemeenschap van docenten en leerlingen - een uitgangspunt dat van pedagoog Kees Boeke is overgenomen. Er is daarom geen aparte docentenkamer. De tijd dat docenten niet les geven, werken ze in de aula, ze zijn daar benaderbaar voor leerlingen. In deze tijd bereiden de docenten hun lessen voor, kijken ze na, plannen ze oudergesprekken in of vallen ze in voor een afwezige collega-docent. Voor de sociale samenhang volgt iedere lichting leerlingen zoveel mogelijk gezamenlijk de schoolcarrière. Zittenblijven is een uitzondering.[1] De sociale samenhang wordt verder bevorderd doordat leerlingen van verschillende klassen en niveaus samen sporten en samen de taal- en cultuurreizen maken. In de bovenbouw van havo en vwo wordt gewerkt met dubbelprofielen (genaamd alfa en bèta) - dit zijn gecombineerde maatschappij- of natuurprofielen. Indien er veel leerlingen kiezen voor een specifiek profiel, kunnen de klassen in de bovenbouw mogelijk groter worden dan twintig leerlingen.

Taal- en cultuurreizen[bewerken | brontekst bewerken]

Leerlingen gaan 7 (havo) tot 10 (gymnasium) keer een week samen op reis. Voor de eerstejaars is er de zogeheten Amsterdamweek, daarna zijn de bestemmingen in het buitenland. Het programma bestaat dan uit de ochtend op een taalschool (Frans, Engels, Duits of Spaans) en de rest van de dag culturele activiteiten.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

SvPO is in 2009 gestart, mede naar aanleiding van de enquêtecommissie Dijsselbloem die zich kritisch uitsprak over onderwijsvernieuwingen zoals leerpleinen, ontdekkend leren of gepersonaliseerd leren. De SvPO volgt het pleidooi van deze parlementaire commissie voor een benadering van het onderwijs die vertrouwt op bewezen methoden en technieken. De scholen zijn in sociaal opzicht weliswaar vooruitstrevend, met docenten die laagdrempelig benaderbaar zijn voor de leerlingen en met een beleid dat de sociale samenhang bevordert. Het onderwijs zelf is echter behoudend. Het wordt klassikaal gegeven en kennisoverdracht staat centraal. Anno 2021 zijn er acht vestigingen.

Start[bewerken | brontekst bewerken]

Verouderde wetgeving maakte het verkrijgen van toestemming voor een nieuwe school aanvankelijk onmogelijk.[2] De wet was in 1917 de uitkomst van de Schoolstrijd en bepaalde dat een nieuwe school een bepaalde levensovertuiging (katholiek, protestants, etc.) in de statuten moet hebben en er geen vergelijkbare school in de buurt mag staan. In de praktijk betekende het dat er vrijwel geen vrije plekken meer waren. Toen het SvPO met geografische software lukte om toch enkele vrije locaties te vinden (o.a. Kapelle, Hardegarijp), wees toenmalig Staatssecretaris Bijsterveldt de aanvragen op oneigenlijke gronden af. Pas onder druk van de Tweede Kamer ging zij alsnog akkoord.[3]

De eerste school kreeg toestemming om al in 2009 in Kapelle van start te gaan. Het lukte echter niet om op zeer korte termijn een schoolgebouw te verwerven, waardoor de school een jaar later van start ging. De start verliep voorspoedig. Het Onderwijsblad noteerde dat de maximale 80 leerlingen geworven waren en zich veel sollicitanten meldden.[4] Bij de opening schreef Trouw over “de gedroomde school”.[5]

Groei[bewerken | brontekst bewerken]

Door een fusiegolf in de onderwijssector kreeg SvPO een mogelijkheid om vrije plekken te vinden. In de fusiegolf waren er scholen met combinaties van levensovertuigingen ontstaan. Logischerwijs gold voor nieuw scholen hetzelfde als voor bestaande scholen. SvPO vroeg daarop eerst toestemming voor een afdeling havo voor de school in Hardegarijp. De aanvraag werd door Staatssecretaris Dekker afgewezen,[6] de Raad van State oordeelde dat dit onterecht was, waarna er alsnog toestemming kwam.[7] Aan de hand van die uitspraak diende SvPO bovendien aanvragen in voor scholen in Amsterdam en Utrecht (beide 2017)[8] en voor Deventer, Hoorn en Hengelo (2019). In 2020 werd de wetgeving gewijzigd. Er is daardoor meer ruimte ontstaan om een nieuwe school te starten.[9]

Ontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

In 2011 en in 2013 rapporteerde de Inspectie van het Onderwijs over de eerste vestiging van SvPO (in Kapelle).[10] De inspectie concludeerde dat de didactische kwaliteit voldoende was en dat zowel de opbrengstgerichtheid als de kwaliteitszorg goed waren.[11] De inspectie gaf de SvPO wel enkele opdrachten mee. Zo zou de schoolgids onjuiste informatie bevatten over de vrijwillige ouderbijdrage en de website ten onrechte de suggestie wekken dat er mavo-onderwijs wordt aangeboden. Dit wordt gecorrigeerd, maar de school is het niet eens met de opdracht om de snipperdagen voor leerlingen af te moeten schaffen. De inspectie gaat op dit punt overstag.[12]

In 2014 werd de Wet passend onderwijs ingevoerd. Scholen moesten zich aansluiten bij regionale samenwerkingsverbanden die de middelen voor extra zorg in het onderwijs gingen verdelen. SvPO richt als reactie een eigen landelijk samenwerkingsverband op, genaamd Landelijk verband Passend Onderwijs (LvPO). Dit wordt niet geaccepteerd door de Onderwijsinspectie en SvPO laat het tot een zaak komen voor de Raad van State (en riskeert daarmee een boete[13]). De Raad van State wijst het verzoek af omdat SvPO op dat moment nog maar twee scholen heeft. Volgens de Raad kunnen scholen met een dermate grote afstand tot elkaar (Kapelle en Hardegarijp) geen samenwerkingsverband vormen zoals bedoeld wordt in de wet. Daarnaast ontbreken er volgens de Raad in dit samenwerkingsverband ook scholen die voorgezet speciaal onderwijs aanbieden.[14]

Voor de medezeggenschap koos SvPO voor een vorm van directe democratie: alle leerlingen, docenten en ouders kwamen vanzelf in de medezeggenschapsraad (mr). Er werd besloten per referendum. Uit een artikel van MR Magazine over deze werkwijze blijkt dat veel kenmerken van de SvPO uit die referenda voort zijn gekomen. Daaronder de 4-daagse schoolweek, de bestemmingen van de taalreizen en de snipperdagen. De inspectie stelt echter dat directe democratie in strijd is met de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Er is namelijk geen voorzitter van de mr, er worden geen kandidaten gekozen, etc. Na een nieuw referendum besluit de SvPO om alsnog een mr te laten kiezen, waarbij echter de leden gebonden zijn aan de uitkomsten van de referenda.[15]

In 2018 kreeg SvPO wederom bezoek van inspectie. In het rapport daarover wordt gesteld dat de aanpassing van de mr niet voldoende is. Verder maakte SvPO gebruik van een docent op afstand voor de derde vreemde taal (naar keuze Duits en/of Spaans). Onderwijs op afstand is volgens inspectie echter niet toegestaan. SvPO is het hier niet mee eens en krijgt daarin gelijk van de rechter. De inspectie moet het rapport intrekken. Inspectie gaat op dit onderwerp in hoger beroep, maar SvPO wordt ook in hoger beroep in het gelijk gesteld.[16]

Eind 2018 bezocht inspectie SvPO opnieuw en maakte in afwachting van het hoger beroep een tussenrapport. Het oordeel over de kwaliteitszorg gaat van goed naar voldoende. De kwaliteitscultuur en de dialoog worden als onvoldoende beoordeeld, vanwege de kwestie van de mr en vanwege het ontbreken van een adequate code goed bestuur die voldoet aan de Wet op het voortgezet onderwijs. SvPO maakt bezwaar tegen het tussenrapport omdat het hoger beroep afgewacht moet worden en omdat de bekritiseerde code goed bestuur achterhaald is.[17] De rechter oordeelt dat het tussenrapport niettemin gepubliceerd mag worden.[18]

In maart 2019 gaat de mr in Utrecht van start. De raad stelt een risico-inventarisatie op met vijftien signalen over de sociale veiligheid en het werk- en leerklimaat op school. Het bestuur meent dat deze signalen vooral betrekking hebben op de mr-leden zelf. In juli 2019 zegt de mr het vertrouwen op in het schoolbestuur. De raad schrijft dat hij zich niet serieus genomen voelt in de manier waarop het bestuur met die signalen is omgegaan.[19] Een ouder dient daarna bij de Geschillencommissie WMS een nalevingsverzoek in. Hoewel dit verzoek niet ontvankelijk wordt verklaard, merkt de commissie wel op dat er tekortkomingen zijn. De verkiezingsprocedure is niet correct, er zijn geen zittingstermijnen voor mr-leden vastgelegd en de referenda mogen niet bindend zijn. SvPO stelt daarop een nieuw mr-reglement op, met een gewijzigde verkiezingsprocedure, zittingstermijnen voor mr-leden en verliezen de referenda het bindende karakter (ze worden voortaan raadgevend).[20][21]

Oktober 2019 gaf inspectie de vestiging in Utrecht een onvoldoende op de criteria veiligheid, zicht op ontwikkeling en begeleiding, kwaliteitszorg, kwaliteitscultuur en dialoog. Dit leidde tot het oordeel ‘zeer zwak’.[22] SvPO is het met dit oordeel niet eens (wat ook bleek uit de bestuursreactie op het concept-rapport [23]) en verzoekt via een voorlopige voorziening de rechter om publicatie te verbieden. De rechter besluit dat het rapport toch gepubliceerd mag worden.[24][25][26][27][28][29] Als gevolg van het inspectie-rapport werd (een vertegenwoordiging van) het schoolbestuur op gesprek gevraagd bij wethouder Anke Klein.[30][31]

In januari 2020 besluit de directie van de Utrechtse vestiging vanwege de kritiek in het inspectierapport op de begeleiding van leerlingen op vmbo-t niveau om een aparte vmbo-t klas in te richten. Dit leidt tot een herindeling van de klassen in het tweede leerjaar. Volgens dagblad Trouw hebben de betrokken mentoren grote moeite met deze beslissing en zijn zij bovendien niet vooraf geïnformeerd.[32] De plotselinge beslissing leidt ontsteltenis bij de ouders, die niet willen dat hun kind in de nieuw gevormde E-klas terecht komt. Het grote struikelblok vormt het schrappen van het vak Frans, waardoor de kinderen volgens de ouders nauwelijks nog havo-3 kunnen bereiken. De ouders besluiten de rechter in te schakelen.[33] Deze stelt dat SvPO weliswaar ongelukkig heeft gecommuniceerd over de vmbo-t klas, maar: "de door SvPO gekozen koers lijkt een middenweg te zijn tussen enerzijds het leerdoel van de kinderen, het hoger uitstromen dan het basisschooladvies, en anderzijds de aanwijzing van de Onderwijsinspectie om meer rekening te houden met het leerniveau van de leerlingen." De eis van ouders wordt daarom uiteindelijk afgewezen.[34][35]

Weerstand van gemeenten vanwege gebouwen[bewerken | brontekst bewerken]

Het is de wettelijke taak van gemeenten om voor een schoolgebouw te zorgen. Doordat dit gemeenten op kosten jaagt, zien zij liever geen nieuwe school komen. In Hoorn, Hardegarijp, Deventer en Geldermalsen leidde dit aanvankelijk tot jarenlange tegenwerking en juridische procedures.[36][37] In deze gemeenten heeft de SvPO daarop zelf grond (voor nieuwbouw) of een gebouw (voor renovatie) verworven voor de school.[38][39][40] Met de gemeente is afgesproken dat die jaarlijks een bedrag per leerling aan de school betaalt. De SvPO organiseert de nieuwbouw of de renovatie. Om de huisvestingskosten voor de school zo laag mogelijk te houden betaalt die op haar beurt aan SvPO alleen voor het gebruik van de grond of het gebouw.

Weerstand van scholenkoepels vanwege concurrentie[bewerken | brontekst bewerken]

Twee Friese scholenkoepels tekenden bezwaar aan tegen de toestemming voor SvPO en begonnen daarna samen met de gemeente een procedure bij de Raad van State. Die stelde hen in het ongelijk, waarna de SvPO in 2013 in Hardegarijp van start kon.[41] In 2015 vroegen beide koepels de Staatssecretaris om in te grijpen omdat SvPO al havo zou aanbieden terwijl de toestemming daarvoor nog niet was gegeven en omdat SvPO geen collegiaal overleg met hen voerde.[42] De vraag om ingrijpen leidt tot protesten van ouders van SvPO, die de andere koepels verwijten zich alleen maar om hun marktpositie te bekommeren.[43][44][45][46] In juli 2021 werd via een Wob-verzoek de brief die de Friese scholenkoepels stuurde aan de minister en staatssecretaris openbaar gemaakt.[47]

In 2016 besloten de koepels om een concurrerende school op te zetten in Leeuwarden.[48] De school krijgt aanvankelijk ook klassen van gemiddeld 16 leerlingen, maar dat aantal wordt stapsgewijs verhoogd. Anno 2021 is de gemiddelde groepsgrootte 22 leerlingen.

Onderwijstijd[bewerken | brontekst bewerken]

De Algemene Onderwijsbond (AOb) probeert sinds 1998 de werkdruk voor docenten te beperken door in de CAO het aantal lessen per docent te beperken. Gaf een voltijds docent in 2000 nog 866 uur per jaar les, in 2015 was dat gedaald naar 700.[49] Om te voorkomen dat scholen daardoor de urennorm voor onderwijstijd niet meer halen, voeren ze alternatieve onderwijsvormen in. Na protest daarover van scholieren is de urennorm versoepeld.[50] SvPO stelt dat deze versoepeling nadelig is voor de ontwikkeling van leerlingen. Bovendien zou de vrijkomende tijd voor docenten vooral gevuld zijn door vergaderingen, en zouden docenten juist meer werkdruk ervaren doordat ze alle lesstof in minder tijd moeten behandelen.[49]

AOb is kritisch op SvPO omdat zij de huiswerkbegeleiding die tijdens de lessen wordt gegeven, niet als les rekent. Bijgevolg wordt voor die begeleiding geen voorbereidingstijd of nakijktijd vergoed. De zogenaamde opslagfactor geldt niet voor de huiswerkbegeleiding, wat invloed heeft op de werktijdfactor.[51] AOb daagt SvPO voor de rechter, maar die concludeert dat SvPO gelijk heeft.[52]

Om de arbeidsvoorwaarden beter op de organisatie te laten aansluiten kunnen medewerkers van de SvPO kiezen voor een eigen rechtspositieregeling.[53] Daarin zitten verbeterde arbeidsvoorwaarden, waaronder kleinere klassen, hogere salarisschalen, een bonusregeling en extra vrije dagen. De fte wordt hierin berekend aan de hand van de onderwijsblokken en het mentoraat wordt hierin niet als aparte taak beschouwd.

Resultaten[bewerken | brontekst bewerken]

Een derde tot de helft van de leerlingen komt boven het basisschooladvies uit (mavo-leerlingen doen havo, havo-leerlingen doen vwo).[54] Omgekeerd zijn er weinig leerlingen die onder hun niveau uitkomen. Volgens cijfers van de onderwijsinspectie is de zogeheten opstroom daardoor hoog. Het voorkomen van zittenblijven heeft mede als gevolg dat leerlingen gemiddeld snel hun diploma halen.[55]

Onderstaande cijfers zijn 10 maart 2020 gepubliceerd door de onderwijsinspectie. Het percentage 'overgegaan / geslaagd' geeft aan hoeveel leerlingen jaarlijks over zijn gegaan danwel zijn geslaagd. Het is het gemiddelde van wat inspectie onderbouwsucces en bovenbouwsucces noemt. Nog niet alle vestigingen hebben lichtingen die al eindexamen hebben gedaan. Daar ontbreken de percentages.

Start Vestiging ook bekend als Administratienummer BRIN leerlingen

boven hun

niveau

overgegaan

/ geslaagd

havo

overgegaan

/ geslaagd

vwo

2010 SvPO Kapelle Isaac Beeckman Academie 41870 29ZT 39,7% 92,1% 93,9%
2013 SvPO Hardegarijp Tjalling Koopmans College 42639 30UV 49,0% 86,9% 90,6%
2016 SvPO Geldermalsen Ida Gerhardt Academie 42718 31CZ 56,1%
2017 SvPO Utrecht Tjalling Koopmans College 42748 31FH 58,6%
2017 SvPO Amsterdam Tjalling Koopmans College 42749 31FG 42,5%
2019 SvPO Deventer Ida Gerhardt Academie 42781 31LB
2019 SvPO Hengelo Mezquita College 42779 31LA
2019 SvPO Hoorn Ida Gerhardt Academie 42780 31KZ
Landelijke norm inspectie: 4,8% 87,1% 86,1%

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

SvPO is niet onomstreden. Uit verschillende hoeken klonk er kritiek.

Onderwijsinspectie[bewerken | brontekst bewerken]

De Onderwijsinspectie heeft meerdere malen kritiek geuit in haar inspectierapporten. In een vierjaarlijks bestuurlijk onderzoek naar de vestigingen te Kapelle, Hardegarijp en Geldermalsen concludeert zij dat de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) niet goed wordt nageleefd en het bestuur onvoldoende garanties geeft voor een integere en transparante kwaliteitscultuur (vanwege het ontbreken van een adequate code goed bestuur die voldoet aan de Wet op het voortgezet onderwijs): "Het bestuur geeft nergens aan hoe hij omgaat met mogelijke belangenverstrengeling tussen bestuur en directie en/of andere medewerkers", aldus het rapport. De afstandsdocent voor de vakken Spaans en Duits werd aanvankelijk ook bekritiseerd, al oordeelde de rechter (ook in hoger beroep) dat de constructie met een afstandsdocent niet in strijd is met de wet.[16][17][56] Bij de vestiging in Hardegarijp werden tekortkomingen geconstateerd bij het vak Fries, waar later ook burgers in actie tegen kwamen.[57][58]

De Utrechtse vestiging ontving na een kwaliteitsonderzoek het oordeel 'zeer zwak', als gevolg van een onvoldoende op de kwaliteitsgebieden onderwijsproces, schoolklimaat, kwaliteitszorg & ambitie.[22][26][27][28] In januari 2021 werd via een Wob-verzoek de documenten geopenbaard rondom dit kwaliteitsonderzoek. Daaruit bleek onder meer dat het bezwaarschrift bij Dienst Uitvoering Onderwijs ongegrond was verklaard door de inspecteur-generaal van de Onderwijsinspectie.[59]

In februari 2020 startte de Onderwijsinspectie een uitgebreid onderzoek naar alle SvPO-scholen.[60][61] In mei 2021 bleek dat het oordeel 'zeer zwak' van toepassing was op meerdere vestigingen. Aangezien het SvPO-bestuur bezwaar aantekende bij de rechter met een voorlopige voorziening, werden de inspectierapporten vooralsnog niet gepubliceerd.[62][63] In juli 2021 besloot de voorzieningenrechter echter dat alle rapporten gepubliceerd mochten worden.[64] De vestigingen Utrecht, Amsterdam en Hoorn werden als 'zeer zwak' beoordeeld. Daarmee ontving de Utrechtse vestiging voor de tweede keer op rij het oordeel 'zeer zwak'.[65][66] Ook de civielrechtelijke procedure pakte in het nadeel uit van SvPO: in augustus 2021 besloot de rechter dat zowel de publicatie als de inhoud van de inspectie-rapporten niet onrechtmatig was. [67][68]

In juni 2021 besloot de Onderwijsinspectie de Friese vestiging nogmaals te onderzoeken vanwege de ontstane chaos.[69]

Ouders / personeelsleden[bewerken | brontekst bewerken]

In juli 2019 zegde de medezeggenschapsraad van de Utrechtse vestiging het vertrouwen op in het schoolbestuur.[19] Als later een ouder een nalevingsgeschil indient bij de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS, constateert de commissie net als de Onderwijsinspectie dat de medezeggenschap op de school niet goed georganiseerd is: "Het bevoegd gezag hanteert een systeem waarbij er doorlopend stemmen op kandidaten kunnen worden uitgebracht en gewijzigd. Er is geen (geldend) medezeggenschapsreglement en -statuut en het lijkt erop dat dat het bevoegd gezag de (o)mr, althans in het verleden, niet steeds de rol heeft toebedeeld die de Wet medezeggenschap aan hem toekent", aldus de commissie.[20]

In het Onderwijsblad van AOb verschenen artikelen over SvPO met kritische beschouwingen van de financiële constructies en onderwijskundige aanpak.[70][71] Ook lieten meerdere ouders en docenten zich kritisch en bezorgd uit over de vestigingen Utrecht en Amsterdam in dagblad Trouw en het Algemeen Dagblad.[72][73][74] De verschenen artikelen in het Onderwijsblad en Trouw vormden aanleiding tot Kamervragen.[75][76][77][78] De financiële constructies kwamen opnieuw aan het licht in juni 2021, toen dagblad Trouw onthulde dat de bestuursvoorzitter met stichtingsgeld hypothecaire leningen verstrekte aan zijn kinderen.[79] Het redactioneel commentaar riep ouders op om zichzelf te informeren via de rapporten van de Onderwijsinspectie.[80]

In maart 2020 schreef een groep voormalig docenten en ouders een burgerbrief naar de vaste Kamercommissie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) waarin zij hun zorgen en kritiek uitte over de gang van zaken bij SvPO. De commissie besloot minister Slob om een reactie te vragen.[81] Op 15 mei 2020 gaf hij in een reactie aan dat in het verleden meer dan eens was gebleken dat SvPO de randen van wet- en regelgeving opzocht. Het beeld dat uit de burgerbrief naar voren kwam vond hij zorgelijk. Als het op dat moment bij alle acht SvPO-scholen lopende onderzoek daar aanleiding toe zou geven, zou er volgens de minister worden ingegrepen.[82][83][84] Naar aanleiding van deze reactie verzocht de commissie minister Slob om de Kamer te zijner tijd te informeren over de bevindingen van de Onderwijsinspectie.[85] Op 5 juli 2021 gaf minister Slob hieraan gehoor door een brief te sturen aan de Tweede Kamer. Daarin schreef hij onder meer dat hij zich zorgen maakt over de houding van het schoolbestuur ten opzichte van de herstelopdrachten: "Wat het realiseren van verbetering conform de herstelopdrachten van de inspectie bemoeilijkt is dat de bestuurder het niet eens lijkt te zijn met de wijze waarop de inspectie toezicht houdt en derhalve ook niet met de oordelen van de inspectie. Ik vind dat een zorgelijk gegeven, gelet op de bevindingen in de rapporten." [86][87]

In juni 2021 werd een docent van de Friese vestiging op non-actief gesteld nadat hij zich bij Omroep Fryslân kritisch en bezorgd had uitgelaten over de school. De verhouding tussen en schoolbestuur/-leiding en docenten, ouders en leerlingen zou daardoor volgens de bestuursvoorzitter ernstig verziekt zijn.[88][89] De op non-actief gestelde docent gaf in een interview aan dat hij als hoogopgeleide professional verwachtte ook mee te kunnen praten over de gang van zaken, maar dat was volgens hem absoluut niet de bedoeling.[90] Omroep Fryslan verklaarde in een kort geding over de rechtspositie van de leraar dat de uitspraak die de docent werd aangerekend door SvPO niet van hem afkomstig was, maar van een andere, anonieme docent.[91][92] Het kort geding werd gewonnen door de docent. Volgens de rechter kon niet worden aangetoond dat de docent de uitspraak had gedaan die SvPO hem aanrekende.[93][94] De ontstane situatie vormde aanleiding tot Kamervragen van zowel SP, D66 als VVD.[95][96]

Leerlingen[bewerken | brontekst bewerken]

Een groep leerlingen van de Friese vestiging maakte in juni 2021 duidelijk dat ze het niet eens waren met het op non-actief stellen van een docent. In een verklaring stelde een groep leerlingen dat zij zichzelf niet serieus genomen voelde door het schoolbestuur. Ook hoopten ze dat het schoolbestuur in de toekomst beter zou communiceren met docenten.[97] Een aantal leerlingen was van mening de Friese vestiging te sluiten als er niets zou veranderen aan de houding van het schoolbestuur. Ze hadden daar echter weinig vertrouwen in.[98]

Buurtbewoners[bewerken | brontekst bewerken]

In juni 2020 klaagden buurtbewoners in Deventer over het gebrek aan communicatie vanuit het schoolbestuur over mogelijke nieuwbouwplannen.[99] Enkele maanden later werd bekend dat de nieuwbouwplannen zouden worden aangepast.[100]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

In januari 2019 tekende de NRC een portret op van beide oprichters. In 2011-2012 en 2015 waren ze op wereldreis met hun kinderen. De dagelijkse schoolleiding werd overgenomen en tijdens beide reizen werkten ze door op afstand.[101]