Thoetmosis III

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Thoetmosis III
Djehutimes, Misphris, Misphragmuthosis, Thutmose III, Manahpirya, Mencheperre
Beeld van Thoetmosis III in het Kunsthistorisches Museum in Wenen
Beeld van Thoetmosis III in het Kunsthistorisches Museum in Wenen
Farao van de 18e Dynastie
Periode ca. 1479-1425 v.Chr.
Voorganger Hatsjepsoet
Opvolger Amenhotep II
Vader Thoetmosis II
Moeder Isis
Thoetmosis III in Egyptische hiërogliefen
serekh of Horusnaam
G5
E1
D40
N28
m
S40 t
O49
Srxtail.jpg
Nebtynaam
G16
V29 sw
t
M17 M17 ra
Z1
W19 m Q3 t
N1
Gouden Horusnaam
G8
S42 F9
F9
D45
N28
Z3
praenomen of troonnaam
M23
t
L2
t
Hiero Ca1.svg
ra mn xpr
Hiero Ca2.svg
nomen of geboortenaam
G39 N5
 
Hiero Ca1.svg
G26 ms s
Hiero Ca2.svg
Portaal  Portaalicoon   Egyptologie

Thoetmosis III of Thoetmozes III (ca. 1479 - 1425 v.Chr.) was de zesde farao in de 18e Dynastie van het Nieuwe Rijk in de Egyptische Oudheid. Zijn bekende naam Thoetmosis betekent: Geboren uit Thoth. Zijn bij zijn kroning aangenomen naam, Men-cheper-Re, betekent "Bestendig is de verschijning van Ra (de zonnegod)". Het was sinds de 4e Dynastie gebruikelijk dat een koning bij zijn troonsbestijging een zogenaamde kroningsnaam aannam. Vanaf het Nieuwe Rijk werd daarin steevast een aspect van de zonnegod Ra verheerlijkt.

Biografie[bewerken]

Deze obelisk van Thoetmosis werd in 357, door keizer Constantius II, naar Rome overgebracht.

Thoetmosis III was de zoon van Thoetmosis II en een bijvrouw, Isis. De jonge, nog minderjarige troonopvolger werd in theorie koning nadat Thoetmosis II overleed. Zijn stiefmoeder Hatsjepsoet trad echter op als regentes en nam al snel de titel van farao aan waarbij Thoetmosis slechts als co-regent fungeerde. Ook eenmaal volwassen had Thoetmosis III een ondergeschikte rol naast Hatsjepsoet, tot aan haar dood. Gedurende in totaal 22 jaar moest hij haar heerschappij tolereren. Thoetmosis III was getrouwd met Sat-Yah, de dochter van zijn voedster Ipoe, met wie hij ten minste drie zoons en een dochter kreeg. Later trouwde hij met Meritre-Hatsjepsoet (volgens sommigen een dochter van Hatsjepsoet, maar dat is zeer onwaarschijnlijk) en kreeg met haar nog een zoon, de latere troonopvolger Amenhotep II. Na de dood van Hatsjepsoet regeerde hij 32 jaar lang over Egypte tot zijn officiële 54e regeringsjaar. Thoetmosis III regeerde officieel van 24 april 1479 tot 11 maart 1425 voor Christus volgens de Middel Chronologie (Engels: Middle Chronology).

Relatie met Hatsjepsoet[bewerken]

Tot voor kort was de algemene theorie dat na de dood van haar echtgenoot en halfbroer Thoetmosis II, Hatsjepsoet de troon van Thoetmosis III usurpeerde en dat, ofschoon Thoetmosis III co-regent was tijdens de regering van Hatsjepsoet, hij nooit zijn stiefmoeder vergaf dat zij hem de troon ontzegd had. Feit is dat Hatsjepsoet, nadat zij eerst twee jaar regentes was voor de minderjarige Thoetmosis, alle macht aan zich trok en zich de titel van koning toeëigende. Hoewel ze van hogere geboorte was dan Thoetmosis (die de zoon was van een bijvrouw) was dit ongehoord, aangezien ze daarmee de rechtmatige mannelijke opvolger buiten spel zette. Vrouwelijke farao's waren er eerder in de Egyptische geschiedenis al geweest maar alleen wanneer er geen mannelijke opvolger was. Toch pakte deze zet niet ongunstig uit.

De machtsverhouding is hier duidelijk te zien: Thoetmosis III links en Hasjepsoet rechts. (Rode kapel, Karnak)

Hatsjepsoet kon ruim 19 jaar aan de macht blijven, waarbij Thoetmosis dus haar co-regent werd en naar men nu vermoedt steeds meer taken toebedeeld kreeg. Hierdoor kon de jonge prins een gedegen opleiding krijgen, o.a. in het leger wat hem later zeer goed van pas kwam, zonder dat hij meteen als kind al met de zware regeringstaken belast werd. Toen zijn stiefmoeder uiteindelijk overleed en Thoetmosis de troon als alleenheerser kon bestijgen was hij reeds ervaren wat ook blijkt uit het feit dat hij direct krachtdadig optrad in binnen- en buitenland. Recent is daarom de theorie dat hij zijn stiefmoeder gehaat zou hebben herzien. Want waarom ook zou Hatsjepsoet een boze erfgenaam toegestaan hebben om het bevel over het leger te voeren? En als er haat tussen hen zou zijn geweest had Hatsjepsoet haar stiefzoon eenvoudig uit de weg kunnen laten ruimen. Het lijkt er daarom eerder op dat e.e.a. uit praktische overwegingen doorgevoerd is, waarbij Hatsjepsoet's tomeloze ambitie uiteraard niet te ontkennen valt. De situatie zal haar goed uitgekomen zijn. Deze mening wordt verder gesteund door het feit dat er geen enkel bewijsmateriaal is gevonden dat aantoont dat Thoetmosis III zijn troon terug wilde hebben. Vaak werd vroeger verwezen naar het feit dat Hatsjepsoet's naam en beeltenis op vele monumenten na haar dood uitgewist zijn (damnatio memoriae) en dat dit het werk van Thoetmosis III zou zijn. We weten nu dat de monumenten van Hatsjepsoet niet vroeger dan 20 jaar na haar dood beschadigd werden en wellicht veel later (dus ook na de dood van Thoetmosis III). Van een 'wraakcampagne' van Thoetmosis is dus geen sprake geweest (dan had hij immers wel direct na haar overlijden actie ondernomen). Een theorie luidt dat de beschadigingen wellicht deels voor rekening komen van Amenhotep III, de achterkleinzoon van Thoetmosis III, die met een burgermeisje getrouwd was en mogelijk de herinnering aan Hatsjepsoet en haar voorbeeldige koninklijke afstamming wilde uitwissen om zijn eigen niet door iedereen geaccepteerde huwelijk acceptabeler te maken. Zeker is dat ook een deel van de beschadigingen in opdracht van de ketterse koning Achnaton is uitgevoerd (met name waar het de naam en afbeelding van de door hem gehate oppergod Amon betreft). Zo Thoetmosis al opdracht heeft gegeven om de naam van zijn stiefmoeder uit te wissen, dan is dat niet uit haat jegens haar gebeurd maar om zijn eigen regeerperiode langer te doen lijken (en dus zijn roem te vergroten).

Militaire prestaties en imperium[bewerken]

Obelisk van Thoetmosis; Onderaan is de beeltenis van Theodosius I te zien. Hij liet in 390 de obelisk in 3 zagen voor transport naar Istanboel, enkel het bovenste gedeelte overleefde de reis en staat nu in de hypodroom van Istanboel;

Thoetmosis III was ongetwijfeld een militair genie. Hij voerde een expansionistische politiek en wordt wel eens de "Napoleon van Egypte" genoemd omdat hij wel driehonderdvijftig steden heeft veroverd en naar verluidt geen enkele veldslag heeft verloren. Zijn gebied reikte uiteindelijk van de Eufraat tot aan de zuidgrens van Nubië niet ver van het huidige Khartoum in Soedan; dit alles bereikte hij in niet minder dan zeventien militaire campagnes. Hij was de eerste farao die de grens van de Eufraat overschreed, tijdens zijn gevecht tegen de Mitanni. Zijn oorlogen o.a. zijn gedocumenteerd op de muren van de Amontempel in Karnak bij Luxor.

Hij wordt beschouwd als een van de meest oorlogszuchtige farao’s; hij maakte van Egypte een wereldmacht. Er is veel bekend over de oorlogen van Thoetmosis III, omdat zijn legeraanvoerder Thanuny erover geschreven heeft. Thoetmosis’ vele veroveringen werden mogelijk gemaakt door de grote verbetering van de wapens en het efficiënt inzetten daarvan. Te denken valt dan aan met een menner en een boogschutter bemande snelle strijdwagens en een apart boogschutterskorps, bewapend met composietbogen met een groot bereik. Zijn leger maakte ook gebruik van boten, zowel voor de aanvoer van voorraden naar het huidige Libanon als voor het oversteken van grote rivieren (zoals de Eufraat) en ook, bij de campagnes in Nubië, voor het uitvoeren van snelle aanvallen via de Nijl (men zou de daarvoor gebruikte elitetroepen als het eerste 'Korps Mariniers' in de geschiedenis kunnen zien).

Eerste campagne: Na Hatsjepsoet’s dood ondernam Thoetmosis III zijn eerste grote militaire campagne. Hij vertrok uit Egypte en ging door de Sinaï en via Gaza landinwaarts in de richting van de stad Megiddo. Om in Megiddo te komen had Thoetmosis III wel een probleem. Het Karmelgebergte (in het huidige Israël) lag nog tussen zijn leger en Megiddo. Er waren drie mogelijke routes: zowel de noordelijke als zuidelijke routen gingen om de bergketen heen en werden door zijn militaire adviseurs als veilig beschouwd, maar Thoetmosis vond zijn adviseurs maar lafaards en koos een route dwars over de bergen heen. Een slimme keuze, want zo kwamen ze op een veel strategischere plaats uit, net buiten de stad Megiddo en verrasten hun vijanden, die zo'n gewaagde zet niet hadden verwacht, bovendien volledig. De Egyptenaren konden de daarop volgende slag gemakkelijk winnen, maar de vluchtende vijand had de kans gegrepen de stad binnen te vluchten. Na een maandenlang beleg veroverde Thoetmosis’ leger die ook. De slag om Megiddo is waarschijnlijk de belangrijkste die Thoetmosis’ ooit uitvocht. Hiermee brak hij het verzet in Palestina, Libanon en Zuid-Syrië.
De tweede, derde en vierde campagne dienden vooral om rijkdom uit de verschillende overwonnen gebieden te vergaren. Tijdens zijn vierde veldtocht zou hij ook een fort hebben laten bouwen in het zuiden van Libanon.

Zijn vijfde, zesde en zevende veldtocht vonden plaats in Syrië. Tijdens zijn vijfde veldtocht veroverde hij een aantal steden, vnl. in het zuiden van Syrië. Tijdens zijn zesde veldtocht veroverde hij meer Syrische steden, vnl. in het westen. Er kwamen toen geregeld opstanden voor bij de plaatselijke bevolking. Om daar een einde aan te maken, besloot Thoetmosis III om familieleden van hooggeplaatsten als gijzelaars mee te nemen. Niettemin rebelleerde Syrië opnieuw, dus moest Thoetmosis er opnieuw naar toe. Tijdens zijn zevende veroveringstocht nam hij een aantal havensteden in. Om verder oproer te voorkomen, nam hij een groot deel van het graan in beslag dat hij vnl. gebruikte om zijn leger te voeden. Zo kon Syrië dat graan niet meer verkopen en werd het snel heel arm. Hierdoor kon het land ook geen opstand meer financieren.

Rood granieten beeld van Thoetmosis III in het Egyptisch Museum te Caïro

Achtste veldtocht: Nadat Thoetmosis III de Syrische steden onder controle had gekregen, wou hij zijn rijk in noordelijke richting uitbreiden. Daardoor moest hij het koninkrijk Mitanni aanvallen, wat in het huidige Koerdistan lag. Hiervoor moest hij echter de Eufraat oversteken. Daarvoor voerde zijn leger boten op karren mee. Hiermee trok hij door de al overwonnen gebieden. Ondertussen plunderden ze nog wat, waardoor het op een zoveelste Syrische veldtocht leek. Ze staken snel de Eufraat in hun boten over en konden zo een verrassingsaanval uitvoeren. De koning van Mitanni was helemaal niet voorbereid en zijn leger kon dat van Thoetmosis niet tegenhouden. Toetmosis nam zonder moeite alle steden in en plunderde die.

Thoetmosis’ negende veldtocht was slechts een kleine plundertocht in Syrië. Tijdens zijn tiende militaire campagne werd er wel veel gevochten. De koning van Mitanni had ondertussen een groot leger op de been gebracht. Thoetmosis won de oorlog wel, maar het was zeker geen grote overwinning.

De beschrijvingen van de elfde en twaalfde militaire campagne zijn verloren gegaan. Zijn dertiende campagne was een kleine veldtocht in wat nu centraal Syrië is.

Het volgende jaar, zijn 39ste jaar, begon hij zijn veertiende campagne. Deze was tegen de Shasu. De locatie van deze campagne is onmogelijk met zekerheid vast te stellen, omdat de Shasu nomaden waren die van Phoenicië, het huidige Libanon, via Transjordanië tot in Edom gewoond kunnen hebben. Zijn laatste Aziatische campagne is beter gedocumenteerd. Op een gegeven moment in Thoetmosis' 42ste regeringsjaar zijn de Mitanni kennelijk in opstand gekomen in alle grote steden van Syrië. Thoetmosis verplaatste zijn troepen en ging via de kust noordwaarts. Hij sloeg de opstanden in de Arke vlakte neer en trok verder op tot Tunip. Na het veroveren van Tunip richtte hij zich op Kadesh. Hij viel drie omliggende Mitannische garnizoenen aan en versloeg ze. Hij keerde daarna terug naar Egypte. Zijn overwinning in zijn campagne was niet helemaal compleet omdat hij Kadesh niet had veroverd; de blijvende trouw van Tunip als bondgenoot was niet verzekerd, zoals na zijn dood zou blijken.

Laatste Nubische campagne. De laatste campagne van Thoetmosis III was in zijn vijftigste regeringsjaar. Hij viel het uiterste zuiden van Nubië weer eens aan (de rest had men al onder controle), maar kon niet veel extra grondgebied veroveren. Hoewel geen enkele farao voor hem zo ver zuidwaarts was doorgedrongen, had de Egyptische cultuur zich hier door de jaren heen wel al wijd verspreid. Nubië werd immers al sinds het Middenrijk door Egypte gedomineerd, ook al waren er tussenpozen waarin de streek korte tijd haar onafhankelijkheid herwon. Gedurende het gehele Nieuwe Rijk, al sinds Thoetmosis I, de grootvader van Thoetmosis III, was het grootste deel van Nubië stevig in Egyptische handen. Eerder al had Thoetmosis in Opper-Nubië de nieuwe stad Napata gesticht als hoofdstad van de Nubische provincie. Deze stad was daarna de zetel van de onderkoning van Nubië (de Egyptische gouverneur, wiens officiële titel 'koningszoon van Kush' luidde. Kush was de Egyptische naam voor Zuid-Nubië).

Bouwwerken[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Externe bronnen[bewerken]