Naar inhoud springen

Venserpolder (metrostation)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Venserpolder
Venserpolder
Afkorting VPD
Opening 14 oktober 1977
Vervoerder GVB
Metrostation
Perrons 1
Perronsporen 2
Metro
LijnRichtingVolgend station

Centraal StationVan der Madeweg
GaasperplasDiemen Zuid

Ligging
Plaats Amsterdam
Coördinaten 52° 20 NB, 4° 57 OL
Venserpolder (metro van Amsterdam)
Venserpolder
Locatie van het metrostation
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Amsterdam

Venserpolder is een station van de Amsterdamse metro, gelegen tussen de Amsterdamse wijk Venserpolder (stadsdeel Zuidoost) en de plaatsen Duivendrecht en Diemen. Het op een spoordijk gelegen station opende op 14 oktober 1977 en maakt deel uit van Gaasperplaslijn 53.

Tussen de stationshal van Venserpolder en de naastliggende viaducten van NS bevindt zich een sculptuur, bestaande uit een hangende en een staande stalen balk met daarin opgenomen verlichting. Deze verlichting is sinds een aantal jaren defect en sindsdien nooit meer gerepareerd. Het kunstwerk is in 1979 vervaardigd door Michel Somers.[1]

In de nacht van 13 op 14 februari 1975 werd bij het in aanbouw zijnde station een groepje van drie mannen gearresteerd die van plan waren op het station een bomaanslag te plegen om zo de tegenstanders van de metro in de Nieuwmarktbuurt in diskrediet te brengen. Aanvoerder was Joop Baank, die lid was van de Partij Nieuw Rechts. De bom was geleverd door een medewerker van TNO. De politie was van het plan op de hoogte geraakt doordat Baank het telefonisch had besproken met Max Lewin, de voorzitter van Nieuw Rechts, wiens telefoon door de Binnenlandse Veiligheidsdienst werd afgeluisterd.

Het lettertype voor de in- en uitgangen, die gebakken werden door Koninklijke Tichelaar is afkomstig van René Knip, die zichzelf echter ziet als grafisch ontwerper en niet als kunstenaar ("Ik ben geen kunstenaar hoor").[2] De belettering van de stationsborden is ontworpen door Gerard Unger (M.O.L.).

Het uiterlijk van het station maakt deel uit van een hele serie aan bouwwerken die waren ontworpen voor deze metrolijn. Sier van Rhijn en Ben Spängberg waren de hoofdontwerpers voor de Publieke Werken. In beginsel was niet iedereen blij met deze bouwwerken in brutalistische stijl. Ze werd onder meer vergeleken met de betonnen Atlantikwall (Berend Boudewijn) , oprit naar concentratiekamp Sobibór en labyrintische grafkelder (Gerrit Komrij). Toch waren er ook positieve meningen van onder meer architecten Pi de Bruin en Izak Salomons. Met de toenemende waardering voor de stijl brutalisme in de 21e eeuw kwam de Oostlijn en dit station in een beter daglicht te staan. Toch verdwenen een aantal brutalistische stations uit de reeks. In 2018 kregen alle stations aan de Oostlijn opknapbeurten. Dit had bijvoorbeeld tot gevolg dat er nieuwe belettering werd aangebracht bij de in- en uitgangen, ook de in- en uitgangen kregen een opener uiterlijk. De belettering is afkomstig uit de fabrieken van Koninklijke Tichelaar Makkum naar ontwerp van Knip.

De schrijvers Arjen den Boer, Martijn Haan, Martjan Kuit, Teun Meurs en fotograaf Bart van Hoek namen het gebouw mee in hun boek Bruut - Atlas van het brutalisme in Nederland (2023, ISBN 9789462585379), waarin de top 100 binnen die bouwstijl te vinden is. Zij benoemden de gehele Oostlijn en dit station mee in hun boek en zetten de bouwwerken van de Oostlijn gezamenlijk op nummer 12 in hun top 20 van brutalistische bouwwerken. Bovendien kwam er in dat boek ook een artikel over de (hoofd)ontwerper van metrostation Holendrecht Sier van Rhijn. Zij deden verhaal dat het gehele traject een soort Gesamtkunstwerk werd. Stations en kunstwerken kregen alle een soortgelijk uiterlijk, die doorging voor een huisstijl bij het metrotraject. Bijzonder was dat de architecten dit doorvoerden in zowel de ondergrondse als bovengrondse metrostation. Binnen die huisstijl vielen bijvoorbeeld ook zitjes, prullenmanden en asbakken. Alle nadruk viel op het beton alsnog te ontdekken bouwmateriaal. De stations waaronder Venserpolder werden ter plekke opgebouwd met houten bekistingen, waarvan de afdrukken zichtbaar werden gelaten; verder is er grof afgewerkt beton te vinden in de stations. Hun korte omschrijving gaat toch naar Berend Boudewijn, maar dan in positief verband

Spoor van oorlogsbunkers

— Bruut - Atlas van het brutalisme