Vlucht naar Varennes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lodewijk XVI en zijn gezin tijdens hun aanhouding in Varennes
Jean-Baptiste Drouet, die de koninklijke familie herkende
De terugkeer naar Parijs op 25 juni
Gedenksteen bij de plek in Varennes waar Lodewijk XVI en Marie Antoinette werden aangehouden

De vlucht naar Varennes in juni 1791 was een poging van koning Lodewijk XVI van Frankrijk om samen met zijn koningin Marie Antoinette en andere leden van de koninklijke familie weg te vluchten uit Parijs, waar twee jaar eerder de Franse Revolutie was uitgebroken. Ze werden echter in Varennes-en-Argonne aangehouden en naar Parijs teruggebracht, waar ze twee jaar later onder de guillotine werden onthoofd.

Achtergrond[bewerken]

Enkele maanden na de bestorming van de Bastille, op 5 oktober 1789, marcheerde een woedende menigte vanuit Parijs naar het Paleis van Versailles en dwong de koninklijk familie om naar het Tuilerieënpaleis weer in Parijs te verhuizen.[1] Hoewel de koning in de Tuilerieën een fraaie hofhouding mocht voeren, ontglipte de macht hem.

De in juni 1789 in het leven geroepen Nationale Grondwetgevende Vergadering hield zich bezig met het opmaken van een nieuwe grondwet en aarzelde hierbij om de koning reële bevoegdheden te geven. De koning was het niet eens met de wens van de Grondwetgevende Vergadering om de clerus aan de staat ondergeschikt te maken - een belangrijk gewetensbezwaar voor de vrome Lodewijk. De koninklijke familie werd er regelmatig bedreigd en door betogers uitgejouwd.

De omgeving rond de koning, waaronder koningin Marie Antoinette, stelde voor om uit Parijs weg te vluchten, naar de citadel van Montmédy. Hij zou van daar kunnen proberen de Grondwetgevende Vergadering voor een nieuw staatsbestel te laten kiezen, dat in staat was aan de chaos in het land een einde te maken. De vlucht werd door onder meer de Zweedse graaf en intimus van Marie Antoinette, Von Fersen, de Franse premier-in-ballingschap le Tonnelier de Breteuil en de Franse generaal de Bouillé, militair commandant van Montmédy gepland.

De koning stelde vlak voor zijn vertrek uit Parijs, op 20 juni, zijn bezwaren op en ontvouwde zijn plannen in een verklaring, de Déclaration de Louis XVI à tous les Français, à sa sortie de Paris("Verklaring van Lodewijk XVI aan alle Fransen bij zijn vertrek uit Parijs"). De verklaring werd destijds door La Fayette gecensureerd, maar nooit onder het volk verspreid. Zijn verklaring werd in 2009 in het Musée des lettres et manuscrits in Parijs ontdekt.

Verloop[bewerken]

De koninklijke familie vermomde zich als de Russische barones Von Korff en haar gevolg. De gouvernante van de dauphin, Madame de Tourzel, speelde de rol van de Russische barones. De koning speelde haar kamerheer, de koningin en 's konings zuster Madame Elisabeth respectievelijk de gouvernante en een verpleegster, en de koninklijke kinderen de dochters van Von Korff.

De koninklijke familie vertrok in de nacht van 20 op 21 juni 1791 per koets uit Parijs en reisde in noordoostelijke richting. Het doel was de citadel Montmédy, een royalistisch bolwerk. De vluchtpoging faalde door een reeks fouten. Zo sloeg het gezelschap het advies van generaal de Bouillé in de wind om de familie over een aantal koetsen te verspreiden om zo minder aandacht te trekken. In plaats daarvan reisden ze samen in een grote berlinekoets die plaats bood aan zes passagiers. Ze kozen een andere route dan de generaal had geadviseerd. Bovendien stuurde generaal de Bouillé cavalerietroepen naar een reeks plaatsen langs de route, wat wantrouwen bij de plaatselijke bevolking wekte.

In Sainte-Menehould realiseerde de plaatselijk postmeester, Jean-Baptiste Drouet, zich dat het om de koninklijke familie ging. Drouet getuigde op 24 juni dat hij de koning had herkend. Hij had hem aan de hand van zijn afbeelding op de assignaten, het geld in die tijd, herkend. Drouet volgde de koninklijken naar Varennes, waar hij de plaatselijke Nationale Garde waarschuwde. Deze troepen, onder bevel van de latere generaal Radet, barricadeerden de brug over de Aire, zodat de koninklijke koets en de begeleidende koets niet verder konden reizen. Romeuf, adjudant van La Fayette, die door La Fayette was gestuurd om de koninklijke familie aan te houden, bereikte Varennes op 21 juni rond 11 uur 's avonds en stuurde de koning en zijn gezelschap naar Parijs terug.

Zij keerden op 25 juni terug in Parijs, waar zij door troepen van de Nationale Garde tegen de woedende revolutionaire meute werden beschermd. De menigte bleef grotendeels stil omdat La Fayette bevel had gegeven om iedereen te arresteren die de koning òf zou verwelkomen òf zou beledigen. De koninklijke familie werd naar het Tuilerieënpaleis terugbracht en mocht het paleis niet meer verlaten.

Gevolgen[bewerken]

De arrestatie van de koning in Varennes zou echter een keerpunt worden in de Franse Revolutie. Het ontzag voor de persoon van de vorst was nu totaal verdwenen en de idee van een republiek als staatsvorm won terrein.

In september 1791 werd een nieuwe grondwet ingevoerd waarmee de absolute monarchie door een constitutionele monarchie werd vervangen. De Grondwetgevende Vergadering, geschrokken door de vlucht en door de mogelijkheid dat een nieuw staatsbestel zonder de koning tot stand had kunnen komen, hield rekening met de koning. De koning kreeg een functie in de uitvoerende macht, een kleine overwinning voor de monarchisten. De republikeinse rioolpers greep de vlucht als verraad aan en bleef vanaf dat moment de koning met haatpamfletten bestoken. Het Tuilerieënpaleis werd op 10 augustus 1792 door revolutionairen bestormd en een dag later werd de koning van zijn macht ontheven. Een maand later werd in Frankrijk de monarchie afgeschaft.

Lodewijk XVI werd in januari 1793 naar de guillotine gestuurd, Marie Antoinette negen maanden later. Madame Elisabeth onderging in mei 1794 hetzelfde lot. De aanklacht tegen haar luidde onder meer het helpen van de koning tijdens zijn vlucht.

De mislukte vlucht bracht de andere Europese grootmachten in actie tegen revolutionair Frankrijk. Op 27 augustus 1791 tekenden keizer Leopold II van Oostenrijk en koning Frederik Willem II van Pruisen de verklaring van Pillnitz waarmee ze met interventie dreigden indien Lodewijk XVI iets zou overkomen. Het werd in april 1792 toch oorlog, toen brak de Eerste Coalitieoorlog tussen Frankrijk tegen Oostenrijk en Pruisen uit.

Generaal de Bouillé werd voor zijn rol bij de vluchtpoging in Frankrijk als verrader gezien en hij vluchtte weg uit het land. Het gaat in het vijfde couplet van de Marseillaise, nu nog steeds het volkslied van Frankrijk uit de tijd van de Franse Revolutie, over ces complices de Bouillé: deze medeplichtigen van de Bouillé.

De vlucht naar Varennes in fictie[bewerken]

De Franse schrijfster Catherine Rihoit schreef in 1982 een roman over de vlucht: La Nuit de Varennes ou l'Impossible n'est pas français. Het boek werd in hetzelfde jaar onder de titel La Nuit de Varennes verfilmd, in Nederland uitgebracht als De nacht van Varennes.

In de Nederlandse film Bastille uit 1984 raakt het hoofdpersonage Paul gefascineerd door het idee wat er zou gebeuren als Lodewijks vlucht uit het revolutionaire Frankrijk wel was gelukt.