Volder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schotse vrouwen aan het vollen, ca. 1770
Volmolen

Een volder of voller was een ambachtsman in de lakennijverheid. Door de opkomst van de industrie is het beroep uitgestorven.

De taak van de volder is het vollen (laten vervilten) van een wollen weefsel. Dit is een bewerking om de vezels dichter ineen te werken, waardoor een stevige, waterdichte stof ontstaat die minder vatbaar is voor krimp. Volgens de traditionele methode wordt het weefsel gedompeld in een grote bak met heet water, urine en vollersaarde: een vettige klei die het vuil uit de vezels opneemt. Door het weefsel met de voeten aan te stampen zal de stof vervilten en krimpen.

Het vollen was zwaar en vuil werk. Al de 17e eeuw werd het gemechaniseerd door volmolens toe te passen. Deze konden worden aangedreven door paarden (rosmolens), maar ze werden vaak ook door waterkracht aangedreven. Vele watermolens dienden dit doel of werden er voor omgebouwd. Een dergelijke molen werd in de volksmond wel een stinkmolen genoemd.

Het beroep leeft nog voort in familienamen in meerdere talen, bijvoorbeeld: Volder, Devolder, Volders, Foulon en Fuller. Straatnamen zijn er ook, onder meer de Voldersstraat te Gent, de Voldersdreef te Maastricht en Apeldoorn, Voldersgracht te Delft, de Vollersbrug te Utrecht en de Volder te Hoorn.