Wederopbouwboerderij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Wederopbouwboerderij aan de Eem bij Baarn
Gevelsteen met herrijzende leeuw

Een wederopbouwboerderij is een Nederlandse boerderij die na in Tweede Wereldoorlog door oorlogshandelingen vernield te zijn daarna onder regie van de overheid is herbouwd.

In Nederland zijn tussen 1940 en 1945 meer dan 8000 boerderijen verwoest of zwaar beschadigd. Een aantal daarvan werd gedwongen afgebroken voor onder meer de aanleg van de Atlantikwall, Duitse militaire vliegvelden of vernield bij het onder water zetten van gebieden. De meeste boerderijen gingen aan het eind van de oorlog verloren door krijgshandelingen bij de opmars van de geallieerde legers in Noord-Brabant, Limburg, de Betuwe en Oost-Nederland. De vele vaak in eenzelfde stijl herbouwde boerderijen vormen een herinnering aan de gevolgen die de oorlog ten plattelande met zich heeft gebracht.

Wederopbouw[bewerken]

Voor de coördinatie van het herstel van verloren gegane agrarische gebouwen werd al op 15 juli 1940 door de rijksoverheid het Bureau Wederopbouw Boerderijen (BWB) opgericht. Nog in 1940 werden de eerste nieuwe boerderijen gebouwd door de MAVOG, ´MAteriaal VOorziening Grebbe’. De overheid ontwikkelde ook richtlijnen voor de wederopbouw, toetste de architectkeuze en controleerde bouwtekeningen.

Bij de bouw werd gebruikgemaakt van de kennis die ingenieurs hadden opgedaan bij de gestandariseerde bouw van de boerderijen in de kort daarvoor drooggelegde Wieringermeerpolder. Boerderijen waren belangrijk voor de voedselvoorziening, zodat ze zo gauw mogelijk hersteld moesten worden. Er werd bij het ontwerp vooral gelet op het scheppen van voorwaarden voor een goede bedrijfshygiëne, brandveiligheid en een efficiënte indeling. Een grote verbetering voor het bedrijfsgedeelte was dat de hilt, de zolder boven de koeien waar het hooi werd opgeslagen, niet meer in direct contact stond met de stal. De bedrijven zijn onder meer te herkennen aan de ventilatiekokers en de stenen zolders. Ze kregen ook elektriciteit en stromend water. De Nederlandse staat betaalde het grootste deel van de kosten.

Delftse School[bewerken]

Alle opbouwboerderijen werden gebouwd in de karakteristieke stijl van de Delftse School. Dit maakt de boerderijen ook nu nog heel herkenbaar. De Delftse School gebruikt traditionele en natuurlijke materialen. De standaardboerderijen zijn sober en doelmatig gebouwd en lijken wat op een verbeterde versie van een hallenhuis. De uiterlijke vormgeving van de boerderij moest wel aansluiten bij de architectonische tradities in de betreffende regio.

Vrijwel alle opbouwboerderijen bezitten een gedenksteen in de gevel, waarop een uit de vlammen herrijzende leeuw is afgebeeld. Bijzonder is dat er gekozen is voor een afbeelding van een leeuw tijdens de Duitse bezetting.

Grebbelinie[bewerken]

In tijd van oorlog werd in Nederland een aaneengesloten reeks laag gelegen gebieden onder water gezet. Hoofdverdedigingslijn was van oudsher de Nieuwe Hollandse Waterlinie met de Grebbelinie. De oude Grebbelinie werd in de tweede helft van 1939 in ere hersteld. Zwakke plekken werden afgeschermd door schansen of forten te bouwen. Sinds de 18de eeuw waren er vele boerderijen in het gebied gebouwd. Deze boerderijen lagen in het schootsveld van de kanonnen en konden bovendien als dekking voor een naderende vijand fungeren.

Na de Duitse inval in mei 1940 werden de bewoners in de Grebbelinie met hun vee geëvacueerd waarna de boerderijen met de hele inboedel door het Nederlandse leger in brand werden gestoken. Er gingen zo'n 300 boerderijen verloren. Ze werden later in hetzelfde jaar vervangen door houten noodgebouwen.

Salland[bewerken]

In Salland was na 1945 de vervanging van 255 boerenbedrijven door wederopbouwboerderijen noodzakelijk. De meeste erven waren verloren gegaan bij de bevrijdingsopmars van de geallieerde strijdkrachten. Zo'n tachtig procent van deze gebouwen was anno 2015 nog aanwezig. In dat jaar begon een onderzoeksproject om te bezien of behoud en restauratie van een aantal boerderijen mogelijk is. Gevreesd wordt dat veel boerderijen in de nabije toekomst zullen worden gesloopt of onherkenbaar gewijzigd. De gebouwen passen niet meer in een moderne agrarische bedrijfsvoering en ander gebruik is zonder ingrijpende veranderingen moeilijk door lage zolderingen, de aanwezigheid van gierkelders en andere beperkingen.[1]

Literatuur[bewerken]

Externe link[bewerken]