Willem Albert Scholten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Willem Albert Scholten
Willem Albert Scholten
Willem Albert Scholten
Algemene informatie
Geboren Loenen, 6 oktober 1819
Overleden Groningen, 1 mei 1892
Nationaliteit Nederlandse
Beroep industrieel
Scholtens tuinkoepel (1869) aan de Hereweg in Groningen (2009)
Villa Gelria (1872), Scholtens voormalige woonhuis aan de Verlengde Hereweg in Groningen (2009)

Willem Albert Scholten (Loenen, 6 oktober 1819 - Groningen, 1 mei 1892) was een Groninger industrieel.

Scholten kan worden beschouwd als 's werelds eerste landbouw-industrieel. Hij stichtte zo'n 24 fabrieken, in binnen- en buitenland, op het gebied van aardappelmeel, aardappelmoutwijn, strokarton, suiker en turfstrooisel.[1]

Aardappelmeel[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Scholten-concern voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Rond 1837 begon hij met de fabricage van aardappelmeel bij een oom op het Rottink in Tonden in de provincie Gelderland. In 1839 verplaatste hij de productie van aardappelmeel naar een fabriek in het nabije Warnsveld. Na het afbranden van deze fabriek stichtte hij in 1841 een aardappelmeelfabriek in Foxhol in de provincie Groningen, die in januari 1842 in bedrijf werd genomen. Deze fabriek betrok schoon water uit het Foxholstermeer. Aanvankelijk werd de fabriek aangedreven door een grote hoeveelheid paarden. Na aansporing van zijn schoonvader Sluis - een welgestelde Groninger graanhandelaar die hem daarvoor geld leende - verving hij deze dieren door een stoommachine. Deze investering stond aan de basis van het succes van zijn onderneming. In 1871 had Scholten onder andere in exploitatie: een aardappel(meel)stroopfabriek te Hoogezand met 77 arbeiders, een aardappelmoutwijnbranderij te Sappemeer met 60 arbeiders, een aardappel(meel)stroop- en sagofabriek te Zuidbroek met 80 arbeiders. Hij bouwde fabrieken in onder meer Duitse Keizerrijk, Oostenrijk-Hongarije en in Russisch Polen. Zijn onderneming wordt beschouwd als de eerste Nederlandse industriële multinational.[1] Na zijn dood nam zijn zoon Jan Evert Scholten de leiding van het concern over.

Andere activiteiten[bewerken]

Scholten was mede-directeur en groot-aandeelhouder van de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij, de latere Holland-Amerika Lijn[1][2]. Een van de te bouwen schepen liet hij naar zichzelf vernoemen: de W.A. Scholten, een stoom-zeilschip met 3 masten gebouwd in 1874. Een schip, dat 2500 ton lading kon vervoeren, 50 cabines had en ruimte voor 600 passagiers. Het schip zonk in 1887 op Het Kanaal tussen Engeland en Frankrijk voor de kust van Dover.[3]

In Zuidoost-Drenthe kocht hij grote veengebieden aan. Een van de dorpen in dit gebied, Klazienaveen, liet hij noemen naar zijn vrouw Klaassien Sluis. Zij bracht niet alleen geld (van haar vader) maar ook inzicht mee in hun huwelijk.

In de provincie bezat Willem Albert Scholten een groot aantal boerderijen. in 1889 bij zijn gouden jubileum als fabrikant, tevens zijn zeventigste verjaardag, schonk hij de stad Groningen een kinderziekenhuis gelegen op de hoek van Sint Jansstraat en de Singelstraat in Groningen [4].

Monumenten[bewerken]

Veel monumentale bouwwerken in en om Groningen herinneren nog steeds aan de fabrikantenfamilie Scholten. Voorbeelden daarvan zijn de Scholtenskoepel (1868), een door de Groninger architect J. Maris in barokstijl ontworpen tuinkoepel naast het Herewegviaduct in Groningen; de Villa Gelria (1872) aan de Verlengde Hereweg, eveneens door Maris ontworpen; het restaurant De Paalkoepel (1908) aan het Paterswoldsemeer; de sluis die het Paterswoldsemeer verbindt met het Noord-Willemskanaal en het Groninger Logegebouw der Vrijmetselaren (1846), dat voor een deel vroeger het kantoor van Scholtens stroopfabriek was.[1][5]

Het Scholtenhuis (1881) aan de Grote Markt is er niet meer. Het werd bij de bevrijding verwoest, maar leeft voort in de herinnering van velen, die de oorlog bewust hebben meegemaakt. In de Tweede Wereldoorlog was dit het centrum van de Duitse Sicherheitsdienst.

In 1882 besloot Scholten dat er een graf moest komen in overeenstemming met zijn positie. Het werd een monument, dat 27 grafplaatsen besloeg. Scholten wilde het groter, maar de 45 (sommige bronnen spreken van 55) plaatsen die hij in gedachte had werden hem niet toegestaan.

Wie de Zuiderbegraafplaats te Groningen bezoekt, zal onmiddellijk het grafmonument van de familie Scholten (1892) zien. Het torent hoog boven de andere monumenten uit.

Onderscheidingen[bewerken]

De orden lagen na de Tweede Wereldoorlog nog in een doos in een kantoor van zijn bedrijf. Het was de gewoonte om er de nieuwe leer- en loopjongens op hun eerste dag mee op te sieren. Ze zijn bij een verhuizing zoekgeraakt.

Persoonlijk leven[bewerken]

Scholten was een zoon van de predikant Albert Scholten en Jantje Ever(t)s(en). Zijn vader was predikant in het Gelderse Loenen. Zijn vader overleed in 1821 op 24-jarige leeftijd toen hijzelf nog geen twee jaar oud was. Hij vestigde zich rond 1841 in Foxhol in de gemeente Hoogezand. Hij trouwde op 18 september 1847 in Groningen met Klaassien Sluis (1821–1893) dochter van de commissionair in granen Jan Everts Sluis en van Sophia Marrink. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren, waarvan er twee op zeer jonge leeftijd overleden. Zoon Jan Evert (1849-1918) zou later zijn vader opvolgen. In 1862 verhuisde het gezin naar Groningen, waar zij aan de zuidzijde van de Grote Markt gingen wonen. In 1881 betrok hij het door hem gebouwde pand, het Scholtenshuis, aan de oostzijde van de Grote Markt. Hij liet hiervoor drie door hem verworven panden afbreken. Daarnaast bezat Scholten een villa aan de Rijksstraatweg (thans Verlengde Hereweg) in Helpman (Villa Gelria).[6]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]