William P. Barr

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bill Barr
William Pelham Barr
William Pelham Barr
Geboren 23 mei 1950
New York (New York)
Politieke partij Republikeinse Partij
Beroep Ambtenaar
Advocaat
77e en 85e minister van Justitie
Huidige functie
Aangetreden 14 februari 2019
President Donald Trump
Voorganger Matthew Whitaker (wnd)
Opvolger
Aangetreden 15 augustus 1991
Einde termijn 20 januari 1993
President George H.W. Bush
Voorganger Dick Thornburgh
Opvolger Janet Reno
Portaal  Portaalicoon   Politiek

William Pelham "Bill" Barr (New York, 23 mei 1950) is een Amerikaanse jurist, ambtenaar en politicus. Hij is lid van de Republikeinse Partij en was minister van Justitie van 1991 tot 1993 in het kabinet-George H.W. Bush. Sinds 14 februari 2019 is hij opnieuw minister van Justitie, ditmaal onder president Donald Trump.[1]

Loopbaan[bewerken]

Afkomst, opleiding, en carrière[bewerken]

Bill Barr werd geboren in New York als zoon van Mary en Donald Barr, leden van de faculteit van Columbia-universiteit. Hij groeide op aan de Upper West Side en bezocht de Corpus Christi School en de Horace Mann School. Hij verwierf zijn bachelorgraad in bestuursrecht in 1971 en zijn mastergraad in bestuursrecht en Chinese studies in 1973, beide aan de Columbia-universiteit. Zijn Juris. Doc. behaalde hij honoris causa in 1977 aan de George Washington University Law School.

Barr en president Ronald Reagan[bewerken]

Van 1973 tot 1977 werkte Barr bij de CIA. Hij was klerk bij rechter Malcolm Wilkey van het federale Hof van Beroep voor het District van Columbia Circuit van 1977 t/m 1978. Van 1982 tot 1983 was hij werkzaam bij de Staf voor Binnenlands Beleid van het Witte Huis onder president Reagan. Hij was eveneens gedurende negen jaar werkzaam bij het advocatenkantoor Shaw, Pittman, Potts & Trowbridge.

Departement van Justitie[bewerken]

In 1989, aan het begin van zijn ambtsperiode, benoemde president George H.W. Bush Barr tot assistent-Algemene Aanklager op het departement van Justitie, bij de directie voor Juridische Raadgeving, een onderdeel dat juridische adviezen uitbrengt aan de president en uitvoerende diensten.

Barr werd bekend als een uitgesproken verdediger van de macht van de president. Zo schreef hij opiniestukken, die de invasie van Panama door de Verenigde Staten en de arrestatie van dictator Manuel Noriega verdedigden. Ook publiceerde hij de controversiële opinie dat de FBI zonder toestemming van betrokken overheden vreemde bodem zou kunnen betreden om daar vluchtelingen aan te houden, die door de VS worden verdacht van terrorisme of drugshandel.

In mei 1990 werd Barr benoemd tot plaatsvervangend minister van Justitie, de officieel verantwoordelijke autoriteit voor het dagelijks management van het departement. Volgens de media werd hij overwegend geprezen voor zijn professionele management van het departement.

Minister van Justitie (1991–1993)[bewerken]

In de loop van augustus 1991, toen minister Richard Thornburg ontslag nam om campagne te voeren voor lidmaatschap van de Senaat, werd Barr benoemd tot fungerend minister van Justitie. Drie dagen nadat hij deze positie had aanvaard, gijzelden 121 Cubaanse gevangenen, die als extreem gewelddadige misdadigers hun uitzetting naar Cuba te wachten stond, negen gijzelaars in de federale Talladega-gevangenis. Barr dirigeerde het Hostage Rescue Team van de FBI naar de gevangenis, hetgeen tot gevolg had dat alle gijzelaars levend werden bevrijd.

Voordracht en bevestiging[bewerken]

Uit de media kwam naar voren dat president Bush zeer onder de indruk was van Barrs geslaagde aanpak van de gijzelingscrisis. Enkele weken later droeg de president hem voor als zijn kandidaat voor de leiding van het ministerie van Justitie. Zijn aanstelling ontmoette tijdens de hearing in de Juridische Commissie van de Senaat zowel van Democratische als van Republikeinse zijde een welwillende reactie.

Gevraagd of hij vond dat abortus onder het grondwettelijk recht van privacy valt, antwoordde Barr dat de grondwet volgens hem in oorsprong geen "recht op abortus" creëert, dat de jurisprudentie van de zaak Roe vs. Wade dus op een verkeerd besluit rust, en dat de bevoegdheid van het onderwerp abortus zou moeten toekomen aan het wetgevende orgaan van iedere afzonderlijke staat.[2] Senator Joe Biden, voorzitter van de Juridische Commissie, antwoordde - ondanks dat hij van mening verschilde met Barr - dat dit het meest eerlijke antwoord was dat hij ooit van een genomineerde had gehoord, omdat het gewoonlijk wordt ontweken. Zijn voordracht voor het ambt werd unaniem door de Senaatscommissie bevestigd. Biden prees Barr als "een voorbeeld van terugkeer naar de dagen dat we ministers van Justitie hadden 'die aanspreekbaar waren'".

Profiel[bewerken]

De media typeerden Barr als streng conservatief. The New York Times beschreef het "centrale thema" van zijn ambtsperiode als "zijn overtuiging dat geweldsmisdrijven alleen kunnen worden verminderd door gevangenissen uit te breiden om recidive daders op te sluiten". Te zelfder tijd beschreven verslaggevers hem voortdurend als een welwillend iemand met 'droge zelfspot'".

Vervolg carrière[bewerken]

Na zijn ambtsperiode op het departement van Justitie was Barr meer dan veertien jaar werkzaam als senior bedrijfskundige en jurist. Hij wist daarbij voor enkele (gefuseerde) bedrijven in de communicatie- en telefoniesector met succes bij verschillende federale Hoven van Beroep en bij het Hooggerechtshof deregulering van beknellende regels te realiseren.

Virginia[bewerken]

In zijn geadopteerde thuisstaat Virginia, werd hij in 1994 door toenmalig gouverneur George Allen benoemd tot duovoorzitter van een commissie voor de hervorming van het strafrechtsysteem en voor het afschaffen van de 'vrijlating op borgtocht' in deze staat. Van 1997 tot 2005 was hij bestuurslid van de Board of Visitors of the College of William & Mary in Williamsburg (Virginia).

Presidentsverkiezing 2016[bewerken]

Barr meende dat de oproepen van de toenmalige Republikeinse kandidaat Donald Trump om onderzoek te doen naar de Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton terecht waren. Hij zei tegen The New York Times: "er is inherent niets verkeerd met een president die om een onderzoek vraagt. Hoewel een onderzoek niet zou moeten worden gelanceerd, juist omdat een president dat wil, is de uiteindelijke vraag of de zaak zelf onderzoek verlangt".

In hetzelfde Times-artikel voegde Barr toe dat een onderzoek naar de Uranium One-kwestie urgenter was dan het nagaan of Trump samenspande met Rusland: "Deze kwesties worden niet tot het uiterste voortgezet, het departement neemt onvoldoende zijn verantwoordelijkheid." Elders meende Barr: "Ik denk ook niet dat al dat gedoe over het opsluiten van Hillary Clinton in de gevangenis of het ijlings concluderen dat zij vervolgd zou moeten worden terecht is. Wel denk ik dat er zaken zijn die onderzocht zouden moeten worden. En dat die nog niet zijn onderzocht.[3]

Minister van Justitie (vanaf 2019)[bewerken]

Op 6 december 2018 werd bekend dat president Donald Trump overwoog William Barr voor te dragen als nieuwe minister van Justitie, als opvolger van Jeff Sessions, die op 7 november op verzoek van de president ontslag nam.[4] Op dezelfde dag wees president Trump stafchef Matthew Whitaker aan als interim-minister van Justitie. Vanwege de tijdelijke aard behoefde Whitakers aanstelling geen bevestiging door de Senaat. De keuze van Whitaker leidde tot veel controverse, omdat deze de formele supervisie over het onderzoek van de speciale aanklager Robert Mueller naar de vermeende connectie tussen de Trump-campagne en Rusland, in formele zin overnam van onderminister Rod Rosenstein.[5]

Barr is publiekelijk kritisch geweest over het onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller. In 2017 laakte hij dat Mueller aanklagers aantrok die Democratische politici hadden bijgestaan, omdat Muellers team volgens hem evenwichtiger zou moeten zijn. Verder karakteriseerde hij het onderzoek naar de belemmering van de rechtsgang als "stompzinnig", en dat het ging lijken op een politieke operatie, die er uitsluitend op gericht was om de president omver te werpen.

In juni 2018 stuurde Barr een ongevraagde memo van 20 pagina's aan onderminister Rod Rosenstein, stellend dat de benadering door de speciale aanklager van potentiële belemmering van de rechtsgang door Trump "volstrekt onjuist" was en dat hij op basis van kennis van zaken kon oordelen dat gewraakte handelingen binnen de presidentiële bevoegdheid vielen. De dag nadat het bestaan van het memo bekend werd, verklaarde Rosenstein: "onze beslissingen berusten op kennis van de actuele feiten van de zaak, waarvan Mr. Barr geen kennis heeft". In een brief van 14 januari 2019 aan Senator Lindsey Graham, onthulde Barr dat hij de memo had gestuurd en had besproken met diverse juristen van het Witte Huis en advocaten van Trump.[6]

De benoeming van Barr (voor de tweede keer) tot minister van Justitie werd op 14 februari 2019 bevestigd door de Senaat. Hij werd dezelfde dag beëdigd.[7]

Mueller-onderzoek[bewerken]

In maart 2019 gaf Robert Mueller aan dat het rapport van zijn onderzoek naar Russische inmenging tijdens de presidentsverkiezing van 2016 en de belemmering van de rechtsgang door Donald Trump klaar was. Vervolgens werd het aan Barr geleverd, die als minister moest beoordelen en mocht bepalen wat ermee gebeurde.[8] Barr openbaarde daarna eerst een korte samenvatting van het rapport, dat werd gevolgd door een geredigeerde versie in april 2019. Uit deze laatste versie valt op te maken dat er geen bewijs is gevonden voor Russische inmenging bij de presidentsverkiezing van 2016, maar dat Trump herhaaldelijk pogingen deed om het onderzoek van Mueller te dwarsbomen. Barr heeft al aangegeven dat hij vindt dat hierbij geen kwade opzet speelde en dat de president niet vervolgd zal worden. Mueller laat in zijn rapport in het midden of Trump de rechtsgang heeft belemmerd. Het Amerikaanse Congres is nu aan zet.[9]

Privé[bewerken]

Barr en zijn vrouw Christine trouwden in 1973. Sinds 2018 werkt Barrs dochter Mary Daly op het federale departement van Justitie. Zij functioneert als ambtelijke sleutelfiguur van het kabinet-Trump voor de drugscrisis. Barr is Rooms-Katholiek.

Barr is een fervent doedelzakspeler; hij begon hiermee toen hij acht was en speelde op wedstrijdniveau mee in Schotland met een prominente Amerikaanse band. Barr was ook lid van de City of Washington Pipe Band.

Voorganger:
Dick Thornburgh
77e minister van Justitie
1991–1993
Opvolger:
Janet Reno
Voorganger:
Jeff Sessions
85 minister van Justitie
2019–heden
Opvolger: