Zelfvoorzieningslandbouw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Net zoals de meeste mensen in Sub-Saharisch Afrika doet deze Kameroener man aan zelfvoorzieningslandbouw.

Zelfvoorzieningslandbouw is een vorm van landbouw waarin de boer gewassen verbouwt, puur voor zijn eigen gezin of familie, met andere woorden, niet om te verkopen. Een typische zelfvoorzieningsboerderij heeft een scala aan gewassen en dieren die het hele jaar door door de familie worden gegeten. Het besluit voor zelfvoorziening wordt meestal gemaakt met het oog op het aankomende jaar, meer met de gedachte dat de familie het aankomende jaar genoeg te eten heeft dan dat de familie het aankomende jaar genoeg geld verdient om in leven te blijven.

Zelfvoorzieningslandbouw is begonnen in de neolithische revolutie, in de tijd dat de mensen zich begonnen te vestigen in de Nijl-, de Eufraat- en de Indusvalleien. Het verschijnsel domineerde de landbouw duizenden jaren lang, totdat uiteindelijk het kapitalisme wijdverspreid geraakte. Het is mogelijk dat zelfvoorzieningshorticultuur al eerder in Zuidoost-Azië en Papoea-Nieuw-Guinea zich gehandhaafd had.

Zelfvoorzieningslandbouw wordt tegenwoordig nog grotendeels bedreven in het Afrikaanse binnenland, en meerdere landen in Azië en Zuid-Amerika. Zelfvoorzieningslandbouw was sinds de Eerste Wereldoorlog grotendeels verdwenen in Europa, en in de VS door het verdwijnen van de deelpacht uit het Diepe Zuiden en het Middenwesten in 1930-1940. In Centraal- en Oost-Europa wordt sinds 1990 weer een vorm van zelfvoorzieningslandbouw gevoerd.

Een boerderijtje in de Bengalese hoofdstad Dhaka, ook gebruikt voor zelfvoorziening.