Kindervrij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kindervrij, kindvrij, bewust kinderloos of vrijwillig kinderloos is een aanduiding voor iemand die ervoor gekozen heeft geen kinderen te krijgen door zwangerschap te voorkomen.

Terminologie[bewerken | brontekst bewerken]

De term kindervrij geeft het verschil aan tussen vrijwillige en onvrijwillige kinderloosheid. Dat verschil is belangrijk; er zijn immers veel kinderlozen met een sterke kinderwens die actief proberen kinderen te krijgen; zij worden ook wel ongewenst kinderloze vrouwen of mannen ('OK-vrouwen' en 'OK-mannen') genoemd.[1] Dit kunnen incels (onvrijwillige celibatairen) zijn die er niet in slagen om een partner te krijgen waarmee ze kinderen zouden kunnen krijgen. OK-mensen behoren niet tot de kindervrijen.

Kindervrije mensen zijn niet per se antinatalisten; ze kunnen hun eigen geboorte of de geboorte van andere kinderen aanvaarden zonder zelf kinderen te willen verwekken of baren. Wel zijn veel kindervrije mensen voorstander van geboortebeperking om ecologische redenen en willen hieraan bijdragen door zelf geen kinderen te nemen.[2]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds het aan het begin van de jaren negentig bespreekbaar geworden is om kindervrij door het leven te gaan,[bron?] zijn er verschillende organisaties gekomen die zich concentreren op mensen die kindervrij willen zijn en blijven. Veel van deze sites verschaffen informatie over een kindervrije status en de reacties uit de maatschappij.

Redenen[bewerken | brontekst bewerken]

Er is een verscheidenheid aan redenen die kindervrije mensen aanvoeren voor hun keuze om geen kinderen te nemen. Niet iedereen heeft dezelfde redenen en voor sommige mensen is de keuze niet zwart-wit, maar wegen de voordelen van kinderen hebben niet op tegen de nadelen; zo schreef Trouw-redacteur Saskia Aukema: 'Het is niet zo dat ik per se geen kinderen wilde, ik wilde ze alleen niet graag genoeg om er mijn kinderloze bestaan voor op te geven.'[1]

Geen kinderen nemen is verreweg de beste manier waarop een individu zijn ecologische voetafdruk kan beperken.
  • Geboortebeperking tegen overbevolking[1][2]
    • De overbevolking veroorzaakt grote milieu- en klimaatproblemen zoals voedseltekorten, vluchtelingencrises, etnische spanningen en afname van de biodiversiteit[1][3][2]
  • Men wil geen vrije tijd en bewegingsvrijheid opofferen aan het opvoeden en verzorgen van kinderen[1][4][2]
  • Men wil niet zo veel geld besteden aan het opvoeden en verzorgen van kinderen[3] (volgens het CBS en het Nibud kost een kind gemiddeld 17% van het besteedbaar inkomen en in totaal 120.000 euro (2019) van geboorte tot 18 jaar)[5][6]
  • Men kan als kindvrije burger een deel van de vrijgekomen tijd en het vrijgekomen geld (inclusief erfenissen) investeren in maatschappelijk zinvolle zaken zoals goede doelen.[2]
  • Men heeft genoeg aan vriendschappen en relaties met volwassenen[1]
  • Men heeft liever een huisdier dan een kind[2]
  • Men wil het woon- en werkleven niet onderbreken of verstoren[1]
  • Men wil de relatie met zijn partner niet verstoren[1][3]
  • Men kan door voorbehoedsmiddelen ook genieten van seks zonder zwangerschap[1][3][4]
  • Men voelt geen behoefte om zich voort te planten, de stamboom voort te zetten, zijn DNA door te geven, 'miniatuurversies van zichzelf' te maken[4][3][2]
    • Men ziet het krijgen van kinderen niet per se als een 'teken van succes' voor een man[3]
  • Men ziet op tegen zwangerschap of wil dat zijn partner niet aandoen[1][2]
  • Men wil geen erfelijke ziektes aan kinderen doorgeven[1]
  • Men wil geen kinderen krijgen die men misschien niet zal kunnen liefhebben[1]
  • Men wil niet de verantwoordelijkheden van ouderschap hoeven dragen[1][4]
    • Men vermoedt niet over de juiste eigenschappen te beschikken om het ouderschap te vervullen[1]
    • Men wil geen jarenlang verstoorde nachtrust oplopen door 's nachts huilende kinderen[1][4][3]
    • Men vermoedt dat als het kind gehandicapt is of wordt, ze de zorg ervan niet aan zouden kunnen en willen daarom het risico niet nemen[1]
  • Men heeft een partner die al kinderen uit een vorige relatie heeft en men heeft niet de behoefte om zelf nog meer kinderen te baren/verwekken[1]
  • Men vindt niet dat anderen voor hen kunnen bepalen dat zij kinderen zouden moeten krijgen[1][4]
  • Men kiest ervoor om geen kinderen te nemen naar aanleiding van ouders die zeggen er spijt van te hebben dat ze kinderen hebben genomen[1][3][2]
  • Men vindt (het gedrag van) (kleine) kinderen vervelend, storend, raar of niet interessant,[1] of men vindt kinderen van anderen op zich wel leuk maar zou ze niet zelf willen hebben[2]
  • Men 'mist' niets aan kinderen hebben zolang men niet weet hoe het is om ze te hebben[2]
  • Men kan ook andermans kinderen 'opvoeden tot gelukkige en empathische wezens' (bijvoorbeeld als onderwijzer of babysitter) zonder zelf een ouder te zijn[2]
  • Men kan ook bijdragen aan het welzijn van mensen die al leven in plaats van er zelf nog meer bij te maken[2]
  • Men heeft in een verzorgingsstaat geen behoefte meer aan kinderen om in hun oude dag te voorzien of wil hun kinderen niet met die zorg belasten of zal nooit in een situatie verkeren waarin hun kinderen (op te jonge leeftijd) zonder ouders komen te zitten[1][3]
  • Men kan zijn erfenis aan een goed doel naar keuze schenken in plaats van deze te moeten verdelen onder zijn kinderen[2]

Er rust in veel samenlevingen nog steeds een stigma op kindvrije mensen.[2] Uit onderzoek blijkt echter dat het ontbreken van een kinderwens is geen psychologisch of biologisch defect is; het gaat hooguit tegen bepaalde sociale verwachtingen in, maar het is desondanks een legitieme ethische keuze.[3] Ook wordt er beweerd dat het niet nemen van kinderen egoïstisch zou zijn, waarop kindvrijen tegenwerpen dat men niet egoïstisch kan zijn ten opzichte van kinderen die niet geboren zijn en dat de meeste ouders ook geen kinderen nemen omdat de economie jonge mensen nodig zouden hebben.[2]

Statistieken[bewerken | brontekst bewerken]

Wereldwijd blijven vooral hoogopgeleide vrouwen vaker bewust kinderloos.[4]

België[bewerken | brontekst bewerken]

Uit onderzoek bleek dat in België 11% van de vrouwen en 16% van de mannen tussen 25 en 35 jaar geen kinderen wilde.[4]

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Kind belemmert de vrijheid
  
54%
Kinderen opvoeden kost teveel tijd en energie
  
35%
Partner wilde geen kinderen
  
28%
Werken en kinderen is moeilijk te combineren
  
26%
Geen behoefte/ongeschiktheid
  
23%
Gezondheidsredenen laten geen kinderen toe
  
18%
Kinderen kosten teveel geld
  
7%
Kinderopvang is moeilijk te regelen
  
5%
Redenen vrijwillige kinderloosheid van Nederlandse vrouwen[7]

Volgens een onderzoek van het CBS uit 2004 zijn in Nederland zes op de tien van de kinderloze vrouwen vrijwillig kinderloos.[7] Het toonde aan dat er een correlatie was tussen een hoger opleidingsniveau van vrouwen en hun keuze om kindervrij te zijn en het feit dat vrouwen in de voorgaande decennia steeds beter opgeleid werden was een factor om te verklaren waarom een toenemend aantal vrouwen voor kindervrijheid koos.[7] De twee belangrijkste redenen om geen kinderen te nemen waren dat kinderen hun vrijheid zouden belemmeren en dat het opvoeden van kinderen te veel tijd en energie kost; veel vrouwen die de tweede reden noemden gaven ook de eerste reden op.[7]

Anno 2016 was dat volgens het CBS nog steeds het geval: 20% van de Nederlandse vrouwen was kinderloos, waarvan 60% vrijwillig, zodat 12% van alle Nederlandse vrouwen 'kindervrij' was.[1]

In maart 2017 meldde Trouw dat uit cijfers van het CBS bleek dat 22% van hoogopgeleide 45-jarige mannen kinderloos was en 33% van laagopgeleide 45-jarige mannen. De meesten van hen waren onvrijwillig kinderloos; bij hoogopgeleide mannen was het aantal bewust kinderlozen al vanaf de jaren 1960 toegenomen, bij laagopgeleide mannen (die doorgaans traditioneler opgevoed waren) kwam dat pas in de jaren 2010 steeds vaker voor.[8]

In maart 2020 meldde Quest dat uit onderzoek van Trouw en het CBS bleek dat in Nederland 10% van de ondervraagde 30-jarige vrouwen uit eigen keuze geen kinderen had genomen en deze ook niet meer verwachtte; verder was 8,5% van de ondervraagde 45-jarige vrouwen en 5,5% van de ondervraagde 60-jarige vrouwen bewust kinderloos gebleven.[4]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]