Zoönose

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een zoönose is een infectieziekte die kan worden overgedragen van dieren op mensen. Het woord zoönose is afgeleid van de Griekse woorden zoön (dier) en nosos (ziekte). Veel fulminant (levensbedreigend) verlopende infectieziekten zijn zoönosen, daar deze bacteriën, protozoa, virussen of wormen vaak zijn aangepast om in hun specifieke gastheer te overleven zonder al te veel schade aan te richten, maar deze bij andere gastheren een heftige immuunreactie oproepen. Het verschijnsel waarbij menselijke aandoeningen worden overgedragen op dieren, wordt antropozoönose genoemd.

De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) definieerde een zoönose in 1959 als een ziekte die van gewervelde dieren op een natuurlijke wijze op de mens kan worden overgedragen.

Indeling van zoönosen[bewerken]

Reservoir en eindgastheer[bewerken]

Men kan zoönosen naar hun reservoir indelen in verschillende groepen. Anthropozoönosen zijn infecties, die uitsluitend van het dier op de mens worden overgedragen. Een voorbeeld van een dergelijke infectie is de infectie met de hondenspoelworm (Toxocara canis). Zoöanthroponosen worden bijna uitsluitend van de mens op het dier overgedragen. Een voorbeeld is Entamoeba histolytica. Amphixenosen komen zowel bij de mens als het dier voor en worden in beide richtingen overgedragen. Een voorbeeld is de worm Taenia saginata.

Levenscyclus[bewerken]

Een indeling op basis van de levenscyclus is eveneens mogelijk. Men maakt onderscheid tussen een directe (ortho) zoönose. De ziekte wordt hierbij door de directe contact tussen een mechanische vector van het dier op de mens overgedragen. Een voorbeeld voor een dergelijke infectie is een Mijt (Sarcoptes scabiei). Bij een cyclozoönose moet de ziekteverwekker tussen verschillende gastheren wisselen. Zowel de tussengastheer als ook de eindgastheer zijn vertebraten. Deze vorm van een zoönose wordt uitsluitend bij parasitaire infecties gezien, die een heterogene cyclus hebben. Bij een metazoönose zal de infectie eveneens tussen verschillende gastheren wisselen, maar in tegenstelling tot de cyclozoönose is de tussengastheer hier een invertebraat, zoals een mug. Bij saprozoönosen heeft de ziekteverwekker een niet dierlijk reservoir. Voorbeelden voor een dergelijk reservoir kunnen planten, grond of water zijn. Voorbeelden die in deze klasse vallen, zijn Giardia en Toxoplasmose. Latente zoönosen zijn ziekten die bij de tussengastheer geen symptomen veroorzaken. Deze kunnen dan bijvoorbeeld via rauw vlees worden overgedragen.

Ziekteverwekker[bewerken]

Zoönosen kunnen verder worden onderverdeeld naar het soort ziekteverwekker. Als mogelijke ziekteverwekkers komen prionen, virussen, bacteriën, protozoa, wormen, schimmels of arthropoda(geleedpotigen) in aanmerking.

Reservoir en vector[bewerken]

Het reservoir voor zoönotische ziekteverwekkers zijn gewervelde dieren. In principe komt ieder dier in aanmerking om een zoönotische infectie over te dragen, ook al vertoont het geen ziektesymptomen. Ook zuivelproducten kunnen door deze ziekteverwekkers zijn gecontamineerd. In Westerse landen zijn dit vaak huisdieren of nutsdieren.

Een bijzondere rol als vector hebben insecten. Zij kunnen zich over een grote afstand verplaatsen zonder dat een gewerveld dier in de buurt is en zo de infecties van het dier op de mens overdragen.

Belangrijkste zoönosen[bewerken]

Een (niet volledige) lijst van bekende zoönosen:

Ziekten geïnduceerd door prionen[bewerken]

Ziekte Verwekker Reservoir Vector Ziekte bij mens
BSE prionen koe consumptie specifiek risicomateriaal zoals hersenen en zenuwweefsel variant Creutzfeldt-Jakob

BSE of boviene spongiforme encefalopathie is een ziekte die behoort tot de groep van de TSE of transmissible spongiforme encefalopathie. Tot deze groep behoort o.a. ook scrapie bij schapen.

Virale ziekten[bewerken]

Ziekte Verwekker Reservoir Vector Ziekte bij mens Verspreiding
Ebolavirus Filovirus aap direct contact Ebola Afrika
Lassakoorts Arenavirus wilde knaagdieren contact met excreties en secreties Lassakoorts Afrika
Marburgvirus Filovirus aap contact met geïnfecteerde weefsels Afrikaanse hemorragische koorts Afrika
Mond-en-klauwzeer Aphtovirus evenhoevigen direct contact wereldwijd
Rabiës Lyssavirus zoogdieren contact met secreties Rabiës wereldwijd


Bacteriële ziekten[bewerken]

Ziekte Verwekker Reservoir Vector Ziekte bij mens Verspreiding
Brucellose Brucella species Rund, schaap, geit, varken, hond contact Maltakoorts wereldwijd
Miltvuur Bacillus anthracis (bacterium) Herbivoren, grond contact Miltvuur wereldwijd
Pest Yersinia pestis rat, vector vlo beet Pest (bijna) uitgeroeid

Protozoaire ziekten[bewerken]

Helminthosen (wormen)[bewerken]

Mycosen (schimmels)[bewerken]

Arthropoda[bewerken]

Voorkomen[bewerken]

De incidentie en prevalentie van de meeste zoönosen is moeilijk in te schatten. Enerzijds worden veel zoönosen niet gediagnosticeerd, anderzijds bestaat voor de meeste zoönosen geen meldplicht.

Algemeen kan gesteld worden, dat hoe frequenter en hoe intenser het contact met dieren is, hoe groter de kans om zich met een zoönose te infecteren.

Eetgewoontes kunnen een grote invloed hebben op het voorkomen van zoönosen. Zo is de prevalentie van Toxoplasmose in Groot-Brittannië kleiner dan in Frankrijk, omdat men in Groot-Brittannië minder rauw of kort aangebraden vlees eet dan in Frankrijk.

Cysticercose, een ziekte bij de mens met de varkensbandworm, komt in joodse en islamitische bevolkingsgroepen niet voor, omdat zij geen varkensvlees eten.

Gevaren[bewerken]

Een bijzondere gevaar gaat uit van de stijgende populariteit van exotische dieren. Ziekten bij deze dieren en dus ook zoönoses zijn meestal niet onderzocht. Onbekende of zelden voorkomende kiemen kunnen een diagnose moeilijk en een vroegtijdige en doeltreffende therapie onmogelijk maken. Deze dieren kunnen ook als vector voor speciesonspecifieke ziekten fungeren.

In de loop van 2005 werd zo bijvoorbeeld in Duitsland een reeks doodsgevallen bij de mens gezien. Een patiënt werd in India met rabiës geïnfecteerd. De symptomen van de ziekte werden toen aan drugsconsumptie toegeschreven en zo werd na de dood van de patiënt en hele reeks organen getransplanteerd, met infectie van de ontvangers tot gevolg.

Salmonellose wordt vooral over eetwaren (eieren, melkproducten, kippenvlees) overgedragen. Salmonellose is de het vaakst aangegeven zoönose. Hoge temperaturen verhogen het gevaar dat Salmonella zich in etenswaren kan vermenigvuldigen.

Immuno-incompetente mensen, zoals AIDS-patiënten, of mensen die een zware chemotherapie krijgen, immunosuppressieve oude mensen en jonge kinderen, zijn bovendien aan het gevaar blootgesteld zich met kiemen te infecteren, die normaal bij een mens symptoomloos blijven.

Een speciaal gevaar bestaat voor zwangere vrouwen. Sommige zoönosen kunnen een beschadiging van de embryo of een abortus veroorzaken.

Bepaalde beroepsgroepen, zoals dierenartsen en boeren, hebben door hun intensieve contacten met dieren een hoger infectierisico. September 2005 werd bekend dat een drietal familieleden van varkenshouders door een van varkens afkomstig MRSA bacterie waren besmet.

Literatuur[bewerken]

  • Krauss H. et al: Zoonoses. Infectious Diseases Transmissible from Animals to Humans. 3rd Ed. Washington, ASM Press 2003. ISBN 1-55581-236-8

Externe links[bewerken]