Zuidelijke gladde slang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zuidelijke gladde slang
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Exemplaar uit Nationaal park Doñana, Spanje.
Exemplaar uit Nationaal park Doñana, Spanje.
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Serpentes (Slangen)
Superfamilie:Colubroidea
Familie:Colubridae (Gladde slangen)
Onderfamilie:Colubrinae
Geslacht:Coronella
Soort
Coronella girondica
(Daudin, 1803)
Afbeeldingen Zuidelijke gladde slang op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Zuidelijke gladde slang op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De zuidelijke gladde slang[2] (Coronella girondica) is een slang uit de familie gladde slangen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae.

Naamgeving en taxonomie[bewerken | brontekst bewerken]

De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst voorgesteld door François Marie Daudin in 1803. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Coluber girondicus gebruikt.[3]

De zuidelijke gladde slang is in het verleden onder verschillende wetenschappelijke namen beschreven, waaronder Natrix meridionalis, Coluber riccioli, Zamenis riccioli, Psammophis girondicus, Coronella meridionalis, Zacholus girondicus en Coluber rubens

De Nederlandstalige naam slaat op het feit dat deze soort zuidelijk voorkomt dan de in Europa algemene gladde slang (Coronella austriaca). De soortaanduiding girondica betekent vrij vertaald 'afkomstig uit Gironde'.

Ondersoorten[bewerken | brontekst bewerken]

Er worden twee ondersoorten bekend, die verschillen in het verspreidingsgebied en de uiterlijke kenmerken. Opgemerkt moet worden dat deze ondersoorten niet door alle biologen worden erkend. De ondersoorten zijn onderstaand weergegeven, met de auteur en het verspreidingsgebied.

Naam Auteur Verspreidingsgebied
Coronella girondica amaliae Boettger, 1881 Marokko
Coronella girondica girondica Daudin, 1803 De rest van het verspreidingsgebied.

Uiterlijke kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Detail van de kop.

De totale lichaamslengte bedraagt ongeveer zestig tot zeventig centimeter, de meeste exemplaren blijven wat kleiner. De zuidelijke gladde slang is moeilijk van andere soorten slangen te onderscheiden omdat het dier geen duidelijk afwijkende kenmerken heeft. De basiskleur is meestal lichtgrijs tot lichtbruin, met op de rug een tekening van vage donkere strepen die in de nek veranderen in lengtestrepen tot op de kop. Achter het oog is een oogvlek aanwezig die naar de rug toe vervaagt. Op de snuitpunt is een zeer donkere vlek te zien over de hele breedte, de snuit is meestal geel tot geelwit. De juvenielen hebben een rode kleur aan de buikzijde.

Van de ringslang verschilt de zuidelijke gladde slang door een bredere schub aan het rostrum. Ook is het aantal schubben op het lichaam en de bovenlip (supralabiale schubben) is groter dan bij de ringslang het geval is.[2]

Verspreiding en habitat[bewerken | brontekst bewerken]

Verspreidingsgebied in het rood.

Deze slang is niet giftig en veel zeldzamer dan de 'gewone' gladde slang (Coronella austriaca), die in grote delen van Europa leeft. De zuidelijke gladde slang komt voor in delen van Mediterraan Europa in de landen Spanje, (inclusief Gibraltar), Portugal en zuidelijk Frankrijk. Op Sicilië komt de soort niet voor, hoewel dit lange tijd wel werd aangenomen.
Daarnaast is de soort te vinden in delen van noordwestelijk Afrika in de landen Marokko, Algerije en Tunesië.[3]

De habitat bestaat uit gematigde bossen, Mediterrane scrublands en graslanden. Ook in door de mens aangepaste streken zoals weilanden, kwekerijen en plantages kan de slang worden aangetroffen. De soort is aangetroffen van zeeniveau tot op een hoogte van ongeveer 2900 meter boven zeeniveau.

De zuidelijke gladde slang houdt zich vaak op in droge, open gebieden bij voorkeur met rotsen, ruïnes of oude muren.

Levenswijze[bewerken | brontekst bewerken]

Deze soort eet voornamelijk hagedissen, net zoals de verwante katslang (Telescopus fallax). Ook slangen worden wel gegeten en van de juvenielen is bekend dat ze ook wel insecten buitmaken. De slang is 's nachts actief, het menu bestaat namelijk uit gekko's en deze dieren zijn eveneens nachtactief. Grotere prooien worden eerst gewurd, kleine exemplaren worden in een keer doorgeslikt. De zuidelijke gladde slang is een eierleggende soort, in tegenstelling tot de gladde slang die eierlevendbarend is.[4]

De zuidelijke gladde slang is schuwer dan de gladde slang en zal direct vluchten bij verstoring. In tegenstelling tot de gladde slang -die fel van zich afbijt- zal de zuidelijke gladde slang proberen los te komen als het dier wordt vastgepakt.[4]

Beschermingsstatus[bewerken | brontekst bewerken]

Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is de beschermingsstatus 'veilig' toegewezen (Least Concern of LC).[5]

De zuidelijke gladde slang wordt sinds enige tijd beschermd omdat de soort zeldzamer wordt. In het achterland van de Spaanse Costa Blanca, het gebied van de Circo de la Safor nabij Lorcha, zijn ze tevens gesignaleerd.

Bronvermelding[bewerken | brontekst bewerken]

Soorten slangen in Europa
Wormslangen (Typhlopidae):slanke wormslang (Typhlops vermicularis)
Boa-achtigen (Boidae):kleine zandboa (Eryx jaculus)
Gladde slangen (Colubridae):gladde slang (Coronella austriaca) · zuidelijke gladde slang (Coronella girondica) · Dolichophis caspius · pijlslang (Dolichophis jugularis) · Eirenis modestus · vierstreepslang (Elaphe quatuorlineata) · Elaphe sauromates · Algerijnse toornslang (Hemorrhois algirus) · Hemorrhois hippocrepis · Hemorrhois nummifer · Balkantoornslang (Hierophis gemonensis) · geelgroene toornslang (Hierophis viridiflavus) · Macroprotodon brevis · mutsslang (Macroprotodon cucullatus) · adderringslang (Natrix maura) · ringslang (Natrix natrix) · dobbelsteenslang (Natrix tessellata) · Platyceps collaris · Platyceps najadum · trapslang (Elaphe scalaris) · katslang (Telescopus fallax) · Zamenis lineatus · esculaapslang (Elaphe longissima) · luipaardslang (Elaphe situla)
Adders (Viperidae):Pallas' groefkopadder (Gloydius halys) · Levantijnse adder (Macrovipera lebetina) · Macrovipera schweizeri · hagedisslang (Malpolon monspessulanus) · kleinaziatische adder (Vipera xanthina) · zandadder (Vipera ammodytes) · aspisadder (Vipera aspis) · gewone adder (Vipera berus) · Wipneusadder (Vipera latastei) · Vipera renardi · Vipera seoanei · spitssnuitadder (Vipera ursinii)