Geelgroene toornslang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geelgroene toornslang
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Exemplaar uit Lorraine, Frankrijk
Exemplaar uit Lorraine, Frankrijk
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Serpentes (Slangen)
Superfamilie:Colubroidea
Familie:Colubridae (Gladde slangen)
Onderfamilie:Colubrinae
Geslacht:Hierophis
Soort
Hierophis viridiflavus
(Lacépède, 1789)
Afbeeldingen Geelgroene toornslang op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Geelgroene toornslang op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De geelgroene toornslang[2] (Hierophis viridiflavus) is een slang uit de familie gladde slangen (Colubridae). De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Bernard Germain de Lacépède in 1789. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Couleuvre verte et jaune gebruikt.[3]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De lichaamskleur is donker tot zwart, de wetenschappelijke naam viridi-flavus betekent groen-geel, wat slaat op de vlekjes die meestal geel zijn, maar ook naar groen kunnen neigen. Sommige exemplaren zijn geheel zwart of blauwzwart tot bruin, de juvenielen zijn witgeel met zeer brede gele banden en een opvallende zwarte kop met landkaarttekening of kleine vlekjes. De maximale lengte is ruim 2 m, maar gemiddeld blijft deze slang meestal onder de 1,5 m, vrouwtjes zijn kleiner dan mannetjes.

Leefwijze[bewerken]

Het voedsel bestaat voornamelijk uit kleine zoogdieren zoals knaagdieren, maar ook hagedissen worden gegeten. De slang is erg snel tijdens de jacht. Deze beweeglijke, terristrische slang heeft een erg agressief karakter, maar is totaal ongevaarlijk voor de mens en een beet veroorzaakt slechts lichte schrammen.

Voortplanting[bewerken]

De eieren worden afgezet onder boomstronken of grote stenen. Het zijn er meestal 5 tot 7 en de jongen komen na ongeveer twee maanden uit.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De geelgroene toornslang is een West-Europese endeem die te vinden is in een breed sub-mediterraan tot mediterraan areaal vanaf westelijk Bretagne tot in noordoostelijk Lorraine. Zuidelijk is de slang te vinden in centraal en zuidelijk Frankrijk inclusief de Pyreneeën, uiterst noordelijk Spanje van Bilbao tot Leida in Aragon. Het grootste deel van de populatie strekt zich uit over geheel Italië, Sicilië, Malta, Corsica en vele kleinere omliggende eilanden. De noordelijkste verspreiding van het dier is versnipperd: er zijn enkele vindplaatsen bekend in Luxemburg, de Franse grensregio met zuidoostelijk België en in zuid-centraal Duitsland. Hellingbos, rotsformaties, mergelgroeves en kalkstenen regio's vormen vanwege de vegetatie een ideale biotoop voor rustplaatsen. De habitat bestaat uit met struiken begroeide open plekken zoals afgravingen, verstuivingen en andere drogere, warmere gebieden. In agrarische enclaves liggend aan hellingbossen met zandsteenformaties kunnen de slangen zich ver in door mensen bewoond gebied verspreiden. Ze worden dikwijls gevonden onder dakplaten, damwanden en houtstapels bedekt met landbouwplastic en diverse campings met opslagplaatsen. In Bretagne in de regio Quimperle tot La Rochelle komen grote aantallen voor rond de recreatiegebieden aanliggend aan natuurparken met gemengd loof/naaldbos op zandgrond.

Externe link[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Soorten slangen in Europa
Wormslangen (Typhlopidae):slanke wormslang (Typhlops vermicularis)
Boa-achtigen (Boidae):kleine zandboa (Eryx jaculus)
Gladde slangen (Colubridae):gladde slang (Coronella austriaca) · zuidelijke gladde slang (Coronella girondica) · Dolichophis caspius · pijlslang (Dolichophis jugularis) · Eirenis modestus · vierstreepslang (Elaphe quatuorlineata) · Elaphe sauromates · Algerijnse toornslang (Hemorrhois algirus) · Hemorrhois hippocrepis · Hemorrhois nummifer · Balkantoornslang (Hierophis gemonensis) · geelgroene toornslang (Hierophis viridiflavus) · Macroprotodon brevis · mutsslang (Macroprotodon cucullatus) · adderringslang (Natrix maura) · ringslang (Natrix natrix) · dobbelsteenslang (Natrix tessellata) · Platyceps collaris · Platyceps najadum · trapslang (Elaphe scalaris) · katslang (Telescopus fallax) · Zamenis lineatus · esculaapslang (Elaphe longissima) · luipaardslang (Elaphe situla)
Adders (Viperidae):Pallas' groefkopadder (Gloydius halys) · Levantijnse adder (Macrovipera lebetina) · Macrovipera schweizeri · hagedisslang (Malpolon monspessulanus) · kleinaziatische adder (Vipera xanthina) · zandadder (Vipera ammodytes) · aspisadder (Vipera aspis) · gewone adder (Vipera berus) · Wipneusadder (Vipera latastei) · Vipera renardi · Vipera seoanei · spitssnuitadder (Vipera ursinii)