Aardappelmeelfabriek
Een aardappelmeelfabriek of aardappelzetmeelfabriek verwerkt fabrieksaardappelen tot aardappelzetmeel. In Nederland gebeurde dit grootschalig vanaf halverwege de negentiende eeuw.
De meeste aardappelmeelfabrieken waren en zijn te vinden in de Nederlandse provincies Groningen en Drenthe, voornamelijk in de veenkoloniën waar de akkerbouw zich sterk op aardappelen gericht heeft. De meeste aardappelmeelfabrieken werden opgericht eind 19e eeuw en begin 20e eeuw, de laatste in 1916. Men kende zowel coöperatieve als particuliere bedrijven. Het belangrijkste particuliere bedrijf was de firma W.A. Scholten, dat meerdere fabrieken bezat, vanaf 1919 verenigde de coöperatieve fabrieken zich via de verkoopcoöperatie AVEBE.
Inhoud |
[bewerken] Eerste fabrieken
Begin 19e eeuw werd aardappelmeel op kleine schaal geproduceerd als nevenbedrijf van boeren. In 1819 werd te Gouda door Arij Schoneveld van der Cloet en David Willem Westerbaan de eerste aardappelmeelfabriek, Goudsche Glucosefabriek, opgericht. In 1853 had deze fabriek 12 arbeiders en een stoommachine van 8 pk en in 1915 bestond deze fabriek nog steeds. Andere aardappelmeelfabrieken volgden, De Oorsprong in Oosterbeek in 1833, met een capaciteit tot 240 ton/jaar en in de jaren 40 van de 19e eeuw Hulstkamp & Molijn te Rotterdam. Deze eerste fabrieken verwerkten aardappelen tot zetmeel om het vervolgens tot glucosestroop te verwerken, ook wel aardappelstroop genoemd.
[bewerken] Veenkoloniën
De eerste commerciële aardappelmeelfabriek in de veenkoloniën werd opgericht in 1840 te Muntendam door J.A. Boon uit Amsterdam.[1] Dit bedrijf sloot reeds in 1853. De tweede fabriek Eureka werd opgericht in 1842 door Willem Albert Scholten uit Loenen te Foxhol. De derde fabriek door de Belgische fabrikant Gustav Dutalis Hibernia (1858), te Muntendam. Motké werd door Scholten opgericht, te Zuidbroek in 1859. Pas in 1866 begon het tijdperk waarin vele van dergelijke fabrieken werden gesticht. In 1894 werd de eerste fabriek in Drenthe gesticht, en wel door Jacob Hoogerbrugge te Kloosterveen bij Smilde.
Toen Jan Evert Scholten in 1897 het Eureka-kartel oprichtte, was dat voor de boeren aanleiding om over te gaan tot het stichten van coöperatieve aardappelmeelfabrieken. In Groningen werd de eerste in Borgercompagnie opgericht, toepasselijk De Eersteling geheten (1898). Daarna kwamen er meer. In 1911 verwerkten de coöperatieve fabrieken al meer aardappelen dan hun particuliere tegenhangers, namelijk 296 kton tegenover 176 kton (3,7 tegenoven 2,2 miljoen hl). In 1919 gingen de coöperatieve aardappelmeelfabrieken samenwerken in Avebe.[2]
In 1915 telde men 37 aardappelmeelfabrieken die op twee na (Gouda en Leeuwarden) alle in de veenkoloniale gebieden lagen.[3][4]
In de jaren '20 van de 20e eeuw kwam de aardappelmeelindustrie in moeilijkheden door de sterkere concurrentie van het -moeilijker te raffineren- graanzetmeel (tarwe, maïs) en van tropische zetmeelsoorten (tapioca, sago) te samen met de slechtere economische omstandigheden aanvang jaren 20.[5][6] Sindsdien nam het aantal aardappelmeelfabrieken af. Deels kwam dit ook door de concentratie in grotere fabrieken.
[bewerken] Zetmeelderivaten
Vooral na de Tweede Wereldoorlog zocht de aardappelmeelindustrie haar toevlucht in de productie van zetmeelderivaten. Vóór 1950 hadden derivaten, zoals zetmeelacetaat en zetmeelnitraat, slechts een beperkt belang. Vanaf 1956 werden ze in grotere hoeveelheden geproduceerd en er kwamen ook meer soorten derivaten. Tegenwoordig wordt 70% van het zetmeel tot 600 verschillende derivaten verwerkt. Deze vinden tal van industriële toepassingen. Voorbeelden zijn papier, textiel, levensmiddelen, waterzuivering, bouwbedrijf, olie- en gaswinning, en lijm.
Na het faillissement van Koninklijke Scholten-Honig in 1978 gingen de meeste aardappelmeelfabrieken van het Scholten-concern over naar het coöperatieve Avebe, dat daarmee alle nog overgebleven aardappelmeelfabrieken in Nederland (Foxhol, Ter Apelkanaal en Gasselternijveen) in handen had.
[bewerken] Lijst van Aardappelmeelfabrieken
- Musselkanaal en Omstreken Ter Apelkanaal 1904-
- Oostermoer Gasselternijveen (Drenthe) 1903- (vanaf 1919 Coöperatief Aardappelmeel Verkoopbureau AVB, later AVEBE)
- Tonden Foxhol 1841-1999 (was Eureka, tot 1978 W.A. Scholten, na 1999 enkel zetmeelderivaten)
- Onder Ons De Krim (Overijssel) 1906-1993 (1967/1974-1978 W.A. Scholten, nadien AVEBE)
- DWM (Duintjer, Wilkens, Meihuizen) Veendam 1870-1982 (vanaf 1963 AVEBE, na 1982 enkel zetmeelderivaten)
- Ter Apel en Omstreken Ter Apel 1916-1981
- Hollandia Nieuw Buinen (Drenthe) 1898-1981
- Alteveer Alteveer (Stadskanaal) 1909-1981
- Oranje Oranje (Drenthe) 1913-1980 Huidige bestemming is een overdekte speeltuin.
- Excelsior Veenoord (Drenthe) 1909-1980
- Pekela en Omstreken Nieuwe Pekela 1900-1980
- de Twee Provinciën Stadskanaal 1914-1979
- O.J. Meijer Zuidwending (Veendam) 1894-1975 (vanaf 1960 W.A. Scholten)
- Hoogerbrugge - Smilde en Omstreken Hoogersmilde (Drenthe) 1894-1975 (W.A. Scholten)
- de Toekomst Nieuwe Compagnie 1900-1969
- Woudbloem Woudbloem Scharmer 1904-1968
- Westerwolde Veelerveen 1913-1964
- De Centrale Coevorden (Drenthe) 1908-1963
- van Linge Veendam 1869-1962 (vanaf 1963 laboratorium AVEBE)
- Motké Zuidbroek 1859-1962 (W.A. Scholten)
- K&J Wilkens Ommelanderwijk 1878-? (vanaf 1961 W.A. Scholten)
- Wildervank en Omstreken Eexterveenschekanaal (Drenthe) 1903-1954
- de Baanbreker Lutten (Overijssel) 1900-1953 (thans De Wildkamp, kunststoffen)
- de Eendracht Kielwindeweer 1898-1943
- Everts, Hora, Adema & Co Bareveld 1871-1941 (na 1914: Bareveld)
- Excelsior Meihuizen-Boon Veendam 1861-1937 (vanaf 1930 W.A. Scholten)
- de Eersteling Borgercompanie 1898-1935
- Smit, Vos, Zeven & Co Ommelanderwijk 1885-1933 (1884 van Linge)
- Stadskanaal Stadskanaal 1866-1931 (W.A. Scholten)
- H. Wolda & Co Veendam 1867-1926 (na 1921: Veendam en Omstreken)
- Ommelanderwijk-Zuidwending K&J Wilkens Ommelanderwijk, Zuidwending 1870-1926 (vanaf 1877 W.A. Scholten)
- de Drie Provinciën Oostwold (Leek) 1914-1925 (omgebouwd tot strokartonfabriek Erica II)
- l'Esperance Tripscompagnie 1898-1923
- Gebr. Drenth & Co Oude Pekela 1888-1920
- Dutalis & Co Muntendam 1858-1918 (na 1884: Hibernia) (1884 W.A. Scholten)
- Veenhoven, Schuringa & Co Wildervank 1873-1915 (na 1896: Erven Topper & Co)
- de Nijverheid Stadskanaal 1878-1907
- H.C. ten Horn & Co Oude Pekela 1892-1898
- Veendam Veendam 1866-1897 (W.A. Scholten)
- Engelsman & Co Veendam 1874-1886
- Hoveling Veendam 1864-1884
- Romkes, Bakker en Van Calcar Veendam 1871-1883
- J.K. Boon Sappemeer 1876-1880
- Goudsche Glucosefabriek Gouda (Noord-Holland) 1819-1861
- J.K. Boon Muntendam 1840-1853
- De Oorsprong, Bakker Oosterbeek (Gelderland) 1833-?
- Hulstkamp & Molijn Rotterdam (Zuid-Holland) 184?-?
- Everts, Adema & Co Huizum (Friesland) 1844-?
- Wilhelmina Foxhol 1893-? [7]
[bewerken] Noten
- ↑ Verstedelijking en migratie in het Oost-Groningse veengebied 1800-1940 J.F. Voerman, 2001, hoofdstuk 2, pagina 49
- ↑ Ontwikkeling en beteekenis der landbouwindustrie in Groningen, Geert Minderhoud, 1925, hoofdstuk 1 de aardappelmeelindustrie
- ↑ Aardappelmeelfabrieken, encyclopediedrenthe.nl
- ↑ Aardappelmeelfabrieken, hetverhaalvangroningen.nl
- ↑ http://historie-bellingwedde.realsite.nl/projecten/veelerveen/cooep-aardappelmeelfabriek-veelerveen
- ↑ A history of lactic acid making: a chapter in the history of biotechnology, H. Benninga, Kluwer Academic Publishers, 1990, ISBN 0-7923-0625-2, p 286
- ↑ Dorien Knaap, "Voor geld is altijd wel een plaats te vinden": de firma W.A. Scholten (1841-1892), de eerste Nederlandse industriële multinational, p 44-45, Uitgeverij Van Gorcum, 2004, ISBN 90-232-4053-7