Afrikaanse muziek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Afrikaanse muziekstijl is de muziek die door inheemse Afrikaanse volkeren al van generatie op generatie wordt overgedragen en tot vandaag de dag nog steeds stand houdt. Ze is zeer verschillend van andere muziekgenres en kende haar eigen evolutie.

Inhoud

De Afrikaanse muziekstijl[bewerken]

Opbouw[bewerken]

De Afrikaanse muziekstijl is zeer verschillend van de Westerse muziekstijl. Bij de Afrikaanse muziek ligt de nadruk vooral op ritme (meestal trommel ritmes) en de muziek is niet gebonden aan regels. Terwijl bij de Westerse muziek melodie en harmonie een belangrijke rol spelen. Harmonie is het tegelijkertijd voortbrengen van verschillende tonen die mooi, harmonisch klinken en om het muziekstuk harmonisch te doen klinken heeft men bij de harmonie heel wat regels opgesteld waaraan men zich moet houden om een ‘mooi’ muziekstuk te verkrijgen. Wij gebruiken bijvoorbeeld vierkwartsmaten waar ze in Afrika geen gebruik van maken, waardoor Afrikaanse muziek voor ons raar klinkt. De voorloper van de harmonie was de (polyfonie) en de Afrikaanse tegenhanger van de polyfonie is de (polyritmiek): Het tegelijkertijd voortbrengen van verschillende(eenvoudige) ritmen. Nog een verschil tussen polyfonie en ritme is dat polyfonie op een moment waarneembaar is en om een ritme te horen heb je meer tijd nodig. Dit verklaart de herhalingen in Afrikaanse muziek. Maar in Afrikaanse muziek zit ook een melodie al schenkt men er in Afrika minder aandacht aan dan aan het ritme. De melodie van Afrikaanse muziek verloopt meestal als volgt: In het begin is er een sterke stijging, gevolgd door een langzame melodiedaling zonder dat de toonsoort veranderd. Een van de meest gebruikte vormsoorten in de Afrikaanse muziek is (antifonie)(de solist en het koor die afwisselend zingen, waarbij de solist meestal improviseert). En soms komt er in Afrikaanse muziek ook meerstemmigheid voor, maar in mindere maten.

Polyritmiek en het sociale leven in Afrika[bewerken]

De Afrikaanse muziekstijl heeft ook een speciaal karakter van vraag en antwoord. Dit komt door de ver doorgedreven polyritmiek, waarbij door het tegelijkertijd voortbrengen van verschillende ritmen, ritmische lagen ontstaan die behoren tot een ingewikkeld geheel. Bij dit polyritmische geheel heeft iedere muzikant, danser en zelfs luisteraar een eigen plaats en dit verklaart het vraag en antwoord karakter. Bij Afrikaanse songs heb je meestal een vraag en antwoordsituatie door een voorzanger en een koor die de zinnen herhalen, waarbij het koor meestal het publiek is. Daarom is Afrikaanse muziek spelen, erop dansen en ernaar luisteren een vorm van communiceren en is Afrikaanse muziek beluisteren niet hetzelfde als Westerse muziek beluisteren. En ook het hele sociale leven in Afrika is polyritmisch opgebouwd. Een moeder die haar kind in slaap wiegt, een gesprek, vrouwen die maniok stampen, mensen die dammen, bedienden achter hun computer… In Afrika gebeurt dit allemaal polyritmisch. Dit heeft als gevolg dat de samenhang van iedereen met elkaar en van alles benadrukt wordt. En ook bij muzikale gebeurtenissen is de samenhang met de sociale situatie het belangrijkste, want het doel van Afrikaanse muziek is de deelname van zo veel mogelijk mensen.

In Afrika wordt muziek ook heel anders opgevat dan in Europa. In Afrika is muziek meestal geen uiting van individuele gevoelens of van geloofsovertuiging van de gemeenschap, maar een deel van het sociale leven en communicatie, de ritmen vormen als het ware de gemeenschap. In veel gevallen gebruikt men muziek in Afrika ook als middel voor het bestrijden van ziektes of voor het gunstig stemmen van de goden. En muziek bevordert ook de interactie tussen mensen en geeft individuen een plaats in de gemeenschap.

Etnomusicologische indeling[bewerken]

Etnomusicologische indeling.

Afrika is een zeer groot continent waardoor de muziekstijl verschilt van regio tot regio. Daarom heeft de Amerikaan A.P. Merriam in 1959 Afrika in 7 etnomusicologische regio’s ingedeeld waarbinnen men ongeveer dezelfde muziekstijl had.

Zuidelijk Afrika[bewerken]

Zuidelijk Afrika werd in 1969 bestempeld als een gebied met ongeveer overal dezelfde muziekstijl. En door de jaren heen is dat altijd zo gebleven op een uitzondering na: Zuid-Afrika. Omdat Zuid-Afrika een multicultureel land is met een hogere HDI dan de rest van Afrika en omdat het vroeger een Nederlandse kolonie was en slaven importeerde vanuit het Oosten komen er in Zuid-Afrika zeer veel verschillende muziekgenres (met soms nog Oosterse elementen) voor zoals rock, jazz, jungle, reggae, hiphop, gospel, klassiek, rap, Marabi, Kwela, Mbaqanga. Samen met de muziekgenres is ook de invloed van muziek en de levenswijze veranderd. In Zuid-Afrika bepaalt het ritme de manier van leven, Je hoort overal muziek: in winkels, cafés, restaurants, bij mensen thuis of gewoon op straat. Maar deze muzikale invloeden hebben wel als gevolg dat de plaatselijke, authentieke muziekgenres in Zuid-Afrika stilaan verdwijnen of vermengd worden met de nieuwe stijlen. Maar niet heel Zuidelijk Afrika heeft te maken met een dergelijke muzikale revolutie. Het overgrote deel van Zuidelijk Afrika bestaat nog steeds uit inheemse volkeren met hun eigen authentieke muziekstijlen. Enkele van die belangrijke volkeren zijn de San (Bosjesmannen) en de Khoikhoi (Hottentotten). Zij hebben een muziekstijl waarbij de melodie steunt op reeksen bovenharmonischen (harmonische boventonen) en waarbij ritme een zeer belangrijke rol speelt. Zij maken hun muziek door het produceren van vreemde ‘klik’ geluiden waarbij handengeklap mee voor ritme zorgt en door het gebruik van de schietboog die als een soort harp wordt gebruikt. Tijdens de muziek wordt er dan gedanst of worden er verhalen verteld.

Oost-Afrika[bewerken]

In Oost-Afrika speelt muziek, zoals in heel Afrika, een zeer belangrijke rol. Maar in Oostelijk Afrika is muziek meer dan alleen muziek, het is een propagandamiddel voor de wederopbouw van de Oost-Afrikaanse landen. Zulke muziek wordt er Spectacles Coupées genoemd. Het is een mengeling van traditionele muziek en dans en thema’s over ontwikkeling in de Oost-Afrikaanse maatschappij. Een van de belangrijkste groepen die Spectacles Coupées produceert is de Oegandese groep Ndere Troupe. In Oost-Afrika zorgt deze band dat er maatschappelijke ontwikkeling op gang komt en dat er geen oorlogen meer ontstaan. Maar de groep heeft ook al in verschillende andere landen opgetreden (zoals Nederland) waar het de zang- en dansspektakels van de belangrijkste stammen in Oeganda presenteert. En hier, bij ons is hun doel ook veel anders. Ze willen de Westerse wereld warm maken voor Oegandese muziek. Maar de Spectacles Coupées zijn niet het enige verschil met de rest van Afrika. De Oost-Afrikaanse muziek wordt ook gekenmerkt door de Arabische muziek, maar tegenwoordig vooral door de Indiase filmmuziek. Een voorbeeld van een Arabisch, Indiaas getinte muziekgenres in Oost-Afrika is de taraab (een mengeling van Arabische orkestmuziek, Indiase filmmuziek en Afrikaanse ritmes). En dit muziekgenre bevat naast Oost-Afrikaanse, Arabische en Indiase elementen ook nog eens Latijns-Amerikaanse elementen. Nog een van de populairste muziekgenres uit Oost-Afrika is de Keniaanse bengamuziek, dé hedendaagse dansmuziek voor Oost-Afrikanen. Deze stijl is niet Arabische of Indiaas, maar zuiver Oost-Afrikaans. Deze muziekstijl die in de jaren vijftig populair werd, wordt gekenmerkt door een diep basritme en kort aanhoudende, heldere gitaarpatronen. En bij dit muziekgenre is de traditionele wisselwerking tussen de instrumenten ook kenmerkend. Maar er zijn nog verschillen met de andere Afrikaanse muziekgenres. Naast de maatschappijgebonden muziek en de Arabische en Indiase elementen zijn de eigen trommelstijlen, de afwezigheid van ‘hot rhythm’, hét kenmerk van Afrikaanse muziek en de speciale, traditionele muziekinstrumenten zoals houten xylofoons en snaarinstrumenten gemaakt van uitgeholde kalebassen of kokosnoten kenmerkend voor Oost-Afrikaanse muziek.

De Hoorn[bewerken]

De Afrikaanse Hoorn ligt in het uiterste Oostpunt van Afrika en heeft een muziek die gelijkt op die van Oost-Afrika. Maar er is toch een groot verschil: de wereldse invloeden die hun intrede maakten in de jaren zeventig. Door deze invloeden van over de hele wereld ontstonden er in de jaren zeventig-tachtig swingende muziekgenres zoals de Ethio-jazz en Ethio-funk, die men niet aantreft in Oost-Afrika. Dit zijn muziekgenres die ontstaan zijn uit de Amerikaanse psychedelic rock en Motown soulmuziek, vermengd met de traditionele muziek uit de Hoorn. De kenmerken van deze Ethio-jazz en –funk zijn de aanwezigheid van de blazers (vooral trompetten), de Elektrische en akoestische instrumenten (bijvoorbeeld synthesizers) en het accordeon naast de traditionele inheemse instrumenten zoals de beganna en de Krar. En ook de wat langere intervallen zijn kenmerkend voor deze muziekgenres. En op deze swingende muziekstijlen werd natuurlijk ook gedanst. Er waren twee belangrijke dansstijlen voor deze swingende muziek: de ene werd in een cirkel gedanst en de andere in twee groepen. De beide dansen waren zoals alle Afrikaanse dansen zeer ritmisch. Maar dit alles was rond de jaren zeventig-80, nu zijn we in 2007 en in deze periode van ongeveer 25 jaar is er wel wat veranderd. Een van de bekendste hedendaagse muziekgenres in de Hoorn is nu een mix van vele ingevoerde stijlen uit de jaren zeventig zoals Ethio-jazz en –funk met de authentieke muziek uit de Hoorn. En samen met het muziekgenre zijn ook de muziekinstrumenten en de dans veranderd. Nu gebruikt men vaker de saxofoon als blaasinstrument en de rijkere maken ook gebruik van het elektrische orgel, maar zoals bij de Ethio-jazz en –funk zijn de inheemse instrumenten nog altijd het meest vertegenwoordigd. En ook de dans is nu veranderd. Nu danst men meer de ekesta, een dans waarbij men het borstbeen ritmisch naar voren duwt en waarbij vooral de schouders soepel bewegen.

Centraal-Afrika[bewerken]

Centraal-Afrika ligt van alle Afrikaanse landen het meest geïsoleerd. En dit heeft gevolgen gehad voor de muziek. Door deze isolatie is de ontwikkeling van een meer modernere muziekcultuur met invloeden van Afrikaanse en westerse muziek pas later op gang gekomen dan in de rest van Afrika. Tot aan de oorlog (1945) is de muziekstijl van de pygmeeën de belangrijkste. Deze muziekstijl wordt gekenmerkt door de herhalingen van melodische patronen en polyfonische harmonie. Pas na de oorlog ontstaat vanuit Congo de zogeheten Congo pop, die veel invloed heeft gehad op de Afrikaanse (pop)muziek. Congo pop is de benaming voor de popgeoriënteerde klanken van veel bands uit landen als Congo, Kenia, Tanzania, Zambia en Angola. Uit deze Congo pop in combinatie met wereldlijke invloeden, vloeiden verschillende andere meer Westerse muziekstijlen die vandaag de dag nog steeds bestaan in Centraal-Afrika zoals westerse pop en rock muziek, soukous de bekendste Congolese muziekstijl en andere genres van afrobeat. Soukous is een mengeling van Afro-Cubaanse rumba en traditionele Congolese muziek. Soukous betekent schudden en wordt vooral gekenmerkt door wervelende gitaarpartijen, herhalende ritmes en hartverwarmende harmonieën, waardoor het een onweerstaanbare dansmuziek vormt en zijn naam niet gestolen heeft. Je zou het ook niet zeggen maar Soukous is ook de meest invloedrijke dansmuziek op de Westerse dansvloer. Soukous is bij ons en in Afrika niet alleen geliefd door zijn dansritmes maar ook door spontaniteit, energie en vernieuwing. De Soukous heeft heel veel verschillende vertakkingen die de muziek telkens weer nieuw leven inblaast. Maar in Centraal-Afrika zijn er nog andere muziekgenres als de soukous. Er zijn ook ‘echte’ Westerse pop en rock genres. Die zijn er gekomen omdat veel Centraal-Afrikaanse groepen (Papa Wemba, Kanda Bongo Man, Kofi Olomidé,…) naar het Westen reizen (vooral Parijs en Brussel) om een breder publiek te verwelkomen. Op die manier geraakt de traditionele Centraal-Afrikaanse muziek verweven met de Westerse muziek. Dan in de jaren zeventig ontstaat er een nieuw muziekgenre in Centraal-Afrika. Deze muziekstijl ontstaat in de Congolese studentenwereld en wordt sterk beïnvloed door rockmuziek en ook wel door de soukous. De kenmerken ervan zijn het gebruik van de drums en gitaren. Naaste deze bekendere centraal-Afrikaanse muziekgenres zijn er ook nog iets minder bekende en traditionelere muziekstijlen zoals de banda waar polyritmiek centraal staat en waar men gebruik maakt van houten trompetten en ongo’s (trompetten van antilopenhoorn).

West-Afrika[bewerken]

In West-Afrika zijn de slaginstrumenten toonaangevend, veel meer dan in de rest van Afrika. Ook is de "hot rhythm" bijna altijd aanwezig, wat niet zo was bij Oost-Afrikaanse muziek. Een van de belangrijkste muziekgenres in West-Afrika is ''highlife'', een dansmuziek die eind 18e eeuw in Ghana ontstond uit een vermenging van Afrikaanse ritmes met Amerikaanse brassbandmuziek, meegebracht door West-Indische soldaten. Naast deze dancehallmuziek ontstonden er na de onafhankelijkheid varianten waarin de gitaar prominent is en waarin door zeelui meegebrachte accordeons worden gebruikt. Naast Ghana zijn de grote highlifelanden Sierra Leone en Nigeria.

Naast highlife zijn er ook nog andere belangrijke muziekstromingen in West-Afrika zoals juju (palm wine Music). Het is een popvariant van de highlife en ontstond begin de jaren zeventig en werd vooral door de armere bevolking gespeeld. Ook afro-highlife, soms wel highlife-jazz genoemd, is zo'n variant van highlife. Dan rond de jaren zeventig ontstaat ook de moderne West-Afrikaanse muziek. De landen Guinee, Senegal en Mali dragen daartoe bij. Zij vermengen de oorspronkelijke highlife met de Latijns-Amerikaanse elementen waardoor de Afro Manding ontstaat, die vooral bekend is in Gambia. En de muziek evolueerde steeds meer en meer zodat je onnoemelijk veel varianten hebt op de standaardhighlife. Al deze varianten worden gevormd door de oorspronkelijke muziek die vermengd wordt met funk, pop, blues, Spaanse en Portugese creoolse gezangen, Amerikaanse jazz. Zo ontstaan er muziekgenres zoals Malinese griot. Nog zo een van die bekende en recente versmeltingen is de Kameroonse Makossa een tussenvorm van Nigeriaanse-Congolese muziek (Congo-pop) en Ghanese highlife.

Dit fenomeen van versmeltingen van verschillende muziekgenres noemt men een smeltkroes van muziekculturen en het doet zich van alle Afrikaanse landen het meeste voor in West-Afrika. In het algemeen lijken al deze varianten van highlife sterk op elkaar en hebben ze ongeveer dezelfde kenmerken: een snel gitaarspel en dansbare ritmes. En vaak lijken al de varianten net zoals highlife sterk op de Congolese soukous, maar toch zijn ze iets anders, wat van de Afrikaanse muziek een vernieuwende, bewegende muziek maakt. En niet alleen de Afrikanen vinden dit een sterk punt, wij ook. Want in het Westen heeft highlife ook vaste voet aan de grond gekregen. Dit komt grotendeels, buiten de vernieuwende en bewegende muziek, door de elektrische gitaar, die in het Westen zeer geliefd is. Nu zijn er heel wat West-Afrikaanse muzikanten zoals E.K. Nyame, Osibisa en Prince Nico M'barga & Rocafil Jazz die regelmatig optredens in Europa versieren.

Soedan[bewerken]

In Soedan overheerst voornamelijk de muziek uit Egypte. Er zijn bijna geen verschillen op één groot verschil na. Bijna alle Soedanese liederen zijn in het Arabisch gezongen. Ook is Soedanese muziek een mengelkroes van vooral Arabische muziekgenres met Zwart-Afrikaanse elementen. Soedan ligt namelijk op de grens van Arabische Afrika en Zwart-Afrika (deze ‘grens’ situeert zich ergens in de woestijn) en daarom heeft men in 1959 Soedan als een aparte regio gezien.

Noord-Afrika[bewerken]

Noord-Afrika wordt zoals Oost-Afrika en de Hoorn gekenmerkt door Islamitische invloeden, al zijn deze invloeden In Noord-Afrika duidelijker dan in Oost-Afrika en de Hoorn. Naast de Arabische muziekcultuur is Noord-Afrikaanse muziek ook gekenmerkt door elementen uit de Moorse muziek en door westerse klanken die door de Franse en Engelse bezetters werden geïmporteerd. Traditionele muziekstijlen uit Marokko, Egypte, (Libië)ven Algerije zijn de Gwana- en berber-muziek (een spirituele en rituele vorm van muziek die haar wortels heeft in de zwarte Afrikaanse slavernij) en de bedoeïenmuziek (muzikale smeltkroes waarin Indiase, Iraanse, Spaanse en Marokkaanse elementen samenkomen met veel ruimte voor improvisatie). Maar dit zijn de traditionele muziekgenres. De meest specifieke en herkenbare hedendaagse muziekstijl uit Noord-Afrika is de raï. Een oorspronkelijk Algerijns muziekgenre, maar nu kom je het in heel Noord-Afrika tegen. Raï is ontstaan uit de oorspronkelijke muziek van herders die, ondersteund door trommels en fluit, kreten uitslaken. Raï kwam in de jaren zeventig echt tot volle ontwikkeling en vanaf de jaren tachtig werd de typisch stijl ook sterk beïnvloed door de westerse muziek. Naast de raï is er ook nog de Egyptische Al jeel, die ook vnl. op jongeren is gericht zoal de raï en ook een reactie is op de traditionele muziek. Het is inmiddels samen met de raï een muziekgenre dat het verzet van de jeugd tegen de autoriteiten symboliseert en gekenmerkt wordt door kritische teksten (een zeer bekend voorbeeld van hedendaagse Noord-Afrikaanse muziek is ‘Aicha’). Op deze jongeren muziek is er ook kritiek gekomen die zich uit in volksmuziek. Deze volksmuziek is gevoed door de religie en de nationale trots. De maatschappijkritische teksten van de volksmuziek zijn soms iets te politiek beladen waar dan weer protest tegen ontstaat. Naast deze grotere muziekstromingen zijn er ook enkele kleinere genres zoals Noord-Afrikaanse reggae( dansmuziek+reggae), Noord-Afrikaanse rap(traditionele Arabische muziek + moderne rap).

Zie ook[bewerken]

Mixite.nl, e-magazine over Afrikaanse muziek.