Anna (heilige)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Anna
Heilige Anna, Maria en Jezus door Albrecht Dürer
Heilige Anna, Maria en Jezus door Albrecht Dürer
Geboren  ?
Gestorven  ?
Verering Rooms-katholieke Kerk, Oosters christendom, Anglicaanse Kerk, Lutherse Kerk, Islam
Naamdag 26 juli
Attributen Boek, poort, vrucht, met Maria, Jezus of Joachim
Beschermheilige voor Canada, Frankrijk, timmerlui, kinderlozen, paardensport, grootouders, thuiswerkers en huisvrouwen, kantklossers, verloren voorwerpen, mijnwerkers, moeders, handelaars in oude kleren, armoede, zwangerschap, naaisters, onvruchtbaren, turners, stalknechten, Quebec, Bretagne, Florence, Norwich (Connecticut), Detroit, Adjuntas (Puerto Rico), Marsaskala (Malta), Taos en Santa Ana Pueblo (New Mexico)
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Anna te Drieën, Noord-Duitsland, ca. 1225

De heilige (Moeder) Anna of Sint Anna is volgens de christelijke traditie de moeder van de heilige Maagd Maria.

In de tweede eeuw van onze jaartelling wordt de Geboorte van Maria geschreven, een Griekse tekst, die ten grondslag ligt aan de overlevering. De tekst werd later bekend als het Proto-Evangelie van Jacobus.

Het verhaal[bewerken]

Anna en haar man Joachim waren (volgens de overlevering) gehuwd, welgesteld, maar kinderloos. Zij leefden helemaal volgens de Wet van God. Toch wordt het offer van Joachim in de tempel geweigerd, omdat hij geen kinderen heeft. Joachim vlucht met zijn kudde de woestijn in. Anna denkt dat hij dood is en doet haar beklag bij God en vraagt om een kind. Haar gebed wordt verhoord. Tegelijk krijgt Joachim van een engel te horen, dat zijn vrouw in verwachting is. Hij keert met zijn kudde terug en ontmoet zijn vrouw bij de Gouden Poort in Jeruzalem en geeft haar een kus. Anna geeft het leven aan een meisje: Maria. De ouders wijden het kind aan God en brengen Maria, als zij drie jaar oud is, naar de tempel. Daar wordt zij gevoed door engelen.

Als zij twaalf jaar oud is, wordt Maria door de hogepriester uitgehuwelijkt aan Jozef, een weduwnaar op leeftijd. Jozef heeft kinderen en is aannemer. Hij mag Maria alleen maar behoeden. Onmiddellijk na het huwelijk vertrekt hij voor enkele maanden naar een bouwkarwei. Maria wordt intussen van Godswege zwanger. Als Jozef thuiskomt ziet hij dat Maria in verwachting is. Ook de hogepriester komt dit te weten. Maria en Jozef moeten de proef met het bittere water ondergaan, maar doorstaan die glansrijk. Jezus wordt onderweg naar Bethlehem geboren in een grot. Een vroedvrouw constateert, dat Maria nog steeds maagd is.

Herkomst en invloed[bewerken]

De onbekende schrijver van de Geboorte van Maria noemt zichzelf Jacobus, een zoon uit het eerste huwelijk van Jozef. Hij doet het voorkomen alsof hij getuige was van de geboorte van Jezus. De schrijver leunt in zijn verhaal heel sterk op grote Bijbelse figuren als Sara en Abraham, Hanna en Elkana, en werkt de verhalen over de geboorte van Jezus uit de evangelies van Matteüs en Lucas verder uit.

Zo ontstaat een nieuw verhaal, dat grote invloed heeft gehad op de volksdevotie en via deze omweg ook op het theologisch denken over Maria. In latere eeuwen is de legende verder uitgebreid. Niet alleen Jozef, maar ook Maria stamt af van koning David: zowel van vaders als van moeders kant is Jezus van koninklijken bloede. Dat is in later tijden (iconografisch) uitgebeeld in de boom van Jesse. In de dertiende eeuw komt het verhaal op van de drie huwelijken van Anna. Zij werd twee keer weduwe, hertrouwde telkens en kreeg uit ieder huwelijk een dochter. Zo ontstond de familie van Anna, die men de maagschap noemt.

Verering[bewerken]

De verering van Anna begint in de vijfde/zesde eeuw in het Midden-Oosten en komt al spoedig naar het Westen (Venetië en Rome). Zij bereikt haar hoogtepunt in de vijftiende en zestiende eeuw. In die tijd ontstaat een heel speciale afbeelding Anna te Drieën: Anna met Maria en Jezus. In de vijftiende eeuw vooral uitgebeeld als vrouw die op haar arm een meisje (Maria) draagt, die een klein kind (Jezus) vasthoudt. Rond 1600 zitten Maria en Anna dikwijls op een bank, terwijl Jezus als klein kind tussen hen in staat. Anna heeft dan dikwijls een boek of een vrucht in haar hand.

Veel van deze beelden zijn te vinden in musea, maar ook in kerken en kapellen. De Heilige Anna is de patrones van vele kerkgebouwen: zie Sint-Annakerk.

De laatste decennia is de belangstelling voor de legende van Anna en alles wat daarmee samenhangt weer sterk toegenomen. Ook op het internet zijn er, naast wetenschappelijke teksten, afbeeldingen te vinden.

Literatuur[bewerken]

  • E. Amann, Le Protévangile de Jacques et Ses Remaniements Latins. Introduction, Textes, Traduction et Commentaire, Parijs, 1910.
  • T. Brandenbarg, Heilig Familieleven. Verspreiding en waardering van de Historie van Sint-Anna in de stedelijke cultuur in de Nederlanden en het Rijnland aan het begin van de moderne tijd (15e/16e eeuw), Nijmegen, 1990.
  • A. Dörfler-Dierken, Die Verehrung der heiligen Anna in Spätmittelalter und früher Neuzeit. Göttingen, 1992.
  • E.J. Erpelinck, Anna in België. Alfabetisch Repertorium van Vindplaatsen in Kerken en Kapellen in België, Sas van Gent, 2006.
  • V. Nixon, Mary's Mother. Saint Anne in Late Medieval Europe, Pennsylvania, 2004.
  • H.R. Smid, Protevangelium Jacobi. A Commentary, Assen, 1965.
  • E. De Strycker, La Forme la plus ancienne du Protevangile de Jacques, * Recherches sur Le Papyrus Bodmer 5 avec une Édition critique du Texte Grec et unde Traduction Annotée, Brussel 1961.

Zie ook[bewerken]