Authentieke uitvoeringspraktijk
De authentieke uitvoeringspraktijk ook soms historische uitvoeringspraktijk genoemd, wil zeggen dat een muziekstuk met oude, authentieke, instrumenten wordt uitgevoerd, met gebruik van informatie over de toenmalige instrumentenbouw, speelstijl, muzieknotatie en muziektheorie.
[bewerken] Situering
De pioniers van de authentieke uitvoeringspraktijk waren onder meer Arnold Dolmetsch, Charles Van den Borren en Safford Cape.
Deze vorm van spelen is in de jaren zestig van de 20e eeuw doorgebroken. Dirigenten en musici als Gustav Leonhardt, Thurston Dart, Sigiswald Kuijken, Paul Dombrecht, Andrew Parrott, Nikolaus Harnoncourt, John Eliot Gardiner, Ton Koopman, Frans Brüggen, Masaaki Suzuki, Philippe Herreweghe, Jordi Savall, Capilla Flamenca en Huelgas Ensemble zijn bekende aanhangers van het authentiek uitvoeren van muziekstukken. Met name de stukken uit de barokperiode en de vroege romantiek worden authentiek uitgevoerd. Maar ook modernere stukken worden tegenwoordig soms op oude instrumenten uitgevoerd, alhoewel de componist het voor moderne instrumenten heeft geschreven. Men speelt meestal op getrouwe kopieën van authentieke instrumenten.
De jongere generatie zet de muziekuitvoeringen in dezelfde geest verder. Zijn onder meer te vernoemen: Pieter-Jan Belder, Jos van Veldhoven, Jan De Winne.
Bij het jaarlijkse Festival Oude Muziek Utrecht en het MAfestival in Brugge vinden ook steeds drukbezochte instrumentenmarkten plaats. De driejaarlijkse klavecimbel- en pianoforte-expo van Brugge, de eerste in zijn soort in 1965, geniet wereldfaam.